Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 17 januari 2017

Ivo Victoria over Billie & Seb, VPRO Boeken, 15 januari 2017


Een echt gesprek leidt tot andere denkbeelden

De Antwerpse schrijver Ivo Victoria (1971) schreef eerder al drie romans, die, zoals hij op zijn site schrijft, nog nimmer in de prijzen vielen. Billie & Seb is een roman over de zeventienjarige, licht autistische Seb, die treurt over zijn geliefde Billie die in coma ligt na een ongeval op een trampoline. Gespreksleider Carolina Lo Galbo merkt in het gesprek op dat Billie ook al voorkwam in de tweede roman Gelukkig zijn we machteloos (2011) en dat ze toen in coma geraakte. Billie vervult de functie van zuiverheid voor Seb.  

Lo Galbo vraagt meteen naar het airsoft-wapen - een namaakwapen dat plastic bolletjes schiet - dat in de roman voorkomt.
Victoria denkt niet dat hij zoiets cadeau zou doen aan zijn dochters. Het idee daarover kwam hij tegen toen vrienden van hem vertelden over hun moeilijke zoon die baat had bij een airsoft-wapen. Hij zocht ernaar op internet en ontdekte dat mensen daarmee gevechten naspelen. Hij vroeg zich af wat dit over onze maatschappij zegt. De Tweede Wereldoorlog ligt inmiddels buiten het geheugen van de jongere generatie. Zij gaan weer oorlogje spelen alsof er nooit zoiets geweest is. Airsoft is inmiddels ook een officiële sport. Victoria stelde zich de vraag waarvoor jongeren die dit spelen nog bereid zouden zijn om zich in te zetten. Het verhaal verbreedde zich met de licht autistische Seb die moeite heeft met contact omdat hij vaak de context van woorden niet begrijpt. Billie accepteert hem zoals hij is. Samen met haar trampoline springen is fijn, totdat Billie een ongeluk krijgt en in coma raakt. Seb mag haar niet bezoeken en gaat op zoek naar het gevoel dat hij kwijt is geraakt en komt uit op het schieten. Victoria heeft zelf nooit met een airsoftwapen geschoten. Dat zou zijn verbeelding alleen maar belemmeren.

Lo Galbo gaat in op Syriëstrijders die in een bungalowpark samenkomen.
Victoria ontleende dat aan een artikel over een soortgelijke gebeurtenis in Duitsland. Terroristen in spe werden niet zozeer gedreven door religieuze motieven, maar uit verveling en de behoefte zelf iets voor te stellen. Van de Rote Armee Fraktion hadden ze nog nooit gehoord. Ze raakten begeesterd vanuit een leegte. Het bracht Victoria op de vraag wat een held nou eigenlijk is. Het antwoord op die vraag maakt ook een deel van het boek uit. Volgens hem komt zoiets toevallig op je pad. De grens tussen heldendom en dader is maar heel dun. De jongens met wie Seb na het ongeluk van Billie gaat schieten, hebben ook weinig toekomst. Victoria was benieuwd hoe men die zag. In alle onschuld gaat men op zoek naar iets dat hen in beweging brengt. Volgens Victoria denkt iedereen altijd dat men in een bepaalde situatie de beste beslissing neemt. Er is weinig voor nodig om het leven een ingrijpende wending te geven.

Lo Galbo merkt op dat Billie & Seb naast alle geschiet een romantisch boek is.
Victoria beaamt dat het gaat om een verlangen naar echtheid en eerlijkheid. Dat romantische is uit de mode geraakt. De natuur speelt ook een belangrijke rol in het boek. De mens is daarin maar een voetnoot. De wereld zou best zonder mensen kunnen. Victoria wilde graag een boek over het heden schrijven. Over de omgang tussen mensen die niet best is omdat men tijdens een gesprek al uitgaat van het eigen gelijk, terwijl het denken juist in een gesprek wordt gestimuleerd. De oom en de ouders van Seb zetten de woorden echter naar hun hand. Vandaar dat ze pas namen krijgen als ze zich meer openstellen voor de ander.

