Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.


Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

dinsdag 23 september 2014

Annegreet van Bergen over Gouden jaren, VPRO-Boeken, 21 september 2014



Een verse ananas leidt tot historisch onderzoek

Het boek Gouden jaren van Annegreet van Bergen (1954) gaat over de ongebreidelde materiële groei in de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Aan de hand van een viertal foto’s vertelt ze daarover.

Wim Brands begint over de telefoon die eind jaren zestig in zijn ouderlijk huis kwam.
Van Bergen weet met percentages aan te geven hoe snel die ontwikkeling ging, maar wil eerst nog iets anders vertellen, namelijk hoe ze aan haar onderwerp kwam.

Het is een vraag die Brands gewoonlijk ook stelt, maar Van Bergen is hem dit keer voor.
Ze vertelt dat ze in november 2011 erg somberde over de economische crisis. Haar opdrachtgevers lieten het afweten en op het pensioen van haar man werd gekort. Ze kwam daardoor op het idee om terug te kijken naar de weelde van de afgelopen decennia. Concreet begon het toen ze een verse ananas schilde. Ze herinnerde zich dat haar vader, die bedrijfsleider was, in de jaren zestig een verse ananas kreeg, iets dat in die tijd ongekend was, terwijl ze op dit moment bij wijze van spreken elke dag verse ananas zou kunnen eten.

Ze gebruikte veel materiaal om haar onderzoek uit te voeren. Haar eigen en andermens herinneringen, cijfers van het CBS, historische studies en ze ging ook op pad, bijvoorbeeld naar musea.

Brands vraagt haar iets te vertellen wat ze onverwacht vond, want veel van de zaken zijn ons natuurlijk wel bekend.
Van Bergen noemt het regeringsbrood, dat nog in de jaren zestig gebakken werd. Het was een erfenis uit de Tweede Wereldoorlog, toen bakkers verplicht waren goedkoop brood te leveren dat behalve met graan ook met peulvruchten gemaakt was om aan de behoefte van arme mensen te voorzien.

Brands toont de eerste foto: De lege snelweg.
Van Bergen wilde veranderingen in de maatschappij in kaart brengen en las daarom het boekje van de Anwb Veredelde rijkunst voor iedereen. Daarin werd beschreven dat men voor de autorit onder andere moest controleren of de portieren goed dicht waren. Dit herinnerde haar aan een voorval uit haar jeugd toen een zoontje van de huisarts uit de auto geslingerd werd en aan zijn verwondingen overleed. Inmiddels is het verkeer, ondanks de enorme toename van auto’s, veel veiliger geworden. Van Bergen verklaart dat uit het feit dat het gedrag veranderd is, de wegen verbeterd en de auto’s zelf ook veiliger zijn.

Foto twee: Groot gezin.
Van Bergen heeft uitgezocht dat tot 1968 in het openbaar geen condooms werden verkocht. Ze vertelt de anekdote dat haar ouders ze hergebruikten. Ze zag namelijk een gebruikt exemplaar in de linnenkast. Dat gebeurde vaker, weet ze. Ze heeft het archief van de NVSH geraadpleegd en uitgezocht dat condooms in die tijd duurder waren dan nu.

Foto drie: Kinderwagen.
Van Bergen wilde een oude kinderwagen in een museum wegen, maar die was te zwaar voor haar. Haar man lukte het wel en kwam op 34 kilogram, drie keer zo zwaar als nu, maar de oude wagen was dan ook niet bedoeld om achterin de auto mee te nemen.

Foto vier: Bermtoerisme.
Omdat er weinig te doen was en men ook geen geld had, stapte men in de auto om ergens op een mooi plekje langs de weg naar andere automobilisten te gaan kijken.

Tenslotte vraagt Brands of de meeste veranderingen in de geschiedenis in de door haar beschreven periode optraden.
Absoluut, zegt Van Bergen.  


maandag 22 september 2014

Gratis geld, Tegenlicht, 21 september 2014



Een basisinkomen bij gebrek aan banen

De Tegenlicht uitzending Gratis geld gaat over het basisinkomen, een onderwerp dat in de jaren zeventig al vaak besproken werd, maar inmiddels met het opraken van de banen een nieuwe impuls lijkt te krijgen.

Directeur van het MIT, Erik Brynfolfsson en co-schrijver van The second machine age heeft uitgezocht welke invloed robots over ons leven krijgen. Ze nemen vooral het routine matige werk van ons over. Mensen die in die sector werken worden dus zwaar getroffen. Dit angstbeeld wordt fraai in beeld gebracht door een tafeltennisspeler die tegen een robot speelt en met rake klappen van de tafel geveegd wordt. Volgens Brynfolfsson zijn er twee mogelijkheden: of een kleine toplaag gaat met de winsten strijken, of we gaan alles eerlijker verdelen.

Als de gebruikelijke ruil tussen arbeid en inkomen door een banentekort niet meer mogelijk is, moet het systeem veranderd worden. Econoom Marcel Canoy (zie foto) schetst een sociaal model waarbij de vrije tijd toeneemt en men andere taken op zich kan nemen zoals vrijwilligerswerk. Dit nieuwe model vermijdt de enorme kosten voor controle en bespaart vernederingen voor mensen die afhankelijk zijn van de bijstand.

In Nederland is een beweging die propaganda maakt voor het basisinkomen. Vrijdenkers uit de jaren zeventig en twintigers vinden elkaar in hun opvattingen. Yara Rahimi vertelt over de verzakelijking van de arbeidsmarkt. Ze kwam als ambtenaar zelf in een ethisch conflict terecht toen een werkloze man zijn ernstig zieke moeder wilde gaan verzorgen, iets dat binnen het systeem niet mogelijk was. Een basisinkomen zou een oplossing voor dit probleem kunnen betekenen.

De haalbaarheid van een basisinkomen werd in de jaren zeventig in de Canadese plaats Dauphin in de provincie Manitoba uitgetest. Onderzoeksleider van dit zgn. Mincome project was Ron Hiker. De resultaten verdwenen in het archief vanwege veranderingen in het politieke veld. Evelyn Forget spoorde ze weer op en schreef erover. De hechte boerengemeenschap in Dauphin bestond uit achtduizend inwoners. De plaats lag nogal afgesloten en was daardoor geschikt als onderzoeksgebied. In plaats van een uitkering kreeg iedereen een gegarandeerd inkomen. Hoewel er weinig banen waren leidde dit wel tot meer activiteit van de inwoners. Omdat men in staat was een eigen keuze te maken werd men gelukkiger en minder ziek, hetgeen drukte op de kosten van de gezondheidszorg. Hiker meent dat een dergelijk idee opnieuw actueel is om een groeiende inkomensverschillen en de grotere sociale ongelijkheid te lijf te gaan. Een gegarandeerd inkomen biedt betere kansen op een fysieke en mentale gezondheid.

Canoy schetst, op grond van een inkomen ter hoogte van de AOW uitkering van 760 euro, de baten en kosten en komt op een negatief verschil van dertig miljard euro, net zo groot als het huidige begrotingstekort. Het levert echter wel minder stress op, meer creativieit, innovatie en ruimte om mantelzorg te verlenen. Dit model sluit beter aan op de toekomst, stelt hij. We nemen afscheid van het tijdperk van het arbeidsethos en gaan naar een andere ethiek toe. Hij is voorstander van een experiment, bijvoorbeeld op Schiermonnikoog. Misschien verdampt zelfs wel die dertig miljard.

Hier meer over de uitzending. Men kan woensdagavond napraten in Pakhuis de Zwijger of op drie andere plaatsen. Misschien gaat het daar ook wel over het verschil tussen een gegarandeerd en een basisinkomen. Waarom zou iedereen een bedrag ter grote van een AOW uitkering moeten krijgen? Als een basisinkomen alleen wordt toegekend aan personen die niets of weinig verdienen blijft er meer geld voor hen over, lijkt me.



Ann de Craemer over Kwikzilver, VPRO-Boeken, 21 september 2014



Van het verre naar het dichtbije maar altijd over het gewone

De Vlaamse schrijfster Ann de Craemer (Tielt, 1981) schreef haar derde roman Kwikzilver over haar oma, die na zestig jaar op het platteland in een verzorgingsflat werd neergepoot. Het is tegelijk de geschiedenis van een eeuw. Eerder schreef De Craemer over Iran. Ze las het werk van Kader Abdolah en raakte gefascineerd door de eeuwenoude en hoogstaande Iraanse cultuur. Ze studeerde de taal en ging in de aanloop van de belangrijke presidentsverkiezingen van 2009 met een werkbeurs en een fotograaf naar Iran toe, in de verwachting dat er een politieke dooi op komst was en dat ze de veranderingen zou kunnen registreren. Dat bleek een misrekening. In plaats van langer in Iran te kunnen blijven werd ze het land uitgezet. Gelukkig had ze genoeg stof over de gewone Iraniër verzameld voor haar eerste journalistieke boek Duizend-en-één dromen, dat de ondertitel Een reis langs de Trans-Iraanse Spoorlijn draagt.

Wim Brands zegt dat ze het daarna dichter bij huis zocht. In 2011 publiceerde ze haar eerste prozawerk Vurige tong over haar katholieke jeugd en een jaar later kwam haar tweede boek uit.
De Craemer vertelt dat ze eerder in Gent en in Brussel woonde maar ziek werd van heimwee en terugkeerde naar haar geboorteplaats Tielt in West-Vlaanderen. Ze dacht daarvoor dat een schrijver om groot te worden in een grote stad moest wonen maar werd daar depressief. Ze miste de rust van het platteland. Haar tweede boek De seingever (2012) gaat daarover. Ze vindt het heerlijk om na een hoofdstuk of een column op de fiets te stappen en naar de heuvel te rijden van waar ze een vrij uitzicht heeft over de graanvelden. Ze maakte daar ook foto’s van, in hun wisselende aanzichten. Een schrijver moet lang kijken, zegt ze, in een stad zijn de indrukken vluchtig.
   
Brands stelt vast dat ze van haar handicap een voordeel heeft gemaakt.
Haar derde boek gaat over haar oma, die zestig jaar op het platteland woonde en in 1989 van de gemeente een brief kreeg dat ze vanwege een industrieterrein diende te verhuizen naar een verzorgingsflat in het centrum van Tielt. In plaats van ruimte om zich heen zag ze een smalle grijze straat met auto’s.

Ze maakte dit boek omdat ze een speciale band met haar oma had. Na haar overlijden zat ze sip op de bank toen de parochiepriester langs kwam in verband met de uitvaart en haar vroeg om de tekst op het bidprentje te schrijven. Ann wilde dat echter niet in tweehonderd woorden doen, vandaar dit boek. Net als in haar eerdere boeken staat weer de gewone mens centraal. Dit maal gaat het om een gewone vrouw, die toch ook veel meemaakte, waardoor Kwikzilver meteen de twintigste eeuw beschrijft. Haar vader ging bijvoorbeeld naar de Verenigde Staten maar keerde terug omdat hij daar niet kon aarden. Het zit blijkbaar in de familie.

De Craemer zegt dat haar roman door sommige critici wordt afgedaan als heimat-literatuur (hetgeen in Nederland wellicht een streekroman heet), maar het bood zoveel stof die ze niet kon laten liggen. Bijvoorbeeld over een oom die vroeger dagelijks zijn moeder bezocht en bij haar een pintje dronk, maar in het verzorgingsflat nooit meer kwam omdat hij vond dat de familie de verkeerde, namelijk de dure flat, had uitgekozen. Zijzelf heeft haar oom dat, anders dan haar oma die haar lot droeg, nooit vergeven.

Haar volgende boek is non-fictie en gaat over taal. Dit naar aanleiding van een blog in De Morgen over taalverloedering. Tenslotte spreekt De Craemer vloeiend een stukje dialect van haar oma. Brands zegt dat hij alles verstond. Een aangenaam gesprek met deze charmante gaste.

zondag 21 september 2014

Orlando Figes over Revolutionair Rusland, Buitenhof, 21 september 2014



Revolutionaire geest een eeuw lang vaardig over Russen

In het zondagse programma Buitenhof spreekt Marcia Luyten met de Britse historicus Orlando Figes (Londen, 1959) over zijn nieuwe boek Revolutionair Rusland (2014) dat een eeuw revolutie omvat en zijn eerdere boeken over dit, voor hem nog altijd zeer boeiende, land samenvat. Anders dan gebruikelijk is hij van mening dat het vuur van de revolutie dat in 1917 werd ontketend een eeuw lang bleef bestaan. Tussen 1891 en 1991 werden de doelen nooit ingrijpend gewijzigd. Ook Gorbatsjov was volgens Figes nog steeds een bolsjewiek, die een sterke staat noodzakelijk achtte voor het welzijn van de bevolking.

In 1917 heerste er een sfeer van modernisering in Rusland, ook onder invloed van de Eerste Wereldoorlog. De utopische visie op de samenleving vindt nog steeds weerklank bijvoorbeeld in jeugdorganisaties. Er moet wel een nieuwe retoriek gevonden worden om de nieuwe generaties aan te spreken.

De eerste generatie had zoals gezegd modernisering van de maatschappij op het oog. De tweede generatie, die van 1941, werd aangesproken door het patriottisme dat door de Nazi’s werd bedreigd. Het land bracht enorme offers om het nazisme te verslaan. Figes zegt dat 97 procent van alle achttien jarigen daarbij om het leden kwam. De derde generatie werd een worst voorgehouden dat de Sovjet-Unie de Verenigde Staten op technisch opzicht naar de loef zou steken. Op het ogenblik heerst er een morele amnesie over de revolutietijd. Mensen staan in de rij voor de winkels en zijn de revolutionaire retoriek moe. De lijkzakken die terugkomen uit Oekraïne worden minder gemakkelijk geaccepteerd. Het gebrek aan erkenning dat de Russen ondervinden over hun strijd tegen de Nazi’s wordt nog altijd gevoeld.
  
Luyten vraagt of Poetin inmiddels met een restauratie bezig is.
Volgens Figes speelt hij in op de nationale trots, die in de jaren negentig na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie een enorme knauw kreeg. Er heerste schaamte over de terreur van Stalin, die door Poetin werd weggestreken. Hij verontschuldigt zich niet voor de daden van Stalin, maar zet die in perspectief. Ook de Amerikanen maakten fouten, zoals door het gebruik van de atoombom. Figes vindt de ontwikkeling op de lange termijn wel bedreigend. Temeer omdat de meeste Russen slecht geïnformeerd zijn.

Zijn de Russen een autoritair leider niet moe?
Figes meent van niet. Ze voelen zich weer trots op hun land en economisch is er meer stabiliteit dan in de jaren negentig. Daar hebben ze graag wat minder persoonlijk vrijheid voor over. Figes is niet bang voor imperialistische neigingen, al schreef hij dat voor de crisis in Oekraïne. Hij denkt niet dat Rusland Oekraïne wil binnenvallen. Het land is wel historisch zeer met Rusland verbonden. Daarom zal Poetin door onrust te stoken willen verhinderen dat het toetreedt tot de Navo. Een derde wereldoorlog verwacht hij echter niet.
 
Helaas werd in dit wat warrige interview niet ingegaan op de massademonstratie die vandaag in Moskou gehouden wordt tegen de inmenging van Poetin in Oekraïne. Gelukkig zwijgt niet iedereen in Rusland. Niet iedereen laat zich manipuleren door de overgebleven media die op de hand van Poetin zijn. Sommigen gaan de straat op om dezelfde route te lopen die men eerder volgde om te protesteren tegen het presidentschap van Poetin.

De kwestie voor inwoners uit Oost-Oekraïne om te kiezen voor Rusland of Europa is natuurlijk een moeilijke. Het zou Europa sieren als men het grootkapitaal harder zou aanpakken en meer ruimte zou bieden aan initiatieven van burgers. Dat zou de keuze voor mensen in het oosten van Oekraïne gemakkelijker maken. Nog mooier zou het zijn als het democratisch elan in Rusland zegeviert en de wereld niet meer in starre machtsblokken is opgedeeld. 

aangepast, zondag 21 september 17:26 uur. 

Bahar (2013), documentaire van Carin Goeijers



Familie geschokt na moord op dochter die voor de liefde koos

De documentaire Bahar - over een jonge Turkse vrouw uit Uden die door haar man Mehmet werd neergestoken - begint en eindigt aan haar graf op een Turkse begraafplaats. De vader van Bahar spreekt haar liefdevol toe. Hij prevelt dat haar zonden mogen worden vergeven, al is het de vraag of Bahar wel zo zondig was. Wellicht typeerde haar vader haar zinderende liefde voor Mehmet als zodanig. Dat is de veronderstelling die Bahar in haar dagboek heeft vastgelegd.

Carin Goeijers volgde de familie van Bahar na haar dood op 2 mei 2011 in de tijd dat de strafzaak tegen Mehmet liep. De familie en de vrouwelijke kennissen van Bahar zijn zeer geschokt over haar overlijden op 25-jarige leeftijd. Ze zitten in een kring en lijken niet te geloven dat haar dood onafwendbaar is. Op familiefoto’s is het hoofd van Mehmet weggeknipt.

Goeijers leest tussen de bedrijven door voor uit het dagboek dat Bahar achterliet. De eerste fragment gaat over meisjes die in de islamitische traditie minder in tel zijn dan jongens omdat ze na hun huwelijk de familie verlaten. Bahar schreef dat dit voor haar redelijk liberale ouders niet het geval was, maar desondanks zette ze met haar liefde heel veel op het spel. Haar twee kinderen, acht en drie jaar oud, waren getuige van de moord en zijn na haar dood, door jeugdzorg in een streng islamitisch gezin in Veghel geplaatst waar men geen televisie heeft en de kinderen andere voornamen kregen, omdat hun eigen namen in de Koran niet voorkomen.

De drie broers van Bahar zijn verdeeld over het drama en ook de verhouding tussen de vader en de moeder kreeg een knauw. Over haar dood praten kunnen ze niet. De vader slaapt in de oude kamer van Bahar met herinneringen aan haar aan de muur. Hij zegt dat Bahar het slachtoffer is geworden van haar liefde voor een man die een verblijfsvergunning nodig had.

De moeder van Bahar vertelt dat ze haar dochter niet streng heeft opgevoed maar wel probeerde te behoeden voor kwalijke invloeden. Zo mocht Bahar niet naar de disco of bij vriendinnen overnachten. Dat was tegen de zin van haar dochter. Een keer heeft haar moeder haar geslagen en ook een keer met een bot mes gestoken. Bahar voelde zich thuis gevangen zegt een broer die tatoeages zet.  

De vader vertelt dat Bahar op vijftien jarige leeftijd achter zijn rug werd weggegeven. Hij ging naar Mehmet toe, gaf hem een klap, maar stemde daarna in met een huwelijk uit respect voor zijn dochter. Haar tatoebroer weet nog dat Bahar zeker was van haar liefde. Hij wist niet dat ze op dat moment ook zwanger was, anders had hij misschien wel heftiger op haar trouwplannen gereageerd.

De moeder is blij dat haar kleindochters in ieder geval op dezelfde kamer slapen. Ze vindt het maar niets dat de jongste mama zegt tegen haar stiefmoeder. Ze hoopt dat de kinderen spoedig weer bij haar terugkomen.

Uit de dagboekfragmenten blijkt dat het met Bahar steeds slechter ging, maar dat ze dat voor haar familie probeerde te verbergen. Al vanaf het begin werd ze door haar man geslagen. Na de geboorte van haar tweede kind liep ze als een zombie over straat. Ze wist niet meer wie ze was. Ze wilde naar een Blijf van mijn lijf-huis maar durfde niet. Een tante vertelt dat Bahar eens opbelde maar na een vreselijke gil weer neerlegde. De tante is er nog steeds door aangedaan en slikt anti-depressiva. De vader wordt akelig van de diepe gevoelens die in het dagboek van Bahar naar voren komen. Zo heeft hij zijn dochter nooit gekend.

In de aftiteling lezen we dat Mehmet is veroordeeld tot achttien jaar gevangenisstraf.

Hier de trailer op de site van het Movies that matter-festival.