Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.


Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

zondag 1 februari 2015

Theaterrecensie: The truth about Kate, regie Davy Pieters, Toneelschuur, 30 januari 2015



Overrompelend spel van Belgisch-Griekse theaterpersoonlijkheid

The truth about Kate vertelt het verhaal van een popzangeres die hoog in de wereld stijgt, maar laag eindigt. Dit niet onalledaagse verschijnsel wordt geïllustreerd aan de hand van het leven van popzangeres Kate. Actrice Naomi Velissariou vertolkt zelf alle rollen en doet dit op zo’n geraffineerde manier dat ze twee uur lang de toeschouwers in een staat van verrukking brengt.

Het decor waarin dit gebeurt – en waarin regisseuse Davy Pieterse de hand had - is intrigerend: een opstelling van een keukenblok dat vanuit het raam aan de achterzijde uitzicht biedt op een staalblauw meer omgeven door besneeuwde bergen. Deze kille, ongenaakbare omgeving krijgt meteen betekenis door een vrouwenstem die vertelt dat het lichaam van Kate aangespoeld gevonden werd.

Vervolgens komt Kate zelf te voorschijn, verleidelijk gekleed in een strak shirt, een kort leren rokje en hoge hakken. Ze ruimt de koelkast in, verricht gedecideerd huishoudelijke handelingen en vertelt inmiddels in de derde persoon over haar leven. Ze werd geboren in een dorp dat als een vlek op de kaart overal kan zijn waar waar niets gebeurt en in een tijd die zich afspeelt in de toekomst, na de Tweede Arabische Lente, die, naar zich laat aanzien, nog wel even op zich laat wachten. 

Het verhaal van Kate is voorspelbaar. De leegte was nooit ver weg. Kate was in haar jeugd niet gelukkig. Haar moeder liep weg, haar vader misbruikte haar. Ze verliet het dorp en meldde zich in een bar om zangeres te worden. De hoge uithalen vertederden de cafébaas, die haar aannam. Kate kreeg een relatie met een popmuzikant, bracht een single uit, raakte zwanger, trad toe tot het sterrendom, rustte uit in een jungle retreat voor de allerrijksten, beviel op het moment dat er een vulkaanuitbarsting plaatsvond, kwam in aanraking met een grove rapper, die ze in al haar wanhoop niet kon overtuigen van een meer liefdevolle benadering, sprak haar tomeloos enthousiaste publiek toe na het winnen van een belangrijke prijs, waarna het bergafwaarts ging. Met de onvermijdelijke drugs, verloedering in een slooppand, tot ze haar merchandising vernietigde en uit zichzelf stapte.

De wijze waarop Velissariou dit verhaal verbeeldt is zeer bijzonder. Vanaf het eerste moment tot het laatste overrompelt zij het publiek met haar tekst, haar mimiek, haar soepele lijf en haar enorme taalvaardigheid. Als een knauwerige Noord-Amerikaanse spert ze haar mond helemaal open, als sensuele Française begeert ze zo graag dat ze zelfs het keukenmeubilair haar liefde bekent (zie foto). Daarnaast is er nog het platte Noord Engels, het onberispelijke Nederlands, het smaakvolle Vlaams en het overtuigend gearticuleerde Duits.

De gemoedstoestanden wisselen elkaar in snel tempo af. Tijdens snelle rolwisselingen speelt ze met haar benen wijd uit elkaar en onderuitgezakt op een stoel de cafébaas, deelt ze haar wanhoop over de rapper met een intercom en een stenen zeehond of parodieert ze met haar handen in haar blonde lokken twee commentatoren in een Duitse studio over de film die over Kate gemaakt is.

Velissariou speelt vertederend, speels, overrompelend. Het absurdistische ontbreekt evenmin.
Als ze langzaam uit het leven gegleden is, verschijnt ze nog eens als een duveltje uit een doosje in een vuurrood pak met sneeuwwitte lokken uit een keukenkastje. De voice over heeft ons al voorbereid dat er heel wat kan mis gaan als het scenario door een dronkenlap geschreven is. Tijdens een doldwaze Teletubbie achtige act verwisselt ze de blonde lokken voor helblauwe. Alles haalt Velissariou uit de kast tijdens de ingelaste Frascati productie in de Toneelschuur met een prachtige tekst van Jibbe Willems en geregisseerd door de getalenteerde Davy Pieters. Woorden schieten te kort om de rijkdom van taal, licht en lichaamsbeheersing uit te drukken in dit verhaal van alle tijden, of de zangeres nu Kate of Amy heet.

Hier een gesprek dat Lex Bohlmeijer voor De Correspondent met Naomi Velissariou had over haar volgende project I see you

Filmrecensie: Le huitième jour (1996), Jaco van Dormael





Wereld van verstandelijk gehandicapte kleurrijk in beeld gebracht

Films waarin een persoon speelt die het syndroom van Down heeft leveren vaak vertedering op. Dat was het geval met Yo, tambien (2009), maar de Belg Jaco van Dormael leverde met Le huitième jour eerder al een prachtig werkstuk af. Daarin worden twee heel verschillende types, bankenman Harry (Daniel Auteuil) en de verstandelijke gehandicapte Georges (Pascal Duquenne), in de steek gelaten en tot elkaar veroordeeld.

Le huitième jour begint het Georges, een muziekliefhebber in een instelling, die met zijn hoge kapsel enigszins grappig oogt als Stan Laurel. Zijn stem vertelt over de oorsprong van de wereld. In het begin was er niets, behalve dan muziek. Daarna werden achtereenvolgens de zon en de aarde, de zee, de platen, de televisie, het gras, de mensen geschapen, waarop God op de zevende dag kon uitrusten. Van Dormael illustreert de woorden van Georges, bijvoorbeeld met het leren van Engels van een langspeelplaat, omdat hij in Mongolië ten vondeling was gelegd. Als het over de mensen gaat zien we Georges met zijn vriendinnetje Nathalie die niet met hem wil trouwen omdat ze al verliefd is op Johnny Halliday.

Harry is een heel ander verhaal. Hij is een gestreste manager die anderen vertelt hoe ze positief kunnen overkomen. Daartoe reist hij de wereld rond. In zijn persoonlijke leven heeft hij weinig geluk. Zijn vrouw Julie heeft hem verlaten omdat ze zichzelf beter wilde leren kennen, zijn dochters ziet hij zelden. Als ze al een keer naar hem toe gaan, vergeet hij hen op te halen van het station, waarop de meisjes weer retour gaan en Julie elk contact verbreekt.

Als de moeder van Georges hem niet komt ophalen voor het weekend, loopt hij alleen naar haar toe met koffer en hond. Hij weet de straatnaam en het nummer uit zijn hoofd. In de nacht wordt de hond aangereden door Harry, die naar zijn kinderen is gegaan maar zonder hen te spreken en nogal wanhopig is. Hier begint een haat liefde verhouding tussen de twee. Harry wil Georges het liefst meteen lozen op het politiebureau, maar Georges houdt stijfkoppig vol dat hij naar zijn moeder wil. In haar huis woont echter iemand anders. Georges was vergeten dat zijn moeder al vier jaar dood was.

Volgt een soort roadmovie met veel verwikkelingen, waarbij Georges zich soms van zijn charmante kant laat zien en een andere keer vreselijke driftbuien krijgt als hij zijn zin niet krijgt, zoals witte gymschoenen die hij in een etalage van een schoenwinkel ziet. Het is ook niet leuk als een serveerster die van Georges een cadeautje krijgt omdat hij haar zo lief vindt, schrikt als hij zijn zonnebril afzet. Zijn stemming laat dan om van hemelhoog juichend tot de dood bedroefd.   

Le huitième jour is gemaakt met veel effectbejag maar dat maakt de film alleen maar mooier. Sentimentaliteit die er, begeleid door zoetige strijkmuziek, zo dik op ligt, wordt vanzelf weer genietbaar. Fantasie is nooit ver weg, bijvoorbeeld als de lievelingszanger van Georges, Luis Mariano, tijdens de tocht van Harry en Georges door Frankrijk, op de voorkant van de auto plaatsneemt om een lied ten gehore te brengen. De wereld van de verstandelijk gehandicapte wordt kleurrijk in beeld gebracht. Fraai is de scène waarop een groep van hen op van Georges een autobusje kapen in een showroom en daarmee samen met Harry naar de viertiende verjaardag van zijn oudste dochter gaan. 

Hier de trailer van Le huitième jour, die in het Engels The eighth day heet.

zaterdag 31 januari 2015

Filmrecensie: Be calm and count to seven (2008), Ramtin Lavafipour





Poëtische film met krachtige beelden over een Iraans vissersdorp in verval

Be calm and count to seven is de poëtische debuuutfilm van Ramtin Lavafipour over het leven van vissers in het zuiden van Iran. Vanwege de overbevissing houdtt de dorpsbevolking zich bezig met de smokkel van goederen en mensen. De vader van hoofdpersoon Motu is iemand die mensen over zee vervoert, maar na enkele dagen nog niet is thuis gekomen.

Het poëtische gehalte van de film is meteen al duidelijk door de Iraanse volkswijsheid dat de zee blauw is of groen maar dat die er voor de doden anders uitziet. Voor hen heeft de zee een kleur die zij alleen kennen. Door een uitgedroogde boom water te geven, kan een dode terug komen.

De dertienjarige Motu houdt zich net als de andere mannen en jongens in het dorp bezig met de smokkel van goederen. Het is imponerend hoe ze met hun speedboten het strand opscheuren, waar ze opgewacht worden door de vrouwen die meehelpen de goederen zo snel mogelijk,voordat de politie er lucht van krijgt, in hun huizen te verbergen. Later worden de goederen doorverkocht. Een belangrijke schakel is Mahmoud die een pickup heeft en daarmee, geholpen door de vrouwen, de goederen verder vervoert. In een grappige scène stuurt hij de vrouwen met hun bagage de bergen in en gaat zelf langs een pas waar de politie controleert. Hij staat daar een tijdje te wachten tot de politieman, die wel weet wat er achter zijn rug gebeurt, vindt dat hij maar eens door moet rijden. Verderop pikt Mahmoud de vrouwen en de bagage weer op.

Mahmoud (links op de foto naast Motu) maakt veel indruk vanwege de kiespijn die hij heeft en die hij vroeger bezwoor met dadels tot die niet meer hielpen. Verder mist hij zijn vrouw en zoon die in Teheran wonen en van plan zijn om te emigreren. Het is mistroostig om hem in zijn nieuwe huis te zien zitten, met een groot televisiescherm en een bak blikvoer waaruit hij lepelt. Hij belt vervolgens met zijn beminden, maar de treurnis druipt er van af. Helemaal als hij met zijn pick up vast komt te staan ergens op een weg in de woestijn.

Het zou er nog bijna op lijken dat Mahmoud de hoofdpersoon in de film is, maar dat is toch echt Motu, soms geschreven als Motoo of als Moto. Hij wil een voetballer worden als Ronaldinho en gaat regelmatig naar een telefooncentrale om van Fazel aan de andere kant van de Perzische Golf te horen of die iets van zijn vader weet. Zijn moeder wil niet dat hij de zee op gaat, maar Motu lapt dat aan zijn laars. Als hij van Fazel verneemt dat er lijken zijn gevonden op zee, wil hij kijken of zijn vader daarbij hoort. Hij dringt er bij Mahmoud op aan om hem mensen te laten smokkelen, maar Mahmoud wil zo ver niet gaan. Op een nacht is Motu toch verdwenen, constateert zijn zus Roki die nog een fraai jack van hem kreeg.

Het fraaie van de film is dat er weinig wordt uitgelegd, maar des te meer visueel wordt getoond. Zo zijn er sprekende beelden van de opnames op zee, waar Motu oesters duikt en die in de boot op parels doorzoekt, de smokkel van goederen, de draad van het bolletje wol waarmee Roki naar haar nieuwe jack geleid wordt en het prachtige rotsachtige gebied waar de mensen wonen. Be calm and count to seven is daarmee een poëtische film met krachtige beelden over een visserscultuur in verval

Hier de trailer.

vrijdag 30 januari 2015

Andy Murray – The man behind the racket (2013), documentaire van Carl Doran en Josephine McCusker




Hol      Hollywoodverhaal van een tennisser met een traumatische jeugd

De boeiende BBC documentaire Andy Murray – The man behind the racket schetst een persoonlijk portret van tennisser Andy Murray aan de hand van gesprekken die voormalig Roland Garros winnares en Wimbledon commentatrice Sue Barker met hem en zijn naasten voerde. Deze worden afgewisseld met archiefbeelden van toernooien, waaronder vooral de Wimbledon toernooien in 2012 en 2013. De opluchting was groot toen Murray in 2012 in New York zijn eerste grand slam won.

