Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



donderdag 24 augustus 2017

Filmrecensie: Badlands (1973), Terrence Malick


Knappe vrijbuiter werkt zich steeds meer in de nesten

Badlands is het speelfilmdebuut van de Amerikaanse regisseur Terrence Malick (1943), waarmee hij zichzelf meteen op de kaart zette. Het verhaal over het jonge stel Kit en Holly dat na een moord uit hun vertrouwde wereld in South Dakota naar de badlands van Montana vlucht, geeft stof tot nadenken. De manier van filmen is daarnaast artistiek zeer verantwoord. De spanning is van begin tot eind groot, vooral omdat we nooit weten wat Kit, de vijfentwintigjarige vroegere vuilnisman precies van plan is. Dat Holly tien jaar jonger dan hem is geeft ook te denken. De film lijkt op het verhaal van Bonnie en Clyde, bankrovers in de jaren dertig, waarbij Clyde met zijn moorden Bonnie probeert te imponeren.   

Rauw is de wereld van de jaren vijftig waarin men in Fort Dupree in South Dakota leeft. De vader van Holly moet niets van een vuilnisman voor zijn sproeterige dochter hebben. De weduwnaar schiet zelfs haar hond dood als hij hoort dat Holly toch de band blijft aanhouden. Kit voelt zich aangesproken en gaat naar de plek waar de vader, die reclameschilder is, bezig is om een bord te maken. De brute afwijzing door de vader zet kwaad bloed. Kit verschaft zich toegang tot het huis van vader en dochter en pakt alvast de koffer van Holly. Als vader en dochter thuiskomen breekt de hel los. Kit schiet de vader zonder veel scrupules dood en zegt zelfs tegen Holly dat ze de politie maar moet bellen als ze dat wil, al schiet hij daar zelf niets mee op.

Holly is daarmee in een lastig parket gebracht. Ze zat onder de plak van haar vader, maar anderzijds is het avontuur met de vrijbuiter weer het andere uiterste. Omdat ze weten dat ze gezocht worden, houden ze zich schuil in de natuur in de omgeving, tot Kit onraad ruikt. Hij duikt in zijn zelfgemaakte kuil en schiet de drie binnendringers binnen de kortste keren neer. Tegen Holly zegt hij dat het premiejagers waren, die geen ander lot verdienden. De moordaanslag betekent wel dat ze verder moeten vluchten en wel met de auto van de aanvallers. Ze gaan naar een voormalig collega van Kit die al weet wat Kit op zijn geweten heeft, maar het loodje legt voordat hij maatregelen kan nemen, waarop een rijke heer aan de beurt is, die het er zelfs levend van af brengt, iets waar Kit zich ook nog voor op de borst klopt.

De voice-over die vaak door Malick in zijn films gebruikt wordt, komt dit maal uit het hoofd van Holly (Sissy Spacek), die niet zo goed weet wat ze wil maar op een gegeven moment besluit dat het avontuur wel genoeg geweest is. Kit (Martin Sheen), die ook volgens anderen in de film erg op de voormalige acteur James Dean (1931-1966) lijkt, overleeft anders dan zijn voorganger een race partij met een politiewagen door de badlands van Montana. De broeierigheid die hij uitstraalt, houdt de kijker in de ban. Ondanks zijn korte lontje weet hij toch goodwill te kweken, zoals we zien op de luchtmachtbasis waar hij na zijn arrestatie naar toe wordt gebracht. De fysieke schoonheid van de acteur brengt ons in verwarring over het geweld dat hij zo gemakkelijk pleegt. Wat is de moraal die maakt dat hij daarvoor niet terugschrikt?  
Het antwoord moet gezocht worden in het gebrek aan acceptatie in het keurig aangeharkte leven in Fort Dupree.

Vijf jaar na Badlands maakte Malick nog Days of heaven en daarna was het twintig jaar stil tot hij met The thin red line naar de roman van James Jones weer op gang begon te komen.  

Hier de trailer.

Rio Ferdinand: being mum and dad (2017), BBC documentaire van Matt Smith


Bekende voetballer geeft inzicht in zijn rouwproces

Rio Ferdinand, de atletische aanvoerder van Manchester United, kreeg aan het eind van zijn voetbalcarrière een vreselijke gebeurtenis te verwerken toen zijn geliefde vrouw Rebecca op vierendertigjarige leeftijd in een snel tempo aan borstkanker overleed. Hij stond opeens voor de zorg van drie jonge kinderen, terwijl hij zich altijd alleen op het voetballen geconcentreerd had. Langzaamaan leert Ferdinand een weg te vinden om met zijn helse verdriet om te gaan.

Matt Smith volgt Ferdinand in hun huis in Kent. Johnson de oncoloog komt bij Ferdinand op bezoek om na te praten over de dood van Rebecca, die veel sneller is gegaan dan gedacht. Eerder wilde Ferdinand er niet over praten. Het onderwerp was te pijnlijk. Hij dacht aan zelfmoord maar kon zijn kinderen dat ook weer niet aandoen en vluchtte voor korte tijd naar de fles. Gelukkig werd hij omringd door lieve mensen, zodat hij toch niet helemaal het spoor bijster raakte.

In hun vakantiehuis in Portugal, ingericht door Rebecca, krijgt hij steun van haar ouders Lesley en Steven. Lesley is er van overtuigd dat Ferdinand heel goed de rol van vader en moeder op zich kan nemen, maar zover is hij zelf nog niet. In Kent heeft hij in ieder geval de bijstand van hulp Sandra die de routine van Rebecca zo goed mogelijk probeert aan te houden. Ferdinand wil niet in therapie maar gaat naar een lotgenotengroep van mannen die allemaal met hetzelfde bijltje hakken. Hij vraagt zich af hij misschien zijn trouwring moet afdoen om zijn verlies eerder van zich af te zetten. Een van de lotgenoten is Dan die hertrouwde en daarna ook nog met zijn nieuwe vrouw een dochtertje verloor. Ferdinand gaat bij hen op bezoek om te horen hoe ze in godsnaam de ellende overleefden. Hij realiseert zich dat hij nog niet zo gerouwd heeft, maar zich ondergedompeld in activiteiten om de pijn uit de weg te gaan.

Zijn moeder Janice zegt dat haar zoon zich sterk houdt maar dat hij toch op een gegeven moment moet loslaten. Ferdinand bezoekt golfspeler Darren Clarke in Belfast die een aantal dagen na het verlies van zijn vrouw in 2006 alweer op de baan stond. Hij raadt Ferdinand aan om het leven weer op te pakken en oprecht te glimlachen, waardoor Ferdinand zich realiseert dat hij bij zichzelf moet beginnen. Daarmee is hij klaar om in zee te gaan met de organisatie Jigsaw die gebroken gezinnen als dat van hem begeleidt.

Hij vertelt een medewerker dat hij moeilijk met zijn kinderen over zijn vrouw kan praten. Gesprekken over gevoelens zijn toch al niet zijn sterkste kant. Hij praat daar met zijn vader Julian over die van hetzelfde laken een pak is en altijd zijn problemen voor zich hield. Tijdens een groepsgesprek tussen kinderen en vaders die getroffen zijn door het verlies van een echtgenote hoort hij van pubermeisje Emily dat ze leerde te praten over haar moeder door herinneringen kort op te schrijven en in een fles te deponeren waar ze de herinneringen en de daarmee gepaard gaande gevoelens steeds weer uit kon opdiepen.

Het brengt Ferdinand ertoe hetzelfde te doen met zijn eigen kinderen. Lesley ziet dat er vooruitgang zit in het rouwproces van Ferdinand.  