Hier de site van Ivo Victoria met meer informatie, hier een leesfragment op de site van Athenaeum Boekhandel.

maandag 16 januari 2017

Ester Naomi Perquin over Meervoudig afwezig, VPRO Boeken, 15 januari 2017


Dichteres breekt muur tussen haar en haar werk weg

Dichteres Ester Naomi Perquin (Zierikzee, 1980) heeft een vierde gedichtenbundel uitgebracht, waarin ze persoonlijker van zich laat horen. Op teletekst was te lezen dat ze daarin onderzoekt wat het betekent om ergens te vertrekken. De nieuwe gastvrouw van VPRO Boeken, Carolina Lo Galbo, ontvangt haar met een hand en geeft er ook weer een bij vertrek.

Lo Galbo, die van start gaat alsof ze het programma al jarenlang presenteert, vraagt meteen over de persoonlijke aard van deze nieuwe bundel.
Perquin antwoordt dat die niet gepland was, maar dat de bundel om die manier tot stand kwam. Ze had door dat ze door enige weerstand heen moest breken, een muur moest slechten die eerst tussen haar en haar gedichten stond. Onbenulligheden bleken een opening te bieden naar een nieuwe toon. Zo was er een meisje in de dierentuin die haar op de titel van de bundel bracht. Ze hoorde het meisje tegen haar moeder roepen over olifanten, maar de moeder was te zeer verdiept in een telefoongesprek over haar werk. Dit soort observaties kregen opeens betekenis.

Lo Galbo vraagt waarom de toon eerder hooghartiger was.
Perquin wil niet of ze eerder hooghartig schreef maar er moest altijd een laag tussen haar en het gedicht aangebracht worden. Ze had zo’n hoogstaand beeld van wat poëzie moest zijn, dat ze de eerste keer dat ze gedichten voordroeg stond te trillen met de bundel in haar handen. Ze zocht naar een manier om zelf achter het decor te blijven. Ze was ook niet uit op het geven van een oordeel. Ze luisterde liever naar de meningen van anderen. Haar werk als gevangenisbewaarder leende zich daar goed voor. In de bundel Celinspecties (2012) kroop ze in de huid van gedetineerden. Tegelijk wil ze dit ook afleren, omdat zoiets een saaie gewoonte wordt. Ze vindt het goed om zichzelf uit het gareel te krijgen.

Lo Galbo merkt op dat dit ongetwijfeld niet zonder slag of stoot ging.
Perquin antwoordt dat ze poëzie de meest vergeeflijke vorm van manipulatie vindt. Ze probeert hierin tegenwoordig dichterbij haar eigen kern te komen. Het onbenullige kan zijn waarde hebben, omdat het verbindt. Het feit dat iedereen een vader heeft is een gedeelde ervaring, die het persoonlijke rechtvaardigt.

Lo Galbo merkt op dat haar vader overleed toen zij acht jaar oud was en nu opduikt.
Perquin zegt dat het voordelen heeft om op jonge leeftijd met de dood geconfronteerd te worden. Het maakt dat men gretiger op het leven ingaat. De literatuur biedt de mogelijkheid zichzelf te vermenigvuldigen, maar het is ook mooi als dat soort personages wegvallen.

Lo Galbo vraagt of het lastig is om over persoonlijke zaken te schrijven.
Perquin antwoordt dat de zaken waarover ze schrijft allang achter haar liggen. Ze heeft geleerd dat het uiten van emoties geen resultaat oplevert. Ze wacht met schrijven tot de emotionele lading uit de ervaringen verdwenen was.

Lo Galbo zegt dat ze in de bundel ook andere zaken verwerkt.
Perquin antwoordt dat het gedicht Wegens logistieke problemen over een verhuizing en een echtscheiding gaat. Ze leest het gedicht voor en vertelt dat ze het ritme ontleent aan het gezwiep van de sleutelbos uit de tijd als cipier. Gedichten hoeven van haar niet zo uitgebalanceerd te zijn zoals ze in de bundel staan. Ze mag van zichzelf wel wat slordiger zijn. Ze wilde eerder een grote roman schrijven maar wendde zich tot de poëzie toen ze ontdekte dat die al was geschreven. Na tien jaar wil ze nu essays schrijven over macht en onmacht en wellicht komt haar roman er daarna ook nog een keer.  



