Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.


Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas

vrijdag 18 april 2014

Michael J. Sandel over Niet alles is te koop, Beurs van Berlage, 12 april 2013



Van markteconomie tot marktsamenleving

Tijdens de Nacht van de filosofie op 12 april 2013 gaf de Amerikaanse filosoof Michael Sandel in de Beurs van Berlage in Amsterdam een interactieve lezing onder de titel Niet alles is te koop. De ondertitel De morele grenzen van de marktwerking geeft aan waar de lezing over gaat. Human zond de lezing onlangs uit in het kader van de programmaserie G8 Dus ik ben. Sandel betrekt zijn publiek bij zijn lezing en is daarmee niet alleen een boeiend spreker maar ook een begaafd didacticus.

Hij stelt dat steeds meer zaken in geld worden uitgedrukt en herinnerde me aan een recente discussie hoe veel het leven van een patiënt in een ziekenhuis eigenlijk mag kosten. Hij komt zelf met het voorbeeld van een gevangene in de Verenigde Staten die zelf kan bijbetalen voor een luxere cel en van verslaafde vrouwen die met een financiële prikkel gestimuleerd worden om zich te laten steriliseren. Hij noemt dit nog maar kleine voorbeelden vergeleken met de inzet van privé soldaten in Afghanistan en Irak. In ieder geval is de marktwerking zozeer toegenomen dat we van een marktsamenleving kunnen spreken.

Sandel onderzoekt samen met het publiek de vraag wat de morele grenzen van de markt zijn. Vriendschap is niet te koop, de transactie is daarmee tegenstrijdig, maar wat te zeggen van het feit dat men op arme scholen de Verenigde Staten financiële prikkels aan arme kinderen geeft om het lezen te bevorderen. De meeste toehoorders vinden dit verkeerd. Een man verwoordt dit met het argument dat de intrinsieke waarde van het lezen daarmee verloren gaat. Een jonge vrouw brengt in dat cijfers ook extrinsiek motiveren en dat niemand daar bezwaar tegen heeft. Sandel vraagt zich af wat er er met lezen gebeurt als de financiële prikkel stopt. Stopt het lezen of is men er verslaafd aan geraakt? Hij vergelijkt het met bedankbriefjes die men als kind moesten schrijven. Wordt men daardoor later uit gewoonte een betere burger?

In ieder geval wordt de morele vorming door financiële prikkels gecorrumpeerd. Hij haalt een voorbeeld aan uit Zwitserland waar een plaatsje in de bergen uitgezocht werd om nucleair afval op te slaan. Meer dan de helft van de bevolking ging akkoord, maar na de belofte aan financiële compensatie was dit nog maar een kwart. Men ging vanwege het geld nadenken over de gevolgen voor het nageslacht en wilde zich niet laten omkopen.

Sandel concludeert dat economische markten niet werken op het gebied van immateriële goederen. De kwaliteit van die goederen verandert als ze vermarkt worden. De betekenis van een mens kan niet in geld uitgedrukt worden. De economie is geen waardevrije wetenschap die over efficiency gaat, maar zou een deel van de filosofie moeten zijn zoals in de tijd van Adam Smith, die zich vandaag de dag de vraag stelt hoever de economie in het openbare leven mag doordringen.

Door het vermarkten van het publieke domein wordt de gezamenlijkheid uitgehold. Sandel geeft het voorbeeld van skyboxen waarin de elite naar sport kijkt en daarmee het volk ontloopt of de aparte scholen waar witte of zwarte kinderen naar toe gaan. Hij vindt zoiets slecht voor de democratie, ook voor de elite die beperkt wordt in het omgaan met verschillen. De markt is kortom geen ecomomisch maar een sociaal probleem.   

