Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



vrijdag 9 december 2016

De trek (najaar 2016), vierdelige reisserie met Bram Vermeulen


Blik in de wereld van zogenaamde gelukzoekers

Onder regie van David Kleiwegt en - in aflevering drie en vier - Alexander Oey reist Bram Vermeulen naar Afrika om meer te weten te komen over de motieven van mensen om naar Europa te komen. Daarmee vult hij een leemte op, die ik niet eens zo opgemerkt heb. Het is zo met veel zaken. Men neemt bepaalde feiten voor gegeven aan en pas als iemand daar de aandacht op vestigt gaat men erover nadenken. Bram Vermeulen komt de eer toe ons bewustzijn tenminste weer een stukje te vergroten.

1. De smokkelaar

Vermeulen is in Agadez, een plaats in Niger aan de rand van de Sahara. Van oudsher worden daar tochten georganiseerd naar Libië, vroeger met een kameel, tegenwoordig met vrachtwagens en terreinwagens. De tocht bedraagt zo’n 250 kilometer en daar doet men zo’n tien uur over. Het is vooral koud. Als men van de wagen valt, stopt men niet omdat men vast kan komen te zitten in het zand. De ongelukkige sterft een eenzame dood.

Vermeulen hoort in een truckerscafé dat de toestand na de val van Kadhaffi onveiliger is geworden. Toeristen ziet men niet meer. Mensensmokkelaars hebben tegenwoordig vrij spel. Ze rijden in nieuwe pick-ups. Het gevaar bestaat dat zij voor de terroristische organisaties gaan werken als Europa de grenzen sluit.

Vermeulen praat met twee mensensmokkelaars die de tochten organiseren. Mousa heeft een Libische vader die niet meer in Niger mag komen. Hij organiseert zijn tochten vanuit zijn supermarkt en laadt wekelijks 25 personen in de bak van zijn Toyota. Aghali studeert en combineert vrijpartijen met vriendinnen met het coördineren van tochten naar Libië. Hij zegt dat er velen dood gaan door de dorst, ziekte of ruzies.

De Europese dienst Eucap die bij Agadez een kantorencomplex laat bouwen om de migratie tegen te houden, wil niet met Vermeulen praten. Het is de vraag of ze in dit bolwerk veel kunnen uitrichten. Zelfs de politie verdient eraan om migranten door te laten. Een bouwmeester zegt dat men niet naar Europa zal gaan als hier voldoende werk is.

2. De xenofoob

Vermeulen onderzoekt de moord op de Mozambikaan Emmanuel door de Zulu Mtinto (1992) nadat diens koning zijn onderdanen had opgeroepen om buitenlanders te verjagen. Daartoe stapt Vermeulen in het hol van de leeuw. De koning vertelt hem dat hij het zo niet bedoeld heeft. Het blijft de vraag of hij het niet als chantagemiddel heeft gebruikt tegen de regering die zijn inkomen gekort heeft. Mtinto werd in ieder geval tot zeventien jaar gevangenisstraf veroordeeld.

De migratie binnen Afrika is groter dan de trek naar Europa en leidt tot problemen waarbij armen elkaar te lijf gaan, zoals in de township Alexandra in de buurt van Johannesburg met de dood van Emmanuel als gevolg. In armoedige flats, die gebouwd werden voor mijnwerkers, woont de familie van de moordenaar. Vermeulen spreekt met de moeder die ziek van verdriet is. Na de dood van haar man kwam ze uit het thuisland naar de township, maar werk was er niet voor haar zoons. Een tante zegt dat ze ook zo’n vechtjas heeft en blij is dat die er niet bij was omdat Emmanuel anders het ziekenhuis niet gehaald had. Ze zegt dat er veel jongeren zijn zoals Mtinto en haar zoon.  

Een fotograaf die toevallig in de buurt was, filmde de steekpartij. Een collega van hem bracht de zwaargewonde Emmanuel naar de kliniek, maar de dienstdoende arts - zelf een buitenlander - durfde niet te helpen. De moeder van Mtinto is geschokt door de foto’s. Ze tekent een brief waarin ze vergiffenis vraagt maar heeft geen geld om naar Mozambique te gaan om de familie van Emmanuel te ontmoeten. Vermeulen stelt vast dat men anderen niet leert kennen door de grenzen die men in zijn hoofd heeft.

De beelden zijn met veel suspence gemaakt hetgeen afbreuk doet aan het onderwerp. Kleiwegt zou zich moeten beperken tot de inhoud, want die is al dramatisch genoeg.

3. De drenkeling

Met Alexander Oey keert een meer ingekeerde stijl terug. Het onderwerp is er ook naar. Het gaat over een boot met zevenhonderd vluchtelingen, die op 18 april 2015 zonk in de Middellandse Zee, de grootste zeeramp sinds de Tweede Wereldoorlog. Vermeulen is in het dorp Maka Kolibantang in het oosten van Senegal dat dertien jongemannen en daarmee een belangrijke investering verloor. De stenen huizen in het dorp zijn gebouwd met geld uit Europa. 

Het dorp heeft migratie in zijn DNA, stelt Vermeulen vast. Hij spreekt met familieleden van de omgekomen jongemannen die soms nog niet in hun dood willen geloven. Een vader, die zijn al sinds 25 januari 2015 niets meer hoorde van zijn zoon, die in oktober 1994 werd geboren, zegt dat hij wellicht in een gevangenis op Malta zit, vanwaar hij geen contact kan opnemen. Het Rode Kruis nam een foto van hem om die te verspreiden in gevangenissen. Vermeulen knipt een nagel van de man af en geeft die aan pathologe Cristina Cattaneo die in Auguste op Sicilië werkt aan het identificeren van de vele slachtoffers. Ze is gewend aan de lijkgeur. Anders dan Europeanen die bij een vliegramp om het leven komen, zoals met de MH17, verdwijnen velen anoniem in een graf. Zij voelt zich steeds meer betrokken bij de slachtoffers die wanhopig moeten zijn geweest om zich aan zo’n hachelijk avontuur te wagen.

De tweeëntwintig jarige Bady Ba was ambitieus maar kon niet zwemmen. De moeder wist niets van zijn reisplannen. Hij heeft nog een keer gebeld uit Libië, maar daarna heeft men niets meer van hem gehoord. Volgens een waarzegster zou haar zoon nog in leven zijn. Vermeulen knipt ook een nagel van haar af. Zij wil graag zijn dode lichaam terug. De onzekerheid is, net als bij de anderen die getroffen zijn, groot.

De burgemeester heeft liever dat de jongemannen in het dorp blijven. Eerder al leverde zijn land veel soldaten in de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Europa zou moeten investeren in fabrieken waarin de dorpelingen zouden kunnen werken. Hij toont een landbouwgebied dat in gebruik kan worden genomen, maar Vermeulen vindt het wel erg heet en schraal.

4. De gedeporteerde

Vermeulen is in de twintig miljoen inwoners tellende Nigeriaanse hoofdstad Lagos. Op de luchthaven is een centrum ingericht, waar uitgezette Nigerianen ontvangen en naar familie gestuurd worden. Dit staat op een deel van de luchthaven waar de vracht afgehandeld wordt. Volgens medewerkers van de dienst omdat sommige uitgezette Nigerianen agressief zijn. De EU beloont de regering financieel voor hun medewerking. De Britten betaalden zelfs een gloednieuw gebouw.

Een taxichauffeur die vier jaar in Nederland werkte maar in Hoek van Holland werd aangehouden toen hij naar Groot Brittannië wilde, vertelt dat hij naar Europa ging om zijn kennis van autotechniek te vergroten. Hij betreurt het dat hij terug is. De wegen zijn hier slecht. Maar hij heeft zich wel onderscheiden met zijn vlucht.

Joy Edobor, die in Nederland tegen haar wil in de prostitutie belandde, werd met haar vier jonge kinderen uitgezet terwijl er nog een hoger beroep liep (zie foto). De kinderen spreken Nederlands en kennen Nigeria helemaal niet. Ze willen het liefst terug. Joy vertrouwt haar familie niet die haar naar Nederland stuurde om geld van haar te krijgen. De kerk bekommert zich om hen. De onderwijzeres vraagt zich af of de kinderen, gezien de financiële situatie van Joy, op school kunnen blijven. Vermeulen zal een actie starten om haar geldelijk te steunen. Hier meer op de site De trek.

