Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.


Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

zondag 1 maart 2015

Theaterrecensie: Oom Wanja, regie Erik Whien, Toneelschuur, 28 februari 2015



Frisse blik op tijdloos thema

De toneeltekst Oom Wanja van de Russische schrijver Anton Tsjechov (1860-1904) kan niet kapot. Het verhaal over een verontrustend bezoek van een gepensioneerde professor en zijn jonge vrouw aan een familielandgoed op het Russische platteland, is succesvol, zelfs als zou men alleen de tekst niet spelen maar voorlezen. Het gaat dan ook om de interpretatie. 

Drie jaar geleden plaatste Gerardjan Rijnders het stuk in een traditionele omgeving met oude vormen, waarin Pierre Bokma als de overheersende Wanja goed uit de voeten kon. Regisseur Erik Whien doet het anders. Zonder huishoudster en minder gedragen. Bij hem is hoofdpersoon Wanja eerder laconiek, een lusteloze veertiger die van de camping geplukt lijkt. Zijn fleurige overhemd (zie foto) past daar goed bij. Hij neemt aan het begin van de voorstelling plaats op een simpele plastic stoel aan een formica tafeltje, bijt in een rijstwafel en begint een gesprek met de dokter die niet van het landgoed weg te slaan is, omdat hij net als Wanja in de ban is van Jelena, de jonge knappe verslindende vrouw van de gepensioneerde kunstkenner Alexander, de zwager van Wanja. De twee mannen zuchten en klagen, veel te zeggen is er niet. Het benauwde weer zit ook niet mee. Ze nemen er maar weer een wodka op.

Dezelfde ingetogenheid is te zien in het spel van Naomi Velissariou als de verleidelijke Jelena (vooraan op de foto, weg vluchtend voor Wanja). Trok ze in The truth about Kate nog alle registers open, in Oom Wanja toont ze haar acteertalent met veel subtiliteit, waarbij haar Vlaamse accent haar buitenissigheid versterkt. Haar entree alleen al is subliem. Ze loopt een eindje achter haar man en Sonja aan over het toneel en verdwijnt weer zonder iets te zeggen.

Dat de voorstelling minder statig is, komt ook door het decor, dat een verzameling spullen omvat die met houten schotten aan het zicht onttrokken wordt. Daarmee wordt het oude, rommelige maar toch ook sfeervolle landhuis verbeeld. Aan het begin van het tweede bedrijf valt een van de schotten naar voren en zien we de oude Alexander in een fauteuil in een hoekje van het huis, klagend over zijn gezondheid met naast zich, wat afstandelijk, zijn jonge vrouw Jelena en achter hen een uitstalling die in een juttersmuseum niet zou misstaan.

Later vallen er meer schotten om. Het voorstel van de professor om het landgoed te verkopen, stuit op ongeloof van Wanja. Zijn harde werken was voor niets, zijn inzet om zijn zwager financieel te ondersteunen wordt in een klap weggeveegd. Uit woede trekt hij zijn pistool, maar zoals dat gaat met mislukkelingen, weet hij zijn opponent niet te raken. Waarmee het einde van de voorstelling nadert, de professor en zijn vrouw vertrekken, de verschillende romances aan een eind komen en er een rust neerdaalt, die nog eens beklemtoond wordt door Sonja.

Het thema is van alle tijden. De vraag hoe te leven kan in elke tijdsperiode opnieuw worden gesteld. Net als tegenwoordig was deze vraag aan het eind van de negentiende eeuw in de tsaristische Rusland erg actueel. Er wordt veel gezucht over het menselijk tekort en de noodzaak van verandering wordt sterk gevoeld, maar deze lijkt oneindig ver weg. De dokter verwoordt deze wanhoop als hij tegen Sonja zegt dat hij geen licht in de verte ziet. Zijn verlangen naar een meer harmonieuze wereld met een meer natuurlijke omgeving heeft nog niets van zijn actualiteit verloren.

Hier mijn bespreking van het toneelstuk, geregisseerd door Gerardjan Rijnders, hier meer informatie over de voorstelling van Erik Whien op de site van de Toneelschuur.