zondag 15 januari 2017

Filmrecensie: Leviathan (2014), Andrej Zvyagintsev


Sterke weergave van de strijd tussen koppige Rus en corrupte burgemeester

De leviathan is een bijbels monster stammend uit de oertijd, die nog steeds zijn invloed op het leven uitoefent. In de film Leviathan van Andrej Zvyagintsev spookt dit monster in het hoofd van hoofdpersoon Kolja, een automonteur die de strijd aanbindt met de louche burgemeester Vadim Shelevgat in zijn dorp over zijn huis, garage en land. Vadim wil daar graag een villa op bouwen en heeft daartoe al de nodige wettelijke stappen gezet. De plaatselijke pope, die op de hand is van burgemeester, waarschuwt Kolja voor de leviathan als hij al behoorlijk in de problemen zit en net zijn vrouw heeft verloren.

In dit fascinerende sociaal drama, spelend in Rusland aan de kust met de Barentszee, krijgt Kolja de steun van zijn oude vriend Dimitri uit Moskou. In het begin van de film gaat Kolja in de vroege ochtend naar het station om zijn vriend op te halen. Nadat hij heeft ingecheckt in een hotel in de stad, rijden ze samen naar het huis van Kolja om de zaak tegen de burgemeester door te nemen. Onderweg worden ze aangehouden bij een politie controle, maar het is meteen duidelijk dat die op de hand van Kolja is. Op de vraag of hij die dag nog een auto van collega Stephanitsj kan repareren, moet hij een negatief antwoord geven. Hij moet nog naar de rechtbank om de uitspraak van het geschil met de burgemeester te vernemen. In de auto moppert hij tegen Dimitri over het verzoek. Daarmee krijgen we meteen een indruk van zijn driftige karakter.

Dat blijkt ook thuis bij zijn vrouw Lilja en zijn zoon, afkomstig uit een eerder huwelijk. Omdat de jongen brutaal is tegen Lilja krijgt hij een klap voor zijn kop van Kolja. Dimitri probeert de zaak te sussen. Van Lilja hoort Dimitri dat zij wel wil verhuizen. Kolja maakt het weer goed met zijn zoon door hem naar zijn school te laten rijden. Tijdens de uitspraak van de rechter, die de lange tekst snel voorleest, krijgt Kolja nul op zijn rekest. Dimitri heeft echter een en ander uitgezocht over het verleden van Vadim en confronteert hem daarmee. Hoewel de burgemeester belooft met geld over de brug te komen, laat hij Dimitri in elkaar slaan.

Als die daarop de trein naar Moskou neemt, blijkt ook Lilja verdwenen. Eerder al kreeg ze een affaire met Dimitri, die tijdens een mooi in beeld gebracht schietfeestje van Stephanitsj aan het licht kwam. Kolja verdenkt haar ervan dat ze Dimitri achterna is gereisd, terwijl de kijker weet dat ze vooral overstuur was over het woedende gedrag van de zoon van Kolja. In een aangrijpende scène zien we dat ze de volgende ochtend niet naar haar werk in de visfabriek gaat maar naar de kust, om daar, zo meent de kijker een uitweg te vinden voor haar problemen.  

De vader zoon relatie speelt net als in The return (2003) een belangrijke rol in de film. Kolja heeft een moeilijke verhouding met zijn zoon en probeert de onenigheid tussen hem en zijn nieuwe vrouw te sussen, tot dat niet meer gaat. Kolja probeert de problemen, zoals eerder in de film, met wodka weg te spoelen, maar uiteindelijk blijkt het monster in zijn hoofd toch aan de winnende hand.

De muziek van Philip Glass waarmee het drama begint en eindigt is van een hemelse schoonheid. De beelden daarbij van de golven die op de rotsen slaan zeggen veel over de harde strijd tussen twee koppige lieden en het onderspit dat een onvervalste Rus delft tegen het corrupte staatsapparaat.

Hier de trailer van Leviathan, hier mijn bespreking van The return.

Het spoor naar Auschwitz (2016), documentaire van Gisèla Maillant en Frénk van der Linden


Vraag rond bombardement op spoorlijn naar Auschwitz blijft actueel

In de zomer van 2015, op het hoogtepunt van de komst van oorlogsvluchtelingen uit Syrië naar Europa, stelde paus Franciscus in Turijn de vraag waarom de geallieerden in de Tweede Wereldoorlog de spoorlijnen naar vernietigingskampen als Auschwitz-Birkenau in Polen niet kapot bombardeerden. Deze belangwekkende vraag is uitgangspunt van de documentaire Het spoor naar Auschwitz van filmmaakster Gisèla Maillant en journalist Frénk van der Linden. In drie kwartier laten ze een hele rij mensen aan het woord over hun mening over deze kwestie.