Izzy werd op jonge leeftijd door zijn oom meegenomen naar Leeds. Zijn oom verdween en liet hem achter. Hij kwam in een pleeggezin en merkte pas tijdens een schoolreis dat hij illegaal was. Dat men hem uitzette, beschouwde hij eerst als een grap. Omdat hij geen familie heeft, heeft hij zich aangesloten bij een groep jongeren in een gevaarlijke wijk in Lagos. De vrouw die de jongens een slaapplaats aanbiedt maakt zich zorgen over zijn toekomst. Anders dan Nigeriaanse jongeren in Izzy erg kwetsbaar.

Hier meer informatie over de serie De trek, hier het begeleidende nummer Somersault van de Deense groep I got you on tape.


Yahya en de 222 afwijzingen (2015), documentaire van Julia van Graevenitz


Documentairemaakster doorbreekt stereotype beeld van Marokkaanse jongeren

Een Marokkaanse jongere uit Amsterdam Nieuw West die in de criminaliteit terecht komt. Het is een beeld dat voldoet aan het cliché. Julia van Graevenitz laat heel verfrissend het tegenoverstelde zien. Het is niet de onwilligheid van Yahya die maakt dat hij niet aan de bak komt, maar de weigerachtigheid van bedrijven om hem een leerplek te bieden waardoor hij vooruit kan in het leven.

De documentairemaakster volgt Yahya terwijl hij door het Streetcornerwerk wordt aangesproken met de vraag of hij begeleid wil worden. Yahya die graag uit het criminele circuit wil stappen, gaat op de uitnodiging in. Hij maakt een afspraak met Geoffrey, die tijdens een eerder bezoek aan Yahya zag dat hij een jongere was met veel schulden. Het is belangrijk zijn vertrouwen te winnen.

We zien tussendoor eerdere beelden van de jongere die vertelt over de verleiding van het snelle geld door koerierswerk. Daardoor brak hij de opleiding aan de hotelschool of. Omdat Yahya geen diploma heeft en al achttien jaar oud is, zijn zijn kansen om aan de bak te komen gering. Het is het beste dat hij eerst een leerbedrijf zoekt. Yahya ziet wel iets in een opleiding tot lasser. Hij belt zich suf naar bedrijven die daarvoor in aanmerking komen. Geoffrey vertelt in een teambespreking met collega’s dat Yahya 198 afwijzingen heeft gehad en dat hij de wanhoop nabij is.

Geoffrey gaat met hem mee naar de bedrijven die wel bereid zijn tot een gesprek, maar die blijken ook vaak weinig op te leveren. De Kubric kubus die Yahya in de auto op weg naar een sollicitatie maakt, weet hij net niet op te lossen en is misschien wel een aanwijzing voor wat hem te wachten staat. Uiteindelijk is er een bedrijf dat met hem in zee wil al wordt daar weinig gelast. Yahya leert daar in ieder geval de vloer aanvegen, zegt de man van het bedrijf. Geoffrey zegt dat het in ieder geval iets is en dat hij van daaruit weer verder kan naar een volgend niveau.

Het bedrijf moet eerst goedgekeurd worden door de instantie die daarover gaat. De teleurstelling is groot als blijkt dat het bedrijf niet geschikt is als leerbedrijf. Ook bij Geoffrey. Yahya peinst en beseft dat het criminele pad ook niet alles is. Hij is nu twintig jaar oud en wil een toekomst opbouwen door een diploma te halen en werk te zoeken.

Hij komt in contact met een projectleidster van het Van Damscollege die hem een baan en een opleiding in het vooruitzicht stelt. Yahya kan zijn geluk niet op, maar Geoffrey matigt zijn enthousiasme. Het is namelijk zo dat allerlei bedrijfjes zich met kansloze jongeren bezighouden om geld van de gemeente los te krijgen. De projectleidster, die zei dat ze hem in tien weken aan een diploma kon helpen, blijkt verdwenen toen puntje bij paaltje kwam.

Geoffrey gaat mee naar de moeder van Yahya en vertelt haar dat zij trots op haar zoon kan zijn die zich tot het uiterste heeft ingespannen om iets van zijn leven te maken. Een jaar later heeft Yahya nog steeds geen werkplek. Hij werkt op de receptie van de filmmakers en probeert in de tussentijd zijn MBO diploma te halen.

