Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



donderdag 17 augustus 2017

Team Gaza (2016), documentaire van Frederick Mansell en Laurens Samson


Grote machteloosheid in Palestijnse enclave

Team Gaza is niet, zoals verwacht, een hulpverlenersproject in de Gazastrook, die in de documentaire van Frederick Mansell en Laurens Samson de grootste gevangenis ter wereld wordt genoemd waar twee miljoen mensen in behoeftige omstandigheden leven, maar portretteert een viertal voetballers van Beach Camp - de naam van de wijk in Gaza-stad en tegelijk de naam van de club – die daar hun zorgen even kwijt kunnen, al zijn de verrichtingen van de club niet om over naar huis te schrijven. 

Usame, Ahmed, Imad en Nehru hebben allen hun eigen levensvisie en brengen daarmee de diversiteit aan meningen van Palestijnen op een geschakeerde manier naar buiten. Usame heeft een godsdienstige instelling en legt zich neer bij de traagheid waarmee de bouw van een nieuw huis gepaard gaat, Ahmed komt het liefst meteen in opstand tegen de gehate Israëliërs, Imad droomt van een eigen kapperszaak en zegt tegen een klant dat hij niet wil dat zijn verloofde gaat werken of studeren, Nehru wil het liefst zijn voetbaltalenten ontplooien maar wordt tegengehouden door een grens die dicht is.

De documentairemakers volgen de hoofdpersonen een voetbalseizoen lang, dat dramatisch slecht begint, waardoor de trainer ontslagen wordt, maar een nieuwe coach brengt weinig verlichting. Op het eind van de competitie hangt het erom of Beach Camp wel of niet degradeert maar ze weten dat net nog te voorkomen, hetgeen veel vreugde teweegbrengt en gezwaai met intens blauwe vlaggen.

Interessanter dan de beelden van het knollenveld van de club en de povere kwaliteit van het spel is de ideeënwereld van de vier spelers die op betrokken wijze door de documentairemakers over het voetlicht wordt gebracht. Usame loopt over de resten van zijn gebombardeerde huis, bidt voor zijn moeder die in Israël geopereerd wordt en knuffelt met zijn baby, die hij in een nieuw huis hoopte onder te brengen. Ahmed komt in actie tijdens een training die militair oogt en verder zien we hem aankloppen bij de administratieve dienst van de VN om zijn dochter aan te geven, voedsel op te halen of een verwijzing voor zijn zoon die besneden wordt. Imad treedt in het huwelijk, maar vindt het vervelend dat zijn bruid bij zijn ouders moet intrekken en krijgt toch nog een eigen zaak en een kind. De achttienjarige Nehru wacht tot de grens met Egypte opengaat zodat hij naar Zweden kan om daar zijn vleugels uit te slaan. In de tussentijd kijkt hij op zijn telefoon, vist hij met zijn opa en verzorgt hij de duiven.

Een mooie scène in deze lange documentaire volgt de tocht van Nehru, zijn broer Omar en zijn vader naar de grens bij Rafah. Eerst dient men zich in te schrijven, vervolgens moet er lang gewacht worden in een hal waar geldwisselaars actief zijn. Tenslotte kan de bagage in een bus gepropt die naar de grens rijdt, waar de Egyptische grenswachten echter niet blijken te werken waarop het drietal maar weer de terugtocht onderneemt. De machteloosheid van de inwoners van Gaza is groot, zoals ook te zien is in een scène waarin Usame na een bezoek aan een kantoor in Rafah, waar men hem ook niet kan helpen aan een woning, uitkijkt op de grens, zo dichtbij maar tegelijk zo ver, waar mensen in vrijheid kunnen leven.   

Hier de Facebookpagina van Team Gaza, waarop het laatste bericht dat Team Gaza genomineerd is voor de Gouden Kalf competitie van het NFF 2017.

Filmrecensie: Camping (2006), Fabian Onteniente


Veel flauwiteiten in Franse zomerfilm

Wat kan men verwachten van een Franse film met de titel Camping? In ieder geval dat het een zomerfilm is met de nodige luchtigheid. Regisseur Fabian Onteniente komt aan deze verwachting tegemoet, maar reikt ook niet veel verder waardoor Camping ten onder gaat aan meligheid, die zelfs op een mooie zomeravond te veel van het goede is.

Het verhaal gaat over camping Les flots bleus aan de Atlantische kust waar een groep Fransen jaarlijks in augustus naar toe trekt om het werkzame bestaan achter zich te laten en te genieten van zon, zand en zee. Een van hen is Jacky Pic die met zijn vrouw Laurette de caravan achter zijn auto hangt en zich gelaten in de file voegt die het begin van de zomervakantie markeert. Ook plastisch chirurg Michel en zijn dochter Vanessa gaan op weg, in een sportwagen die hen naar Marbella in Spanje moet brengen. Michel heeft zelfs geen tijd meer om de mooie borsten van een cliënte nader te bekijken, want de zomer is heilig.

Beide koppels krijgen echter te maken met problemen. Jacky kan het niet uitstaan dat er een Hollander op de plaats staat die hij sinds een eeuwigheid heeft ingenomen, Michel krijgt panne, precies op de plaats waar de groep kampeerders van Les flots bleus langskomt op hun weg van het strand. Er ontstaat een discussie waar Michel het beste met zijn auto naar toe kan gaan. Patrick probeert een hotel voor hen te zoeken in het naburige Arcachon maar helaas blijkt alles volgeboekt en biedt hij, omdat zijn eigen vrouw en dochter nog niet gearriveerd zijn, een deel van zijn bungalowtent aan de dokter en zijn dochter aan. Michel probeert zich te behelpen op een veldbed en moet van Patrick ook nog een oordeel geven over de borsten van zijn vriendinnetje.

Zoals te voorzien duurt de reparatie van de sportwagen langer dan gedacht. Vanessa wordt meegenomen door een paar jongeren van de camping, leert surfen en krijgt daar ook een vriendje, waardoor haar animo om verder te reizen niet groot is. Michel, die in de steek gelaten is door zijn vrouw, krijgt te maken met Sophie die het overspel van haar man Paulo met ene Bunny beu is en het met de dokter wil aanleggen. Tot zijn ergernis viert de hele camping zijn verjaardag mee. Patrick nodigt hem ook uit voor een show in een nachtclub, waar een miss verkiezing gehouden wordt, die gewonnen wordt door een van de schonen van de camping. Patrick is zelfs verontwaardigd dat Michel er op het eind vandoor wil. Vanessa brengt haar vader op andere gedachten en zorgt daardoor meteen dat hij de vrouw van de Hollander kan helpen met bevallen. De geboorte van een zoon zet aan tot verzoening, waarop de hele camping Michel en zijn dochter uitzwaaien.

Wat vooral tegenstaat is de ironische toon die nergens doorbroken wordt. Vooral Patrick, die zo’n beetje de hele film in een hemdje en een kort gesneden zwembroekje rondloopt, is een prototype van een flierefluiter die al zijn persoonlijke problemen onder tafel schuift en het adagium van vrijheid blijheid laat gelden, dat echter al gauw oppervlakkig en vervelend wordt. Ik zag dat Onteniente drie jaar later zelfs nog een vervolg gemaakt heeft met de titel Camping 2 maar een zo’n film was voor mij meer dan genoeg.

Hier de trailer.

woensdag 16 augustus 2017

The grown ups (2016), documentaire van Maite Alberdi


Ontwapenend portret van vier verstandelijk gehandicapten die meer vrijheid willen

De Chileense documentairemaker Maite Alberdi maakte een ontwapenend portret van een viertal volwassenen met het syndroom van Down die hun leven lang al op een aangepaste bakkersschool werken en hun afhankelijkheid zat beginnen te worden. Vooral bij Anita (rechts op de foto) straalt de onvrede van haar gezicht. Ze vindt haar leven maar saai en zou het liefst met haar vriendje Andres (links op de foto) samenwonen, maar tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren, schreef Elsschot al.

Alberdi begint met de bus die de vier hoofdpersonen Anita, Andres, Rita en Ricardo van huis naar school brengt. De kijker kan zich voorstellen dat het er elke dag hetzelfde aan toe gaat. Rita eet tijdens haar werk stiekem chocolade hetgeen haar moeder in een brief verboden heeft en Rita wordt daar dan ook op aangesproken. Desondanks steekt ze later toch weer een stuk chocolade in de zak van haar witte overall. Ricardo werkt behalve op de bakkerij ook in een bejaardencentrum waar hij zich bekommert om oudjes die zo gemakkelijk nog niet zijn. Anita is erg overstuur over de dood van haar vader en wordt door Andres getroost. Hij vertelt haar dat we de doden in ons hart kunnen sluiten waardoor ze toch nog bij ons blijven. Als Andres jarig is, verstopt Anita zich in een taart van karton. Hoewel ze eerder heeft gezegd dat ze daarbij geen bikini zal dragen, trekt ze bij haar verschijnen uit de taart toch haar overall uit en danst ze in een glitterhemdje.

Het geld dat ze in de bakkerij verdiend hebben, wordt door Rita gebruikt om speelgoed van te kopen. Ricardo legt het opzij om te sparen voor de toekomst waarin hij zelfstandig wil zijn. Anita denkt dat Andres een verlovingsring voor haar wil kopen. Dat klopt maar ze wordt later door hem gebeld dat zo’n ring te duur is, waarop zij hem zegt om daarmee te wachten. Ze gaan wel naar de dokter om te vragen of ze niet een eigen ruimte kunnen krijgen waarin ze met elkaar kunnen vrijen. De dokter gaat akkoord. Anita zegt tegen Andres dat hij niet voorzichtig heeft te zijn, omdat ze toch niet meer menstrueert. Het is een aandoenlijk gezicht om de twee knus naast elkaar in bed te zien liggen.

Tijdens een les van juf Patty over zelfredzaamheid wordt gesproken over de dromen die ze hebben. Patty wil niet dat het leven aan hen voorbij gaat, maar hoe ze dat kunnen verwezenlijken zegt ze er niet bij. De moeilijkheidheid daarvan wordt schrijnend duidelijk in een scène waarin Ricardo samen met Patty bekijkt dat zijn verdiensten in de bakkerij en in een bejaardencentrum, 21 euro, lang niet genoeg zijn om de kosten, zo’ n zevenhonderd euro, van het zelfstandig wonen te dekken.

Ook de toekomst van Anita en Andres gaat niet over rozen. Een priester vertelt hen dat zij alleen kunnen trouwen als de familie toestemming geeft. De moeder van Anita spreekt een hartig woordje met haar dochter, die duidelijk niet meer onder haar bewind wil leven. Het is wreed voor haar dat Andres van school af moet omdat zijn familie de kosten niet meer wil betalen. Tijdens een afscheidsfeestje beurt de bijna altijd montere en positieve Andres zijn vriendin op. Samen zingen ze uit volle borst een lied over de liefde die gedwarsboomd wordt.

De hoofden van het viertal zijn bijna gebeeldhouwd zo mooi, maar dat zal ook komen door de liefdevolle manier waarop Alberdi hen gefilmd heeft. The grown ups doet daarom denken aan de Spaanse film Yo, También! (2009)

Hier de trailer van The grown ups, hier mijn bespreking van Yo, También!.

Filmrecensie: Et Dieu créa la femme (1956), Roger Vadim


Sensuele jonge vrouw door maatschappelijke normen in het gareel gehouden

In de documentaire Brigitte Bardot – the misunderstood (2013) van David was al een scène uit Et Dieu créa la femme te zien die veelzeggend was voor het leven van de mooiste Franse filmster. Op weg naar een nieuw met haar geliefde Antoine Tardieu in Toulon doet hoofdpersoon Juliette Hardy haar konijn weg dat in een kooitje zat. Omdat de bus waarin Antoine zat niet voor haar stopte, doet ze het konijn meer weer terug en hervat haar ontoereikende leven in Saint Tropez. Juliette is een vrouw die behoefte heeft aan leven maar door haar omgeving in een gareel gehouden wordt. Het is de schaduwkant van schoonheid, waarvan alleen de buitenkant gezien wordt.