Hier de trailer van de dvd. Vanavond 18 april vindt in de Beurs van Berlage de G8 van de Filosofie plaats.  Helaas kan de Belgische politicologe Chantal Mouffe, een van de deelnemers, niet komen vanwege het plotselinge overlijden van haar echtgenoot. 

donderdag 17 april 2014

One day after peace (2013), documentaire van Miri en Evrez Laufer



Zielscontact essentieel om haatgevoelens te laten slijten

De documentaire over verzoening tussen vroegere vijanden begint in een township in Pretoria waar de vroegere minister Adriaan Vlok met een rode baret op zijn hoofd eten brengt bij een gezin van Maria Ntuli die haar zoon Jermiah verloor tijdens de apartheid waar Vlok in die tijd vol overtuiging aan mee deed. Pas tien jaar later, in 1996, hoorde ze van een waarheidscommissie dat haar zoon meteen de dag van zijn arrestatie om het leven kwam. Omdat hij naar een militaire opleiding zou gaan, werd het busje dat hem vervoerde, opgeblazen.

Vervolgens verplaatsen we ons naar de Westelijke Jordaanoever. Robi Damelin (zie foto) toont de plek waar haar zoon David, een student filosofie, in maart 2002 om het leven kwam, doodgeschoten door een Palestijnse scherpschutter. De dader zit elf maal levenslang gevangen in een Israëlische cel. Robi die zich haar hele leven inzette voor een vreedzame coëxistentie tussen Palestijnen en Israëli, vindt het moeilijk een contact met de dader te onderhouden. Ze gaat naar Zuid-Afrika, dat ze in 1967 verliet, om te zien of de waarheidscommissies onder leiding van bisschop Desmond Tutu die na de apartheid werden ingesteld, ook in het Israelisch-Palestijnse conflict van betekenis kunnen zijn.

Vlok ontmoet een buurvrouw van Maria die in alle staten is als ze hoort dat een vertegenwoordiger van het apartheidsregime voor haar staat. Ze verloor ook een zoon tijdens de apartheid. Vlok betuigt zijn schuld en zegt dat hij de volgende keer ook voor haar eten zal meenemen. Vervolgens ontmoet hij Robi. Hij vertelt dat hij halverwege de jaren negentig in Tel Aviv was om amnestie aan te vragen waarmee hij vervolging zou kunnen ontlopen.

Op de Westelijke Jordaanoever is de organisatie Parents Forum actief, waarin Palestijnse en Israëlische ouders met elkaar praten, elkaar steunen en zelfs bloed geven. Zie ook www. bloodrelations.org. Als Robi hoort dat men vele Palestijnse gevangenen zal vrijlaten in ruil voor Gilad Shalit, spreekt ze dit met de broer van haar zoon David. Deze wil anders dan Robi niet dat de moordenaar vrijkomt.

In Kaapstad ontmoet Robi de openhartige en moedige blanke Ginn Fourie die haar dochter Lyndie verloor bij een aanslag. Ze heeft de zwarte daders vergeven en dat werd ook door hen geaccepteerd. Daartoe heeft ze wel gerechtvaardigde gevoelens van wraak moeten opgeven. Robi praat met de dader die zich door bevrijd voelde uit de kerker van onmenselijkheid. De gesprekken die hij met Ginn voerde, genazen de wonden die door de aanslag in hem geslagen waren. Robi huilt omdat de dader van haar zoon nooit zo zal reageren. Ze wil ook niet met hem bevriend raken, maar hem ontmoeten om hem haar verdriet te tonen. De man staat echter niet op de lijst van gevangenen die geruild gaat worden. Ze gaat naar diens advocaat die niet voor zijn cliënt kan spreken, maar later laat weten dat die haar zoon zag als een vertegenwoordiger van het zionisme. Hij zou wel een gesprek met Robi willen, maar die is daar niet zeker van.  

Bisschop Desmond Tutu vertelde eerder in de documentaire dat hij met die commissies de zinloze spiraal van geweld wilde doorbreken en meent dat deze vorm van waarheid zoeken ook in Palestina toepasbaar is. It will happen, zegt hij, doelend op de verzoening, maar moet huilen. Het is allemaal niet niets om het contact met vijanden aan te gaan, maar het is de enige weg die werkelijk tot menselijkheid voert.  

