Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



woensdag 20 september 2017

Recensie: Halleluja (2017), Annelies Verbeke


Er valt weinig te juichen in dit ondermaatse, maar leuk om erover te lezen is het wel

Hij wilde zich bij iedereen verontschuldigen. En hij wilde iedereen vergeven.’ Dit motto van Akutagawa uit Verhaal van een afgevallen hoofd, bevat een formidabele twist, die ook vaak in de verhalenbundel Halleluja van Annelies Verbeke te vinden is. Willen liefhebben, maar eenzaam zijn is helaas een werkelijkheid in het menselijk bestaan. In het verhaal Start ontmoeten we gedetineerde Brad die vrij komt maar nog lang niet zijn plaats heeft gevonden. Hij stuit op Wouter, de vriend van zijn zus Kyara, niet communiceert en alleen maar met zijn drone bezig is. Ik geef het Brad te doen om zich bij zo iemand ooit op zijn gemak te voelen.

Er heerst vaker spanning door het gebrek aan consensus, zoals in Vluchtplan of in Wilde dieren. In beide verhalen gaat het om relationele problemen en worden zeer smakelijk beschreven. In Vluchtplan haalt binnenhuisarchitect Robert zogenaamd toevallig de knappe journaliste Diana met de auto op als hij zijn dochters Minnie en Olivia naar zijn moeder brengt, zodat hij samen met Diana in Rotterdam kan gaan uitspatten. We horen ook de visie van Diana die Robert en zijn vrouw eerder interviewde en in de ban was van het lijf van Robert die verder een vreemde voor haar blijft. Daarnaast is het wantrouwen van oma die toch maar naar Robert belt dat een van de meisjes ziek is geworden waarop hij belooft dat hij hen meteen de volgende dag hen weer ophaalt. In Wilde dieren gaat het om een muzikaal stel, Erika en Johannes, te vergelijken met Jacqueline du Pré en Daniel Barenboim die na een lange relatie met veel strijd en overspel waarbij zij de klep van de piano op zijn vingers laat vallen, wel twintig jaar later hun droom om naar de Serengeti te gaan in vervulling laten gaan, al loopt dat natuurlijk niet goed af in de wildernis waar leeuwen vrij rondlopen.

De door mij vermoede invloed van de Japanse literatuur die vaak de menselijke vervreemding tot onderwerp heeft - al kon Kafka daar ook wat van- komt duidelijk naar voren in De beer. Daarin is sprake is van een metamorfose van de alter ego van de auteur. Tijdens het lezen vroeg ik me af waarom we niet het woord autrice hebben naast auteur zoals actrice naast acteur Overigens vond ik het verhaal minder sterk van stijl en inhoud en vroeg me af of het eerder werk van Verbeke is, dat precies middenin de vijftien verhalen is ingevoegd. Dramatischer is de vervreemding in Bus 88. Daarin denkt de schrijfster aan dichter Tomas Tranströmer terwijl ze zich in een onbekende echtelijke slaapkamer bevindt waar een dichtbundel ligt van Friedrich Hölderlin ligt. Een mooie beschreven dreinend kind zet haar aan het leven van andere vrouw te leiden. Nadat ze haar naar school heeft gebracht, krijgt ze een telefoontje van de vader, waarop ze besluit de rol van moeder maar op zich te nemen.

Verbeke schrijft in deze verhalen in een net zo vervreemdend proza zoals bijvoorbeeld in de formulering: ‘Het gelach is als een met trommen, toeters en bellen aangeklede figuur die zijn pas vertraagt, tot stilstand komt.’ Dat gelach komt van medewerkers van een bedrijf die op uitnodiging van de baas naar New York gekomen zijn om daar zijn schuilkelder onder zijn huis in ogenschouw te komen nemen.

Verbeke opent sterk met Huilbaby vanuit het perspectief vanuit Levi die net op de wereld is gekomen, nog alwetend is maar weet dat dit gaat veranderen. Ze eindigt met het mooie verhaal Emeritus, dat ze aan haar vader heeft opgedragen. Het is een afscheidsrede van een homoseksuele taalwetenschapper die terugdenkt aan de brief van zijn vriend Rob die een eenzame dood verkoos. De toegift komt uit het hoofd van een oude volksvrouw die geen blad voor mond nam en de liefde in haar leven als beginsel had, waarmee die toch nog over alle eenzaamheid triomfeert, ook al was dat theater. 

Hier mijn verslag van het gesprek dat Jeroen van Kan met Annelies Verbeke had.

Laatste kans voor de euro, Tegenlicht, 17 september 2017


Financieel journalist peilt de economische toestand in Italië

Regisseur Martijn Kieft vervolg de uitzending Geldscheppers. Hij nodigt financieel journalist Maarten Schinkel uit om de toestand van de euro te peilen, die eerder aan een zijden draadje hing maar na de opleving van de economie en het presidentschap van Macron geen probleem meer lijkt te vormen. Niets is minder waar, volgens Schinkel. Tijdens een onvermijdelijke volgende recessie zal het probleem weer opduiken en dan heeft men ook geen mogelijkheden meer om met de geldschepper het probleem te verdoezelen.

Schinkel voorziet dat Italië als eerste in de problemen komt omdat de productiviteit daar achterblijft bij de andere Eurolanden. Europa scheurt daardoor als het ware uit elkaar. Een oude Italiaanse kapper vertelt hem dat de prijzen verdubbeld zijn en dat de pensioenen achterblijven. Carla Ruocco van de Vijfsterrenbeweging vindt dat er iets moet veranderen in het beleid rond de euro om het gevaar van uiteenvallen af te wenden. Schinkel schetst een scenario waarbij een Italiaanse bank omvalt en het ECB niet meer bij machte is om die weer op zijn poten te zetten. Geopolitiek onderzoeker Dario Fabbri denkt dat Duitsland dan de stekker eruit trekt. Het vroeger zo eurofiele Italië ziet steeds meer dat haar belangen niet door de euro behartigd worden.

Volgens Schinkel is een politieke unie nodig is om de euro in stand te houden en daar is op het ogenblik weinig animo voor. Fabbri denkt dat na het instorten van de euro Noord Italië in monetair opzicht naar Duitsland zal neigen waardoor de spanning in het land zal toenemen. Investeringsbureau Pimco stelt dat de hoge jeugdwerkloosheid in het zuiden van Europa de euro bedreigt en bepleit om, zoals een relatietherapeut doet, een oplossing voor het geschil te zoeken, want oorlog is ook geen oplossing.

En oudere Italiaanse ijsmaker zegt dat Italianen minder willen werken en meer verdienen. Volgens hem biedt de euro vrijheid maar het bestuur daarover moet verbeterd. Schinkel praat over het cultuurverschil tussen Noord - en Zuid Europa met de Italiaanse oud bankier en minister Paolo Savona, die het populisme niet als oplossing ziet voor de problemen. Hij zegt dat de euro een private munt is, die berust op vertrouwen. Er is een staat nodig om dit vertrouwen te vestigen, maar die komt er niet en daarom ontploft straks het systeem.

Schinkel vraagt wat ons plan B is. We hebben wel een tactisch plan om niet in chaos om te komen, maar geen strategisch plan. Hij wijst erop dat afgesproken vereffeningen in de Eurolanden niet zullen plaatsvinden waardoor rijke landen met veel vorderingen zoals Duitsland en Nederland het zwaarst getroffen zullen worden. De Duitse econoom Hans Werner Sinn bepleit een flexibele monetaire unie, waardoor de Grieken weer zelf hun tomaten kunnen gaan verbouwen.

Schinkel voorziet problemen met de gulden die waarschijnlijk te duur wordt waardoor de export inzakt. Vanwege de onvoorspelbaarheid pleit Markus Kerber voor een gezamenlijke munt voor Duitsland en Nederland, de guldenmark en ook voor gezamenlijke begrotingen. Het idee dat Nederland een provincie wordt van Duitsland gaat Schinkel te ver.   

Alles bij elkaar was dit een behoorlijk naargeestige uitzending. Gelukkig maar dat de toekomst niet in een rechte lijn verloopt, maar dat er allerlei factoren zijn die daar invloed op hebben, zoals een overgang van een duurzame energie en nieuwe ideeën over democratie. De huidige crises maken de weg vrij om onze aandacht op een betere toekomst te richten die minder nationaal zal zijn en meer Europees. Italië verdient alleen al vanwege de opvang van vele vluchtelingen onze steun.

Hier meer informatie op de site van Tegenlicht, hier meer informatie over de landelijke meet-up vaavond in Pakhuis de Zwijger. Op de site ook artikelen over het onderwerp uit NRC, FD en De Groene Amsterdammer. Hier mijn bespreking van Geldscheppers.

dinsdag 19 september 2017

Christian Felber over de Gemene Goed Economie, Pakhuis de Zwijger, 18 september 2017


Hoopvolle gedachten over een economie met een menselijk gezicht

De gesprekken over nieuwe vormen van democratie zijn inmiddels de tweeëntwintigste avond ingegaan. Moderator Natasja van den Berg memoreert dat ze ooit begonnen zijn met een raamwerk vanuit het transitiedenken, ingebracht door hoogleraar John Grin, die vanavond ook aanwezig is. Hoewel de uitgangspunten van dit denken niet expliciet naar voren komen, is er wel een duidelijke behoefte om de besproken ideeën meer te laten wortelen in de praktijk. In het laatste deel van het gesprek dat volgt op de voordracht van Christian Felber wil Van den Berg daarom expliciet ingaan op de vraag hoe ideeën over het Gemene Goed in het denken over een alternatieve economie een plaats kunnen krijgen. Daarmee is meteen aangegeven dat er een direct verband is tussen democratie en economie.

Dat laatste komt ook duidelijk naar voren in de voordracht van Felber, die rustig en duidelijk het standpunt van de Gemene Goed Economie uitlegt en zelfs op zijn hoofd gaat staan om dit te verduidelijken. De economie is geen doel op zichzelf, geen manier om steeds meer geld te vergaren, zoals in het kapitalisme gebeurt, maar een middel om het welzijn van de mensen te vergroten. Felber, die verbonden is aan de universiteit van Wenen en zijn ideeën heeft beschreven in Ware winst, baseert zich op Aristoteles en heeft vastgesteld dat de overgrote meerderheid van de Oostenrijkers en Duitsers zo’n andere economie wil. Tegenover het There is no alternative van Thatcher stelt hij There are plenty alternative systems. Zelf hanteert hij een holistisch uitgangspunt. De economie is ingebed in de samenleving en die weer in het ecosysteem (zie afbeelding). Het doel van de economie, zo ontdekte hij na contemplatie, is het voortbrengen van gemene goederen. Daarbij hebben we de grondwet mee, zegt Felber. Het kapitalisme zet de boel op zijn kop. We kunnen het anders organiseren en daarbij voorkomen dat een kleine minderheid er met de buit vandoor gaat, zoals nu het geval is. Hij haalt Adam Smith aan om te benadrukken dat een bedrijf een bijdrage dient te leveren aan de samenleving en heeft ook een instrument om dat vast te stellen, namelijk uitspraken door de samenleving gedaan. Efficiency maakt plaats voor effectiviteit, coöperatie vervangt de concurrentie, die indruist tegen de menselijke natuur. Om zijn betoog te illustreren doet hij een gedachtenexperiment met een deel van de zaal die zelf bepaalt hoe groot het verschil mag zijn tussen laagste en hoogste inkomens. Als men de verschillen te pijnlijk vindt kan men dat aangeven door een of twee armen in de lucht te steken.

In het groepsgesprek gaat het allereerst om het concept van Felder en daarna over manieren om tot een Gemene Goed Economie te komen. Caroline van Leenders, auteur van Tien tips voor slimme sturing, herkent veel in de ideeën van Felder die de tijdgeest weerspiegelen. Arjo Klamer mist de notie van culturele en het sociale in het verhaal. Felber krijgt uitgebreid de kans daarop in te gaan, maar Klamer vraagt zich nog steeds af waar de legimititeit van de Gemene Goed Economie vandaan komt. Felber komt niet verder dan dat de menselijke waardigheid een doel in zichzelf is, maar hij krijgt steun van Diego Isabel La Moneda, die stelt dat in de nieuwe economie het sociale en het economische niet van elkaar gescheiden zijn. In ieder geval wil Felber volledige werkgelegenheid die ook nog zinvol is en stelt Diego dat jongeren er niet van houden om consumenten te zijn maar makers. Op dat moment plaatst Jan Juffermans, die wel even door Van den Berg bij naam genoemd had kunnen worden, twee opmerkingen, namelijk over de verhouding tussen Europa en de wereld en de duurzaamheid van de Gemene Goed Economie. Felber laat iedereen een halve minuut de ogen dichtdoen om na te denken over het gelukkigste moment in het leven dat in één woord altijd met de natuur of met intieme relaties en dus niet met geld te maken heeft. Overvloed maakt ongelukkiger, had hij al eerder gezegd. Opnieuw werd duidelijk dat de coöperatieve gedachte heel wat gezonder is dan de ellebogenmaatschappij waarin wij ons bevinden. De weg om daar te komen, was nog niet helemaal duidelijk, maar op de ideeën konden we heerlijk dromen.

