Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.


Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

vrijdag 31 oktober 2014

Filmrecensie: Whatever works (2009), Woody Allen




Geestig idee leidt tot gemaakte productie

Woody Allen is iemand die graag een pastiche maakt van de werkelijkheid, vooral als het gaat over relaties en in Whatever Works is hij daar zeker in geslaagd. Vanaf de meezinger Hello, I must be going van Groucho Marx ligt de ironie over ons menselijk geploeter er duimendik bovenop. Hoofdpersoon Boris Yellnikoff is een oudere cynische intellectueel die graag tegenover zijn vrienden zijn verdoemenis uitspreekt over de wereld en zich daartoe ook tot de kijkers wendt. Aan de moraal heeft hij een broertje dood. Het leven is een horrorfilm te vergelijken met de Afrikaanse ervaring van Kurtz in The heart of darkness van Joseph Conrad. Het gaat er in het leven om wat werkt.

We schakelen na deze preek terug naar het huwelijk dat Boris met Jessica had en krijgen een dialoog te zien tussen de twee partners om vier uur in de ochtend als Boris een paniekaanval heeft omdat de verhouding hem niet aanstaat en hij daarom uit het raam springt.

Wat wel werkt is een verhouding tussen deze ingenieuze maar wanhopige natuurkundige, die na de sprong uit het raam kreupel is geraakt en Melody, een jong meisje uit Eden, Mississippi dat in New York in gestrand. Niet dat Boris daarvoor zijn best doet. Integendeel, het liefst wil hij dat Melody uit zijn armoedige slooppand verdwijnt.

Gedurende de hele film speelt het thema aantrekken en afstoten een grote rol. Melody is degene die Boris steeds naar zich toetrekt en zich zelfs zijn negatieve ideeën eigen maakt. Ze vindt een baantje als hondenuitlaatster om de huur voor het slooppand te kunnen betalen. Perry, een collega van dezelfde leeftijd die graag meer met Melody wil, ziet ze niet staan. Dat hij alles in het leven fantastisch vindt, staat haar erg tegen.

De film krijgt een wending als de moeder van Melody met haar koffer in het pand verschijnt. Haar man heeft haar verlaten voor haar beste vriendin. Ze valt flauw als ze hoort dat Boris en Melody een jaar getrouwd zijn en probeert haar aan de jonge acteur Randy te koppelen. Zelf gaat ze de hort op met mannen uit de kunstscène. Melody is niet tegen de avances van Randy opgewassen en biecht dat later ook op aan Boris. Deze legt zich bij de situatie neer. Hij ziet bevestigd dat relaties vergankelijk zijn. Als hij weer uit het raam springt, komt hij terecht op een helderziende vrouw, meer van zijn eigen leeftijd. Om de slapstick compleet te maken, verschijnt later ook nog de vader van Melody op het toneel. Hij blijkt toch niet zo goed te kunnen omgaan met de vriendin van zijn vrouw en vrijt in zijn hart liever met een man.  

Whatever works kent fraaie momenten, vooral op taalgebied, zoals Boris over diens oma die, als ze wielen had gehad een tram was geweest en clichés die soms de beste manier zijn om gevoelens uit te drukken, maar ook veel flauwiteiten zoals het doorgaan op het misverstand dat Boris een honkballer zou zijn geweest of een filmacteur. Grappig is dat Melody tegen Randy begint over de theorie van Heisenberg, waarin de observator het experiment beïnvloedt. Ze past het toe op haar moeder die met twee mannen tegelijk naar bed gaat.

De happy ending maakt deze pastiche compleet. Yellnikoff raadt de kijker aan het toeval te omarmen in dit zinloze universum. Helaas maakt zo’n perfect doorgevoerd geestig idee nog geen meeslepend verhaal. Door de hele film heen hoort men de stem van Woody Allen door die van Yellnikoff heen. Het resultaat is erg bedacht en gemaakt.