Hier de trailer.  

woensdag 23 augustus 2017

Toots (2009), documentaire van Pierre Barré en Thierry Loreau


Sympathieke en bevlogen jazzmuzikant bleef de eenvoud zelve

Het is alweer een jaar en een dag geleden dat de legendarische jazzmuzikant Jean Baptiste (‘Toots’) Thielemans (1922 – 2016) overleed. In 2009 maakten Pierre Barré en Thierry Loreau onder de titel Toots Thielmans, l’incroyable destin d’un ketje de Bruxelles een mooi portret van hem, waarin hij zelf veelvuldig aan het woord komt en vertelt over zijn lange loopbaan, die niet altijd gemakkelijk verliep, maar, aan de beelden van een optreden in 2008 in het Concertgebouw te zien, glorieus eindigde. Toots wist de harten van het publiek te veroveren door zijn bescheidenheid en zijn grote liefde voor de muziek.

 Pierre Barré en Thierry Loreau lopen met Toots rond in de wijk Les Marolles in Brusse, waar hij geboren werd. Hij speelt spontaan op zijn mondharmonica mee met een accordeonist op straat. Vanaf zijn derde speelde hij al accordeon. Nog steeds voelt hij zich een Marolien, zegt hij. Op de radio hoorde hij Josephine Baker en hij kocht platen van Django Reinhardt. Tijdens de oorlog kreeg hij van de eigenaresse van een platenwinkel muziek van Louis Armstrong. In die tijd kocht hij een mondharmonica, die toen nog gezien werd als speelgoed. Gitaar spelen kon hij ook al.

Na de oorlog vertrok hij met een kleine koffer en twee duizend dollar naar de Verenigde Staten, waar hij ontdekt werd en met een orkest van George Shearing door het land toerde, al waren de verdiensten niet groot voor een getrouwde man, die ook nog eens bloot stond aan de verleidingen van het uitgaansleven. Een oordeel over drugsgebruik heeft Toots niet. Zelf bleef hij door zijn astma een braaf menneke. Tijdens een tournee door Europa kreeg hij weinig aandacht in België maar des te meer in Zweden, volgens hem omdat zijn melancholische melodieën goed pasten bij de Zweedse levenssfeer. In Malmö voelde hij zich thuis en genoot hij van het contact met het publiek. Inmiddels is hij 86 jaar oud en nog net zo bezield als vroeger, maar met iets minder stress voor de concerten en bijgestaan door manager Dirk Godts die zich in zijn schaduw ophoudt.

De archiefbeelden uit Brussel passen mooi in de sfeer van de documentaire. Daarin is ook zijn vrouw te zien die al zijn kritieken bewaarde maar zelf niet zo erg van jazzmuziek hield. Toots vertelt over zijn nieuwe voornaam die in het orkest beter bij hem paste dan zijn echte. Eens stond de microfoon open terwijl hij een nummer op gitaar meefloot, hetgeen een nieuwe dimensie aan zijn werk toevoegde. Het leidde tot zijn grootste hit Bluesette, volgens Toots een samentrekking van blues en musette. Hij schreef ook een nummer voor Herb Albert die daarmee de hitlijsten beklom. Hoewel hij als componist met een cent kreeg voor elk verkocht plaatje, kon hij er toch een huis van kopen in Montauk op Long Island.

Toots toerde in Europa maar toch vooral in de Verenigde Staten waar hij samenwerkte met muzikanten als Paul Simon, Billy Joel, Jaco Partorius, Charlie Parker, Stevie Wonder Ella Fitzgerald en Ray Charles. Hij vertelt dat de blue note die uit Afrika afkomstig was, voor hem essentieel was. Zijn boodschap zou nooit hetzelfde zijn geweest zonder dit symbool van culturele vermenging. In de New Yorkse Blue Note Jazz Club voelde hij zich als een vis in het water. De mengeling van glimlach en traan paste hem wel. Hij voelde zich ook thuis in Brazilië, het land van de salsa, die ook uit de blue note geboren werd. Hij maakte daar in 1972 een album met Elis Regina.

Toots was een geliefd mens binnen als buiten de jazzwereld. Zijn bescheidenheid en zijn sterke band met het publiek speelden daarin mee. Toots bleef steeds zichzelf vernieuwen en waardeerde dat ook bij zijn medewerkers. Volgens hem stond hij later dichtbij de moderne jazz en zat hij nog steeds wel in het peloton. Door zijn directe manier waarop hij het publiek wist te raken, laat hij een onuitwisbare indruk achter.   

Hier Bluesette tijdens Night of the Proms 2009.

Filmrecensie: L’enfer (1994), Claude Chabrol


Wantrouwen en achterdocht verzieken liefdesrelatie

De psychologische thriller L’enfer van Claude Chabrol werpt een blik op de negatieve kanten van een liefdesrelatie. Daarin raakt hotelier Paul Prieur verstrikt in zijn jaloezie over zijn knappe jonge vrouw Nelly. Hoewel hij probeert zijn verstand te laten overheersen is zijn gevoel zo sterk dat hun relatie volledig ontspoord.

In het begin is alles nog koek en ei. Met grote stappen gaat Chabrol door de romance die begint met de kennismaking van de vriendinnen Nelly en Marilyn met Paul. Ze komen op een mooie dag aanfietsen bij het meer waar Paul bezig is om zijn nieuw aangekochte Hotel du Lac gereed te maken voor hotelgasten. In een volgend shot vieren Paul en Nelly hun bruiloft en maken ze een rondje in een waterfiets over het meer, de keer daarop is er al een kindje dat de seks in de weg zit. A snel is duidelijk dat Paul een negatieve instelling heeft. Hij slikt volgens de dokter teveel pillen en is bij het minste of geringste bang dat een hotelgast zijn geliefde van hem afpakt. Hij verdenkt Nelly ervan dat zij dit in de hand werkt. Er zijn knappe mannen genoeg in haar buurt, zoals de vrienden van Marilyn die als receptioniste werkt. Of anders is er wel een hotelbediende die haar graag in bed heeft.

Nelly is zich van geen kwaad bewust. Ze komt al vrij snel aan de weet wat Paul zich allemaal in zijn hoofd haalt en probeert dat eruit te praten, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Elke keer is er wel weer een aanleiding om een verdenking op haar te laden. Of ze met hotelgast Duhamel naar de stad gaat om inkopen te doen, in de kelder de stoppen controleert of op de zolder naar de kat zoekt. Vooral de toenadering tot de jonge Martineau is Paul een doorn in het oog. Hij vindt het verschrikkelijk dat de twee zoveel plezier beleven aan een dagje waterskiën en wordt helemaal laaiend als hij op een home video, die Duhamel gemaakt heeft van de activiteiten van de hotelgasten, ziet dat de twee wel erg intiem met elkaar waren. Hij verdenkt Nelly ervan dat ze Martineau in de stad ontmoet.

Nelly ontkent de beschuldiging, biedt daarop aan om niet meer uit het hotel te gaan en ook Martineau te verbieden nog eens op bezoek te komen. Dat verandert echter weinig aan de jaloezie van Paul, die alleen nog maar grotere vormen aanneemt. Hij verdenkt zelfs Duhamel die twee glaasjes naast zijn bed heeft staan en maakt daarover ruzie. De gasten merken de spanningen op en sommigen verlaten daardoor het hotel. Nelly wordt er moedeloos van en krijgt ook lichamelijk geweld van Paul te verduren. Tussenkomst van de dokter leidt helaas niet tot een oplossing. De waanzin van Paul barst uit voordat Nelly naar een kliniek kan worden afgevoerd waar ze uit de handen van Paul is. 

