Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



vrijdag 13 november 2015

Recensie: De kat (2015), Takashi Hiraide


Er valt veel te zeggen over niets

Dat katten en literatuur een sterke band met elkaar hebben, werd nog eens bevestigd toen ik bij Athenaeum Boekhandel Haarlem een kat rustig over de stapels boeken zag paraderen op zoek naar een plekje om zich neer te vlijen. Het beest is gelijk een lezer die zich terugtrekt om een andere wereld binnen te gaan. Het is daarom frappant dat dit nauwelijks lukt in De kat van Takashi Hiraide. Het is een roman - want dat staat onder de titel - waarin Hiraide niet veel verder komt dan een inleiding.

Met gedetailleerde beschrijvingen die kenmerkend zijn voor de Japanse literatuur, vertelt de schrijver over de omgeving waarin een buurkat zijn vrouw en hem in hun dienstwoning in de tuin van de hoofdwoning van een ouder echtpaar bezoekt.
Het kleine raam in de hoek van de keuken zat zo dicht tegen de hoge schutting aan dat een mens er niet eens tussendoor kon. Van binnenuit gezien leek het rookglas op het schimmige scherm van de cabine in een bioscoopzaal. In de schutting zat een klein kwastgat. Daardoor was op het grove scherm een onafgebroken wazige projectie te zien van het groen van de heg aan de noordzijde, aan de overzijde van het steegje van zo’n drie meter breed.’
In de entourage van een camera obscura zal straks de kat verschijnen in het leven van de redacteur die wil beginnen als schrijver en zijn vrouw die een proeflezer is, een stel dat midden dertig is, geen uitgesproken kinderwens heeft en ook niet als kattenliefhebbers getypeerd kunnen worden. Het is de winter van 1988 en het eind van het Showa tijdperk, waarmee de keizer wordt aangegeven die later in het verhaal de laatste adem uitblaast, terwijl de hoofd- en dienstwoning aan het begin van dat tijdperk gebouwd zijn, namelijk in de jaren twintig.
   
Tegelijk met de komst van de kat neemt de aandacht van het stel toe. Het beest dat ze Pukkie dopen verovert zich een plekje in hun klerenkast. De buren van wie de kat is komen, anders dan de oude eigenaren van de hoofdwoning die vanwege ziekte van de man naar een verzorgingstehuis vertrekken, nauwelijks in het verhaal voor, al doet de ik figuur na de dood van Pukkie een aantal hoofdstukken uit het begin van dit boek bij hen in de brievenbus. Het vertrek van de oudjes betekent wel ook het vertrek van de huurders uit de dienstwoning. Ze zijn zo gehecht aan Pukkie geraakt dat ze heel lang zoeken naar een huis met zicht op de boom waaronder het beest begraven is. Hoewel dat niet lukt, levert een andere woning gelijkwaardige belevenissen op.

De actie om de hoofdstukken bij de buren in de bus te doen, wordt door de ik figuur als onbezonnen getypeerd. Het doet merkwaardig aan dat de ik-figuur zich zorgen maakt over de reactie op zijn daad en op het feit dat de kat grenzen overschreden heeft. Het zegt veel over Japanners om dit helemaal uit te spinnen in plaats van daarover in contact te treden.
Ook schrijven overschrijdt, zonder onderscheid, eigendomsgrenzen. Was het niet mogelijk om wat op de grens met de buren was blijven hangen, met grens en al te zuiveren, door er al schrijvend dieper en dieper op door te gaan?
Emoties blijken moeilijke verschijnselen. Tijdens de verhuizing is de ik figuur zo moe dat hij in lachen dreigt uit te barsten. ‘Waarop de een of andere prikkel ervoor zorgde dat die opkomende lach in zijn tegendeel wilde omslaan.’ Het gevoelsleven is niet zo duidelijk en de precisie van de beschrijvingen biedt wellicht een compensatie daarvoor. Ook de verwijzingen naar de lotsbeschikking, waarbij gerefereerd wordt aan Machiavelli, doen wat gezwollen aan.  

De taal is het voertuig van de precieze beschrijvingen. Het gezicht van een doodzieke collega wordt vanwege de zwelling vergeleken met een vanghandschoen. Dit verband wordt wellicht gelegd omdat de schrijver een fan is van de honkbalsport en er gaandeweg het verhaal twee boeken over geschreven heeft.

Wie meer over de kat wil weten kan beter terecht bij Dagboek van een poes (2007) van Remco Campert, al zijn de reflecterende groene ogen op de omslag van De kat niet te versmaden.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen