Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



donderdag 19 oktober 2017

De wijsheidsridders (2016), documentaire van George Schouten


Apengeest moet worden doorkruist door een campermind

De hard werkende documentairemaker George Schouten wordt 65 jaar en wil het rustiger aan gaan doen. Hij koopt een camper om de apengeest, die hem nog altijd beheerst, van zich af te zetten. De campermind moet daarvoor zorgen. In plaats van een uitgebreide campervakantie, zoals veel van zijn leeftijdsgenoten maken, zien we echter dat Schouten zich vooral bezig houdt met zijn dertienjarige zoon Bernie die net op de middelbare school zit en daar niet erg kan meekomen.

Schouten toont een foto van zijn eigen vader en hijzelf als kind die hij op vaderdag op Facebook zette en waarop hij veel reacties kreeg, onder andere van een klasgenote uit de vijfde klas van de lagere school die in een reactie schreef dat ze met hem te doen had omdat hij plots zijn vader verloor. In de vorige documentaire Angst sprak Schouten daar ook al over. Hij vraagt zich nu af of zijn geadopteerde zoon Bernie misschien op hem lijkt en, net als hij zelf na de dood van zijn vader, vooral zijn eigen gang wil gaan.

Bernie (links op de foto) komt over als een hele intelligente en handige jongen die meteen al zegt dat de puberteit niet alleen voor hemzelf moeilijk is vanwege snel wisselende stemmingen, maar ook voor zijn ouders, die daar maar mee om moeten kunnen gaan. Schouten helpt de jongen die op een Montessori mavo zit met woordjes Frans.

De verhouding is openhartig, ook naar de kijker toe. Bernie vraagt waarom Schouten niet meteen naar de dokter ging toen hij net in Nederland was. Schouten antwoordt dat het zijn ervaring was dat dokters altijd zeiden het nog een paar dagen aan te zien en daarna terug te komen als de klacht niet verdwenen was. Inmiddels zit hij bovenop de prestaties op de school van Bernie die hijzelf voor hem heeft uitgekozen maar die toch niet streng genoeg voor de jongen is. Hij vertelt eerlijk hoe hij moeilijk hij het had na de dood van zijn vader en hoe sterk dat inwerkte op zijn persoonlijkheid. Door zich te verdiepen in het boeddhisme leerde hij om te gaan met zijn problemen. Ook filmt hij Bernie die hij, naar aanleiding van een gestolen pet van een vriendje, bij terugkomst van een politiebureau ondervraagt over het feit dat jongeren tegenwoordig meer van elkaar stelen. Bernie verweert zich met de opmerking dat Schouten altijd door rood rijdt en zelf ook geen goed voorbeeld geeft.

In plaats van een onbezorgde oude dag moet Schouten op zoek naar een andere school voor Bernie. Tussendoor is er nog een incident, omdat Bernie geld met zijn bankpasje heeft opgenomen en dat nauwelijks wil bekennen. Voor Schouten is ligt de kwestie moeilijk maar zijn boeddhistische leraren hebben hem geleerd dat het belangrijk is hoe hij daar zelf mee omgaat en dat volgt hij op positieve wijze op. Bernie gaat het volgend jaar naar een kader opleiding en komt dan in de tweede klas. Een ingehuurde kosmoloog zegt dat een strenge school beter voor de jongen is die een praktische intelligentie heeft. Bernie moet meteen een richting kiezen en kiest bouwen, wonen en -inrichting.

Dan is het vakantie. De druk bezette vrouw van Schouten, die drie Thaise restaurants heeft, gaat ook mee in de camper. Heel veel daarvan heeft Schouten niet gefilmd, maar hij heeft wel het idee gehad dat hij niet alleen iets kon laten gaan, maar ook iets kon laten zijn, ofwel let it be in plaats van let it go. Bernie doet het goed op zijn nieuwe school en helpt zijn moeder in een van de restaurants. Ik ben tenslotte benieuwd waar de volgende bestemming van Schouten naar toe gaat.