Emmanuelle Béart draagt de film met haar prachtige, sensuele uitstraling die het mooist uitkomt als ze naar haar moeder in de stad gaat. Paul volgt zijn knappe heupwiegende vrouw in haar dun zomerjurkje door de straten, ziet hoe ze een ijsje eet en kledingrekken aanraakt en de kijker kijkt met hem mee. In 2005 speelde Béart mee in een film van Danis Tanovic met dezelfde naam, maar dan in een drama waarin drie zussen een traumatische ervaring delen.  

Claude Chabrol gebruikte het script van Henri-Georges Clouzot (1907-1977) die de film onder dezelfde titel al in 1964 uitbracht met Romy Schneider in de rol van vrouw van de hotelier. Negen jaar eerder maakte hij met Les diaboliques al een ander slecht eindigend drama over een moord op een schooldirecteur, zijn vrouw Christina en zijn maitresse Nicole.

Hier de Franse trailer, hier mijn bespreking van Les diaboliques.

dinsdag 22 augustus 2017

Frans de Waal, Zomergasten, 20 augustus 2017


Een bioloog die van het observeren zijn levenswerk maakte

Primatoloog Frans de Waal (1948) heeft in de Verenigde Staten een belangwekkende carrière opgebouwd over onderzoek naar apen en kan daar op een boeiende manier over vertellen. Het is nog interessanter dat Janine Abbring er deze zondagavond vol in gaat. Ze wil alles weten over de onderwerpen die De Waal inbrengt, bijvoorbeeld over de richtingenstrijd in de biologie tussen het behaviourisme en de ethologie, die volgens De Waal tegenwoordig wordt overstegen door onderzoek naar mentale processen bij dieren. Abbring hakkelt tijdens het stellen van vragen, maar neemt geen blad voor de mond. Vooral op het gebied van seks toont ze zich een nieuwsgierig toehoorster. Ze zegt spontaan dat ze op een vragenlijst, die daar over zou gaan, zou invullen dat ze het vaker zou doen dan ze doet.

Die vragenlijsten zijn niet aan De Waal besteed. Hij is een man die liever kijkt en noteert wat hij ziet. Dat was vroeger al zo toen hij er met een schepnet op uit ging en stekelbaarsjes bestudeerde in zijn aquarium, maar ook later toen hij heel wat duzenden uren naar de chimpansees in Burgers Zoo keek, die daar door de gebroeders Van Hooff de vrijheid kregen om op een eiland hun eigen gang te gaan. Abbring verbaast zich na drie uur over het feit dat De Waal toch ongedurig tegenover haar zat. Daarop antwoordt hij dat hij vooral tegenover dieren heel geconcentreerd kan zijn. Hij is een goede leerling van Niko Tinbergen, een van de voorlopers van de diergedragskunde ofwel de ethologie, die lang in een tentje in Engeland zat om het gedrag van kokmeeuwen te observeren.

De meeste fragmenten gaan natuurlijk over apen, waarbij de verschillen tussen de chimpansees en de Bonobo’s opvallend zijn. Terwijl de eersten vooral bezig zijn met het veroveren van macht, zoekt de tweede soort vooral liefde en vrede. Seksualiteit is een belangrijk middel om die te waarborgen. De Waal toont een filmpje waarin overeenkomsten te zien zijn tussen De tuin der lusten van Jeroen Bosch en het gedrag van festivalgangers tijdens Woodstock. Het is niet zo dat chimpansees brute machtswellustelingen zijn. De alfaman is, als hij eenmaal zeker is van zijn machtspositie, gericht op het verzoenen en het bemiddelen. Dat brengt De Waal op Trump die dit in het geheel niet doet en zich daarom een slechte leider toont. Zijn handdrukken zijn daar een mooi voorbeeld van. De Waal denkt dan ook dat Trump het niet lang volhoudt.  

Het was een genoegen te kijken naar de fragmenten die langer duurden dan de vorige keren. Bert Haanstra was na De Waal in 1984 in Burgers Zoo toen de machtsstrijd net over was, maar kon toch nog aardig laten zien hoe het er bij de chimpansees aan toe gaat. Het gedrag dat De Waal beschreef in Chimpansee-politiek (1982) met als ondertitel Macht en seks bij mensapen bestaat uit het zoeken naar bondgenootschappen en het belonen van elkaar. Samenwerking blijkt belangrijk in de dierenwereld zoals we zagen in een fragment met twee olifanten uit 2012. Het is eigenlijk vreemd dat De Waal niet meer oog heeft voor samenwerking in de mensenmaatschappij, maar ongetwijfeld heeft de Amerikaanse samenleving - waar men er wel komt als men goede ideeën heeft en hard wil werken - hem tot zijn welwillende oordeel gebracht. Daar kon hij ook beter zijn eigen weg vinden dan in de hokjesgeest die in Nederland heerste. Hij moest in ieder geval niets hebben van de manier waarop Wouter Buikhuisen eind jaren zeventig door VN columnist Hugo Brandt Corstius bejegend werd. In een aandoenlijk interview door Cherry Duyns en Roelof Kiers uit 1978 zegt Buitenhuisen dat hij Vrij Nederland heeft opgezegd maar dat zijn vrouw er een genomen heeft.

Naar Nederland zal De Waal niet meer terugkeren. Hij heeft zijn hart verpand aan de stad Atlanta, een moderne metropool in het zwarte Zuiden, en eindigt met Ray Charles, die een ode aan de staat Georgia brengt. Daarmee kwam een eind aan een prachtige uitzending met scherpte en gevoel. De Waal toonde zich een tegenstander van de bio industrie, die volgens hem heel wat schadelijker is dan de dierentuin en toonde een bijzonder fragment van Mama, de moeder aap die in Burgers Zoo woonde en voor haar sterven een ontroerend contact had met Jan Van Hooff. Helaas hoorden we te weinig over de rechten van chimpansees, zoals in beeld gebracht in de documentaire Unlocking the cage (2016) van Chris Hegedius en D.A. Pennebacker, waarin jurist Steen Wise het opneemt voor een goede oude dag van chimpansees die een beroerd leven gehad hebben. De strijd tegen de bio industrie en de achterstelling van dieren is een taaie en had geholpen kunnen worden met een duidelijk pleidooi voor meer erkenning van dierenrechten, temeer omdat De Waal opmerkte dat de mens genetisch maar anderhalf procent anders is dan de aap en met dat kleine verschil weinig gedaan heeft. 

Hier mijn bespreking van Unlocking the cage.

The road (2015), documentaire van Zhang Zanbo


Het bouwen van een snelweg is als het voeren van een oorlog

De Chinese filmmaker Zhang Zanbo volgde drie jaar lang de bouw van een snelweg in de provincie Hunan, waar Mao werd geboren. Geheel in zijn geest werd de aanleg inclusief bruggen met voortvarendheid ter hand genomen en succesvol afgesloten, maar dat kostte wel de nodige bloed, zweet en tranen. Zanbo heeft de documentaire opgesplitst in een viertal hoofdstukken waarin we verschillende partijen die bij de aanleg betrokken zijn, in beeld worden gebracht. Meneer Meng van het bouwbedrijf vormt de verbindende schakel tussen deze partijen.

De bewoners hebben veel last van de aanleg omdat daartoe met springstof rotspartijen worden opgeblazen. Een explosie treft het huis van de oude mevrouw Ou, dat dicht bij de aan te leggen weg ligt, en slaat een gat in het dak. Meng komt langs op verzoek van de zoon van Ou en zegt dat hij er zestien dollar voor wil geven. Hij heeft al eerder laten weten dat hij vond dat Ou moest verhuizen. Zelf wil de zoon een oude boom behouden, die goede energie zou uitstralen. Hij vindt het schandalig dat men de boom al aan het uitgraven is terwijl hij nog niet eens weet wat de schadevergoeding is. Een partijman wijst hem er fijntjes op dat de snelweg ten goede komt aan de bewoners van de provincie, dus ook aan henzelf. De radio bericht over het partijcongres waar de economische ontwikkeling met grote woorden aangeprezen wordt.