Filmrecensie: Somewhere (2010), Sofia Coppola



Sex, drugs en rock and roll is ook niet alles

Sofia Coppola heeft als regisseur verschillende belangrijke films op haar naam staan, zoals The virgin suicides (19990, Lost in translation (2003) en Marie Antoinette (2006) om met een gerust hart te kijken naar Somewhere. Daarin gaat het over een vader dochter relatie tussen een filmacteur en een dochter, die best eens geïnspireerd kan zijn op de werkelijkheid. Sofia Coppola is immers de dochter van regisseur Francis Ford Coppola, die als vader wel minder lamlendig geweest zal zijn als Johnny Marco in Somewhere.

Deze gevierde acteur heeft in materieel opzicht alles wat zijn hartje begeerd, maar is niet erg gelukkig met zijn leven van sex, drugs en rock and roll. Hij woont na de scheiding van zijn vrouw Layla op een hotelkamer en wordt daar min of meer geleefd. Zelf leeft hij zich uit met het doen van zijn eigen stunts. Daartoe heeft hij de beschikking over een opgevoerde sportauto waarmee hij door Los Angeles en omgeving racet.

In het begin van de film racet hij door de woestijn in Nevada. Steeds maar weer hetzelfde rondje. De kijker vreest dat hier geen eind aan komt. Het is de opzet van Sofia Coppola om lange shots te filmen. Het geeft haar film een heerlijk langzaam tempo.

Vervolgens zien we Johnny in bed, gewond en met een arm in het gips. Het stunten is hem niet goed bekomen. Hij wordt opgevrolijkt door twee blondines die ijzeren palen in de slaapkamer neerzetten en een nummertje voor hem doen. Veel interesse heeft Johnny niet in de vrouwen Cindy en Bambi. Hij haalt zelfs hun namen door elkaar, een andere keer valt hij tijdens een opwindend moment in slaap.

Hij leeft enigszins op als zijn dochter Cleo langskomt. Hij gaat met haar mee naar de ijsbaan, waar Cleo kunstig rondjes draait en zwiert. Johnny probeert enige spanning op te wekken door de gedachte dat ze gevolgd worden door een zwarte SUV. Ook krijgt hij af en toe een vervelende sms, maar echt bedreigend is dat allemaal niet.

Veel gebeurt er ook niet in de film. De landerigheid wordt fraai nagebootst. Cleo voegt zich in het leven van haar vader, maar gaat ook haar eigen weg: ze leest en ze bakt taarten en trekt zich weinig aan van de vele vriendinnen die om haar vader zwermen.

Als Layla op een zomerdag zegt dat zijzelf een tijdje weg gaat, neemt Johnny de zorg voor zijn dochter op zich. Hij belooft zijn vrouw dat hij zal zorgen dat ze in haar zomerkamp in Nevada komt. Omdat hij zelf tussendoor nog naar een prijsuitreiking in Italië moet, neemt hij Cleo mee, maar na de nodige zon samen in Los Angeles (zie poster), doet hij belofte gestand. Als hij afscheid van haar neemt huilt Cleo dat ze niet weet wanneer haar moeder terugkomt. Johnny vertrekt maar heeft met zijn dochter en zichzelf te doen. Eenmaal terug in zijn hotelkamer, omringd door oppervlakkige knappe vrouwen die alleen maar willen behagen, kijkt hij in de spiegel en belt hij Layla. Hij beklaagt zichzelf, waarop zij hem aanraadt om vrijwilligerswerk te gaan doen om zijn leven zin te geven. Johnny wil Layla terug, maar die weg is afgesloten.

In een van de laatste scènes kookt hij een heel pak spaghetti, eet lusteloos en bedenkt dan dat hij terug wil naar zijn dochter. Hij belt de receptie van het hotel dat hij uitcheckt en rijdt over de snelwegen rond Los Angeles richting Nevada. Ergens in de woestijn begeeft zijn auto het. Johnny stapt uit en loopt verder.    

Hier de trailer.

zaterdag 28 februari 2015

Filmrecensie: Words and pictures (2013), Fred Schepisi


Wedstrijd tussen docent Engels en kunstdocent gaat over de top

De titel Words and pictures had ook Words or pictures kunnen luiden want gedurende de gehele film gaat het erom welke van de twee uitingsvormen de beste is. Twee docenten van het Croyden in Maine voeren daarover een toenemende strijd die culmineert in een wedstrijd in het literaire schooltijdschrift Croyden Lion die door de leerlingen beslist moet gaan worden.