In de film Et Dieu créa la femme die in het Engels And God created woman heet, laat regisseur Roger Vadim hoe moeilijk het leven voor de knappe Juliette is, hoe hard ze verlangt naar een gelukkige relatie met stadsgenoot Antoine, maar door de omgeving daartoe niet in staat gesteld wordt. Antoine is door de negatieve berichten over Juliette huiverig om haar mee te nemen en laat de bus ondanks de afspraak met Juliette gewoon doorrijden naar zijn werk in Toulon.

Het begin van de film is al veelzeggend. Juliette ligt in haar blootje te zonnen achter een laken als de rijke project ontwikkelaar Eric Carradine in zijn sportwagen bij haar langskomt en haar een speelgoedmodel van een rode sportwagen toont die hij voor haar zal kopen als ze tegemoet komt aan zijn verlangens. Veel tijd om die te beantwoorden heeft Juliette niet, want meteen staat haar stiefmoeder voor haar om te zeggen dat ze al in de winkel had moeten staan. De vrouw, madame Morin geheten, is heel negatief over het meisje dat zij en haar man uit het weeshuis gehaald hebben. Haar man die in een rolstoel zit, geniet evenwel van de blikken die hij op haar prachtige naakte lijf heeft kunnen werpen.

Het conflict in de film wordt opgeroepen door Carradine die een lap grond wil kopen van het gezin Tardieu, dat naast de ouders uit de zoons Antoine, Michel en Christian bestaat en die daarop een werf hebben. Hij wil daarop, zonder dat het gezin dat weet, een casino bouwen, maar het gezin, met de oudste zoon Antoine voorop, gaat toch al niet akkoord met het voorstel, omdat ze dan niets meer te doen hebben. Antoine wil liever met Juliette in Toulon gaan wonen en spreekt na een dansavond met haar af om de volgende dag samen met de bus naar Toulon te gaan, maar in de luttele uren die hen nog rest gaat er van alles mis. Juliette vangt op dat ze een slet is, krijgt van madame Morin te horen dat die haar terug wil sturen naar het weeshuis en Antoine wordt, zonder dat de kijker dat ziet, door zijn moeder op andere gedachten gebracht, zodat Juliette haar losgelaten konijn weer in het kooitje kan doen nadat de bus naar Toulon aan haar voorbij gereden is.

Michel heeft te doen met Juliette en wil graag met haar trouwen om te voorkomen dat ze tot haar volwassenheid nog drie jaar in het weeshuis moet doorbrengen. Julliette is huiverig om daarin mee te gaan want ze kent zichzelf wel een beetje, maar zijn idealisme wint het van haar twijfel, zelfs al wordt hij door anderen voor hoorndrager uitgescholden. Daarop volgt met mathematische zekerheid een conflict met Antoine, zeker als hij bij Carradine bedongen heeft dat zij de grond willen verkopen, zolang hij zelf de leiding op de werf op zich kan nemen, waarna het verhaal op boeiende wijze naar het einde toe loopt.  

Hier de trailer, hier mijn bespreking van de documentaire Brigitte Bardot – the misunderstood.

dinsdag 15 augustus 2017

Penrose poëziefestival 2017, Vondelbunker, Amsterdam, 13 augustus 2017



Organisator, lied- en puntdichter (‘met kerst is het konijn het haasje’) Are Meijer is er opnieuw in geslaagd een fantastische locatie te vinden voor het vierde Penrose poëziefestival. De atoomschuilkelder uit 1947 in het Vondelpark voldoet uitstekend als gelegenheid waarin zeven uitgenodigde dichters hun werk naar voren kunnen brengen. Boven de hoofden van de dichters knarst de tram vol mensen die zich totaal niet bewust zijn wat zich onder hen afspeelt in de veiligheid die de schuilkelder biedt. 


De muziek is andermaal van Annemarie Brijder. Zij voegt net dat noodzakelijke ingrediënt toe dat zo’n drie uur durend spektakel nog levendiger maakt.Ze begint met een ode aan Nijmegen, de stad van een vroegere geliefde, brengt een tegenwicht tegen alle slecht nieuws op de televisie, zingt in het Frans voor haar nichtje Elise en is er tenslotte wel klaar mee. 

Dit maal heeft Meijer acht dichters uitgenodigd, die - op Gerda Posthumus uit Vlieland na - vanuit alle hoeken van het land, van Groningen tot Limburg, en zelfs uit Gent gekomen zijn. Omdat de laatste Erika de Stercke (Ninove, 1968) volgens Meijer sterk beïnvloed wordt door hetgeen ze om zich heen hoort, mag ze aftrappen en ze doet dit met veel elan met gedichten, die uit het dagelijks leven ontleend zijn, te beginnen met Wakker en daarna onder andere over de zeven vergeten groenten. Tussendoor vertelt ze een aantal Belgenmoppen, waarbij de mop over de vraag waarom een Belg een mes in de auto meeneemt al door de zaal beantwoord wordt, namelijk om de bochten af te snijden.

Eric Jansen (Culemborg, 1962) zet zijn bril op omdat hij zijn gedichten in het rode spotlicht nauwelijks kan zien, maar als er een foto gemaakt wordt zet hij hem gauw weer af. Hij laat weten dat veel van zijn voorgedragen werk in zijn vierde bundel Einde eiland staat, dat vooral verhalende observaties met een, naar ik beluisterde, vervreemdende werking bevat. Poëzie is voor hem een levensreddend medicijn en hij geniet ervan om dit te delen met lijders aan dezelfde ziekte. Hij begint met Openingszinnen over het woonwerkverkeer en eindigt met Voortbestaan: 's Nachts sta ik op / in mijn droom / pak pen en papier / en ga onder bruggen liggen / schrijven. Daartussen door leest hij Naderende vrijheid over een man die steeds meer gaat geloven in de kritiek die een vriend op zijn vrouw heeft, De mannen die niet meer terugkwamen over de groep die ooit een pakje sigaretten ging kopen, maar toch besloot om weer op te duiken, Serpent over een vervellende vrouw, en In de duinen (zie hieronder).

Robin Veen (Den Haag, 1953) vertelt dat hij zijn gedichten met een mooie regel begint en dat het einde ongewis is. Vandaag leest hij het verhalende gedicht Glas voor, dat twee delen bevat waarbij het eerste deel over een vrouw en het tweede deel over haar zoon gaat, die een moeilijke verhouding met elkaar hebben. Na de pauze leest hij nog vijf gedichten, te weten Illusies, De grens, Bruin café, Kom je ook?, Schizofreen en als toegift het sonnet Ooit.



Meliza de Vries is in Sri Lanka geboren en voelt zich duidelijk thuis op het podium. Ze timmert hard aan de weg, leest voor uit een dik aantekeningenboekje met intelligente en zelfbewuste poëzie. Ze schreef speciaal voor deze gelegenheid in de atoomschuilkelder het gedicht F5 toets (zie hieronder), leest vele andere gedichten voor zoals Spam, waarin ze zegt dat mensen het mooist zijn als ze ongewenst zijn, Eilandhoppen, hetgeen in haar geboorteland toch iets heel anders is dan op Vlieland, haar bekroonde bijdrage Liefste voor een liefdesbrievenwedstrijd en eindigt, omdat we in de buurt van Artis zijn, met Pinguïns over het meten met één maat.

Frans Terken (Heerlen, 1949) debuteerde in 1969 in de Dichtershoek van NRC en woont tegenwoordig in de omgeving van Leiden. In 1999 hervatte hij zijn poëtische werk in een fraaie gedragen stijl, onder andere tijdens de Haarlemse Dichtlijn. Hij begint met Zomerzinnen naar aanleiding van de tour van de Poëziebus, leest voor uit gedichten die hij in Eijlders voordroeg, zoals Waar ligt de grens? Na de pauze leest hij onder andere voor uit de bundel die hij met Joop Scholten maakte, zoals het gedicht In kamers gerommeld. 



Jan Kal (Haarlem, 1946) behoeft geen introductie, maar Meijer houdt toch diens bundel Praktijk hervat in de hoogte die hij op de middelbare school bij De Slegte in Groningen kocht. Kal leest eerst bekende sonnetten van hemzelf, zoals Mont Ventoux en Cruijff 50, daarna latere sonnetten zoals Bomaanslag Bologna waarin hij ternauwernood ontsnapt aan een terroristische aanslag in 1980, en tenslotte sonnetten uit de Europese traditie. Hij begint met het allereerste sonnet dat hij ooit schreef, Uitgeschreven geheten. Tegenwoordig maakt hij sonnetten op basis van zijn dromen hetgeen hallucinerende inhoud oplevert waarbij Janine Jansen moeiteloos overgaat in Daphne Schippers of, tijdens een stadswandeling met Max Pam, de Grote Markt in Haarlem steeds maar wijkt. Het Franse sonnet baseerde zich op Petrarca. De Franse hofdichter Pierre de Ronsard werkte Een hagelwitte hinde uit 1304 om tot Een hertenjong. Veel van zijn sonnetten gaan over de onbeantwoorde liefde met titels als Die gouden lokken of De verliefde dokter. Op zijn sterfbed dichtte hij Ik heb nog botten slechts en voor hij de laatste adem uitblies ’t Is klaar.  


Anneke Wasscher (Leek, 1946) viert haar tienjarig jubileum als dichter en schrijver van korte verhalen. Half oktober verschijnt haar eerste bundel met voornamelijk weemoedige gedichten bij uitgeverij Contrast. Wasscher leest gedichten voor over relaties zoals de uitweg (zie hieronder), Het sprak vanzelf over het gemis van een echtgenoot en Verboden liefdes over een liefde die nooit verwerkelijkt werd. Controle gaat over een borstonderzoek. Ze leest ook over ouderdom en sluit af met Symbool, dat over de stof van de Davidster gaat naar aanleiding van een bezoek aan Westerbork. 

Hier mijn verslag van het Penrose poëziefestival 2016,
hier de site van Are Meijer,
hier de site van Annemarie Brijder met daarop enkele nummers die ze zong,
hier een aantal deze middag niet voorgelezen gedichten van Erika de Stercke op de site van Leestafel,
hier In de duinen, een favoriet gedicht van Eric Jansen,
hier de site van Robin Veen,
hier de site van Meliza de Vries met daarop F5 toets en We zouden opnieuw kunnen beginnen (p.3), Liefste (p.13) en Eilandhoppen (p.29),
hier de blogspot van Frans Terken met daarop Waar ligt de grens?,
hier Mont Ventoux en Cruijff 50 op Gedichten.nl,
hier meer over Anneke Wasscher op Meander, hier haar gedicht de uitweg, hier Het symbool.

Met dank aan Onno Wijchers en Anneke Wasscher en haar man voor de foto’s.



Filmrecensie: Sokolovo (1974), Otakar Vávra


Fraaie uitbeelding van een strijdvaardig Tsjechisch bataljon in Rusland

Sokolovo is een op waarheid gebaseerde film over de slag bij het in de titel genoemde dorp in de buurt van Charkov waar een bataljon Tsjechen onder leiding van generaal Ludvik Svoboda de opmars van de Duitsers in 1943 verhinderde. De film brengt naast de heftige strijd ook de voorgeschiedenis in beeld en toont daarmee een fraai stukje moderne geschiedenis.

Het verhaal start in 1942, een zwaar jaar waarin het Rode Leger de Duitsers terugdrong, maar niet voor altijd. Het eerste deel deel start met een toespraak van het Tsjecho-Slowaakse parlementslid Gottwald aan de Tsjechische manschappen, van wie een deel al als vrijwilliger in de Spaanse burgeroorlog had gevochten, in Boezoloek. Gottwald prijst de samenwerking met de Russen. Daarna zien we een tegengestelde toespraak van Heydrich in het bezette Praag. Hij zegt daarin dat hij plannen heeft tot deportatie van schadelijke elementen. Zijn aanwezigheid lokt een aanslag uit, die helaas mislukt. Als represaille laat Heydrich de stad Lidice met de grond gelijk maken en alle mannen executeren. De barbaarse actie roept een behoefte aan wraak op bij het bataljon dat uit een kleine duizend man bestaat. De regering in ballingschap in Londen onder leiding van president Benes is niet zo blij met de toespraak van Gottwald, want na de oorlog wil men het liefst een onafhankelijk land en geen vazalstaat van de Sovjet Unie worden. Een minister wordt naar Boezoloek gestuurd om de toenadering tot de Russen tegen te houden. Promoties worden niet goedgekeurd en vrouwen mogen niet mee naar het front.

De Tsjechische soldaten helpen inmiddels de lokale bevolking met de oogst. Berichten dat er rond Stalingrad zwaar gevochten wordt, leidt tot een verzoek van Svoboda om deel te nemen aan de strijd. In januari 1943 wordt dat ingewilligd en gaan de mannen op weg, maar nog voor ze aankomen zijn de Duitsers aan de terugtocht begonnen. Vávra werpt daarna een blik op de toestand in Praag waar een gezin dat betrokken is bij het verzet naar de radio luistert om te horen over een zoon die bij het bataljon zit.
In februari 1943 dolen de manschappen door de steppe. Ze reizen ’s nachts om vijandelijke vliegtuigen te ontwijken en hebben het zwaar.

In het tweede deel maakt het bataljon zich op voor de strijd rond Charkov. Rust krijgen ze niet van de Russische veldheer, want ze zijn hard nodig om de opmars van de Duitsers te stuiten. Ze dienen tanks tegen te houden over een gebied van twaalf kilometer en spitten daartoe loopgraven in de buurt van het dorp Sokolovo. De lokale bevolking is hen terwille, zoals we zien in een fragment waarin een soldaat een lamp krijgt om in het ieder geval in het donker de kaart te kunnen lezen. Inmiddels wordt in Praag de man van het gezin weggevoerd, waarop de vrouw en zoon Standa onderduiken. 
De kerk van Sokolovo is het laatste bolwerk waar de mannen van Svoboda standhouden maar de overmacht is te groot waardoor ze tenslotte op 8 maart, internationale vrouwendag, roemloos ten onder gaan. Door hun tegenstand vertraagden ze wel de opmars van de Duitsers.

Hier een fragment in de sneeuw als de in het wit geklede mannen van Svoboda stuiten op een groep Duitsers. Omdat het fragment niet ondertiteld zet ik er maar bij dat een verkenner erop uit wordt gestuurd om te zien met hoeveel vijanden men te maken heeft. Die verkenner wordt door De Duitsers gezien, maar weet toch een aantal van hen uit te schakelen. De film is in zijn geheel op Youtube te zien.

maandag 14 augustus 2017

Wim Opbrouck, Zomergasten, 13 augustus 2017


Achter een culturele duizendpoot schuilt een Gutmensch

De West Vlaming Wim Opbrouck komt meteen over als een gepassioneerde Belg die zich graag in het leven dompelt en geen moment voorbij laat gaan om de geneugten daarvan tot zich te nemen. Hij is dan ook een man met veel kanten. Ooit wilde hij kok worden, maar hij heeft zijn hart verpand aan het toneel, was werkzaam bij NTGent, ook vijf jaar als artistiek leider en is, naast zanger, bezig met een scenario voor de film Het hout van Jeroen Brouwers. Hij had nog wel zijn twijfels of hij het komende seizoen de Vlaamse versie van Heel Holland bakt moest gaan presenteren, maar dat kon blijkbaar ook nog wel op zijn vork. Des te opmerkelijker is het dat hij halverwege de uitzending tegen Janine Abbring zegt dat hij nogal grumpy is voordat hij aan en voorstelling zoals deze Zomergastenuitzending begint. Daaruit blijkt dat we met een toneelspeler te maken hebben die zichzelf neerzet zoals hij wil.

Opbrouck was altijd al een grote fan van Zomergasten. Hij gebruikte het programma om aan beeldmateriaal te komen dat in de jaren tachtig schaars was. Hij laat als eerste fragment een stukje zien uit de uitzending van Peter van Ingen met Jan Wolkers, die vertelt over een bezoek aan het graf van Dylan Thomas, waarbij zijn zoontjes de bijzondere steentjes meenamen die op diens graf in Wales lagen. Wolkers vond een van die steentjes later in zijn auto, dacht dat het een snoepje was en beet daardoor een kies kapot, hetgeen voor Opbrouck alleen maar iets toevoegt aan de heroïek van Thomas.
Exaltatie kan hem niet ontzegd worden, maar dat heb je natuurlijk al gauw bij een acteur.

Abbring, die nog net niet aan heldenverering doet, stelt vast dat de zwaarlijvige Opbrouck heel licht beweegt. Ze heeft dat geconstateerd toen ze voorafgaande aan dit gesprek een voorstelling van hem in Groningen bezocht. Opbrouck, die in de film Mont Ventoux juist degene was die nauwelijks de berg opkwam, vertelt dat hij dat van een leraar op de toneelschool geleerd heeft om het licht te houden.

Poëzie is een van zijn bronnen, voor hem geopenbaard door een lerares voordrachtskunst toen hij een jaar of dertien was. Hij werd gebeten door de schoonheid en de complexiteit van de taal waardoor hij bij Thomas aan het goede adres is. Een andere bron is de muziek die hij zelf ook met zijn band maakt. Hij heeft een mooi fragment uitgekozen waarin Reinbert de Leeuw in het programma Toonmeesters in Katowice samen met componist Henryk Górecki de ziel uit zijn lijf musiceert. De schaamteloze durf kan volgens Opbrouck alleen maar naar buiten komen als de situatie veilig is, zo heeft hij ook als acteur ondervonden. Muziek speelt ook een belangrijke rol in de film zoals de meesterlijke verbeelding van Paolo Sorrentino van het leven van de Italiaanse politicus Andreotti in Il divo.

Zijn aantreden als artistiek leider bij NTGent was niet de gelukkigste tijd in zijn leven, zo wordt duidelijk uit de moeite waarop Opbrouck zich over de kwestie uit die zelfs gemaakt heeft dat hij tegenwoordig freelancer is geworden. Hij koppelt dit heel fraai aan een Franse restauranthouder die anders wilde koken dan de familietraditie voorschreef maar tenslotte de hond in de pot vond en toch maar weer de zalm met zuring op het menu zette. Opbrouck constateert dat er eb en vloed is, een komen en gaan.

Veiligheid en vertrouwen spelen een cruciale rol als het gaat om intieme contacten. Opbrouck heeft een fragment uitgekozen uit de documentaire Ik zal uw naam niet noemen, waarin Ted van Lieshout worstelt met de intieme relatie die hij had met de man die hij in zijn boek Mijn meneer beschrijft. De nuance kan nooit genoeg benadrukt worden. Dat vormt een mooi bruggetje naar zijn bewerking van Het hout. Abbring legt hem een scène uit het boek voor waar hij zijn filmvisie op moet geven. Opbrouck vertelt dat hij veel geleerd heeft van de manier waarop Francis Ford Coppola met The godfather omging. De martelscène in Het hout moet wat hem betreft genadeloos worden. 

Het mooiste heeft Opbrouck voor het laatst bewaard. Beelden uit de anti-oorlogsfilm Paths of glory brengen hem tot de vaststelling dat we na de twee wereldoorlogen nog weinig geleerd hebben, waardoor we enkel nog met smart kunnen luisteren naar de hartstochtelijke woorden van de getormenteerde Nina Simone uitgesproken in Montreux in 1976 en opgenomen in de documentaire What happened, Miss Simone? Daarin roept ze het publiek op om toch vooral minder onwetend te zijn over de pijn die overal in de wereld geleden wordt. Dat is ook vandaag de dag geen luxe uitspraak.  

Hier mijn bespreking van Ik zal uw naam niet noemen,
hier die van Mijn meneer,
hier die van Paths of glory,
hier die van Mont Ventoux,
hier die van Het hout,
hier die van Onder het melkwoud,
hier die van Il divo.