De arbeiders graven veertien meter diepe putten om zand op te graven waarmee cement kan worden gemaakt. Meng zegt dat er een graf dicht in de buurt ligt, dat  moet worden verhuisd, maar de nabestaanden hebben daar weinig trek in. De arbeiders gaan door in regen en sneeuw en ontsnappen aan de dood als een put instort. Ze vinden het schandalig dat het management geen enkele reactie geeft. Daarnaast zijn er aan het eind van de werkperiode ook problemen met de uitbetaling. Men krijgt slechts 200 in plaats van de beloofde 3000 dollar. Een partijman voorziet dat het project wellicht stil moet worden gelegd als de problemen rond de betaling niet worden opgelost. Een arbeider legt zich neer bij de situatie en wil alleen nog heelhuids thuiskomen. 

De vechters zijn gangsters die door de plaatselijke overheid worden ingehuurd om het bouwbedrijf onder druk te zetten. De plaatselijke wegenautoriteiten klagen namelijk over de kwaliteit van het afgeleverde werk. Men wil de vergunningen zien en anders volgen boetes. Meng probeert eronder te komen door te zeggen dat hij daar later wel over wil praten maar dat hij nu geen tijd heeft omdat het cement anders hard wordt. Een maand later wil het bouwbedrijf de opgelegde boete niet betalen. De overheid laat gangsters inhakken op arbeiders die gewond in het ziekenhuis komen. Meng gaat bij hen op bezoek en belooft een schadevergoeding, maar daar moeten ze heel erg lang op wachten. Een bedrijfsleider probeert een gedupeerde met een grote bek de mond te snoeren, anderen houden een zitdemonstratie achter de wielen van een vrachtwagen (zie foto). Na dertien maanden krijgen ze tenslotte hun schadevergoeding.

De zangers van een bedrijfskoor brengen hulde aan het project als dat eenmaal af is. Eerst worden de brugdelen gecontroleerd. Als er fouten gemaakt zijn moet het bouwbedrijf dokken. Meng zegt dat het project net een gouden appel is waar allerlei instanties van willen mee eten. Opzichters worden omgekocht door ze een rode envelop met inhoud te geven of een fles dure drank. Een medewerker van het bouwbedrijf stelt dat de communistische partij corrupt is.  Desondanks wordt de weg met veel ideologisch gezang op 30 december 2013 geopend. Tijdens de zang wordt een tekst op het scherm geprojecteerd dat er sinds 2007 37 bruggen zijn ingestort. Oma Ou woont in een ander huis en de boom staat nog niet in de aarde.   

Hier de site van The road met prachtige beelden van de wegenaanleg ondersteund met orgelmuziek en een samenvatting.

maandag 21 augustus 2017

Filmrecensie: Tussen 10 en 12 (2014), Peter Hoogendoorn


Reacties op slecht nieuws met veel aandacht in beeld gebracht

Tussen tien uur en twaalf uur in de ochtend kan veel gebeuren, ook al speelt zich dat allemaal in het kleine, namelijk de familiekring, af. Het debuut van Peter Hoogendoorn laat dit zien aandacht voor stil spel en met mooie details. Helaas ontbreekt een twist op het eind, waardoor al het moois toch de nek wordt omgedraaid.

Tussen 10 en 12 begint heel fraai met een scène tussen twee agenten in een politieauto. De man (Nasrdin Dchar) schilt een mandarijntje en vraagt de vrouw aan het stuur of ze een partje wil. Daaruit spreekt een open Hollandse sfeer en vooral rust die nieuwsgierig maakt naar het vervolg. Ze gaan er niet opeens na een oproep door met gierende banden, maar, zo zien we later, bellen aan bij het huis van Gerard en Irina die zelf niet thuis zijn, maar wel hun zoon Mike en diens vriendin Katja om de dood van Merel ,de zus van Mike te komen melden. Mike reageert agressief en Katja probeert de schade zoveel mogelijk te beperken.

Daarop gaan ze met z’n vieren naar de vader van Merel, die monteur is bij een busbedrijf. De scène waarin hij geïntroduceerd wordt is net zo mooi als de eerdere introductie van Mike en Katja. Gerard draait mopperend een stoel aan voor een chauffeur en belt met zijn vrouw die bij de kapper zit. Hij luncht met een collega die een Turkse achtergrond lijkt te hebben als de politiewagen arriveert om hem het slechte nieuws te brengen. Zijn zoon Mike is degene die zijn vader inlicht in een rustig magazijn. Alweer wordt duidelijk in beeld gebracht hoe iemand reageert op een akelige boodschap.

Daarna volgt de reis naar de moeder. Katja biedt zich aan om de kapsalon in te gaan. Ze kijkt rond maar vindt Irina niet en is niet zo assertief om te zeggen waar ze voor komt. Pas op het eind hoort ze dat Irina weggeroepen is naar haar werk bij een postorderbedrijf.

Daar gaat de auto weer. Ditmaal gaat Gerard zelf de hal in waar Irina werkt. Hij omarmt haar en fluistert het slechte nieuws in haar oor, maar Irina werpt totaal overstuur de pakketten naar haar man toe. Ze neemt wat later plaats in de auto en kalmeert als de mannelijke agent haar vertelt dat het lichaam van haar dochter nog in het ziekenhuis in Charleroi is en nog niet vrijgegeven. Tijdens een rit door een tunnel zien we het gezin in het halfdonker. Eenmaal bij hun woning gekomen worden handen geschud en verdwijnt iedereen. Katja blijft achter en loopt naar de bushalte, waar ze neer zit en huilt. De gitaarmuziek neemt de stilte over en daarmee zijn we aan het einde van deze episode gekomen.

De korte film Tussen 10 en 12 is ondanks het teleurstellende einde een veelbelovend debuut. Vooral de durf om stiltes te laten vallen en de karakteristieke details zoals het mandarijntje in de politieauto maken benieuwd naar het volgende project van Van Hoogendoorn. 

Hier de trailer.

Transit Havana (2016), documentaire van Daniel Abma


Hindernissen voor transgenders in een socialistisch land.

De Duitse documentairemaker Daniel Abma schetst in Transit Havana een scherp beeld van de problemen waarmee transgenders in Cuba te maken krijgen. In het socialistische land vormen het katholicisme en de macho mentaliteit een hindernis voor transgenders om het leven te leiden dat ze zelf zouden willen, ook al is er een minister in de persoon van Mariela Castro Espin die het goed met hen voor heeft en komen er jaarlijks een Nederlandse en een Belgische arts langs om operaties te verrichten en Cubaanse collega’s op te leiden. Abma toont de problemen van transgenders aan de hand van drie hoofdpersonen, Odette, Juani en Malú.

Odette zet een kopje koffie voor haar grootmoeder neer en spreekt meteen een gebed uit. Ze is erg godsdienstig maar wil wel een geslachtsoperatie omdat ze zich in het lichaam van een man niet prettig vindt. Eerder was ze tankbestuurder in het leger en ze denkt eraan hoe haar collega’s zullen schrikken als ze haar terug zouden zien. Ze is blij met de toenadering tussen Cuba en de Verenigde Staten, omdat hierdoor de persoonlijke vrijheid kan toenemen. Dit is van belang voor haar omdat haar moeder niets ziet in een operatie. Hierdoor wilde Odette eerder een eind aan haar leven maken. Ze zegt dat anderen haar niet kunnen accepteren zoals ze is. Eerder had ze daar zelf ook moeite mee. Pas toen iemand vertelde hoe ze in elkaar zat, viel het kwartje. Ze zit alleen maar haar lage stem. Haar baas maakt het niet uit hoe ze is als ze maar gelooft. Odette dreigt de banden met haar familie te verbreken als ze dwars blijven liggen. Haar moeder gaat mee naar de kliniek om haar bezwaren duidelijk te maken. Ze krijgt steun van de katholieke kerk. De dorpspastoor keurt de operatie ook niet goed. Odette is wanhopig en gaat het liefst meteen naar de hemel.