De documentaire begint met beelden van de intocht van Murray in zijn Schotse geboorteplaats Dunblane na het winnen van de US Open in 2012 en het behalen van goud tijdens de Olympische Spelen in Londen. De inwoners van de plaats bereidden Murray een groots welkom. Al gauw komt het drama ter sprake dat zich op 13 maart 1996 in de gymzaal van de basisschool voltrok. Een schutter uit het dorp doodde zestien kinderen en een juf. Helaas wordt niets gezegd over de achtergrond. Andy Murray is er nog steeds beduusd van en huilt. Sue wil het gesprek afbreken maar Andy geeft niet gemakkelijk toe.

Murray komt uit een sportfamilie van harde werkers. Zijn afgetraind ogende moeder Judy was professioneel tennisspeelster en zijn vader voetbalde. Andy wilde altijd winnen, welk spelletje dan ook, als was het worstelen met zijn broertje Jamie. Net als Nadal speelde hij al op jonge leeftijd competitietennis. Na winst in Florida wilde Andy net als Nadal ook naar Spanje. Op zijn zeventiende won hij de US Open voor junioren.  
Tim Henman spreekt over de rivaliteit tussen Schotse en Engelse sporters. Andy kreeg in 2006 veel hatemails omdat hij voor de grap had gezegd dat iedereen van hem mocht winnen als het maar geen Engelsman was. Daarna sloot hij zich af van de buitenwereld en wandelde met vriendin Kim en hun honden. Kim stond in San José in de schijnwerpers omdat ze tegen haar school had gezegd dat ze een virus had en daarom niet kon komen, terwijl ze blakend van gezondheid voor de camera’s haar vriend na zijn overwinning hartstochtelijk kuste.

Andy traint de laatste vijf jaar heel fanatiek tijdens de winter in Miami. Hij heeft een hele staf om hem heen met een conditietrainer, een fysiotherapeut, maar houdt zelf het heft in handen. De laatste jaren is zijn coach de befaamde Ivan Lendl, die weet wat het is om te verliezen.
In de zomer zit Murray vaak in Monte Carlo. Daar ontspant hij van de zware inspanningen. Hij leeft daar als de jetset, al is dat een gevaar voor zijn karakter, zegt een oude vriend. De reclamewereld zag in hem een icoon. Op het veld laat hij zich vaak van zijn humeurige kant zien. Zijn broer Jamie zegt dat het minder wordt, Lendl zegt dat het bij zijn karakter hoort.
      
Andy Murray – The man behind the racket gaat verder vooral over de laatste toernooien op Wimbledon. In 2012 stond Murray tegenover Federer die beter begon te spelen nadat het dak gesloten werd en won. Andy huilde toen hij met de microfoon in de hand zijn commentaar op de wedstrijd moest geven. Zijn vader noemt dit een bepalend moment in de carrière van zijn zoon. Drie weken na de uitschakeling door Federer versloeg Murray hem tijdens de Olympische Spelen in Londen.

In 2013 moest hij door een rugblessure verstek laten gaan op Roland Garros. Later won hij Wimbledon tegen Djokovic in de bloedhitte. Het was de eerste keer sinds zevenenzeventig jaar dat een Schot in zegevierde. Boris Becker spreekt van een Hollywood verhaal. Tussendoor deed Murray nog mee aan een benefietwedstrijd tussen hemzelf en Henman tegen Lendl en Berdich voor de jonge weerman Ross Hutchinson die aan kanker leed. De dag na zijn winst loopt hij over het centercourt om de terreinknechten te bedanken voor de verzorging van het gras. Hij vertelt tegen Sue dat hij de laatste punten in een waas speelde en nauwelijks nog adem kon halen. Hij hoopt in de toekomst meer van zijn sport te genieten. 
  