Hier meer informatie op de site van Pakhuis de Zwijger, ook over de gesprekspartners en het boek Ware winst, hier mijn verslag van de eerste bijeenkomst over New Democracy, hier meer informatie over Gemene Goed Economie in Nederland. Hier de pdf van Tien tips voor slimme sturing, met een voorwoord van John Grin.

In transition, New Democratie 1, Pakhuis de Zwijger, 20 januari 2016


Democratie, dat is nogal wat

De nieuwe debatserie in Pakhuis de Zwijger over nieuwe vormen van democratie begint met een kort college van hoogleraar John Grin (zie foto) over transitie. Deze term werd al in een eerdere Tegenlicht uitzending uit 2013 rond Jan Rotmans uit de doeken gedaan. Inmiddels heeft men niet stil gezeten, zoals de sites Transitie Nederland en Transitiepraktijk laten zien. Moderator Natasja van den Berg probeert in een gesprek met Grin, Albert Jan Kruiter van het Instituut voor publieke waarden en politicologe Monique Leyenaar een bodem te leggen die het mogelijk maakt om in volgende debatten verder te praten over democratische vernieuwing. Ze gaat door waar Het Filosofisch Kwintet laatst stopte, ook al is klopt dit niet in als we de chronologie in acht nemen.

Grin legt uit dat transities veranderingen bewerkstelligen op allerlei maatschappelijke gebieden. Parallelle ontwikkelingen breken door gewone gang van zaken heen. Grin noemt het voorbeeld van de elektrificatie die de kolenboer aan de dijk zette. Om een verandering teweeg te brengen is een taal nodig. In het geval van de elektrificatie was dat een term als energiecentrale. In de transitietaal worden termen gebruikt als regime, nichepraktijken en landschap. Een materiële structuur dient aanwezig te zijn. In de energietransitie zijn dit zonnepanelen. Een nichepraktijk laat zien dat die in de vorm van dakpannen gelegd kunnen worden. De transitie gaat sneller als verschillende dynamieken elkaar versterken. Op het vlak van democratische vernieuwing kunnen dit soort begrippen ook gebruikt worden om inzicht te krijgen in het veranderingsproces.

Van den Berg leidt het gesprek in met de vaststelling dat de democratie beter kan. Ze vraagt wat de gasten eerst willen zeggen over het huidige regime. Kruiter vindt dat het burgerschap afneemt, zoals te zien is in de daling van de leden van politieke partijen. Het individualisme en het cliëntelisme is groot. Hij voorspelt over zeven jaar een ondergang van ons democratisch systeem. Leyenaar zegt dat de maatschappij veranderd is maar de politiek niet. In termen van transitie kunnen we zeggen dat het landschap veranderd is. De verschillen tussen de partijen zijn veel kleiner geworden en de mensen mondiger. Burgers willen meer zelf doen.. Kruiter zegt dat dit niet automatisch inhoudt dat daarmee de democratie gediend is. Er zit ook veel eigenbelang bij.   

Van den Berg wil weten in welke de politiek moet veranderen om aansluiting te vinden bij de tijdgeest. Leyenaar bepleit andere vormen van democratie dan de representatieve, omdat verschillende groepen daarin buiten de boot vallen. Zij denkt aan meer directe en participatieve vormen en is voorstander van burgerjury’s. Grin zegt dat die ook een schakel kunnen vormen bij vragen zoals in welk land we willen leven. Een filosoof in de zaal merkt op dat private belangen het democratisch ideaal ondermijnen. De burger is een consument geworden. De taal is daarmee gewijzigd. Grin wijst op een nichepraktijk als Buurtzorg die meer kwaliteit biedt tegen minder kosten. Een ander uit de zaal brengt het atlas complex naar voren waarbij politici menen dat zij de beslissingen nemen terwijl die in werkelijkheid wereldwijd door kapitalisten en op lokaal niveau door burgers genomen worden. Nog een ander brengt het welbegrepen eigenbelang in dat tussen algemeen en eigenbelang in zit en dat voor goede ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het gebied van de woningbouw, heeft gezorgd.