Hier de trailer, hier mijn bespreking van Angst.

woensdag 18 oktober 2017

Martin Hendriksma over De Rijn, VPRO Boeken, 15 oktober 2017


Als een hond op zoek naar een spannend geurtje

Voormalig kunstredacteur van het Haarlems Dagblad Martin Hendriksma (Sneek, 1966) schreef meerdere boeken waaronder Lutine, de spannendste goudjacht ooit (2013) over een Brits goudschip genaamd de Lutine, die voor de kust van Terschelling verging. Hij komt met een nieuw boek over de rivier de Rijn, die zijn bron heeft rond de Gotthard pas in Zwitserland en in zee stroomt bij Katwijk, al is hij daar een afwateringskanaal met de naam Binnenwatering.

Carolina Lo Galbo spreekt van een fascinerende rivier.
Hendriksma antwoordt dat hij er op een rare manier mee in aanraking kwam. Na zijn vorige boek over de Lutine, zocht hij een nieuw onderwerp en droomde hij over de Rijn. Daarop las hij een krantenbericht over een man die, om aandacht te vragen voor het kostbare Rijnwater, geprobeerd had in zes weken de Rijn af te zwemmen vanaf de bron tot het einde. Hij werd gesponsord door de Zwitserse VVV, die graag wilde dat hij de tocht in het voorjaar ondernam. In mei van het jaar 2012 was het echter zo koud dat de tocht niet afgemaakt kon worden. Dat was voor een Hendriksma, die het idee had dat wij weinig bewustzijn over de Rijn hebben, een mooie aanleiding om de reis alsnog te voltooien.

Lo Galbo merkt op dat al eerder iemand de Rijn zwemmend bedwongen had.
Hendriksma antwoordt dat dit in 1966 was, maar dat daar weinig over geschreven was en dat hij de ambitie had om het hele verhaal te vertellen. Daarin zitten vele elementen, waaronder de problemen van de zalm, die slecht kan overleven in giftig water. In het nationaal archief was daarover heel veel documentatie, die hij doornam. Hij was als een hond op zoek naar een spannend geurtje, dat wil zeggen naar verhalen waardoor hij geraakt werd. Hij stelde zich de Rijn als een wispelturig persoon voor met veel kleur en temperament die eerst heel hard stroomt maar vanaf Bonn in een lagere versnelling komt. De Rijn beleefde zijn glorietijd in de tweede helft van de negentiende eeuw. Omdat Pruisen haar steenkool langs de Rijn wilde afvoeren, waren ze afhankelijk van Nederland, die de rivier diende uit te baggeren. In Duitsland was men veel trotser over de rivier die een verbindend element was in de tijd dat Duitsland uit kleine staatjes bestond. Er bestaan nationalistische Rijnliederen als tegenwicht tegen de Marseillaise.

Lo Galbo was vooral geïmponeerd door het verhaal over de Duitse componist Robert Schumann (1810-1856).
Hendriksman vertelt dat hij in 1850 naar Düsseldorf kwam om het plaatselijke orkest te leiden. Hij schreef ook een symfonie over de Rijn en nam er baden in voor zijn gezondheid. Hendriksma herkent de band die Schumann met de rivier had, maar met wie het slecht af liep. Hij sprong met carnaval in 1854 van een brug maar werd gered door omstanders en als een natte hond naar huis gebracht. Zijn laatste jaren voor zijn dood bracht hij door in een kliniek. Hendriksma herkent ook de strijd van Schumann om een rustig plekje in huis te vinden waar hij kon werken. Ook hij moest zijn ruimte veroveren op zijn kleine kinderen.