Hier de trailer, waarin Yellnikoff zich tot het bioscooppubliek wendt.

donderdag 30 oktober 2014

Theaterrecensie: De avond, Nieuw West/Marien Jongewaard, Toneelschuur, 29 oktober 2014





Jongemannen zetten een ijzersterk tijdsbeeld van de jaren tachtig neer

De generatie die opgroeide in de jaren tachtig had het niet gemakkelijk. Na jaren, waarin hoop, geloof en vooral liefde werd uitgedragen, stortte deze wereld in en kwam er een veel zwartere voor in de plaats met (jeugd)werkloosheid en een gespannen verhouding in de internationale politiek. Geen wonder dat de nieuwe generatie zich verloren voelde. Vier jongemannen van theatergroep Nieuw West/Marien Jongewaard verbeelden deze tijd op bijzondere wijze naar inhoud en vorm.

Dat begint al meteen met het toepasselijke tekst van Paint it black van de Rolling Stones, die Ruben Brinkman (tweede van rechts) in het halfdonker voor de microfoon ten gehore brengt. I see a red door and I want to want it painted black. No colors anymore, I want them to turn black. De flower power periode is duidelijk voorbij. Na het reciteren van deze veelzeggende poëtische tekst krijgt Brinkman steun van zijn medeacteurs, die de tekst eerst zonder en later met muzikale begeleiding nog eens herhalen, waarmee de toon gezet is voor het vervolg, waarin de sfeer van de jaren tachtig op indringende wijze naar voren worden gehaald.

In de scène De zomer van 1981 geven de acteurs om beurten hun visie op die periode. Ze beginnen steeds met de titel en vullen elkaar aan, herhalen of verbeteren elkaar, hetgeen voor een bedwelmend effect zorgt. Dit komt niet alleen tot uiting in de teksten, die van de hand van Rob de Graaf zijn, maar ook in de lichaamshoudingen. Vooral de stilering van Job Römer (geheel links op de foto) is erg krachtig.

Op de achtergrond hangt een zwart gazen gordijn met daarachter, in amateuristische wijze neergepend, de letters die samen het woord The 4th wall vormen, hetgeen veel zegt over de benauwdheid die de tijd uitstraalde. Dit wordt duidelijk gemaakt in een scène die over Oedipus gaat en later nog eens verklaard wordt door Xander van Vledder (tweede van links) in een scène waarin hij zijn huis beschrijft als een innerlijke gevangenis, waar hij toch niet uit wil, omdat die hem toch veiligheid biedt in een verder boze wereld.

De verveling die dit met zich meebrengt, wordt doorbroken door een avondje stappen. Je bent jong en je wilt wat. De jongemannen maken zich uitgebreid op zoals John Travolta’s die op zoek gaan naar hun Olivia’s. De avond werd deels geïnspireerd op De avonden van Gerard Reve. De roman vormt slechts een klein, maar wel hilarisch deel van het voorstelling. Ruben Brinkman vond het boek erg vervelend, terwijl er voor Jurriën Remkes (rechts op de foto) een wereld openging. De lethargie die Frits Egters uitstraalt, komt mooi terug in de genoegzame, wat treiterende manier waarop Xander van Vledder op de bank ligt. Liever dan zich naar buiten te wagen, om bijvoorbeeld te demonstreren tegen de neutronenbom, wacht hij af.

 Het Engels geeft een wijder strekkend verband aan de teksten. Het is alleen wat merkwaardig dat aangehaalde liedteksten zoals California dreaming en het genoemde Paint it black uit de jaren zestig stammen en dat we weinig muziek uit de jaren tachtig horen, zoals van UB 40 bijvoorbeeld met hun nummer One in ten dat over de gevolgen voor het zelfgevoel gaat als als jongere geen werk kan vinden en zich een statistical reminder voelt in een wereld die totaal onverschillig is.

De voorstelling, geregisseerd door Marien Jongewaard, loopt uit in een prachtige eindscène waarin men, na alle somberheid, toch een draai geeft aan de eigen situatie door de introductie van meneer Dood en mevrouw Vrijheid. Als de tijd dan niet meezit, dan hebben ze tenminste de drank nog om de roes op te wekken die nodig is om het leven nog een beetje draaglijk te maken. In ieder geval laten ze bij het publiek een verrassend gevoel achter door de knappe manier waarop ze tekst, muziek en beweging aan elkaar gekoppeld hebben. Vanavond de prèmiere in Haarlem. Gaat dit zien. 

Hier meer informatie op de site van de Toneelschuur, met daarop ook een filmpje van het stel.