De 91-jarige Pool Eugeniusz Daczynski is de meest sprekende geïnterviewde, iemand die gemakkelijk gepast had in de documentaire film Shoah (1985) van Claude Lanzmann. Hij overleed nog voor de documentaire uitkwam en vertelt daarin dat hij als dwangarbeider in de fabriek van IG Farben de buurt van het crematorium werkte en de smaak van de zoete as op zijn lippen proefde. Het was voor hem onmiskenbaar dat daar mensen verbrand werden. Hij werkte samen met gevangenen die door de kapo’s geslagen werden tot ze hartverscheurend jankten, hetgeen hem nog steeds door merg en been gaat. De as van de slachtoffers werd in de rivier gegooid die alles wegvoerde.

Niet iedereen was zich bewust van de gruwelijkheden die door de nazi’s begaan werden. Frieda Menco werd met haar familie eerst naar Westerbork en later naar Auschwitz vervoerd. In Westerbork was men niet op de hoogte van de toestand in het oosten, maar de transporten die officieel naar werkkampen gingen, werden wel nagekeken met een zwaar gevoel in het lijf. Ze vertelt dat haar vader in Auschwitz op een dramatische wijze afscheid nam van zijn gezin en dat ze hem nooit meer terugzagen. Menco zegt dat het lot van de joden de Nederlandse regering en Wilhelmina niet interesseerde.

Een andere overlevende, Eva Schloss, vertelt over het vreselijke vervoer gedurende meerdere dagen in volgepakte veewagens. Zij moest in Auschwitz afscheid van haar moeder nemen. Volgens haar moet het niet zo moeilijk geweest zijn om een bom op de spoorlijn te gooien. Volgens Schloss waren ze de blanken de joden liever kwijt. Het ging erom de oorlog te winnen, de vernietiging van de joden was collateral damage.

Militair historicus Ivo de Jong legt uit dat in die tijd helemaal niet zo gemakkelijk was om precisiebombardementen uit te voeren. Het zelfs in die tijd onmogelijk naar Auschwitz en terug te vliegen. Een bombardement zou verder niet geholpen hebben omdat er andere lijnen beschikbaar waren en de nazi’s zouden gevangenen hebben ingeschakeld om de lijnen meteen te repareren.

Dirk Mulder, directeur van Herinneringscentrum Kamp Westerbork, eerder nog in beeld in de documentaire De claim van Ditteke Mensink over roofkunst in WO II, probeert te reconstrueren hoe de perceptie van mensen was over de praktijken in de vernietigingskampen. Zelfs de mensen die in Auschwitz werkten hadden geen idee dat de rook uit de schoorstenen van mensen afkomstig was. Het was ook onvoorstelbaar dat een heel volk op industriële wijze werd uitgeroeid. Hij zou graag een buffer ingesteld zien om dit soort ontsporingen in de toekomst te voorkomen.

Jaap van Duijn heeft een brief uit 1967 van zijn vader aan Lou de Jong van het NIOD gericht, waarin hij schrijft dat hij in 1942 naar de Joodse Raad ging om te vertellen over hetgeen hij op reis als tuinman in Auschwitz gezien had. In de Groene Amsterdammer van 3 mei 2000 staat het verhaal uitvoerig opgetekend. Van Duijn was zeer teleurgesteld dat hij niet werd geloofd. Een dergelijke teleurstelling kreeg ook de Poolse verzetsstrijder Jan Karski te verwerken die in Londen een ooggetuigenverslag uitbracht aan de Amerikaanse president Roosevelt en een rechter van het Amerikaanse gerechtshof. De laatste vertelde hem dat hij eenvoudig niet kon geloven dat zoiets mogelijk was.