Lo Galbo prijst de mooie zinnen in zijn boek.
Hendriksma zegt dat hij, onder het genot van een schnitzel en een glas bier en geïnspireerd door de Rijn, op reis daaraan werkte. Hij vindt dat wij in een tijd van klimaatverandering op ons hoede moeten zijn voor de wisselende waterstanden, die tot uitdroging van de dijken kunnen leiden. Anders dan bij de waterschappen, weet het grote publiek daar te weinig van.

Lo Galbo besluit met de opmerking dat De Rijn het bewustzijn daarvan vergroot.

Hier de site van schrijver en journalist Martin Hendriksma.

dinsdag 17 oktober 2017

Zorgeloos leven, Tegenlicht, 15 oktober 2017


Zorgorganisatie van onderop tegengewerkt door rigide zorgsysteem

Regisseur Kees Brouwer richt zijn camera volledig op Jos de Blok, directeur van Buurtzorg. We kenden hem nog van een eerdere uitzending van Tegenlicht over de transitie van Nederland met als ondertitel Kiemen van het nieuwe Nederland. Daarin kwam De Blok aan het woord over zijn netwerkorganisatie op het gebied van de zorg, die zonder managers werkt waardoor de kosten minder hoog zijn en de tevredenheid van zorgverleners en cliënten groter. Het is interessant om te vernemen hoe het de laatste vier en een half jaar, waarin de zorg steeds meer onder druk komt te staan, met Buurtzorg is gegaan.

De Blok zegt dat Buurtzorg vanaf 2006 een groeiende organisatie is. Hij moet lachen om de vraag van Brouwer wat hem zo bijzonder maakt, aangezien het de wijkteams zijn die zichzelf sturen. Door niet met managers te werken kan men de overheadkosten laag houden. Het idee verspreidde zich over achtentwintig landen, waaronder China. Op het hoofdkantoor in Almelo is het een komen en gaan van delegaties die meer willen weten over het revolutionaire idee van De Blok.

De Blok studeerde eerst economie maar werd daar depressief van omdat de studie niet tegemoet kwam aan zijn idee dat deze wetenschap dienstbaar moest zijn aan de mens. Hij koos daarom voor de verpleging. Daar merkte hij dat verplegers een groot sociaal hart hebben, dat door de professionalisering in de zorg in het gedrang kwam. Vandaar zijn initiatief om de zorg anders te organiseren. Hij heeft daarbij ook coaches ingesteld die zich aandienende problemen moeten oplossen en hijzelf houdt zichzelf bezig met de contacten met zorgverzekeraars, die niet erg warm liepen voor zijn initiatief.

We zien hem tijdens een overleg met zorgverzekeraar VGZ, dat langzaamaan voor zijn bottom up manier van werken te vinden is. De Blok zegt tegen een medewerkster van VGZ dat de top down werkwijze van managers helemaal niet nodig is. Men zou de management opleidingen moeten afschaffen, studenten eerst de kans geven om zich persoonlijk te ontwikkelen en dan te kijken hoe ze hun ervaring in de maatschappij kunnen inzetten.

We volgen De Blok tijdens zijn voorbereiding voor een staatsdiner, waarvoor hij is uitgenodigd, hoewel hij andere ideeën heeft over de invulling van de democratie en weinig op heeft met het decorum. Hij toont aan Brouwer de Albert medaille van de Britse Royal Society of Arts, die alleen aan personen wordt uitgedeeld die een belangrijke vernieuwing in maatschappelijk opzicht teweeg hebben gebracht. De Blok prijst zijn moeder die goede ideeën heeft. De wereld zou er volgens hem beter uitzien als zij meer zeggenschap had gehad.  