The Central Park Five (2012), documentaire van Ken Burns



Een bekentenis zegt meer dan een DNA test

De lange documentaire The Central Park Five gaat over de mishandeling en verkrachting van een jonge blanke vrouw in het voorjaar van 1989 in Central Park, New York en de veroordeling van vijf zwarte onschuldige tieners hiervoor. Nadat ze jarenlang zaten opgesloten werden ze tenslotte gerehabiliteerd. De politie en justitie boden nog nooit hun excuses aan. Een zwarte historicus schaamt zich voor zijn land.

Vier van de vijf daders blikken voor de camera terug. Antron wilde niet in beeld, maar is alleen met zijn stem te horen. Journalist Jim Dwyer van de New York Times analyseert de zaak en zegt dat hij meteen sceptischer had moeten zijn. De tieners uit Harlem waren afleiders in een tijd van veel geweld voortkomend uit sociale ongelijkheid.

Ken en Sarah Burns en David McMahon vertellen uitgebreid het hele verhaal van de gebeurtenissen op 20 april 1989, de dag dat Tricia Meili, die in Central Park aan het joggen was, zwaar toegetakeld gevonden werd. Antron, Kevin en Raymond werden opgepakt en tot na lange verhoren tot bekentenissen gedwongen. Een sociaal psycholoog zegt dat men op een gegeven moment toegeeft om er van af te zijn, om eindelijk met rust gelaten te worden. Niet veel later werden ook Yussef en Korey opgepakt.

We zien vier van de jongens hun bekentenissen uitspreken. Die van Kevin is er niet bij, omdat zijn moeder weigerde dat haar zoon die uitsprak. Het is ongelooflijk de jongens te horen reproduceren wat hen eerder in de mond is gelegd. Een verdediger zegt dat de jongens en hun ouders snel geïntimideerd werden door politie en justitie en daardoor niet de tijd hadden om hun eigen plan te trekken. De jongens hielden in ieder geval wel vol dat ze zelf onschuldig waren en dat de anderen het misdrijf verrichtten. In de gevangenis hielden ze wijselijk daarover hun mond tegen elkaar.

De toenmalige burgemeester Ed Koch was blij dat de daders gepakt waren. Hij sprak van monsters die met wilding het leven in het heilige park onmogelijk maakten. Donald Trump begon een actie om de doodstraf weer ingevoerd te krijgen. Omdat het op de vrouw gevonden DNA niet van de jongens was, bedacht jusitie een zesde dader. Serieverkrachter Matias Reyes werd opgepakt en hoewel zijn DNA wel matchte, werd dit genegeerd vanuit het idee dat een bekentenis sterker is dan DNA.

In juni 1999 worden de eerste processen gevoerd tegen Antron, Yussef en Raymond. Tricia Meili komt ook, kan zich niets herinneren, maar roept als wandelend wrak medelijden op. De jury verklaart de jongens schuldig om er, net als Pilatus, vanaf te zijn. De jongens krijgen vijf tot tien jaar cel. In december krijgen ook de twee anderen, Kevin en Korey, hun straf. Aanklaagster Elisabeth Lederer is tevreden. The system had passed, merkt Jim Dwyer op.

De jongens hebben een moeilijke tijd in de gevangenis, Antron ook nog eens omdat zijn vader hem niet steunde. Met studie sloegen ze zich door de jaren heen. Kevin werd een voorwaardelijke vrijheid aangeboden als hij wilde bekennen, maar hij weigerde. Na zeven jaar kwamen vier jongens voorwaardelijk vrij. Antron werd vuilnisman in Maryland, Raymond belandde in de drugswereld, waarop hij weer in de cel terecht kwam. Korey die de langste straf had gekregen, kreeg in de gevangenis ruzie met Matias Reyes, die tegen andere gevangenen beweerde dat Korey vast zat voor een delict dat hijzelf had begaan.

Heropening van de zaak leidde vlak voor kerst 2002 tot het herroepen van het vonnis. De politie ontkende echter dat ze fouten had gemaakt. Ook de pers bood geen verontschuldigingen aan, zegt Dwyer, terwijl de vijf onschuldige jongens toch zwaar hebben moeten bloeden voor iets dat ze nooit deden en waarmee ze nog dagelijks worstelden.