Tijdens de Wannsee conferentie in januari 1942 werd besloten hoe het eerder genomen besluit om de joden te vernietigen, in praktijk te brengen. Rudolf Hess was een groot voorstander van het gebruik van Zyklon B, dat door Bayer geproduceerd werd. 21 januari a.s. is het vijfenzeventig jaar geleden dat de conferentie werd gehouden. Moge het een dag zijn waarin nagedacht wordt over een betere behandeling van oorlogsvluchtelingen. Dat zijn we aan het verleden wel verschuldigd.

Hier mijn bespreking van De claim, hier het verhaal van Van Duijn in De Groene Amsterdammer.

zaterdag 14 januari 2017

Theaterrecensie: De vlucht van de granaatappel, Theater Rast, Toneelschuur, 13 januari 2017



Elektrificerende voorstelling over onze omgang met onze trauma’s

De sfeer zit er al meteen goed in als het publiek de Bovenzaal van de Toneelschuur betreedt. Terwijl Imke Smit achterin het podium op haar basgitaar speelt, ontvangen Eran Ben-Michaël en George Tobal het publiek. Men wordt uitgenodigd ook rond de piste van zand aan te schuiven, waarop zich behalve een kruiwagen granaatappels weinig bevindt. Met minieme middelen weet Theater Rast met een sterke toon een maximaal effect te bereiken.

De tekst lijkt vanzelf tot stand gekomen. Eran en George refereren aan hun vorige voorstelling, die geregisseerd werd door de Koerd Celil Toksoz. Hij vertelde hen tussendoor verhalen over zijn vluchtverleden die de aanleiding vormen voor deze voorstelling. De afspraak was dat niet alleen hij, maar ook de anderen hun vluchtverhalen zouden vertellen.

Als Celil eenmaal op het toneel is binnengehaald, gaat het al gauw over een Hollands meisje dat ze nodig hebben als tegenwicht voor hun ellende. Het feit dat de cavia van Imke pas dood gegaan was, maakte haar een perfecte partner. In een mooie scène leggen de vier hun familiegeschiedenis uit aan de hand van granaatappels in het zand, dat als een platte wereldbol kan worden voorgesteld. Het is grappig dat de appels van Imke heel dicht bij elkaar leggen, terwijl de anderen enorme afstanden hebben overbrugd om uiteindelijk in Nederland te komen.

In korte scènes wordt duidelijk gemaakt hoe de verhoudingen binnen het gezin lagen. Celil kreeg bezoek van zijn vader toen hij in Turkije in de gevangenis zat, maar de tijd was te beperkt om elkaar echt te spreken. George had als kind geen idee waarom het gezin weg moest uit Syrië. De familie van Eran moest tot tweemaal toe vluchten. Imke weet niet veel meer te vertellen dan over een vakantiereis naar Wenen met kibbelende ouders voorin en in zichzelf gekeerde kinderen achterin.

Nadat Eran de ontstane kakafonie het zwijgen heeft opgelegd, vraagt hij aan een man uit het publiek of hij het in het openbaar zou zeggen als het niet goed met hem ging. Daarna worden ook andere mensen ondervraagd over hun eerlijkheid. De groep brengt daarmee het dilemma naar voren of het altijd goed is om elkaar de waarheid te vertellen. Eran vond het maar vreemd dat zijn joodse familie zo zwijgzaam was tijdens een bezoek aan een plaats in Roemenië waar ze ooit woonden. George doet een geleide fantasie oefening waarin het publiek ervaart wat het is om opeens de koffers te moeten pakken en weggevoerd te worden naar een land waarvan men de taal niet spreekt. Het dilemma wordt concreet met een vraag aan Celil of hij zijn zoon zou vertellen over hetgeen hij allemaal heeft meegemaakt. Celil vindt dat hij dan maar naar deze voorstelling moet komen, hij wil zelfs wel zorgen voor een vrijkaartje.

De opgelopen trauma’s worden door Imke fraai verbeeld aan de hand van een enorme marmeren trap. Hoe meer trauma’s, hoe hoger men zit. Celil zit helemaal bovenaan terwijl zijzelf onderaan bungelt. Het brengt haar op gedachten over het leed dat anderen voor haar op de schouders genomen hebben. Ze wordt zelfs boos dat zij er buiten gehouden wordt. Voor Celil is dat het moment om haar de deur te wijzen. Ze hebben helemaal geen Hollands meisje meer nodig.