We zien hem op Papendal in de slag met inkoopmanagers die de zorgverzekeraars tegenwoordig hebben aangetrokken om het aanbod van zorgaanbieders te beoordelen. Buurtzorg komt chronisch geld tekort omdat men kijkt naar de resultaten van het jaar daarvoor en een groeiende organisatie is daar altijd de dupe van. De stress daarover heeft geleid tot een hartinfarct, die hij er tijdens lange wandelingen in Scandinavië uit gelopen heeft. Hij is bereid tot acties om als de zorgverzekeraars halsstarrig aan hun systeem vasthouden en wil zelfs een deel van de zorg niet geven. Ook is hij een zorgverzekering gestart onder de naam Zorgeloos, maar daar horen we niet veel over. Volgens de laatste berichten op internet gaat Zorgeloos in 2018 van start als coöperatie.

Hier meer informatie op de site van Tegenlicht, hier informatie over de al uitverkochte meet up vanavond om 20.00 uur in Pakhuis de Zwijger, maar nog wel te volgen via de live stream, hier mijn bespreking van TransitieNL, hier het artikel over Zorgeloos uit oktober 2017.

maandag 16 oktober 2017

Arjen van Veelen over Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken, VPRO Boeken, 15 oktober 2017


 Schrijver richt monument voor overleden collega op

Een dezer dagen komt het derde boek van Arjen van Veelen (1980) uit, een roman dit keer over zijn vriendschap met de Vlaming Thomas Blondeau (1978), die de romans eX (2006)en Donderhart (2010) schreef.

Carolina Lo Galbo stelt hem daarover enkele vragen, allereerst over hun vriendschap.
Van Veelen antwoordt dat hij Blondeau vijftien jaar geleden in Leiden leerde kennen waar ze allebei studeerden, Blondeau literatuurwetenschap en hijzelf klassieke talen. Blondeau moedigde hem aan om toch vooral de kant van de literatuur te kiezen en met deze roman geeft hij daar antwoord op. Van Veelen vertelt dat Blondeau erg bevlogen was, wist wat hij wilde en hem op sleeptouw nam.

Lo Galbo neemt aan dat hij met zijn cynisme wilde afrekenen.
Van Veelen antwoordt dat hij vooral in klassieke richting bezig was en dat hij de verbeelding ook belangrijk vond.

Lo Galbo begint over de dood van Blondeau in 2013 door een hartslagaderbreuk.
Van Veelen antwoordt dat dit zeer onverwacht kwam. Blondeau had hem tijdens zijn huwelijk met Rosanne Hertzberger (1984) toegesproken en er was net een nieuw boek van hem uitgekomen, Het West-Vlaamse versierhandboek geheten. Zijn dood was een kantelmoment in zijn leven. Hij vertrok met zijn vrouw naar de Verenigde Staten en vroeg zich af hoe hij zijn leven moest leiden. De belofte aan Blondeau om de verbeelding een kans te geven zette hem aan het schrijven van Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken. Na de essaybundels Over rusteloosheid (2010) en En hier een plaatje van een kat & andere ongerijmdheden van het moderne leven (2013) moest hij met zijn billen bloot.

Lo Galbo begint over de inhoud van de roman, waarin een jonge schrijver naar Alexandrië gaat waar hij, zoals hij met zijn vriend had afgesproken, de werken van Blondeau wil plaatsen in de vermaarde bibliotheek en daarnaast ook op zoek gaat naar de tombe van Alexander de Grote.
Van Veelen is gefascineerd door de vroegere alleenheerser, die een groot rijk kreeg door allerlei gebieden te veroveren. Hij vertelt de oude anekdote dat Alexander van Pythagoras hoorde dat er meerdere werelden waren, hetgeen hij zeer betreurde want hij had er nog niet eens één veroverd. Het brengt Van Veelen op een vergelijking met de hedendaagse tijd waarin men enorm moet presteren om zich op de sociale media geliefd te maken. Van Veelen die ooit de tekst Een fantastisch Facebookleven in 61 eenvoudige overpeinzingen publiceerde blijkt nog steeds een groot aanhanger van het Amerikaanse medium.  