Juani dient zichzelf testosteron toe, die hij eerder niet kon krijgen. Hij toont een foto waarop te zien is dat hij als dertienjarige al eens behandeld was. Samen met zijn broer luistert hij naar een toespraak van Mariela op televisie, tot de stroom het begeeft. Hij gaat naar het ziekenhuis en vertelt de doctoren over de werking van de penis, door hem Pancho genoemd, die hij gekregen heeft en hoort dat ze die nog beter zullen maken.
Juani woont bij zijn broer die een bedrijfje in matrassen heeft. Breed hebben ze het niet maar Juani heeft ook nog een pensioen waardoor ze het uit kunnen zingen. Hij zou het liefst een vrouw vinden en met haar in een eigen huis gaan wonen. Hij heeft een boeiend telefonisch contact met een vrouw en hoopt dat ze terugbelt.

Malú gaat samen met een vriend, die ook een transgender is, naar het strand. In de auto praten ze over het insnoeren van hun ballen met tape. Malú gaat heel vrouwelijk in bikini de zee in. Haar operatie wordt door een commissie bepaald. Ze gaat net als Juani naar een nationaal congres voor transgenders in Santiago waar Mariela hen toespreekt. Ze scheert zich voor een ontmoeting met een nog onbekende man. Haar vriend Willy zit in de gevangenis. Ze verdient geld bij met seksuele contacten. Het leven is niet slecht maar ze hoopt dat ze in de komende jaren toch nog een kans krijgt op een operatie.   

Daniel Abma is onder andere bekend van de documentaire Nach Wriezen, waarin hij drie jongeren volgt op hun weg in de maatschappij na drie jaar gevangenschap.

Hier de trailer, hier mijn bespreking van Nach Wriezen.

zondag 20 augustus 2017

Recensie: De glazen stolp (1997), Sylvia Plath


Bevlogen jonge vrouw zit gevangen onder stolp

De Amerikaanse dichter en schrijfster Sylvia Plath (1932 – 1963) maakte furore met haar huwelijk met de Engelse dichter Ted Hughes, dat een stormachtige ontwikkeling kende en niet goed afliep. In 1963 pleegde Plath, die leed aan een bipolaire stoornis, zelfmoord en liet Hughes achter in Engeland met de zorg van hun twee kinderen. Over de relatie zijn boeken volgeschreven, onder andere door Connie Palmen in Jij zegt het (2015). Laatst nog refereerde Max Porter zijdelings aan het stel in zijn boek over rouw, Verdriet is een ding met veren (2016).

De roman die vlak voor haar dood gepubliceerd werd heette The bell jar, in het Nederlands vertaald als De glazen stolp. Daarin beschrijft Plath de wijze waarop haar alter ego Esther Greenwood in haar jeugd van het rechte spoor afraakte. In het eerste deel is er nog weinig aan de hand. Ze zit op een College in Boston en neemt deel aan een gastredactieprogramma voor een twaalftal getalenteerde leerlingen, dat georganiseerd wordt door het damesblad Ladies Day hartje zomer in New York. In het hotel waar de meisjes verblijven en van waaruit het ene na het andere uitstapje georganiseerd wordt, mogen geen mannen komen, maar dat neemt niet weg dat hun contact wel gezocht wordt door  Esther en de eigenzinnige Doreen. Ze gaan een avondje uit met een beroemde radiopresentator en zijn vriend. Helaas verloopt het samenzijn niet zoals de bedoeling was waarop Esther besluit zich te conformeren aan de meerderheid. De sfeer in het eerste deel is meisjesboekenachtig, maar dat verandert als de vaderloze Esther na de zomer in New York in een gat blijkt te vallen.

Tegenspeler in de roman is Buddy Willard, zoon van een kerkelijke dame die al eerder graag wilde dat hij met Esther trouwt. Buddy zit op het voornamere Harvard en wil dokter wil worden. Esther is vereerd dat hij haar op bezoek vraagt, maar te beschaamd over haar gebrek aan seksuele ervaring om een relatie aan te gaan. Tijdens een skivakantie breekt ze door toedoen van Buddy op twee plaatsen haar been en later loopt Buddy tbc op en komt in een kliniek terecht.

Het feit dat Esther na het gastprogramma wordt afgewezen voor een schrijfopleiding haalt haar uit haar evenwicht. Ze blijft thuis, vereenzaamd en valt niet meer in slaap, waardoor haar mentale gezondheid hard achteruit gaat. Ze wil zelf gaan schrijven maar beseft dat ze daarvoor de levenservaring mist. Haar moeder stuurt haar naar de dokter die haar verwijst naar een psychiater en vandaar ontkomt ze niet meer aan een inrichting waar men brute elektroshocks op de patiënten toepast. Gelukkig wordt Esther door een gerenommeerd schrijfster gered en naar een kliniek gestuurd waar men een humane behandeling voorstaat. Op het eind ontmoet Esther de vroegere vriendin van Buddy, die wel in staat is om de zelfmoord te plegen die Esther eerder op verschillende manieren van plan was. Zij moet maar afwachten of de medische staf haar laat gaan. Zelf heeft ze daar weinig vertrouwen in. Ze vreest dat ze na ontslag weer in de glazen stolp komt waarin ze zich eerder gevangen voelde. ‘Hoe wist ik dat niet op een dag – op College, in Europa, ergens, waar dan ook – de stolp, met zijn verstikkende vertekeningen, weer over me zou neerdalen?’ De roman eindigt open, net voor aanvang van het gesprek met de doctoren over een mogelijk ontslag.   

De glazen stolp is het hilarische maar vooral droevige relaas over een bevlogen jonge vrouw die niet uit de glazen stolp kan komen waarin ze gevangen gehouden wordt. Nog tragischer dan het levenslot van Esther Greenwood is dat van Sylvia Plath zelf.  

Hier mijn bespreking van Verdriet is een ding met veren, hier mijn verslag van het gesprek van Wim Brands met Connie Palmen over Jij zegt het.

No man is an island (2015), documentaire van Tim de Keersmaecker


Vluchtelingen krijgen snel te maken met isolement

De Belgische documentairemaker Tim de Keersmaecker gebruikt een regel van de Engelse dichter John Donne uit 1624 voor de titel van zijn documentaire die dan ook over twee vluchtelingen gaat die zich niet zo erg thuis voelen op het Italiaanse eiland Lampedusa. Zoals Donne al zegt kunnen mensen niet verder groeien als ze niet verbonden zijn met anderen. De Keersmaecker maakt dit duidelijk in de portretten van de zestienjarige Adam uit Ghana en de eenentwintigjarige Omar uit Tunesië. De beide moslims hebben moeite om zich staande te houden in de christelijke Italiaanse cultuur, die in beeld wordt gebracht met een devote Maria processie.

De Keersmaecker begint met een beeld van een zeeschildpad die aan land komt om eieren te leggen. Deze komen na enige tijd uit, waarna de kleintjes het ruime sop kiezen, iets wat voor vluchtelingen door alle beperkingen niet mogelijk is, zoals gister weer te zien was in beelden van jonge Afrikanen die graag naar Groot Brittannië willen maar in Brussel vastlopen.