Hier de trailer

woensdag 16 april 2014

Filmrecensie: Klass (2007), Ilmar Raag



Heftige illustratie van het verschijnsel pesten


Pesten op school is een hardnekkig verschijnsel. Ondanks de vele programma’s en maatregelen om het pesten tegen te gaan, is het fenomeen moeilijk te bestrijden. De gepeste is vaak onvoldoende weerbaar en diens uitstoting dient veelal om de cohesie van de andere groepsleden te bevorderen. Om het mechanisme in de kiem te smoren, werkt een anti pest beleid aan het begin van de basisschool nog het meest effectief.

In de Estlandse film Klass is men dit station al lang en breed gepasseerd. De leerlingen zitten op een middelbare school en Joosef hun doelwit. De pesters zoals Paul en Anders vooral steun krijgen van de meelopers. De jongens zijn bang om zelf het doelwit te worden, de meisjes bang om uit de gratie te raken van de stoere binken. Meteen al bij een spelletje basketball wordt hij omver gelopen en na de les wordt hij de meisjeskleedkamer in geduwd. De sadistische tronies van de klasgenoten zijn vreselijk om aan te zien.

Het boeiende van de film is dat een van de klasgenoten, Kaspar, zich ongemakkelijk voelt over de behandeling van Joosef en het steeds meer voor hem opneemt. Daardoor wordt hij zelf ook doelwit. Zijn vriendinnetje Thea raakt door het gepest ook van slag. Kaspar staat steeds meer voor een dilemma, maar zijn klasgenoten geven hem weinig keuze.

De incidenten nemen alleen maar toe. In de geschiedenisles wordt zijn schrift afgepakt. De methode van de juf om de anderen te laten staan net zo lang tot iemand het schrift teruggeeft, werkt contraproductief omdat alleen Joosef mag blijven zitten. Men pakt later zijn schoenen af en deelt hem een karatetrap uit.
Joosef is een langharige stille jongen, die zich moeilijk kan verdedigen. Zijn vader is een erg mannelijk type die vindt dat hij voor zichzelf moet opkomen en van zich af moet slaan. Joosef probeert de aanval van zijn klas voor zijn ouders te verbergen. Als hij thuis komt, luistert hij ineengedoken naar muziek op zijn koptelefoon. Als zijn moeder de blauwe plekken ziet, verschuilt Joosef zich achter een ongeluk tijdens de gymles.

Als men hem zijn schoenen afneemt om het merk eraf te snijden, loopt hij op zijn sokken de klas in Als de juf daarover een opmerking maakt, probeert hij zijn hoofd recht te houden en zegt dat hij geen merkschoenen wil maar liever zichzelf benadrukt. Hij knipt ook nog eens het merk van zijn shirt, hetgeen hem hoon van de anderen oplevert en de juf niet voor hem inneemt. Vaak worden er briefjes in de klas doorgegeven die de uitzonderingspositie van Joosef en ook van Kaspar versterken. Erg heftig is dat Joosef bij het betreden van het klaslokaal in elkaar geslagen wordt.

Duidelijk wordt het gebrek van de school om iets tegenover het pesten te stellen. De directeur hoort van Paul, die de informele leider is, dat het Kaspar is die Joosef pest en zij gelooft hem onmiddellijk. Ze dreigt zelfs Kaspar van school te sturen, waardoor hij nog meer in een isolement komt te verkeren. Zijn oma bij wie hij woont ziet met lede ogen aan dat haar kleinzoon zich steeds meer van haar verwijdert. De pesters proberen hem en Joosef van elkaar te scheiden, maar slagen daar niet in. De confrontatie wordt steeds heftiger. Zelfs Facebook wordt bij het pesten gebruikt en valse emails worden geschreven.

Klass bestaat uit zeven delen die onder een motto steeds een dag weergeven. In een week tijd wordt de spanning opgebouwd tot de gewelddadige afloop, die terugkijkend nauwelijks te vermijden lijkt te zijn.

Hier de trailer

FC Rwanda (2013), documentaire van Joris Postema


Zijn zij niet allemaal Rwandezen?