Lo Galbo vraagt hem naar de ambitie die mensen als Alexander de Grote, Thomas Blondeau en hijzelf hebben.
Van Veelen zegt dat de vriendschap met Blondeau voor hem van grote waarde is geweest en dat hij in zijn roman zijn vriend in gefictionaliseerde vorm onder de voornaam Tomas tot leven wilde wekken. Het was in ieder geval een plezier om de vriendschap nog een paar jaar te bestendigen.

Hij richtte een monument voor Thomas op, besluit Lo Galbo.

Hier een voorpublicatie in Mare, Leids universitair weekblad, waar Van Veelen zijn journalistieke loopbaan begon, hier nog een ander fragment op de site van Athenaeum Boekhandel.

zondag 15 oktober 2017

Recensie: Kind van de verzorgingsstaat (2016), Rob van Essen


Jongen met lange zwarte jas geeft kleur aan proza van schrijver

Tijdens het op 10 september j. l. uitgezonden gesprek dat Carolina Lo Galbo met Rob van Essen (1963) had over zijn nieuwe roman Winter in Amerika, hoorde ik dat hij recent ook het literaire non-fictie boek Kind van de verzorgingsstaat had geschreven. Daarin gaat hij in op zijn jeugd die zich afspeelde rond het hoogtepunt van die verzorgingsstaat, die hij al karakteriseert met de ondertitel opgroeien in een tijdloos paradijs. Van Essen werd in de jaren zeventig door de staat onderhouden nadat hij het lef had om zijn middelbare school de rug toe te keren. Na een weinig verdienstelijke periode in een supermarkt besloot hij een uitkering aan te vragen, hetgeen in die tijd heel gemakkelijk ging. Achteraf vindt Van Essen dat hij gepamperd werd, maar een oordeel of het beter zou zijn geweest als men hem achter zijn broek aan had gezeten, heeft hij niet.

Van Essen beschrijft, met foto’s verluchtigd en een bronvermelding op het eind, zijn jeugd vooral vanuit de woningen waarin hij eerst met zijn ouders en later zelfstandig woonde en dat levert een boeiende gezichtspunt op. Zijn ouders verhuisden veel en trokken van het westen van het land naar het oosten en weer terug. Van Essen begint in Amstelveen, waar hij geboren is en dat toen nog Nieuwer Amstel heette. Hij bekijkt het appartement waar ze toen woonden en spreekt een oudere mevrouw die zijn ouders nog gekend heeft voor ze naar Holthone in Overijssel gingen. In deze provincie werden ze aangetrokken tot het strenge christelijke geloof. De tijdreis naar de zwarte kousenkerk was gelukkig niet helemaal gelukt. Van Essen kon zich in de plaatselijke bibliotheek laven aan andere literatuur dan de Statenbijbel. Later trok het gezin in een licht, nieuw rijtjeshuis dat volgens de schrijver niet geschikt is veel mensen met een donker gemoed zoals zijzelf. Hoewel Van Essen niet graag anekdotes vertelt is die ene, over een onderwijzer van de oude slag die een luchtbevochtiger bij hen thuis aanzag voor een televisietoestel, wel een hele fraaie. Later werd Van Essen kaderlid van de SP, maar de organisatie deed hem toch te veel denken aan die in de zwarte kousenkerk. Het was ook de tijd van Nescio en Carmiggelt, al bleken de kronkels van de laatste toch niet bestand tegen de tijd.