Het was leuk om andere tennissers zoals Tim Henman, Andé Agessi en de Schotse voetbalcoach Alex Ferguson te horen. Ze blijken mensen van vlees en bloed met hun eigen sfeer, vooral Murray. Daardoor kijk ik straks toch wat anders naar deze sympathieke Schot.

Hier de trailer.

donderdag 29 januari 2015

Louwrens Hacquebord over Wildernis, woongebied en wingewest, VPRO –Boeken, 25 januari 2015



Noordpoolonderzoeker trekt weinig consequenties uit zijn ervaringen

Archeoloog, fysisch geograaf en Noordpoolonderzoeker Louwrens Hacquebord schreef eerder Geschiedenis van de Noordse Compagnie (1614-1642), een interessante periode in de geschiedenis van de Nederlandse walvisvaart. In Wildernis, woongebied en wingewest doet hij verslag van zijn onderzoek naar de verandering van het Noordpoolgebied.

Hacquebord was voor het eerst in de poolcirkel in 1979 tijdens een expeditie van zeven personen, die daar allemaal voor het eerst waren. Hij was toen 32 jaar oud. Men wilde de plek bereiken waar een nederzetting was geweest van Nederlandse walvisvaarders. Die hadden het vak in de twaalfde eeuw geleerd van Basken in de Golf van Biskaje. Nadat de walvissen daar uitgeroeid waren, trok men naar het noorden. De expeditie waar Hacquebord deel van uitmaakte kende veel ontbering. Het was erg vochtig en waterkoud, waardoor de tenten en de inhoud nat werden. In de twee volgende zomers boekten ze meer resultaat.

Afgelopen zomer was Hacquebord voor het laatst op Spitsbergen. Hij houdt van de uitgestrektheid van het landschap, dat harmonie uitstraalt. In vergelijking met 1979 ligt er veel minder sneeuw en ijs. Het landschap was daardoor veel groener. Hij betreurt het dat een uniek landschap verdwijnt. Dit heeft ook consequenties voor het systeem aarde. Niet alleen wat betreft de zeespiegelstijging, maar ook voor lucht- en waterstromen. Wat we nu meemaken is iets anders dan de natuurlijke wisselingen gedurende de ijstijden. Hoewel de dierpopulatie niet verandert, zijn er veel meer muggen.

Wim Brands wil weten hoe het met de pelsjagers staat.
Volgens Hacquebord leefden er al weinig op Spitsbergen, maar nu zijn het er nog minder. Op Groenland heeft men andere middelen van bestaan gevonden, gebaseerd op de visserij en het toerisme. De nationale overheid stimuleert het gebruik van mobiele telefoons, waardoor men kan delen in de Westerse consumptiegoederen die in pakketten in de onherbergzame gebieden worden afgeleverd.  

Brands zegt dat Hacquebord in zijn boek laveert tussen romantiek en realisme.
Hacquebord wil de lezer het gebied in meenemen en het eerdere beeld, als zou de Noordpool voor avonturiers bedoeld zijn, herscheppen. Door documentaires verandert ons beeld al. We zien kwetsbare wildernis. Greenpeace maakt daar gebruik van om de publieke opinie te beïnvloeden. Hijzelf wil een middenweg bevaren tussen economisch gewin en ecologisch natuurbehoud. Multinationals die het gebied in handen willen krijgen zouden moeten afblijven van het kerngebied rond de Noordelijke IJszee. Daar hebben we niets te zoeken. Dat mag geen wingewest worden. Een voorbeeld voor de Noordpool zou Antartica kunnen zijn, waar een internationaal verdrag geldt om het gebied te beheren. Kuststaten willen echter graag het gebied inlijven met het oog op mogelijke olie- en gasvondsten. In geval van een onheilscenario dient men volgens Hacquebord met bedrijven zelf over de winning vna fossiele brandstoffen te onderhandelen.

Het is jammer dat Brands en Hacquebord niet verder komen dan de olie- en gaswinning. Juist duurzame energie is een oplossing voor de toekomst. Hoewel Hacquebord toegeeft dat het gebied kwetsbaar is, trekt hij geen conclusie uit zijn woorden. De zesdelige documentaire Klimaatjagers (zie hier) van Bernice Notenboom spreekt boekdelen.