Adam werd na zijn boottocht opgevangen door hoteleigenaar Claudio, die in Panama geboren werd, in Colombia opgroeide en lange tijd in Napels woonde voordat hij naar Lampedusa kwam, eerst om een fitnesscentrum te beginnen. Hij hoorde dat Adam werk zocht en hij stelde hem aan in zijn hotel om de tuin te sproeien, in de keuken te helpen en andere voorkomende klusjes te doen. Mooie voorbeelden daarvan zijn dat Adam een teer boompje water geeft en dat hij het dak wit schildert tot hij nauwelijks plaats voor zijn voeten overhoudt. Hij geniet er erg van om met het thuisfront te bellen. Hij krijgt voor het schoolseizoen begint bijles van een oudere mevrouw en voetbalt met plaatselijke jongeren (zie foto) naast het terrein waar de kapotte boten liggen. Het is treurig om Adam in zijn voetbalkleren aan de kant te zien zitten omdat het partijtje die avond niet doorgaat. Later vertelt hij een van spelers niet met illegalen wilde spelen. Claudio is dan wel begaan met de vluchtelingen, maar anderzijds gedraagt hij niet veel anders dan een meester die van zijn ondergeschikten verwacht dat zij hun werk doen, terwijl hij zelf een siësta houdt. Soms wordt het Adam te veel, zoals blijkt uit chaotische beelden van Adam in een botsautootje die gemengd worden met beelden van een welkomstbord in de straat en een vuurtoren die voorspelbare lichtstralen uitzendt. Hij zou willen reizen en andere mensen leren kennen maar voelt vooralsnog gemis.

Omar werd opgevangen door een arts, dokter Bartolo, die hem onderdak gaf en hem zo goed mogelijk probeert te begeleiden. Omar spreekt een nieuwe groep vluchtelingen die net van de boot komen en met een bus naar een opvangcentrum vervoerd zijn, in het Arabisch toe. Omar vertelt hen dat ze zo dadelijk te eten zullen krijgen en een humane behandeling te wachten staat. Bartolo heeft veel aandacht voor zwangere vrouwen en kinderen onder de vluchtelingen. Hij zegt dat er meer Roemenen dan Afrikanen op het eiland zijn want de laatsten reizen meestal door. Omar wilde het liefst naar Rome en begreep pas later dat hij zich op een eiland bevond. Omdat hij last heeft van buikkrampen, stelt psychiater Nonna hem voor de actief wordt en een baantje als steward bij Ryanair probeert te krijgen, maar daarvoor moet hij eerst Engels spreken. Tijdens het gezamenlijk paaslunch vertelt Omar daarover aan zijn tafelgenoten, maar erg veel vertrouwen lijkt hij niet in zijn mogelijkheden te hebben. Hij wil nog steeds naar Rome omdat daar de vrienden zijn met wie hij samen vluchtte. Later hoort Bartolo dat hij met een bijna vijfenzestigjarige Brit vertrokken is. Hij keurt het niet goed, maar begrijpt dat de jongeman zich op het eiland benauwd voelde. Omar zegt daarover dat de oude man meer wilde dan alleen verzorgd worden en dat hij daarom naar Stockholm vluchtte waar zijn broer woont. Die wilde hem echter niet helpen. Hij denkt dat hij naar Rome wordt teruggestuurd omdat hij aan een infectie lijdt. Hij meest van alles wil hij een hechte liefdesrelatie.

Hier de trailer.

Filmrecensie: Le procès (1962), Orson Welles


Fascinerende film over fataal menselijk lot

Le procès is de Franse vertaling van Der Prozess dat Kafka in 1925 schreef. Orson Welles, eerder bekend van het radiohoorspel over de Marsmannetjes die de aarde aanvielen, regisseerde in 1941 Citizen Kane, zijn eerste lange speelfilm en beschouwd als de beste film aller tijden, maar Le procès mag er ook zijn. Het verhaal over kantoorklerk Joseph K., fraai gespeeld door Anthony Perkins, die schuldig wordt verklaard aan iets waarvan hij niet weet wat het is, heeft een sterke existentiële dimensie en wordt fraai ingekleed met allerlei vrouwen die K. willen helpen, al doen ze dat niet vanuit edele motieven.

De eerste vrouw die K. bijstaat is een huurster in het pension waar K. een kamer heeft betrokken. Deze mejuffrouw Bürstner (Jeanne Moreau) werkt als theatermeisje en komt altijd in de vroege ochtend thuis. Ze hoort over hetgeen K. vertelt over een aanklacht die tegen hem is ingediend door een drietal medewerkers van zijn kantoor en overgebracht door twee politiemensen met hoeden op. Bürstner vraagt hem of hij het niet gedroomd heeft en nodigt hem uit in haar kamer. Daar volgt een gesprek over schuldig zijn en zich schuldig voelen. ‘Helaas is er niemand rein,’ voegt zij hem toe, waarmee ze verwijst naar de oerschuld die de mens bij zijn geboorte op zich genomen heeft. Zelf dient ze algauw het pension te verlaten. Hoewel de beheerster Grubach nooit erg ingenomen was met haar verblijf in haar keurige pension, meent K. dat hij ook deel heeft aan haar vertrek, mooi uitgebeeld door een vriendin die een zware koffer meezeult tussen de flats.

Wat eerst nog een grap leek, blijkt steeds meer ernst. Als K. in het theater zit, krijgt hij een briefje aangereikt dat er iemand op hem wacht. Hij krijgt een plattegrond mee van de rechtszaal die bomvol zit met mensen. K. houdt zich groot en doet zijn beklag maar veel helpt het niet. Ook al kan hij gewoon zijn werk doen te midden een hal vol collega’s, de doem blijft boven zijn hoofd hangen. Oom Max komt poolshoogte nemen en gaat met hem naar een advocaat die goed staat aangeschreven. Helaas ligt deze Hastler (gespeeld door Orson Welles zelf) ziek in bed, maar diens assistente Lénie (Romy Schneider) neemt hem mee naar een zijkamertje vol paperassen waar ze hem verleidt en hem aanraadt om minder star te zijn. Op zijn weg naar de uitgang ziet K. een andere cliënt die in een kamertje zit te wachten. Later ziet hij dat die man, Bloch, aan het lijntje wordt gehouden, iets waar hij zelf voor past.

Een advocaat zal hem niet verder brengen, zo heeft hij inmiddels wel begrepen. Zelfs als hij met Hastler op goede voet zou staan, moet hij nog overeenstemming bereiken met een hele schare hogere advocaten. Het doolhof waarin K. zich bevindt, staat symbool voor de onmogelijke opgave die hij op te lossen heeft. Op zijn tocht door het gebouw komt hij langs een hele rij verdachten die op hun vonnis wachten. Hij belandt zelfs in een kathedraal waar hij vanaf de preekstoel hoort verkondigen dat men schuldig is zolang de onschuld niet bewezen is. Hastler komt hem nog achterna gelopen met een verhaal - dat al in het begin van Le procès in animatiebeelden werd vertoond - over een man die bij een poort komt maar niet wordt doorgelaten door een bewaker. Hij wacht jarenlang tot hij oud geworden vraagt hoe het komt dat er nooit een ander toegang heeft gevraagd, waarop de bewaker zegt dat de poort alleen voor hem bestemd is geweest maar dat hij die nu gaat sluiten. Het lot van K. is bezegeld. De wet is voor het individu niet toegankelijk. Beelden van eenvormige buitenwijken in Oost Europa waarin het individu tot niets gereduceerd is, maken dit duidelijk. Daar wordt de existentiële situatie van de mens nog het duidelijkst zichtbaar, maar ook elders dient men zich nergens op te verheugen.  