Van Essen woont inmiddels zestien jaar naar tevredenheid in de Diamantbuurt in Amsterdam Zuid. In Amsterdamse periode maakte hij kennis met de galerijflats, waarin zijn zus woonde. Het lijken ruimteschepen die op aarde zijn geland. Ze zijn de rechte vorm van het panopticum dat model heeft gestaan voor de Koepelgevangenissen. De flatneurose die vermoed werd, bleek echter minder te heersen dan gedacht. Al gauw kreeg hij een woning in de Oosterparkbuurt, waarin de negentiende eeuwse revolutiebouw het gezichtsveld bepaalde. Zoals in alle oude wijken waren de straten lang vanwege de afwatering op sloten en de woningen klein met een alkoof in het midden. Daarin sliepen de ouders gewoonlijk, hoorbaar voor de kinderen. Een verwijzing naar de kraakbeweging is niet te vermijden, al was Van Essen nooit een kraker. Aan het eind van de jaren zeventig werden maatregelen genomen om werklozen aan het arbeidsritme te laten wennen. Van Essen werd bij het gemeentearchief geplaatst en werkte daarna in een jeugdherberg, die hem onderdompelde in de jeugdcultuur van de jaren tachtig met rauwe popmuziek, onder andere beschreven door Jonathan Coe. Hij woonde in de Czaar Peter buurt die hij omschrijft als de zelfkant light. Als hij daar later weer komt, verbaast hij zich over de veranderingen die daar hebben plaatsgevonden, zoals trappenhuizen die samengevoegd zijn en daardoor meer ruimte bieden. Zijn voorliefde voor de popmuziek heeft plaatsgemaakt voor de klassieke, omdat daarin het persoonlijke niet zo op de voorgrond staat en omdat muziek die het bestaan bevestigt zijn belang verliest, zoals hij zegt.
   
Hij heeft de indruk dat Amsterdam erop vooruit is gegaan, al blijft de groeiende kloof tussen rijk en arm zorgwekkend, net als het maatschappelijk wantrouwen dat door Sita Sitalsing (de Volkskrant, 25 april 2015) werd verwoord. Helaas is Van Essen niet enthousiast over het basisinkomen, dat voor heel veel maatschappelijke noden een oplossing zou bieden en meer rust en ontspanning in de maatschappij teweeg zou kunnen brengen, maar gezien zijn eigen ervaringen is zijn standpunt voorstelbaar. Hij schetst in soepele bewoordingen een duidelijk beeld van zijn jeugd, al denkt hij zelf dat het geheugen een rotte holle ui is met rokken aan de buitenkant die zich steeds vernieuwen. Iets verderop heeft hij het over honden die wild door elkaar rennen en onderweg van kleur en van ras veranderen. ‘Ze veranderen in katten, of in glanzend gelakte trapauto’s. Ze schieten weg en komen terug als je er het minst op verdacht bent. Terwijl je ze weer begroet ben je er heilig van overtuigd dat ze niet veranderd zijn.’
Van Essen is zich ervan bewust dat het geheugen de herinnering vervalst, maar hij kan niet voorkomen dat hij blijft verlangen naar tijd voor de terugval van zijn ouders naar het streng christelijke geloof. Het zal wel inherent zijn aan ons mensen zijn dat de indruk van onze eerste ervaringen het sterkst is. Hij vindt deze heimwee niet eens verwerpelijk, maar wil zich wel beschermen tegen de melancholie die als slappe koffie met veel melk is maar toch slapeloos maakt als je er de hele dag door van gedronken hebt. Daarvan afzien is voor hem nog niet zo gemakkelijk. op een andere plaats noemt hij de melancholie een lange zwarte jas die men niet gemakkelijk uittrekt omdat die een gevoel een beschermende machteloosheid geeft. Van Essen heeft een zwak voor die jongen in die zwarte jas en dat is gunstig voor de lezer die kan genieten van de diepte en de vervreemding in zijn werk, zoals bijvoorbeeld in de figuur van de getraumatiseerde Jacob Visser in Visser (2008). 