Tricia Meili liep in 1995 weer de marathon van New York en schreef in 2003 een boek over de zaak onder de titel I am the central park jogger. In dat zelfde jaar spanden de jongens een proces aan tegen de staat dat tot aan 2012 nog niet was opgelost. Ik lees op Wikipedia dat er op 5 september j.l. een schikking met de jongens is getroffen.

Hier de trailer op IMDb.  

woensdag 29 oktober 2014

Dwars door Afrika, achtdelige documentaire van Bram Vermeulen




Na de interessante serie over Turkije is de joviale verslaggever Bram Vermeulen terug in het continent waar hij zeven jaar woonde. Hij maakt er acht reportages en daarenboven nog een die op internet en de dvd te vinden is. Helaas reist hij niet, zoals de titel doet geloven, door heel Afrika, maar beperkt hij zich tot vier landen in het zuidelijk deel: Zuid-Afrika, Zimbabwe, Zambia en Angola. Die bieden echter genoeg onderwerpen om voor te schotelen en te overdenken. Aardig zijn bijvoorbeeld de gesprekjes met zijn chauffeur in Zuid-Afrika, geen domme jongen, die eerlijk zijn mening geeft over de lastige onderwerpen die Vermeulen aansnijdt.  

Aflevering 1: Na Mandela

Bram Vermeulen is weer terug in zijn tweede vaderland. Na vijf jaar afwezigheid keert hij terug naar zijn huis met een stalen voordeur in Johannesburg dat hij heeft verhuurd. Zijn sleutels werken nog, maar hond Blanca heeft een andere naam gekregen. De last van de apartheid hangt nog boven elk gesprek, zegt Vermeulen. De samenleving is nog erg ongelijk. Terwijl de zwarte middenklasse zich terugtrekt in nieuwbouwwijken, radicaliseert de onderlaag. Men is boos dat het ANC niet waarmaakt wat het heeft belooft. Dit komt snerpend tot uiting in het uitfluiten van president Zuma tijdens de afscheidsceremonie voor Nelson Mandela. De populistische leider Julius Malema spint garen bij de woede. Hij predikt de macht aan het volk.

Vermeulen gaat met zijn chauffeur naar de platina mijnen in het noordoosten. De naam Marikana staat in het collectieve geheugen gegrift. Daar werd een paar jaar geleden een bloedbad aangericht door de politie, die vierendertig stakende mijnwerkers doodschoot. De mijnbouw is nog een relikwie van de apartheid. Het ANC vergat deze industrie te nationaliseren en de vakbond liet de slechte werkomstandigheden voortbestaan. De winsten gaan nog steeds naar het buitenland. Inmiddels wordt er opnieuw gestaakt. Door aanhangers van Malema, maar ook door anderen die de minder radicale weg van onderhandeling voor een beter loon kiezen.

Aflevering 2: Het beloofde land

Vermeulen begint weer met Julius Malema, die oproept om de grond eerlijk te verdelen. In een toelichting na zijn toespraak legt hij uit dat hij de blanken niet in zee wil drijven, maar met hen wil samenwerken. Het doet sterk denken aan het onderwerp van de roman Disgrace van John Coetzee.

Vermeulen gaat met zijn chauffeur naar het noorden van het land, naar de blanke Bittereinders, die van geen wijken willen weten. Zijn chauffeur is zenuwachtig, want de blanke boeren zijn toch vijanden van de zwarten. Ze komen op een plek waar een boer overvallen is, bij zijn hek en op klaarlichte dag. Diens vrouw zegt dat het buitenlanders geweest moeten zijn. Een buurtgenoot, die zijn gezin voor hun veiligheid in de stad gehuisvest heeft, wil de daders diezelfde avond nog pakken. Hij rijdt rond met een blauw zwaailicht om de dieven schrik aan te jagen. Hij vreest dat ze hun land willen inpikken en daarom boeren mishandelen. Als de gewonde boer weer uit het ziekenhuis is, wil hij een alarminstallatie. Wijken nooit. 