Er ontstaat een mooie spanning tussen Celil die een strijdlied zingt, George die op een tafel een granaatappel eet en Imke daartussenin als aangeschoten wild. Als Eran zijn excuses aanbiedt voor de onenigheid, maakt Celil zich uit de voeten. De vraag luidt of er een getraumatiseerde in de zaal Celil kan vervangen, maar voordat die zich aandient, heeft men George al gebombardeerd tot diens opvolger. George kan zich echter ook niet vinden in de suggesties van Imke om wat aan zijn trauma’s te doen. Hij verdwijnt, Imke in wanhoop achterlatend. Ze wil haar woede koelen op haar gitaar, maar Eran weerhoudt haar daarvan vanwege het beperkte budget van de groep. Haar neus snuiten in de gordijnen van de Toneelschuur is echter geen probleem. Tenslotte wordt ze door Celil nog weer blij gemaakt, waarmee het toch weer goed komt. Na een staande ovatie ontvangt de groep, inclusief regisseur Xander Straat, bloemen vanwege de première in de zaal na de voorstellingen op Oerol.

De bloemen waren dik verdiend. De voorstelling met sterke teksten over de omgang met trauma’s kent veel verrassende wendingen. Er zit vaart in omdat verhalen niet allemaal afgemaakt hoeven te worden, prachtige zang van Imke, interactie met het publiek en veel humor, bijvoorbeeld over Celil die moeizaam Nederlands sprak, als regisseur wel eens moeilijk te begrijpen was en ook die avond door het publiek ontzien moet worden. Maar het was toch vooral de tomeloze energie van de groep die het publiek elektrificeerde.

Hier de trailer, die een goede indruk geeft van de energieke kradht van Rast.

Alphabet (2013), documentaire van Erwin Wagenhofer


Competitief onderwijs niet toegerust om aan eisen moderne maatschappij te voldoen

In zijn lange documentaire Alphabet verzamelt de Oostenrijkse filmmaker Erwin Wagenhofer bewijzen over het feit dat ons onderwijs de creativiteit van kinderen doodt en hen opleidt tot robotachtige wezens die niet meer weten wat ze zelf willen. Hij baseert zich op uitspraken van de Brit Ken Robinson die het hiërarchische, op competitie en kwantificeerbare feiten gerichte onderwijs aanklaagt, omdat het op systematische wijze de verbeelding en de culturele diversiteit vernietigt.

Wagenhofer begint in China. Pedagoog Yang Dongping wijst op vliegers in de lucht, een metafoor voor leerlingen die aan het lijntje gehouden worden. In China werd altijd de gelijkheid gepredikt maar nu is de competitie groot, met nadelige gevolgen van een hekel aan leren tot zelfmoord aan toe. De prestatiedruk gaat tegen het wezen van het kind in. Vooral op de elitescholen gaat het al vroeg om de cijfers. Andreas Schleicher van de OESO bezoekt het land en ziet wel vooruitgang, maar stelt vast dat de organisatie van het onderwijs niet toereikend is om op te leiden tot bekwame burgers.

Hersenwetenschapper Gerald Hüther stelt dat het onderwijs gebaseerd is op angst die doorgegeven wordt door de ouders. Het schoolsysteem is daarop gebaseerd. Mensen moeten als machines kunnen functioneren. Dit zien we terug in het kneden van toptalent door McKinsey. Alles staat ten dienste van de carrière en de doelen van het bedrijf. Hüther deed longitudinaal onderzoek naar de ontwikkeling van divergent denken en stelde vast dat dit afneemt naarmate het kind ouder wordt. Dat komt door het onderwijs die de fantasie inperkt en het zelfleerproces geen kans geeft. Competitie is tegennatuurlijk, zegt hij. Alles in de hersenen is gericht op samenwerken. Een onderzoek onder zuigelingen op Yale wijst uit dat kinderen geleerd wordt om te geloven in concurrentie.

Arno Stern (Kassel, 1924) is een Duitse kunstenaar die de creatieve vermogens van kinderen en volwassen stimuleert. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vluchtte hij naar Frankrijk en na de oorlog kwam hij terug om oorlogswezen te helpen. Later stichtte hij Schilderoord, waarin iedereen zijn creativiteit kan ontwikkelen. Aan de hand van hun schilderijen kan hij zien in hoeverre de fantasie nog leeft. Hij vindt het belangrijk dat men tot zichzelf kan komen. Meer hoeft hij niet te doen. Zijn zoon André (Parijs, 1971) is nooit naar school gegaan maar een bekwaam gitaarbouwer geworden. Hij heeft ook de muziek voor de documentaire Alphabet gemaakt.