Het is twenty years ago today dat de slachting van Tutsi’s door Hutu- milities in volle gang was. De vraag is hoe de genocide uitwerkte in het huidige Rwanda, dat zo’n elf miljoen inwoners telt. Joris Postema probeert in zijn eerste documentaire een antwoord op te krijgen op de vraag in hoeverre de verzoening tussen de stammen van hogerhand is afgedwongen. Heel origineel doet hij dit in een impressie van een soort Rwandese Ajax Feyenoord, waarbij de gevoelens hoog opspelen.

FC Rwanda begint met mooie sfeerbeelden van de spelersbus van APR FC die in alle vroegte door het bedauwde Rwanda rijdt. De sfeer in de bus is goed. De jonge spelers gaan heel vriendschappelijk met elkaar om. APR FC staat voor Armee Patriotique Rwandese en is dan ook een legerploeg, die voornamelijk uit Tutsi’s bestaat maar ook Hutu spelers heeft. Men is op weg naar een wedstrijd tegen de volksclub Rayon Sports, die veel aanhang heeft bij de Hutu’s, al is het niet meer well done om in stammentermen te spreken. Het zijn allemaal Rwandezen, toch?

Generaal Alex Kagame is voorzitter van APR FC en spreekt zijn mannen voor de wedstrijd op het oefenveld toe, maar daar wil hij liever geen camera bij. Voetbal is een goede manier om de samenwerking te vergroten, vertrouwt hij Postema later toe. De laatste ondervraagt enkele spelers van APR FC om te horen hoe echt de verzoening is.

Een topspeler zegt dat men trots moet zijn op hetgeen bereikt is, een verandering in vreedzame zin. Door een snelle verzoening kregen wraakgevoelens geen kans.

Een reservespeler die al vroeg zijn ouders verloor, wil vooral met rust gelaten worden. Het is door zijn geloof dat hij de ellende overleefd heeft. Het team is voor hem als een familie. Hij weet zelf niet of hij Hutu of Tutsi is en durft het zijn oma niet te vragen.

Kinderen schieten de keeper in die rond dit oefenveld is opgegroeid en in april 1994 niet naar buiten mocht van zijn ouders maar het toch deed en overal lijken zag onder het bloed, waardoor hij toch maar binnen bleef. Zijn vader was een Hutu die getrouwd was met een Tutsi. Hij diende aan de militie geld te betalen om zijn gezin te behouden, maar omdat hij niet genoeg gaf werden het zusje en het broertje van de speler die zich verstopt had meegenomen en heeft hij hen nooit meer gezien.

De coach wil snelheid in het spel. Twee keer de bal aanraken en niet meer. Aannemen, passen en bewegen.

FC Rwanda wordt afgewisseld met enkele filmbeelden uit 1994 toen het radiostation van de Hutu’s opriep de kakkerlakken te verdelgen en beelden van een kerk waarin veel Tutsi’s vermoord werden en die inmiddels een herdenkingsplaats is. De keeper neemt foto’s van de vele schedels en beenderen die er opgeslagen liggen ter herinnering aan de gruwelen en wil daarmee de jeugd informeren. Tussendoor zien we ook nog president Paul Kagame tijdens een herdenking.  

Journalist Daniel Sabiiti zegt dat men volgens de nieuwe genocidewet in het openbaar niet mag discrimineren, maar hij weet niet wat er binnenskamers besproken wordt. Hijzelf trouwde een Hutu en dat was voor zijn broer aanleiding het contact te verbreken. Het hangt van de volgende president af of de verzoening doorzet of dat wraakgevoelens opnieuw opleven. Hij hoopt op een dialoog, waarbij mensen zich tegen elkaar kunnen uitspreken en hun gevoelens met elkaar kunnen delen.

Van Rayon Sports horen we niet zo veel, op de supporters na die zwaar beschilderd in de blauw witte clubkleuren met vuvuzela’s luid van zijn laten horen. De spaarzame wedstrijdbeelden tonen de overmacht van Rayon Sports. De spelers van APR FC zitten verslagen in de kleedkamer. De supporters van Rayon Sports maken gebaren waarbij ze de kelen van de tegenstanders doorsnijden. De verzoening lijkt inderdaad nogal oppervlakkig.

Afsluitende beelden van jonge voetballertjes zetten aan het denken over de toekomst.