Hier meer informatie op de site van het Streetcornerwerk.

donderdag 8 december 2016

Recensie: Het land van zijn vader (2011), Greta Riemersma


Prachtige verbinding tussen politieke - en Marokkaanse familiegeschiedenis

Het land van zijn vader heeft als ondertitel Een Marokkaanse familiegeschiedenis. Greta Riemersma portretteert daarin de familie van haar man Saïd, die ze begin jaren negentig in Amsterdam ontmoette. Ze trouwden en kregen drie kinderen, die in Groningen opgroeiden. Omdat Saïd langzamerhand steeds meer heimwee kreeg naar zijn geboorteland, ging het gezin eind 2007 voor een aantal jaren terug naar Marokko. Het feit dat Riemersma via de Volkskrant een correspondentschap in Marokko kon krijgen, zorgde voor een financiële basis voor het verblijf. Dat was in Kenitra, een stadje ten noorden van Rabat, waar de familie van Saïd woonde. Said dacht zelf Mercedessen te gaan verkopen om het gezinsinkomen op te krikken, maar dit bleek moeilijker dan verwacht. Afspraken in Marokko hebben een andere status dan in Nederland. Later probeert hij het als tussenhandelaar, maar ook met wisselend succes.

In haar boek beschrijft Riemersma tenslotte ook een reis naar het zuiden waar de vader van Saïd vandaan komt, maar ze geeft toch vooral inzicht in het dagelijks leven in een islamitische cultuur, die, na de aanslagen op de Twin Towers, vooral door de hersenspoeling van televisiepredikers, in een meer orthodox vaarwater kwam. Opeens gingen de zussen van Saïd een hoofddoek dragen. Die kan zowel een teken zijn voor trots op het geloof als bedoeld om een losbandig leven te verhullen. “Met hoofddoek, zonder onderbroek”, zeggen Marokkanen in Nederland.’

Op beeldende wijze beschrijft Riemersma het leven in Kenitra in de tijd dat de Fransen daar de macht hadden. In het stadje bestond een aparte buurt voor de Fransen, die weinig contact hadden met de Marokkaanse bevolking. Ider, de vader van Saïd die met zijn jongere broer vanuit de Sahara via Marrakech naar Kenitra was gekomen, werkte als tuinman voor rijke Fransen, maar was ook actief in het verzet tegen de koloniale heerser. Hij belandde zelfs in de gevangenis, maar wilde daar nooit veel over zeggen, net als over de oorlogstijd. De martelkamers in de wijnkelder van de Fransen werden later door de Marokkaanse regering gebruikt om de roep om meer democratie te smoren.

Na de onafhankelijkheid vertrok Ider naar Saint Etienne om daar te werken. Het geld dat hij verdiende, stuurde hij naar zijn gezin in Kenitra, waar hij af en toe naar terugging. SaÏd wilde graag mee naar Frankrijk en drong net zolang aan tot zijn vader toestemde. Via Bordeaux kwam hij in Amsterdam terecht waar de vrije sfeer, hem ingeblazen door zijn moeder, hem heel goed beviel. Riemersma, journaliste van de Volkskrant, werd tijdens een feest aangetrokken door het levensgemak dat Saïd uitstraalde. Ze trouwden en bouwden een toekomst op in Groningen, tot heimwee Saïd parten begon te spelen en voor Riemersma het avontuur lonkte.

In Kenitra kregen ze te maken met problemen, voortkomend uit het verschil tussen de westerse en de islamitische cultuur. Riemersma werd aanvankelijk nauwelijks alleen gelaten door de zussen van Saïd en voelde dat er een onzichtbare sluier om haar heen hing als ze samen met haar man iemand sprak. Ze slaagden er niet in een school te vinden waar kinderen niet geslagen werden. Dat vormde één van de breekpunten om terug te gaan naar Nederland, maar niet voor ze de plaatsen bezochten waar Tamou en Ider, de ouders van Saïd, vandaan kwamen, resp. het armoedig dorpje Mlelha linksboven Marrakech en het kleine plaatsje Tazrote aan de rand van de Sahara. Riemersma bewaart de tocht tot het eind van het boek, waarbij ze voor de familie ook nog eens informeren naar de lap grond in de vruchtbare Draa-vallei die mogelijk nog in bezit is van de familie. Een neef die daar woont helpt hen uit de droom. De vader van Said wist van de armoede aldaar en stond zijn land af in ruil voor een jaarlijkse kist dadels. Gulheid kenmerkte hem.