Thomas Sattelberger werkte voor Deutsche Telekom en ziet dat het onderwijs niet geschikt is om de werknemer van de toekomst op te leiden. Talent krijgt geen ruimte zich te ontplooien. Men wordt gevormd naar de eisen van de voorbije industriële maatschappij met een kleine bovenlaag, een middenklasse en een grote onderlaag. Wagenhofer portretteert twee personen die de chaos die het onderwijs schept, illustreren. De Duitse Patrick is beveiliger maar voelt zich tussen wal en schip en kan niet rondkomen van zijn magere salaris. Yakamoz Karakut, een gymnasiaste uit Hamburg leest een open brief voor waarin ze wijst op de grote studiedruk, die haar leven kapot maakt. Sattelberger wijst op de noodzaak van structurele veranderingen om niet vast te lopen.

Pablo Pineda Ferrer speelde de hoofdrol in Yo, También. Hij was de eerste persoon met het syndroom van Down die pedagogiek en psychologie studeerde en predikt liefde tegen de angst in. In zijn vrije tijd geniet hij van voetbalwedstrijden in het stadion.

Robinson zegt tenslotte dat mensen veranderen als ze hun talenten kunnen ontwikkelen. Hij ziet een vergelijking met de dorre woestijn in Death Valley waar, na regen, in het voorjaar van 2005 opeens bloemen gingen bloeien.

Hier de Engelse trailer die begint met uitspraken van Ken Robinson, hier nog een Ted lezing van hem met als onderwerp dat scholen de creativiteit van leerlingen doden, hier een stukje over Yakamoz Karkurt, hier mijn bespreking van Yo, También.

vrijdag 13 januari 2017

Lize Spit over Het smelt, Athenaeum Boekhandel Haarlem, 12 december 2017


De hemel in een luciferdoosje stoppen

Jeroen Vullings, literair criticus van Vrij Nederland, vindt het een eer om Lize Spit (Viersel, 1988) te ondervragen over haar omvangrijk debuut Het smelt, dat inmiddels in tien talen vertaald wordt. In de afgeladen Athenaeum Boekhandel Haarlem vertelt hij over zijn schuldgevoel, waar hij nooit zoveel last van heeft, na het bestuderen van de knipselmap met de vele interviews na haar debuut. Het zou vervelend zijn om haar opnieuw met dezelfde vragen te confronteren. Hij hoopt dat het publiek zal helpen om nooit eerder gestelde vragen te stellen.

De vraag hoe ze naar Haarlem kwam is in ieder geval nooit gesteld. De sympathieke Vlaamse vertelt dat ze niet beschikt over een rijbewijs en daarom veelal met de trein en een plooifietsje reist. Deze week had ze een kleine tournee in Nederland gepland en daarbij een auto van de uitgeverij gekregen. Haarlem was echter beter bereikbaar met de trein, vandaar dat ze met een medewerker van de uitgeverij dit keer toch met de trein kwam.

Vervolgens gaat het over haar keuze voor Das Mag als uitgever. Dat bleek nogal toevallig tot stand gekomen. Nadat ze Het smelt af had, ging ze langs verschillende uitgeverijen en vond weerklank bij de Bezige Bij. In die tijd splitste juist Das Mag zich daarvan af. Zwangerschap van haar redacteur bij de Bij en de onstuimigheid van de jonge mensen van Das Mag maakten dat ze naar de nieuwe uitgeverij overstapte. Dat een van de initiatiefnemers haar, na haar prijs van WriteNow! eerder gevraagd had een verhaal te schrijven in hun magazine, hielp ook mee.

Theodoor Holman, de vader van haar redactrice, maakte haar wereldwijs door lastige vragen aan haar te stellen. Hij vond dat ze te behaagzuchtig was en iedereen tevreden wilde stellen. Inmiddels heeft ze ook het idee dat ze niet iedereen te vriend kan houden. Dat staat op gespannen voet met haar schrijverschap. In interviews is ze aardig zichzelf gebleven, zegt ze.