Hier mijn verslag van het gesprek dat Carolina Lo Galbo met Rob van Essen had, hier mijn bespreking van Visser.





zaterdag 14 oktober 2017

Theaterrecensie: Romp, De Gemeenschap, Toneelschuur, 13 oktober 2017


Sterk relaas van een kunstenares die haar verlies niet wil toegeven

De aftakeling van ouderen is geen onderwerp dat in de maatschappij erg geliefd is. Eerst worden ouderen nog zolang mogelijk aan het werk gehouden, maar daarna is hun maatschappelijke rol wel uitgespeeld en kijkt men niet meer naar hen om. Het enige wat telt is de schoonheid van de jeugd, ervaring is niet van belang, alleen glanzend haar en witte tanden. Ouderen proberen daar zo lang mogelijk aan mee te doen en vergeten dat ze ooit de nederlaag zullen moeten inzien. Het einde komt in dat geval dan ook als een overval.

Dit geldt zeker voor de kunstenares die op het sterfbed ligt dat rechts achteraan op het verder lege podium staat. Wat eerst nog oogt als een kwetsbare vrouw op een eenvoudig bed onder een schapenwollen sprei, ontpopt zich al gauw als een kenau die niet bereid is de nederlaag toe te geven. Wat haar betreft is de toestand tijdelijk en gaat ze straks weer gewoon naar buiten om haar bezigheden voort te zetten. Haar klankbord is een man die ver van haar af zit en zich vooralsnog niet meer haar bemoeit, op een technische handeling na, zoals het omhoog brengen van de bovenkant van het bed.

Later wendt hij zich weliswaar naar haar toe, maar tot een interactie is hij niet bereid. Zijn verrassende dans halverwege, waarin hij zich, begeleid door een indringende viool, ook letterlijk bloot geeft, wordt door haar afgedaan als een vorm van expressie waar zij haar neus voor optrekt. Haar kritiek is vaak op het komische af, zoals bijvoorbeeld op het eten dat ze krijgt voorgezet en dat kraak noch smaak heeft. Dat komt ook tot uiting in haar intonatie die slepend is en rauw van toon. Pas als de woordenstroom van de vrouw in haar keel tot stilstand is gekomen, doet de man zijn relaas, waaruit blijkt dat hij niet rouwig is om de dood van de vrouw die altijd alleen geïnteresseerd was in haar eigen ervaringen als kind en later als kunstenares, die als een gevierde diva de mannen gemakkelijk om haar vinger wond.

De vorm van Romp is nog vaster dan de De Shakespeare club, die ook uit de pen kwam van Rob de Graaf en door Roy Peters werd geregisseerd. De belichting vanuit hoekige lichtkolommen en het knetterende geluid van René Rood maken de vorm nog hechter. De storing op de lijn geeft de contactloosheid tussen de acteurs mooi weer. Net zo fraai is de camera die de man op zeker moment op het hoofd van de vrouw richt, dat heel groot geprojecteerd wordt achter de lichtkolommen die de vorm van tralies aannemen dan wel spijlen van het bed die de vrouw gevangen houden.

Mimespeelster Karina Holla (zie foto van Casper Koster) verricht een buitengewone prestatie door gekluisterd aan bed een uur lang haar leven te beschouwen, waarin de paranoia langzaamaan binnensluipt. Haar bespiegelingen, waaronder seksueel misbruik als kind, komen des te harder binnen omdat haar tegenspeler Gerardjan Rijnders haar op geen enkele manier tegenspreekt. Zijn slotbeschouwing stemt treurig, hoewel hij zelf opgelucht is dat haar leven voorbij is en er daardoor weer ruimte komt voor iets nieuws. Het publiek krijgt de kans na te denken over de waarde van individuele prestaties in het licht van de gemeenschap waarin men zich bevindt. Wat dat betreft doet de naam van het gezelschap zichzelf eer aan. 

Hier de site van De Gemeenschap met daarop de trailer, hier mijn bespreking van De Shakespeare club.