Hier een site met de trailer.

dinsdag 15 april 2014

Filmrecensie: También la lluvia (2010), Iciar Bollain



Sterk historisch – én sociaal drama met de nodige gewetensconflicten

Een film in een film zorgt vaak voor een luchtig effect zoals bijvoorbeeld Fellini in Otto e mezzo (1963) laat zien, maar in También la lluvia is het een bloedserieuze aangelegenheid, die steeds ernstiger vormen aanneemt. In de laatste film draait het om een historische weergave van de reis van Christoffel Columbus naar het Caribisch gebied en de kolonisatie aldaar van de Taino, een Indianenvolk. Om geld uit te sparen gaat de Spaanse filmploeg van regisseur Sebastián en producer Costa (resp. rechts en links op de poster) in 2000 naar de stad Cochabambu in Bolivia. Dat daar een ander soort Indianen woont nemen ze voor lief.

De film begint sterk met de vele stedelingen die op de auditie afkomen. Als Sebastián en Costa arriveren staat de rijen tot ver in de straten. Costa wil al die mensen niet en stuurt ze weg, maar de Indiaan Daniël Aduviri met de vurige ogen die samen met zijn dochter Belén in de rij staat, wijst hem erop dat ze allemaal een kans zouden krijgen. Ondertussen wordt een levensgroot kruis met een helikopter naar een plaats in de bergen vervoerd waar het verhaal zich afspeelt. Als ze dat in de hoogte proberen te krijgen vallen er nog net geen slachtoffers. Dat had ook met een kraan gemoeten, zegt Sebastián achteraf hoofdschuddend.

De voortgang van de film gaat moeizaam. Tijdens de tekstlezing drinkt Anton, die de rol van Columbus speelt, veel wijn. Hij vindt dat Columbus conservatief was, maar Sebastián zegt dat hij voor de belangen van de Indianen opkwam. Er ontstaat ook discussie tussen Sebastián en Costa of ze Daniël mee laten doen als de opstandige Hatuey. Costa wil hem liever niet, maar Sebastián zet door vanwege zijn vurige houding. De figuranten krijgen de opdracht een bolletje goud te zoeken en krijgen in ruil daarvoor twee dollar.

Een assistente maakt tegelijkertijd een documentaire over de film, een The making of, waarin zij personages ondervraagt over hun rollen en ook filmt ze het verzet tegen een waterleidingsbedrijf dat met medewerking van de overheid de Indianen van hun putten wil beroven. Dit blijft niet bij een incident, maar neemt ernstige vormen aan waarbij Daniël zich als een spreekbuis ontpopt. Costa vraagt hem zich afzijdig te houden vanwege zijn rol in de film, maar Daniël kan de strijd tegen het onrecht niet zomaar naast zich neerleggen.

Inmiddels komen de Indianen op de filmset ook in opstand, bijvoorbeeld als ze, achtervolgd door de Spanjaarden, hun kinderen moeten verdrinken in de rivier. Ook al zijn het poppen die ze daartoe uitgereikt krijgen, ze weigeren mee te doen. Tijdens een ontvangst op het gemeentehuis proberen Sebastián met de burgemeester te praten over de rechten van de Indianen op water, maar de laatste is daar doof voor. Hij verwijt de filmmakers dat ze de figuranten zelf maar twee dollar geven voor een bolletje goud.

Daniël wordt bij protesten in elkaar geslagen. Sebastián is in crisis over de film, maar Costa haalt hem over door te gaan. Er is alleen nog de kruisscène te spelen. Costa geeft Daniël geld om af te zien van deelname aan de protesten. Daniël accepteert het geld maar gaat toch verder. Hij wordt opgepakt en belandt in de gevangenis. Costa moet ook nog geld geven aan de directeur om hem vrij te kopen. Dat is voor de duur van de film. Sebastián vindt dat moreel moeilijk en nog moeilijker om Daniël daarover niet in te lichten. Als Belén, de dochter van Daniël, later in het centrum gewond raakt en haar moeder aan Costa vraagt haar naar het ziekenhuis te vervoeren, raakt ook Costa in gewetensnood. Een spannende ontknoping volgt.

Hier de trailer.