Schrijver, dichter en docent Engels Jack Marcus, die door de leerlingen Marc genoemd, bindt de strijd aan met beeldend kunstenaar Dina Delsanto, die nieuw aangesteld is als docente kunst op het college. Marc is goedgebekt en wil in de docentenkamer meteen een taalspelletje met haar beginnen, maar Dina is gereserveerd. Alles is nieuw voor haar. De twee blijken al gauw aan elkaar gewaagd, zowel wat betreft hun geestdrift voor hun vak als de onverzettelijkheid waarmee ze hun standpunten verdedigen. Daarbij komt dat ze allebei ook nog eens gehandicapt zijn, Dina door reumatische artritis, Marc door de alcohol. Marc zit ook nog eens op de wip, omdat hij in zijn dronken bui nogal agressief is geweest in een bar restaurant. Hij hoort van het bestuur dat zij zijn collega’s zullen raadplegen over de voortzetting van zijn contract.

Words and pictures begint flitsend en humoristisch met enkele fragmenten van de bevlogenheid van Marc en Dina tijdens hun lessen en hun kille onderlinge verstandhouding, waarmee ze afkoersen op een oorlog. Dina neemt de handschoen van Marc op. Ze ziet woorden als leugens en valstrikken, alleen beelden spreken het gevoel aan. Een beeld kan wel duizend woorden aan. Marc van zijn kant schermt met Ian McEwan die in de roman Zaterdag de grijze hersenstof aanvoert als voorbeeld van de kloof tussen materie en bewustzijn.  

Helaas valt de film al gauw tegen omdat er geen afwisseling in zit en het flitsende al gauw over de top schiet. Sentimentaliteit en betweterij voeren de boventoon. Wat dat betreft is Words and pictures een aardige illustratie van mijn vergelijking tussen My week with Marilyn en The last waltz. In vergelijking met de eerste, Britse productie is The last waltz een Amerikaans wanproduct waarin de emoties met de spelers op de loop gaan.
In Words and pictures verliest Marc zich regelmatig in agressie door de alcohol en slaat volkomen blind het interieur van zijn huis met een tennisbal kapot, terwijl hij de volgende dag vreemd genoeg weer geheel bij zinnen voor de klas staat. Dina wekt het medelijden van de kijker op omdat ze nauwelijks meer in staat is om een schilderij te maken dat aan haar eigen standaard voldoet en zich soms niet kan uitkleden van de pijn. Ongetwijfeld is de aanvankelijk nogal kille verstandhouding tussen de twee kemphanen bedoeld als contrapunt voor de romance die ze later beginnen, al komt die niet echt op een romantische manier tot stand en wordt die door de blindheid van Marc ook weer snel doorbroken.

Het scenario is erg ongeloofwaardig met de op de spits gedreven tegenstelling tussen de twee docenten. Beiden leggen de lat erg hoog. Marc wordt er zelfs door de niet al te overtuigend overkomende schooldirecteur op aan gesproken dat hij zelf niet meer publiceert. Een typisch voorbeeld van het nodig hebben van een imago om daarmee een andere school de loef af te kunnen steken.   

Juliette Binoche moet zich als beeldend kunstenaar met de vlammende naam Dina Delsanto in haar element gevoeld hebben in Words and pictures. Ze kon zich heerlijk uitleven met verf. Haar verwoede pogingen om haar ideeën in verf uit te drukken blijven nog het langst in het geheugen hangen. Wat mij betreft hebben de beelden gewonnen.  
  
Hier de trailer, hier mijn bespreking van My week with Marilyn.

vrijdag 27 februari 2015

Recensie: Teatro Olimpico (2014), Kees ’t Hart





Theatermakers laten zich met een kluitje in het riet sturen

De roman Teatro Olimpico kent een vrolijke titel en een nog vrolijker omslag, maar de inhoud, over een Haags toneelproject Rousseau dat de grenzen over gaat naar Italië, is een nogal treurige bedoening. De vooruitzichten die tijdens de voorstelling in Den Haag gemaakt worden, blijken voornamelijk op luchtspiegelingen te berusten. Het project wordt nog net afgeblazen maar de makers voelen zich na afloop bekocht. Kees ’ Hart doet verslag middels een roman.