Wiens land is het? vraagt Vermeulen in de auto aan zijn chauffeur. De jongen zegt dat het land van het volk is maar wil de blanken niet onteigenen zoals in Zimbabwe gebeurd is. Men moet werken aan sociale cohesie en samen een oplossing vinden. Ze zijn op weg naar het dorp Skierlik waar enkele jaren geleden als een verzetsdaad vier zwarten zijn doodgeschoten door een boerenzoon. Hun grafmonument ligt apart van de blanke begraafplaats. Een zwarte bewoner is boos dat zij nog steeds in een getto wonen. De boeren hebben hun eigendom beschermd door hekken. Een boer telt dagelijks zijn vee, want diefstal komt veel voor. De Ubuntu mentaliteit van: ik ben omdat anderen zijn verschilt hemelsbreed van die het blanke idee dat uitgaat van persoonlijk bezit. Een boerin heeft buitenlandse werkers in diens omdat zwarte landgenoten een uitkering krijgen en geen zin hebben om te werken. De haat jegens de blanken in de townships maakt de boeren ongerust.

Vermeulen spreekt in zijn conclusie over twee gevoelens: hij heeft stille bewondering voor de onverzettelijkheid van de boeren én is treurig dat ze vasthouden aan ideeën van eeuwen geleden. 

Aflevering 3: Terug naar Harare

Met een perskaart die hij vroeger nooit kreeg, komt Vermeulen Zimbawbe binnen. Vijf jaar geleden was de hoofdstad Harare een treurig oord maar inmiddels is er economisch veel verbeterd en dat ondanks het feit dat Robert Mugabe sinds de onafhankelijkheid van de Britten nog steeds aan de macht is. Door beter onderwijs haalde hij het paard van Troje binnen w en dat probeert hij inmiddels met harde hand te beteugelen, zegt Vermeulen. Hoewel de regeringskrant schandalen niet uit de weg gaat, is het de vraag hoe ver de kritiek mag gaan. Vermeulen zoekt contact met personen die hij vijf jaar geleden ontmoette, zoals de steenrijke vastgoedondernemer Chiyangwa, een neef van de negentig jarige president, die Vermeulen in zijn Rolls Royce rondrijdt langs zijn projecten en zijn weelderige huis toont. Vermeulen stelt vast dat hij van de economische chaos heeft geprofiteerd.
Hij bezoekt ook een voormalig activist van 34 jaar die als een van de weinig overgeblevenen in een buitenwijk van Harare woont. De man vertelt dat hij vroeger een fan was van Mugabe en graag naar diens toespraken luisterde, maar dat het in de jaren negentig mis ging.
Dat chaos tot apathie leidt ziet Vermeulen in Hopley farm, een plek waar tegenstanders van het regime naar toe gedreven zijn. Er is werk, noch onderwijs en de kindersterfte is hoog. Droevig is het verhaal van een man die geen geld had voor een graf voor zijn dochter en haar achterliet in het ziekenhuis. Het meisje was mogelijk in de ban geraakt van geesten die rondzwerven op het begraafplaatsje naast hun huis. De man kreeg dit huisje toegewezen. Men hoeft geen huur te betalen maar dient wel op de regeringspartij te stemmen. Beloften worden echter niet nagekomen.
Een televisiestation maakt satire om aan vervolging te ontkomen. Men vertelt dat de toestand niet zo erg is als in Noord-Korea maar dat er wel sprake is van intimidatie. Een zanger wiens lied Life is short in 2007 werd verboden, zegt dat dit inmiddels niet meer gebeurt en dat er veel ontwikkelingen op cultureel gebied plaatsvinden. Het brengt Vermeulen tot de conclusie dat de stem van het Zimbabwaanse volk tegenwoordig geen politieke meer is.
et

Aflevering 4: Het gelijk van Mugabe

Vermeulen bezoekt een van de vele blanke boeren die van hun boerderijen verdreven werden en die nu in de stad woont met wat personeel dat meegegaan is omdat zij niet in aanmerking kwamen voor een stuk grond. De boer heeft zijn inmiddels roestende werktuigen nog in de tuin staan want men weet nooit of hij nog weer aan het werk kan. Hij vervoerde de werktuigen met een pickup van een buurman die later met diens vrouw werd doodgeslagen. De laatste jaren op de boerderijen waren heel moeilijk, zegt de vrouw van de boer. Schapen werden doodgemaakt en hun honden vergiftigd.

De jonge zwarte Solomon heeft een boerderij overgenomen maar mist de kennis die nodig is om goede producten af te leveren. De keurmeester van de tabakscoöperatie vertelt hem hoe hij de tabaksbladeren moet drogen. Toezicht op de temperatuur is heel belangrijk. De man staat achter de politiek van Mugabe om het land terug te geven aan de oorspronkelijke bewoners en zegt dat de jonge boeren er wel komen. Solomon zelf wil liever dat zijn zoon ziekenhuisdokter in Harare wordt.

Veel boerderijen worden bewoond door voormalige vrijheidsstrijders. Die jaagden zelfs zwarte boeren van hun erf af. Vermeulen gaat samen met zo’n zwarte boer naar zijn voormalige boerderij, maar stuit op de huidige bewoner die met een lekke band op het pad staat. Vermeulen wil een praatje maken maar de zwarte boer wil geen confrontatie.

Vermeulen bezoekt de tabaksveiling, die aan de aanwezigen te zien van kleur verschoten is. Hij spreekt met een zwarte boer die hem vertelt dat de opstand afgelopen is en dat blanke boeren weer welkom zijn. De kleine tabaksproducenten zijn niet blij met de lage prijs. Een blanke medewerker, wiens vader ooit een tabaksfarm had maar zich inmiddels heeft aangepast aan de nieuwe verhoudingen, zegt dat de kwaliteit beter wordt. Vermeulen vraagt zich af of die goed genoeg is om straks mee te doen op de wereldmarkt.

Aflevering 5: Een spoor van Chinezen

De titel is dubbelzinnig. De Chinezen legden na de onafhankelijkheid van Zambia in 1964 de Tazara spoorlijn aan naar de oostkust maar hielden Zambia ook economisch in de houdgreep. Overal ziet Vermeulen hen. Hij spreekt met een Chinees meisje dat in een kopermijn werkt en openhartig over haar leven en de verhouding met de Zambianen vertelt.

Vermeulen zit in de trein en hoort van een reiziger dat de Chinezen economisch een monopoliepositie in het land hebben en het niet nauw nemen met de veiligheid. Een ontploffing in een fabriek voor explosieven in 2005 eiste 46 slachtoffers. De vader van een omgekomen dochter is doodbedroefd en gaat ervan uit dat God wraak zal nemen op de schuldigen. Chinezen willen veelal niet zelf gefilmd worden. Als ze al iets zeggen, bijvoorbeeld bij een oude kopermijn, is het dat Zambianen nooit tevreden zijn.

Vermeulen bezoekt Scott, de enige blanke vicepresident in Afrika, die veel kritiek heeft, zowel op de uitgifte van werkvergunningen aan Chinezen, de illegale immigratie als de belastingontduiking. De Chinezen zeggen dat men eerst het bitter moet smaken voor het zoet komt, maar inmiddels verdwijnen de winsten naar het thuisland.  

Zambianen handelen zelf ook met China. Europa is niet meer in tel. Vermeulen spreekt met een rijke textielhandelaar die made is in China, zoals hij zelf ooit op zijn T-shirt schreef. Hij is van mening dat de overheid de lokale economie meer moet steunen.

De Chinezen zelf hebben het zwaar in hun compounds, waar ze lange tijd gestationeerd zijn. Ze durven niet naar buiten uit angst voor aanslagen en hun relaties met thuis gaan naar de knoppen. 

Aflevering 6: Koperkoorts

Duizend jongeren rapen en delven kopererts in een achtergelaten mijngebied in Noord Zambia. Het zijn de kruimels die hen echter niet worden gegund. Een mijnbaas toont Vermeulen zijn rijke woonbuurt met een golfterrein. Vermeulen vraagt hem of het niet onrechtvaardig is dat de buitenlandse bedrijven de kopererts weghalen, maar de baas zegt dat ze belasting betalen en dat de mijnbouw de bevolking ten goede komt.