Riemersma geeft een scherp inzicht in de verhouding tussen mannen en vrouwen in een islamitische cultuur. Door de gescheiden opvoeding blijven de twee geslachten vreemden voor elkaar met alle nadelige gevolgen voor het huwelijk van dien. Het is verarmend dat man en vrouw elkaar slecht leren kennen, maar het valt niet mee daarin verandering te brengen. Anderzijds wijst Riemersma ook op het seksisme in de westerse wereld, waar half ontblote vrouwen op billboards als sekssymbolen afgebeeld worden om de verkoop van producten te stimuleren. Een meer humane behandeling van kinderen die Saïd op scholen voorstaat, wordt niet gesteund. Iets meer succes heeft hij om ervoor te zorgen dat vrouwen bij een rouwdienst aanwezig mogen zijn, al blijft die beperkt door het plaatsen van luidsprekers in een andere ruimte. Het stemt positief dat de meeste islamieten ook tegen geweld gekant zijn en dat ze niet zoveel verschillen van christenen. Het land van zijn vader brengt de islamitische levenswijze daarmee dichterbij de onze. In een tijd van vijandigheid en onbegrip vormen de beschouwingen van Riemersma een welkom tegenwicht.

The society of the spectacle (1973), documentairefilm van Guy Debord


Diepgaande kritiek op het leven in een wereld met een globale markt

The society of the spectacle is een bijzondere film waarin teksten van de Fransman Guy Debord (1931-1994) uit zijn boek La societé du spectacle uit 1967 als uitgangspunt genomen zijn. Het boek is geschreven in de vorm van 221 polemische stellingen over de consumptiemaatschappij, die beheerst wordt door het spektakel. Daarmee wordt niet de heisa bedoeld die we vandaag de dag meemaken rond Trump of Wilders, maar het dieperliggende, door Marx beschreven warenfetisjisme dat zich in onze geglobaliseerde markt toont in de vorm van beelden, die de werkelijke wereld vervangen door een denkbeeldige.

The society of the spectacle bestaat uit drie delen. De film illustreert boek met fragmenten uit films zoals Pantserkruiser Potemkin (1925), For whom the bell tolls (1943) en Rio Grande (1950). Archiefbeelden over revolutionaire momenten uit de moderne geschiedenis zetten de tekstfragmenten verdere kracht bij. Inhoudelijk gaat het over een wereld waarin het samengaan van politiek en economie ervoor gezorgd heeft dat er een beeldvorming is ontstaan die zich van de werkelijkheid heeft losgezongen en die alles en iedereen in een houtgreep heeft. Het spektakel is een verhouding tussen personen die door beelden bemiddeld is, aldus een uitspraak in het eerste deel, dat De voltooide scheiding heet. Het ware is onderdeel van het onware geworden en wordt zodanig versluierd, waardoor het niet meer te herkennen is.

Het tweede deel, De waar als spektakel getiteld, grijpt terug op ideeën van Karl Marx over de essentie van de warenproductie waarbij men niets meer te zeggen heeft over hetgeen men doet. Men werkt voor een loon en kan daarmee consumptiegoederen kopen, die echter geen verbinding hebben met het eigen leven. De ruilwaarde, die tegenover de gebruikswaarde staat, wordt steeds verder doorgevoerd waardoor de mens zelf een ruilwaarde wordt. De reclame dringt een vals bewustzijn op dat niet meer herkend wordt. Het spektakel staat los van het gewone leven. Het individu blijft zonder geschiedenis achter.

Eenheid en verdeeldheid in schijn, de titel van het derde deel, gaat over de urgentie van de noodzakelijke veranderingen. Het is van belang om reflectie en actie met elkaar te verbinden. Het geproclameerde einde van de geschiedenis is een leugen die verspreid wordt door de geglobaliseerde markt, die de omstandigheden bepaalt waaronder het leven zich voltrekt. Het proletariaat is, anders dan Marx veronderstelde, nog niet klaar om de plaats van de bourgeoisie in te nemen en dient zich eerst bewust te zijn van haar kracht. Het echte leven speelt zich af in het verzet tegen de huidige machten, zoals in de tentenkampen van Occupy en bezettingen van universiteiten, maar ook op het vlak van intimiteit tussen mensen die nooit door de maatschappij ongedaan kan worden gemaakt.