De roman, zo wordt zoetjes aan duidelijk, is de verantwoording voor een commissie die de gemaakte kosten achteraf moet vergoeden, want de makers zijn blut. Er komen dan ook regelmatig verwijzingen naar voren over bijgevoegde foto’s, adressen, cassettebandjes en natuurlijk rekeningen. De lovende recensies moeten de geldschieter over de brug halen.

De makers van het project, Kees en zijn compagnon Hein, een conceptueel kunstenaar, hebben eerder de Stichting Rousseau opgericht en een voorstelling gemaakt die een bijzondere kijk op de filosoof geeft, een negatief van alles waar hij in de ogen van anderen voor staat en waar hij tenslotte beroemd mee is geworden. Volgens verteller Kees zou Rousseau zelf de eerste zijn om zijn betekenis te relativeren en zichzelf weg te cijferen als non persoon. Het stuk moest vooral geen existentietheater zijn. De heren gruwen van Beckett. Hun visie op een banale ahistorische Rousseau leidt echter tot veel onbegrip.

In Den Haag komt een delegatie uit Italië langs om de voorstelling te boeken voor het Rousseau festival dat in Vicenza gehouden zal worden, waarbij ook Umberto Eco aanwezig zal zijn. De makers laten zich leiden door het Zuid Europese enthousiasme. Het is een opsteker voor hun werk. Ze gaan zonder veel bedenkingen akkoord. Nessun problema wordt de slagzin van hun onderneming.

De roman valt grofwel in twee delen uiteen. Eerst horen we over de voorbereidingen voor de reis in Den Haag, daarna wordt de reis naar en het verblijf in Italië beschreven tot en met de uitvoering in Theatro Olimpico. Vooral het eerste deel staat bol van de namen van personen met wie de theatermakers te maken krijgen tijdens hun zoektocht naar een speler (liefst met een bleek gezicht), een regisseur en hun pogingen om geld los te krijgen voor het project. Cruciaal is dat de makers weinig assertiviteit bezitten om te zorgen dat gemaakte afspraken worden nageleefd. Taalproblemen en een gebrek aan begrip van de Italiaanse theaterwerkelijkheid zorgen voor een groot deel van de moeilijkheden. De heren hebben uit zuinigheidsoverwegingen geen producent aangesteld, maar staan zich erop voor dat ze, net als Rousseau beroepsamateurs zijn, waardoor ze zich met een kluitje het riet in laten sturen.

In het tweede deel komt er meer reuring in de zaak, al overheerst nog steeds de twijfel en de somberheid of de voorstelling wel op de planken kan worden gebracht volgens hun bedoelingen. Dit deel begint met een lijstje met personen die in het eerste deel genoemd zijn, vooral ook omdat de makers zelf af en toe door de bomen het bos niet meer zien. Herkenbaar zijn de problemen rond de huur van de vrachtauto, waarin het immense decor vervoerd moet worden. Het Teatro Olimpico geeft de makers aanvankelijk een behaaglijk gevoel van indifferenza.
Indifferenza. Ik moest me niet zo druk maken, alles kwam goed. Deze ruimte wilde niets. Geen isolement, geen evidenties, geen voorbeelden, geen beelden die aan de beelden voorafgingen, maar puur beeldverlangen.’
De kosten rijzen echter dusdanig de pan uit dat de vrouw van Kees, die thuis de administratie beheert, wellicht straks in hechtenis genomen wordt. Op het eind meldt ’t Hart dat hij drie keer in huilen is uitgebarsten. 

Ondanks de lange reeks van misverstanden leidt het avontuur niet tot voldoende droogkomische situaties zoals in de verhalenbundel Engelvisje en andere verhalen. De slapstick wordt teveel overschaduwd door de feiten. Voor de volledigheid meldt ’t Hart dat de hele constructie met uitzondering van het Theatro Olimpico op een verzinsel berust.