Hier de Engelse trailer.

zaterdag 19 augustus 2017

Filmrecensie: Nobody knows (2004), Hirokazu Koreeda


 Trage beelden maken beklemmende toestand zeer duidelijk

Zoals ik in mijn bespreking van de film Kiseki (2010) ofwel I wish opmerkte, is Nobody knows een film die rustig van aard is, met veel aandacht voor het detail, maar dat neemt niet weg dat de wreedheid van verwaarlozing des te sterker naar buiten komt.

Keiko Fukushima, een moeder van vier kinderen van verschillende vaders uit Tokio, heeft er baat bij haar kinderen van de buitenwereld afgezonderd te houden. Als ze eenmaal een geschikte man gevonden heeft, komt alles goed, zo prent ze haar kinderen in. Tot het zover is moeten ze zich gedeinsd hadden. Alleen Akira mag naar buiten om de nodige contact met de buitenwereld te onderhouden en boodschappen te doen. De anderen moeten vooral geen lawaai maken zoals ze in het vorige appartement deden, want dan moeten ze straks weer verhuizen.

Het is een fraai beeld om te zien hoe de jongste kinderen, de zoete Yuki en de drukke Shigeru, beiden in koffers het nieuwe appartement betreden, Akira haalt de oudere zus Kyoko ergens op uit de stad. Moeder Keiko is heel aardig, op het kinderlijke af, hetgeen mooi past bij haar rol. Ze neemt sushi mee voor de kinderen en doet spelletjes met hen, maar dan komt er een periode dat ze voor langere tijd weg moet. Ze draagt Akira op om de zorg voor de anderen op zich te nemen en legt geld neer. De twaalfjarige jongen kwijt zich ernstig en vol zorg aan zijn taak. Het is dan ook smartelijk om te zien dat hij door een winkelier van diefstal wordt beticht. Gelukkig is er een winkelmeisje dat gezien heeft dat andere kinderen de zogenaamd gestolen in zijn tas stopten, terwijl hij een tijdschrift aan het lezen was.

Akira en de anderen zijn blij dat hun moeder eindelijk weer terug is, maar des te erger is het dat ze ook weer vertrekt. Hoewel ze zegt dat ze met kerst thuis zal zijn, blijft ze ditmaal helemaal weg. De thuissituatie verslechtert tot in de lente het water en het gas worden afgesloten. De kinderen zich moeten behelpen met een kraantje in het park en het voedsel dat het winkelmeisje door de achterdeur aan Akira aan reikt. Zelf kan hij zich niet bedwingen om contacten met leeftijdsgenoten aan te gaan, die hem echter ook weer links laten liggen. Dat geldt niet voor de gelijkgestemde Saki die de kerstkaarten voor de kinderen schrijft, die zogenaamd van de moeder komen.  

De details in de film zijn zeer aansprekend, zoals te zien is in de precieze manier waarop Kyoko het rode pianootje neerzet dat ze mee verhuist heeft en de manier waarop ze in het park het speelapparaat van zand ontdoet nadat Yuki daarop gespeeld heeft. Netheid is een duidelijke eigenschap in de Japanse opvoeding, vandaar ook de pijnlijke toestand als het huishouden in het honderd loopt.

De film is gebaseerd op ware gebeurtenissen, al zijn de details verzonnen. Met dit onderwerp snijdt Koreeda een belangrijk onderwerp aan. Hij laat zien hoe belangrijk het voor de kinderlijke ontwikkeling is om aandacht te krijgen van een volwassene. Dat is net zo van belang als voedsel. De traagheid waarmee de film zich voortsleept maakt dit pijnlijk duidelijk. 

Yuga Yagira (Tokio, 1990) speelt een grootse rol als Akira, die het begin vormde van een indrukwekkende carrière, waarin hij als jongste acteur ooit in Cannes werd bekroond met de prijs voor de beste acteur.

Hier de trailer, hier mijn bespreking van Kiseki

Inside the Chinese closet (2015), documentaire van Sophia Luvara


Moeilijke verhoudingen tussen Chinese homoseksuelen en hun ouders

De Italiaanse documentairemaker Sophia Luvara verdiepte zich in de omstandigheden waarin homoseksuelen in China leven. Tot 1997 was hun verschijning nog strafbaar.
Ze portretteert twee homoseksuelen uit Shanghai die op zoek zijn naar een kind waarmee ze hun ouders gerust kunnen stellen. Andy heeft zelf geen vaste relatie, Cherry beëindigt die tijdens het maken van de documentaire, waarvan de titel wellicht vertaald zou kunnen worden met het afvoerputje van de Chinese samenleving.

De sfeer waarin Andy leeft is ongekend Westers. Hij is architect, woont in een fraai appartement en wordt vanwege zijn lijvige gestalte in Chinese homoseksuele kringen een beer genoemd en zoals hij zelf zegt is hij een heel populaire. Hij zit aan de telefoon met zijn vader die het heel erg vond dat hij homo was en graag een kleinkind wil Het is duidelijk dat Andy nogal onder de plak van zijn vader zit en nauwelijks de ruimte heeft om zijn eigen leven te leiden. Hij kookt voor een vrouw die naar Canada vertrekt en zou eventueel met haar kunnen trouwen maar er zijn ook andere kandidaten.

Cherry zegt dat ze nog niet uit de kast is gekomen maar dat haar ouders wel het vermoeden hebben dat ze homoseksueel is. Ze bevindt zich in de omgeving van de school waar ze ooit weg werd gestuurd vanwege een relatie met een vriendin, maar waar ze toch mocht blijven omdat haar vader de directeur omkocht. Ze wilde helemaal niet lesbisch zijn en probeerde zich aan te passen. Cherry praat met haar moeder over de prijzen van een adoptiekind. Haar vader hoorde over een jongetje dat in de aanbieding is, maar Cherry betwijfelt of het kind gezond is.

Ze bezoekt een schijnhuwelijksmarkt waar ook Andy zich laat zien. Die heeft later een gesprek met de geliefde van Cherry omdat de twee aan het einde van hun relatie zijn. De knappe vrouw met bril wil in ieder geval niet rechtstreeks bevrucht worden. Andy neemt graag een foto van haar om zijn vader tevreden te stellen. De vader praat op zijn zoon in over de verdere mogelijkheden van een draagmoederschap die zo’n halve ton bedragen. De transacties doen heel zakelijk aan. Andy raadpleegt het internet en hoort van de Thaise Nicole dat de wettelijke mogelijkheden daar ingeperkt zijn. Luvara zegt dat ze zich eventueel ook wel beschikbaar wil stellen en praat met Andy over de consequenties daarvan. Op de vraag van Luvara over hij de film aan zijn vader zou willen laten zien, antwoordt Andy bevestigend. Het zou zijn vader meer inzicht geven in zijn problemen. Zijn moeder houdt hij liever buiten schot. Dat ligt allemaal te gevoelig.

Cherry viert met haar ouders het Chinese nieuwjaar en wordt door de familie aan de tand gevoeld over het feit dat ze nog geen kind heeft. Ze vertelt haar moeder onder vier ogen over haar situatie als homoseksuele vrouw en wil niet dat zij haar in de wielen rijden met het zoeken naar een kind. Haar vader kijkt naar een uitzending over stijldansen op de televisie. De beelden zeggen genoeg.

Aan het eind laat Luvara weten dat Andy tegenwoordig naar een kind in de Verenigde Staten zoekt en dat Cherry als gescheiden vrouw in een appartement in Shanghai woont. De invalshoek om het moeilijke leven van homoseksuelen via de zoektocht naar een kind voor de grootouders aan de orde te stellen, is uitermate boeiend en spannend.

Hier de trailer op vimeo.