Vullings brengt de geladenheid in het boek ter sprake aan de hand van de strop van haar suïcidale vader en het ijsblok waarmee Eva naar haar vroegere dorp gaat. De roman is strak gecomponeerd en geconstrueerd. In een vraag van iemand uit de zaal legt Spit later uit hoe ze eerst het geraamte van het boek in elkaar zette. Haar opleiding als scenarist hielp daarbij. Ze kwam uit op drie verhaallijnen die tijdens het schrijven met elkaar vervlochten raakten. Soms was het alsof ze de hemel in een luciferdoosje moest stoppen.

Ze had nooit een concreet beeld van hetgeen haar te wachten stond na haar debuut. Ze werkte op haar kantoor van negen tot vijf, had soms het idee dat het niets werd maar ook gloeide het verhaal in haar. Ze klampte zich vast aan het feit dat het verhaal betekenis voor haar had. Het einde van het schrijfproces hield, ondanks het verlangen ernaar, een gevoel van treurigheid in omdat ze de wereld waarin ze ondergedoken was, opeens kwijt was. Na het ontvangen van de eerste tien exemplaren had ze het gevoel dat haar werk versplinterd was.

Op de vraag van Vullings welke personages ze moeilijk te beschrijven vond, antwoordt ze dat ze over Jan, de overleden broer van Pim, niet veel te vertellen wist. Na de eerste drukproef voegde ze nog een scène toe waarin de liefde van Jan voor Eva blijkt. Dat was op zich al niet gemakkelijk. Het dwangneurotische zusje Tesje was van de andere kant weer gemakkelijk te beschrijven. Tussen de zussen was veel empathie. Later zegt ze dat men van psychische problemen kan herstellen, veelal ten minste. Ze wil Het smelt geen coming of age roman noemen. Hoofdpersoon Eva trekt zich eerder terug in het verleden dan zich te ontwikkelen. Ze wil ook geen contact met haar dysfunctionele ouders.  

De taal is een verkavelings Vlaams, dat past bij het verhaal. Ze heeft zich niet ingehouden voor de Nederlanders. Een medewerker van Humo viel haar aan op incorrecte zinnen als: Ik was mezelf in plaats van Ik was me. De corrector haalde er wel driehonderd keer het woordje te uit in relatie tot een werkwoord. Daarover ontstond een hele discussie. Ze vond een uitweg daaruit toen iemand haar vroeg of ze weerstand zou voelen als ze tijdens het voorlezen dat woordje moest gebruiken. Dat was zo en daarop liet ze het woordje uit het boek weg. De samenwerking met de Duitse vertaler Helga van Beuningen maakte haar bewust van haar eigen taalgebruik. Van Beuningen vroeg haar hoe een half muurtje eruit ziet, hetgeen Spit ertoe dwong zich dat voor te stellen.

De beschreven dorpswereld in de negentiger jaren in de Belgische Kempen schuin boven Antwerpen is inmiddels verzonken. Ze behoorde tot de laatste generatie die nog buiten speelde. Tegenwoordig zit de jeugd achter hun schermen. Er worden voor belangstellenden uitstapjes georganiseerd naar het dorp. Men is verbaasd dat er geen beenhouwerij is. Die heeft Spit er zelf bij verzonnen. Schrijven is plunderen. Al vroeg observeerde Spit het leven om het in een roman te kunnen gebruiken. Ze was eerst teleurgesteld dat haar idee daarover niet uitkwam, maar na haar twintigste veranderde dat. Ze is altijd bezig om informatie te verzamelen. Haar vriend vindt dat niet gemakkelijk. Hij eist soms dat zij persoonlijke zaken niet in haar column voor De Morgen gebruikt.

Spit wil nog geen tipje van de sluier over haar tweede boek oplichten. Ze schrikt van de uitspraak van W.F. Hermans dat er in iedereen een eerste boek zit, maar dat daarna moet blijken of men echt een schrijver is. Ze is wel bezig een nieuw geraamte uit te tekenen. Ze staat soms in de nacht op om door middel van lijnen allerlei verbanden te schetsen die net zo gemakkelijk nog kunnen veranderen.  

Hier meer informatie op de site van Lize Spit.