Vermeulen bezoekt verderop in het noorden van Zambia een grote Canadese koperproducent, die zelfs een stad in het oerwoud aanlegt om voorzieningen voor de werknemers te scheppen. Vermeulen moet op weg naar het gebied geld betalen aan jongens die gaten in de weg herstellen en geeft tot vreugde van de jongens het dubbele. Een vertegenwoordiger van het bedrijf toont hem de huizen, de school en de kliniek. Er is ook plaats voor zo’n vijfhonderd gezinnen die uit hun eigen woning moesten om plaats te maken voor de mijnwerkzaamheden. De vertegenwoordiger beweert dat zijn bedrijf door onderhandeling met de staat legaal aan de grond gekomen is en dat de gezinnen dus illegaal op hun eigen grond woonden. Ze hebben geen akkers meer om cassave op te verbouwen en worden gedwongen zich aan te passen aan de stedelijke omgeving. Vermeulen merkt op dat ze toch wel elektriciteit hadden mogen krijgen. Het wrange is voorts dat de kopererts na twintig jaar op is en dat de stad dan weinig levensvatbaar meer zal zijn. Een lokale activist zegt dat er een verschil is tussen ethisch en juridisch handelen. De verplaatste gezinnen voelen zich voorgelogen. De compensatie was een schijntje. Een van de bazen, die een partijtje golft, spreekt van gecompliceerde eigendomsverhoudingen en vindt dat de bevolking eigenlijk ook moet profiteren van de situatie. Dat hun nieuwe woningen een paar vierkante meters groter zijn, is een schrale troost.  

Aflevering 7: Achter de wolkenkrabbers

Vermeulen is al zes jaar niet meer in Luanda, de hoofdstad van Angola, geweest en verbaast zich over de rijkdom van de stad, gebouwd met geld uit olie en diamanten na de vernietigende burgeroorlog tussen de communistische MPLA en de door de Verenigde Staten gesteunde Unita, die tot 2002 duurde en waarbij een half miljoen slachtoffers vielen. Merkt het achterland iets van de toegenomen welvaart?

Met het spoor - dat door de Portugezen werd aangelegd, verwoest werd tijdens de burgeroorlog, maar inmiddels weer hersteld is - begeeft Vermeulen zich naar Huambo, de tweede plaats van Angola. Hij spreekt in de trein met een passagier die de belegering van de stad meemaakte en daarbij honger en kou leed, die hij met een liedje probeerde te vergeten. Vermeulen zingt niet onverdienstelijk met hem mee. Achter de moderne facade van Huambo gaat werkeloosheid en ongelijkheid schuil. De leider van de Unita kwam hier vandaan en werd in 2002 dodelijk getroffen bij gevechten. Zijn huis is nog steeds een ruïne. Op het hoofdkantoor van Unita vindt men dat men wat programmapunten als vrije markt en vrije verkiezingen betreft aardig wat gewonnen heeft op de MPLA die aan de macht is, maar de wederopbouw is meer het optrekken van een decor, stelt Vermeulen vast. Hij bezoekt het huis van de Portugese dokter Bernardino, die bleef werken en vermoord werd bij een aanslag door Unita. Zijn jongste zoon toont foto’s van zijn vader.  

Vermeulen is met beschermende kleding in een veld dat ontdaan wordt van mijnen, ooit geplaatst door MPLA. De jonge man die de mijnen onschadelijk maakt, verveelt zich, maar kan zijn aandacht niet laten verslappen. Door het mijnenvrij maken, komt het leven weer op gang. Daarna is Vermeulen bij een voetbaltraining, waaraan veel jongens met krukken deelnemen, een wonderlijk gezicht (zie foto). Een gehandicapte jongen zegt dat hij geen wrok koestert omdat het allemaal lang geleden is en zij allemaal broeders zijn. Over politiek praten ze niet met elkaar, wel over meisjes die moeilijk te krijgen zijn. Achterop de brommer gaat Vermeulen mee met een jongen die zijn voeten kwijtraakte bij een aanslag. Hij heeft het geestelijk moeilijk, maar wordt gesteund door zijn moeder. De toekomst is moeilijk. Men heeft vaak een kruiwagen nodig om aan een baan te komen.