Drie verschillende vrouwenstemmen reciteren teksten van Debord, die door de drank geveld werd. Soms worden die ook als citaten in beeld gebracht. De teksten hebben een hoog theoretisch niveau en worden op dicteersnelheid over de kijker uitgestort. De inhoud is rijk voor een goed verstaander die op de hoogte is van de denkbeelden van Marx. In plaats van een democratie gebaseerd op vertegenwoordiging, bepleit Debord een stelsel van directe democratie. Die kan ervoor zorgen dat in onze tijd met een, door de versmelting tussen politiek en economie, steeds zwakkere parlementaire democratie, de stem van de burger niet verloren gaat.  

Hier de vertaling van de tekst door Jaap Kloostermans en René van de Kraats onder de titel De spektakelmaatschappij uit 1976. De tekst werd door Rokus Hofstede herzien in 2015.De foto toont de omslag van de Franse editie uit 1983.

dinsdag 22 november 2016

Don Juan (2015), documentaire van Jerzy Sladkowski


Weerstand autist tegen intimiteit scherp in beeld gebracht

De Poolse regisseur Jerzy Sladkowski (1945), sinds de jaren tachtig in Zweden woonachtig, werd al eens onderscheiden voor de documentaire Vendetta en kreeg goede kritieken over Vodka Factory. Zijn portret van de 22 jarige Rus Oleg in Don Juan mag er ook zijn. Het lijden van deze zachtaardige autist, die door zijn moeder Marina op zijn kop wordt gezeten, wordt heel direct in beeld gebracht. De ingekorte televisie versie doet afbreuk aan dit fascinerende portret van een kwetsbare jongen, die door zijn moeder overal naar toe wordt gesleept om toch maar vooral een beetje meer man te worden. Het hysterische gedrag van de dramaqueen heeft alleen maar een averechts effect op het zelfvertrouwen van haar zoon.

Sladkowski begint heel mooi met Oleg die de trappen van een kliniek bestijgt op de maten van Für Elise. De besneeuwde omgeving maakt de gang van de jongeman nog eenzamer. Hij zit boven en kijkt naar de stad beneden hem. In de smalle gang met schilderijen zegt hij tegen zijn moeder dat hij niets tegen de therapeut wil zeggen over hun ruzies. Hij vertelt de therapeut dat hij graag sprookjes leest. Dit naar aanleiding van een schilderij van een wolf en een lam, hetgeen wellicht symbolisch voor zijn leven met zijn moeder is.

Naar aanleiding van een uitspraak van een man dat hij nooit een meisje krijgt als hij daar zijn best niet voor doet, knoopt Oleg een praatje aan met een paar leuke meisjes (zie poster). Hij vertelt dat hij op de universiteit zit, maar verder komt het niet. Marina zegt dat vrouwen vooral geld willen om make up te kopen. Oleg protesteert maar weet niet hoe te reageren als zij zegt dat niemand haar helpt om zich tegen hem te beschermen. Ik denk dat geen mens op de wereld hier een weerwoord op zou hebben. De kwetsbare blik van Oleg spreekt boekdelen.

De oma van Oleg heeft het ook wel gehad met de kritiek van Marina op haar zoon. Ze weet dat iemand die zwaar autistisch is, niet veranderd kan worden. Het is tenenkrommend dat Oleg in de gang luistert naar de conversatie tussen zijn moeder en zijn oma. Als oma haar jas aantrekt zegt ze nog hoe traumatisch het voor Oleg was toen zijn vader het gezin verliet. Oleg zat urenlang op de trap te huilen. Desondanks masseert hij de rug van zijn moeder en staat zelfs een kusje op zijn neus als dank toe. Wellicht is hij doodsbang dat ze hem naar een psychiatrische inrichting stuurt. Een vriendin van haar had gezegd dat hij daar gecastreerd zou worden. Hij is panisch als zijn moeder op een dag de telefoon pakt om contact met de inrichting op te nemen.