Cartel land (2015), documentaire van Matthew Heineman


Thrillerachtig verhaal over pogingen de macht van drugskartels te breken

De aangrijpende documentaire Narco cultura van Shaul Schwarz uit 2013 krijgt een sterk vervolg in Cartel land van documentairemaker Matthew Heineman. Het beeld van de drugswereld in Mexico is beklemmend want die zorgt er opnieuw voor dat er doden vallen. Dit keer gaat het over de strijd tegen de overlast die van twee kanten wordt gevoerd, van de milities aan de kant van de Verenigde Staten die drugskoeriers aan willen pakken en het volksverzet aan de kant van Mexico dat het slappe gedrag van de regering tegen de drugskartels zat is en de eigen bevolking wil beschermen. In Cartel land zien we vooral mensen van vlees en bloed die het vaak ook niet kunnen helpen dat ze aan de ene of de andere kant staan. Dat maakt de documentaire van Heineman zo fascinerend.

Heineman opent en sluit af met de mensen die in Mexico de drug meth maken, dat staat voor methamfetamine, die een roes veroorzaakt maar ook veel lichamelijke problemen veroorzaakt. Een medewerker is zich daarvan bewust maar hij zegt dat hij niet anders kan vanwege de armoede waarin hij verkeert.

In Alter Valley in Arizona jaagt militielid Tim Nailer op verkenners die door de drugsbendes vooruit worden gestuurd om te zien of de kust veilig is om hun handelswaar de grens over te krijgen. Hij heeft zelf een moeilijke jeugd gehad, raakte
verslaafd aan drugs, maar besloot na een auto ongeluk zijn leven te beteren en het beter te doen dan zijn vader.

Aan de andere kant, in de streek Machoacán, begraaft men vijftien dode werknemers van een limoenplantage omdat de eigenaar geen geld aan het drugskartel van de Tempeliers wilde geven. De arts José Mireles besluit daarop om het dorp waarin het gebeurde met een gewapende burgerwacht te schermen, die Autodefendas genoemd wordt. Op 24 februari 2013 werd de eerste vergadering belegd vanwege de apathische houding van de regering. Mireles roept mensen uit andere dorpen op mee te doen om de boeven te vangen en deelt witte T-shirts uit. Na een interventie van het leger in een dorp, waarbij men de wapens moet inleveren, vindt een spontane volksopstand plaats waarna men de wapens weer terugkrijgt en het leger afdruipt. Mireles roept op om een burgerraad in te stellen die de orde in het dorp moet bewaren.

Een vrouw vertelt over de barbaarsheid van leden van de Tempeliers die haar man voor haar ogen in de fik staken en anderen in stukken hakten, zoals ook in Narco cultura gebeurt. Ze werd na het nodige misbruik van haar lijf vrijgelaten omdat ze voor altijd gestraft was met de beelden van de moorden op haar netvlies. Autodefendas spoort de daders op en voert hen niet lichtzinnig af. President Nieto maakt zich, in voorbereiding op de komst van Obama, op televisie sterk voor de rechtsstaat.

De toestand wordt onevenwichtiger als Mireles zwaargewond raakt bij een vliegtuigongeluk en Torres de woordvoerder wordt. Hij wordt bekritiseerd door dorpelingen die willen dat de burgerrechten gerespecteerd worden en men niet ongevraagd hun huizen binnenvalt.

Tijdens de viering van het éénjarig bestaan van Autodefendas drukt de redelijk herstelde Mireles Torres op het hart dat hun leden niet, zoals gebeurt, voor eigen rechter spelen. De regering speelt al gauw de groep uit elkaar door Torres en zijn volgelingen op te nemen in zijn defensie. Mireles komt daardoor buiten spel te staan. Hij maakt het zichzelf nog moeilijker door een relatie te beginnen met de knappe, jonge Karla. Hij wil samen met haar naar de Verenigde Staten vluchten maar wordt gearresteerd en wacht, zo zegt de aftiteling, in een Mexicaanse gevangenis op zijn proces.

De productie van meth, zegt de man van het begin, zal gewoon door blijven gaan.  

Hier de trailer, hier mijn bespreking van Narco cultura.