Aflevering 8: Het verloren paradijs

Vermeulen leest in een hotelkamer in Luanda voor uit Nog een dag van de Poolse journalist Ryszard Kapuscinski die in 1975 in dezelfde hotelkamer was en daar de paniek meemaakte die volgde op de Anjerrevolutie in Portugal. Veel Portugezen verlieten het land halsoverkop om inmiddels, veelal uit economische redenen, weer terug te komen. De rollen zijn omgedraaid. Terwijl Portugal een crisis beleeft, is Angola een snel groeiende economie.

De oude Luisa bleef in het binnenland die tijdens de burgeroorlog in Angola, al werd haar huis drie maal verwoest. Haar schoonzus Albertina vluchtte wel naar Portugal maar kwam later weer terug omdat ze haar jeugdervaringen miste. Albertina zegt dat het voor de kinderen van Luisa moeilijk is hier te overleven omdat de verschillen tussen de twee landen groot zijn.   

Een designer uit Portugal verdient goed met interieurs voor rijke Angolezen, die graag de lichte Portugese stijl in hun huizen willen. Een chauffeur in Luanda denkt oprecht dat Vermeulen het in zijn plaats niet zou overleven, omdat hij thuis geen stromend water en stroom heeft en dagelijks lang in de file staat.

De burgemeester van Kuito in centraal Angola dat in de burgeroorlog vaak negatief in het nieuws was, vertelt dat men de doden uit de parken heeft gehaald en naar een begraafplaats buiten de stad gebracht, de infrastructuur heeft aangepakt en flats heeft gebouwd voor jongeren.

In Lobito aan de westkust werkt een Portugese slager, die door de werkloosheid naar Angola kwam. Het kostte moeite het bedrijf op te bouwen en het was lastig de efficiënte Europese werkwijze over te dragen, maar hij is tevreden. Zijn Angolese baas heeft meerdere bedrijven, waaronder ook een school, geleid door Portugese leerkrachten, die veel skypen met hun thuisland om het contact met hun achterban te bewaren. Een juf met een dubbele nationaliteit vindt het echter jammer dat de oude Afrikaanse normen en waarden veranderd zijn en verlangt terug naar de tijd van vroeger.  

Hier de site van Dwars door Afrika met vele extra’s, hier mijn bespreking van Nog een dag van Kapuscinski.  

De hilarische bonusaflevering met de titel Het gat van Mongu gaat over een gebied in het westen van Zambia waar in de jaren zeventig veel Nederlandse ontwikkelingswerkers zaten. Vermeulen trekt, na een bezoekje aan de vertegenwoordiging van de Nederlandse overheid in Lusaka die van een villa naar een flatje verhuisde, met een van hen, René Lourens naar dit gebied en bekijkt een project om een kanaal vanaf Mongu naar de Zambezi rivier uit te diepen hetgeen een (financieel) fiasco werd. Inmiddels zijn het de Chinezen die de infrastructuur verbeteren. Het gesprek gaat over de keuze tussen trade of aid. De sympathieke vice-president Guy Scott die in aflevering vier al in beeld kwam, vertelt dat hulp soms onontbeerlijk is en dat Aids daarmee teruggedrongen is. Na een gesprek met Arie de Kwaasteniet, een andere vrijwilliger die zijn naam eer aan doet en inmiddels een bloeiend veeteeltbedrijf heeft, bezoekt Vermeulen een mall met veel buitenlandse winkels omdat het IMF ooit geld leende op voorwaarde dat men buitenlandse investeerders toeliet. Hij spreekt met een medewerkster van BBC, dat niets te maken heeft met de Britse omroep, maar staat voor de voorletters van de eigenaresse die ook in de zaak is maar niet te voorschijn wil komen. Het gesprek met de medewerkster geeft ons een aardig inkijkje in de verhoudingen in het winkelcentrum en de mondiale belangen. Tenslotte spreekt hij nog een jonge Fransman die in opdracht van de Wereldbank een verslag schrijft over de infrastructuur. Hij heeft gelezen over het Nederlandse initiatief en zegt dat er nu een weg gemaakt is vanaf Mongu naar Kalabo, hetgeen in de jaren zeventig nog niet mogelijk was. Inmiddels zou de rivier geschikt gemaakt kunnen worden voor kleinere motorboten, die het transport vanaf de nieuwe weg landinwaarts verzorgen. We zullen Bram Vermeulen op de zondagavond missen.