Een bijeenkomst met een theatergroepje lijkt een uitkomst voor Oleg. De jonge meiden accepteren hem en hebben niet al te veel scrupules. Hij geniet van het dansen en het spelen. Een scène uit Don Juan met Tanja leidt tot een nadere verstandhouding tussen de twee, maar Oleg denkt dat hij te verlegen is voor een relatie. Een kolonel, die zegt dat vrouwen bedeesder zijn dan mannen en dat hij daarom het initiatief moet nemen, kan hem niet overtuigen. Zelfs Tanja, die zeer duidelijk verliefd op hem is, kan hem niet overhalen om zijn negatieve gedachten over zichzelf opzij te zetten. In een prachtige scène op het eind zien we hoe groot de weerstand van een autist tegen intimiteit is, ook al wil hij dat dolgraag. Hij heeft er in ieder geval wel van geleerd om zijn moeder wat meer tegengas te geven.

Hier een interview met Sladkowski, hier de trailer van Don Juan.

Erdogan’s aanhang, Tegenlicht, 20 november 2016


Tegenstelling tussen vader- en moederland schreeuwt om verzachting

De geest lijkt uit de fles. Overal in de wereld heerst een sfeer van haat en verdeeldheid. Ook in Nederland. De recente actie tegen de nieuwbakken politica Sylvana Simons is een triest dieptepunt. De oproer van Erdogan aan Turken om de straat op te gaan na de, volgens hem, verijdelde coupe poging, heeft hieraan meegewerkt. Het inspelen op sentimenten is echter een weinig productieve weg om tot oplossingen te komen voor problemen in de wereld en in Nederland. Het is te hopen dat de sfeer tijdens de meet-ups hier niet onder te lijden heeft en dat er een begin wordt gemaakt met meer vredelievendheid. De urgente ecologische problemen vragen namelijk om eensgezindheid.

Regisseur Halil Özpamuk onderzoekt wat er schuil gaat achter de massale steunbetuiging aan het Turkse bewind door de Nederturken. De gespannen verhouding tussen vaderland Nederland en moederland Turkije splijt de ziel van vele Erdogan aanhangers.

Abdurrahman woont in een achterstandswijk in Rotterdam en heeft daar een sigarenwinkel, annex reparatiezaakje voor mobiele telefoons. Zelf voelt hij zich ook een reparateur van menselijke zielen. Hij praat met klanten over het Ottomaanse rijk waar hij zelf een groot voorstander van is. Erdogan is volgens hem de man die alles kan. In politiek opzicht schaart hij zich achter de nieuwe partij van PvdA afvallers Denk. Hij gaat op het eind zelfs naar Mogadishu om eten uit te delen aan de armen.

De Marokkaan Mohamed vindt de economische toestand in Turkije dankzij Erdogan sterk verbeterd. Het zou Europa volgens hem sieren om de president een hart onder de riem te steken door hem onvoorwaardelijk te steunen. Hij vindt de houding van Europa dan ook maar slap.

Hüseyin is taxichauffeur in Amsterdam en woont sinds 1979 in Nederland. Tijdens de lunch discussieert hij met een Marokkaan die Erdogan geen goede islamitische leider vindt. Meer een fopspeen met een islamitisch jasje aan.

Yusuf woont in Wateringen, komt uit de Schilderwijk en heeft daar een halal restaurant. De politieke discussies zijn daar niet van de lucht. Zelf praktiseert hij zijn geloof niet maar voedt zijn kinderen wel als zodanig op. Ze gaan naar de moskee, voetballen op zaterdag en zitten op een christelijke school. Hij zegt dat er een diep instinct naar boven kwam na de emotionele oproep van Erdogan om steun te betuigen aan de democratie. Ook hij is teleurgesteld in de slappe houding van Nederland. Hij ziet in Erdogan een sterke leider die weet wat er moet gebeuren. Volgens hem is dat geheel naar de wens van de Turken. Het is treurig dat zijn moeder na veertig jaar nog steeds geen Nederlands spreekt.