Filmrecensie: La vache (2016), Mohamed Hamidi


Landbouwbeurs mekka voor boeren

Het verhaal van La vache is even aardig als simpel. Een vrolijke Algerijnse boer, Fatah Bellabès geheten, heeft een koe en wil daarmee graag naar een landbouwbeurs in Parijs, dat een mekka voor boeren is. Vanwege zijn francofiele instelling heeft hij zijn koe, van een soort met de naam Tarentaise die veel in de Alpen voorkomt, Jacqueline genoemd. Samen trekken ze door Frankrijk en beleven allerlei avonturen. Hoewel La vache gemakkelijk zou kunnen ontaarden in een melige vertoning, blijft de film aanvaardbaar door de teksten die op niveau zijn en ergens over gaan, bijvoorbeeld over de moeilijkheden die een goedwillende moslim in Frankrijk ondervindt.

Fatah is een man uit Boulayouni die door zijn mede dorpelingen met een scheef oog wordt bekeken omdat hij zo gek is op zijn koe, waarmee hij naar de markt gaat om de producten van zijn land te verkopen. Zijn vrouw Naïma moet wedijveren met zijn liefde voor de koe en heeft daar de pest over in. Ze is haar rode kleed kwijt en vraagt Fatah of die het gezien heeft, waarop Fatah het kleed zo snel mogelijk van de rug van Jacqueline haalt. Als ze hoort dat Fatah een uitnodiging heeft gekregen voor de beurs inclusief een visum maar zonder reiskostenvergoeding, zegt ze hem dat hij bij haar broer Hassan langs te gaan die in Marseille woont. Fatah heeft daar echter niet veel trek in omdat hij een vervelende ervaring met Hassan heeft gehad. De vader van Naïma geeft hem echter een pakket mee zodat hij niet om een bezoek heen kan. De schoolkinderen volgen de reis op de landkaart op de voet en leren daarmee iets van aardrijkskunde, taal en rekenen.

Hassan is niet erg blij om Fatah te zien, maar diens vrouw Stéphanie, een knappe blondine, is des te nieuwsgieriger naar haar zwager. Op weg door het zuiden van Frankrijk logeert Fatah later bij een vriendelijke boerin, die ook Jacqueline heet. Hij geeft haar in de ochtend een kan melk en kookt voor haar een Algerijns gerecht met paprika en knoflook, Felfel geheten. Een bezoek aan een dorpsfeest leidt tot de nodige commotie omdat een vrouw die Cathy heet foto’s van hem maakt terwijl hij een fles drank aan zijn mond heeft en met haar zoent en die doorstuurt naar Algerije. Naïma is niet blij en de vrijgezelle dorpeling Mokhtar praat op haar in dat hij een betere echtgenoot zou zijn. Samir brengt hem op de hoogte van een en ander.

Als Fatah in een groene wei aan het bidden is, verdwijnt Jacqueline. Ze staat vast met haar poten in de rivier op het landgoed van de arme en gescheiden graaf Philippe, die helemaal niet blij is met het gezelschap maar in de loop van de ontmoeting bijdraait.
Fatah probeert de graaf op te beuren door hem te vertellen over het hasanaat en Philippe helpt Fatah een brief te schrijven aan Naïma om zich te verontschuldigen over de foto’s. Hij legt daarin uit dat hij niet schuldig was aan overspel maar dat dit kwam door de perensap die hij van een Fransoos kreeg aangeboden, hetgeen in de film een gimmick wordt.

De afloop van de film maakt van La vache een feelgood movie. Zelfs de onwillige Hassan zet zich in om zijn zwager op tijd naar de landbouwbeurs te krijgen en er voor te zorgen dat Jacqueline toch nog mee kan doen al waren ze door allerlei verwikkelingen te laat. Hamidi brengt daardoor mensen bij elkaar. Dat is een hoopgevend geluid in deze tijden van haat en uitstoting.

Hier de trailer van La vache die in het Engels, hoe kan het anders, The cow heet.

vrijdag 18 augustus 2017

What happened, Miss Simone? (2014), documentaire van Liz Garbus


Doodeerlijke zangeres gebeukt door de tijdgeest

Liz Garbus, bekend van de documentaire Bobby Fischer against the world maakte met What happened, Miss Simone? andermaal een prachtig portret van iemand die het niet gemakkelijk had in haar leven. Nina Simone (1933-2003) kwam net als Fischer haar ongeluk te boven door zich te richten op haar talent, namelijk haar enorme kwaliteit als pianiste en zangeres. Gitarist Al Schackman en dochter Lisa vormen, naast dagboekaantekeningen van Nina zelf, belangrijke informatiebronnen.

Garbus begint met het optreden van Simone in Montreux in 1976, waarop ze de vraag stelt waarom ze acht jaar niets van zich heeft laten horen. Dat is een mooie aanleiding om terug te blikken op haar leven.

 Simone werd als Eunice Waymon geboren in North Carolina en leerde piano spelen in de kerk waar haar moeder predikant was. Dat werd opgemerkt door een blanke pianolerares die haar de beginselen van de klassieke muziek bijbracht. Ze werd niet toegelaten tot een conservatorium omdat ze zwart was, maar deze opleiding gaf haar vlak voor haar dood nog wel een eredoctoraat.

Ze zong in een bar in Atlantic City, veranderde haar naam zonder dat haar moeder dat wist in Nina Simone –naar Simone Signoret - en werd daar opgemerkt door politieman Andrew Stroud die zijn carrière opgaf om haar manager te worden. Bandlid Schackman had inmiddels door dat Simone iets dwarszat. Ze communiceerde slecht, maar ze hadden wel een telepathisch contact. Clubeigenaar George Wein wist wat hij voor vlees in de kuip had en bracht haar naar het Newport jazzfestival in 1960. Daar brak ze door met Little Liza Jane. Hugh Hefner van Playboy nodigde haar uit om de hit Porgy te komen zingen. Ze trouwde in 1961 met Stroud en trok in een mooi huis in Mount Vernon, New York, waar niet veel later Lisa geboren werd, die vervolgens haar moeder nauwelijks zag.

Het gebrek aan inhoud speelde Simone op, maar gelukkig was er de burgerrechtenbeweging waar ze haar ziel in kwijt kon en ook haar woede op Stroud die haar sloeg. Ze vertolkte haar gevoelens na een moord op zwarte kinderen in een kerk in het nummer Mississippi Goddam en speelde dat ook tijdens de mars naar Selma in 1965.  
Haar radicalisering vervreemdde haar van haar publiek en de platenmaatschappijen. Schackman zag dat ze tegen demonen vocht en liet haar vijf dagen opnemen, maar in 1968 na de moord op Marten Luther King vertrok ze naar Liberia waar ze zich eindelijk bevrijd voelde. Lisa die zich bij haar voegde, ervaarde dat haar moeder zelf ook sloeg, zodat ze terugging naar haar vader.

Om geld te verdienen ging Simone naar Montreux waar ze het publiek duidelijk maakte hoe ze ervoor stond. Daarna ging ze naar Parijs maar dat was geen succes. Haar vriend Gerrit de Bruin haalde haar uit de goot en nam haar mee naar Nederland waar ze medicijnen tegen manisch depressiviteit kreeg toegediend, hetgeen maakte dat ze in ieder geval haar muzikale carrière weer kon opnemen. Lisa, die de documentaire ook produceerde, zegt dat de muziek haar redding was.  

De titel is afkomstig van een uitspraak van de zwarte Amerikaanse schrijfster en dichteres Maya Angelou (1928-2014), die in haar eerste roman I know why the caged bird sings haar traumatische jeugdervaringen beschrijft.

Hier de trailer van What happened, Miss Simone? hier mijn bespreking van Bobby Fischer against the world.