Het gevoel van onbehagen is groot onder de Nederturken, zo horen we in de gesprekken die Hüseyin voert. Veelal voelt men zich hier niet geaccepteerd. Gelukkig is er nu de PvdA afsplitsing Denk., die het voor hen opneemt. Hüseyin voert actie tegen de felle bewoordingen waarmee Ebru Umar zich in de media over Erdogan heeft uitgelaten. Hij heeft zelfs een klacht ingediend, in Turkije wel te verstaan, want in Nederland doet men daar niets mee. Hij bezoekt een herdenkingsdienst voor de slachtoffers van de coupe. Daar spreekt een Turkse minister van de AK partij die het vuur nog eens oprakelt.  

Hier meer over de uitzending op de site van Tegenlicht, hier de gasten in Pakhuis de Zwijger, die woensdagavond a.s. zullen praten over depolarisatie en daaronder ook nog drie lezenswaardige artikelen over dit onderwerp.

Morten Strøksnes over Haaienkoorts, VPRO Boeken, 20 november 2016


Jacht naar Groenlandse haai met boodschap via de achterdeur.

De Noorse schrijver Morten Strøksnes (Kirkenes, 1965) schreef Haaienkoorts dat als ondertitel heeft: De kunst van het vangen van een grote haai in een rubberbootje op de Noorse Zee. Daarmee lijkt alles gezegd, maar dat is niet zo. Haaienkoorts is een allegorische roman over onze vernietigende relatie met de natuur.

Jeroen van Kan vat de inhoud van het boek kort samen. Het gaat over een zoektocht in het noorden van Noorwegen met een vriend, Hugo Aasjord, naar de Groenlandse haai, een kolossaal beest dat op grote diepte leeft en wel vijfhonderd jaar oud kan worden. Of gaat het om iets anders?
Strøksnes antwoordt dat de zoektocht een metafoor is voor onze verhouding met de natuur. De twee vrienden doen vier seizoenen lang hun best om de haai te vangen, maar dat wordt steeds minder belangrijk. In de jacht van de mens zijn positieve maar ook negatieve kanten te onderscheiden. De jacht op de Groenlandse haai is destructief, al staat het dier niet op de rode lijst van bedreigde diersoorten. Toch is de roman een waarschuwing tegen de vernietiging van het zeeleven. Water is het belangrijkste element op onze planeet. We komen eruit voort en zijn er afhankelijk van. Strøksnes vindt het beangstigend dat de chemische samenstelling van het water verandert. Door het toenemen van de zuurgraad sterven soorten uit en blijven alleen kwallen en algen over.

Van Kan laat foto’s zien van de jacht die Morten en Hugo ondernamen.
Strøksnes vertelt erbij dat ze afkoersten op de Lofoten Muur, een bergketen in het noorden van Noorwegen. Hugo komt uit een familie van vissers die bezig is met innovatie van de bedrijfstak. De Groenlandse haai is bijna blind door een aandoening, veroorzaakt door een parasiet. Omdat hij goed kan ruiken, blijft hij in leven. Veel is onbekend over het leven van deze haai op de bodem van de zee. Sommige soorten sterven af nog voor we ze in kaart hebben gebracht. Net als het regenwoud, vormt de oceaan een vindplaats voor grondstoffen voor medicijnen.

Van Kan begint over Hugo.
Strøksnes vertelt dat hij in een woest gebied woont, op het eiland Skrova, en dat hij veel ervaring heeft met de zee. Hij hoorde als kind enge verhalen van familie over de Groenlandse haai, waardoor het dier een obsessie voor hem werd. Hij is inmiddels zestig jaar oud. Strøksnes wilde een boek schrijven over dit onderwerp en Hugo was een ideale reisgenoot omdat hij veel verhalen kent. Ze waren eerder samen op zee. Strøksnes vindt het veldwerk in een zodiac boeiend.

Van Kan vraagt waarom de vraag naar de Groenlandse haai lang in het boek wordt uitgesteld.
Strøksnes vertelt dat hij aangestoken werd door de obsessie van Hugo, maar dat het geen macho onderneming was. Ze vroegen zich af waar ze mee bezig waren. De lezer kan een eigen invulling aan de roman geven, maar Strøksnes zou blij zijn als zijn gevoel gedeeld wordt over zijn twijfel aan onze leefwijze. Waarschuwen tegen de verkwisting helpt niet. Dan ziet men de ander als een vertegenwoordiger van een betere soort en sluit men zich van hem af. Door hen voor te stellen als ellendige jagers hoopt hij op meer betrokkenheid. De boodschap komt door de achterdeur binnen.