Ook de initiatieven van David van Reybrouck, digitale praktijken en deliberatieve vormen als de G-1000 komen aan bod. Die kunnen ook gezien worden als nichepraktijken, maar op een of andere manier lijkt met het aandragen van bouwstenen het zicht verloren te gaan op de richting die we uit moeten. Kruiter verzucht dat het nogal wat is, die democratie. Loten wie deelneemt aan een gesprek vindt hij in ieder geval depolitiseren. Iemand uit de zaal merkt op dat de decentralisatie van overheidstaken de burger alleen maar nijdiger heeft gemaakt. Kruiter merkt op dat die tot beleidsinstrument is gemaakt. De overheid vult de rol van de burger zelf in. De vraag van een ander hoe ver we inmiddels met de transitie zijn, is moeilijk te beantwoorden. Het verzet van het regime tegen verandering is taai denk ik en elke adempauze wordt gebruikt om gebied terug te veroveren. De nationale politiek krijgt steeds minder te zeggen, klem als ze zit tussen Europese regelgeving en lokale initiatieven. Maar het denken in termen van transitie lijkt me waardevol om het veranderingsproces te begrijpen.

Hier mijn verslag van TransitieNL, hier de site van Transitie Nederland, hier die van Transitiepraktijkm waarop men zelf met een transitie aan de slag kan gaan, hier de site van Pakhuis de Zwijger met een livestream van deze uitzending, waarop men de powerpointpresentatie van Grin in zijn geheel kan beluisteren, hier mijn bespreking van Het Filosofisch Kwintet over de toekomst van de democratie, hier meer over het Instituut voor Publieke Waarden, die in De Tocqueville een belangrijke inspirator ziet.  

maandag 18 september 2017

Wytske Versteeg over Grime, VPRO Boeken, 17 september 2017


Woorden geven aan het onvanzelfsprekende

Het is alweer bijna vier jaar geleden dat Wytske Versteeg tegenover Wim Brands zat om te praten over haar roman Boy. Brands vertelde toen dat ze ooit de jongste gast was die bij hem aan tafel zat. De tijd na Boy besteedde ze aan de roman Grime. Jeroen van Kan voelt haar daarover aan de tand.

Van Kan begint met een korte inleiding op de inhoud, omdat de luisteraar de draad van het verhaal gemakkelijk kwijt kan raken. Het speelt zich af rond vier personen die in een huis wonen nabij het onderwijsinstituut Shelterwood. Verteller Nino onderzoekt een gebeurtenis tijdens hun laatste maanden samen in dat huis. Vervolgens vraagt Van Kan hoe het boek haar bezocht heeft.
Dat is de vraag, zegt Versteeg meteen. Het begint vaak met een setting. Ze hoorde een verhaal over een student die in een huis woonde waarin twee meisjes om de beurt thuis kwamen om in huilen uit te barsten. Ze zochten bescherming bij de student.

Van Kan noemt de andere personages: de getroebleerde Syrin, de net zo getroebleerde Michael, die een vriend van Nino is en de doodgewone Sophie.
Versteeg zegt dat het er niet toe doet hoe de relaties zijn ontstaan, want het is een proces van jaren waarin de verhoudingen zich in haar hoofd ontwikkelden.    

Van Kan zegt dat angst een grote rol speelt in de roman. Hij vraagt of dat gewoon bij het leven hoort of dat zij dat wilde exploreren.
Versteeg zegt dat een schrijver de wereld inademt en dat onderwerpen die spelen in het boek terecht komen, zoals over de betrouwbaarheid van de waarneming. Grime is een modern spookverhaal. Ze houdt zelf niet van het genre, maar vindt het belangrijk om een onderwerp te behandelen waar we geen woorden voor hebben. Grime is een spookgedaante die Syrin achtervolgt en niet helemaal duidelijk wordt. Door het maken van een film proberen de vier hun angst te verbeelden.

De film heeft volgens Van Kan de angst niet onschadelijk gemaakt.
Versteeg antwoordt dat dit niet aan de verbeelding ligt. Als zij die in een roman onschadelijk zou kunnen maken, hoefde ze verder niet meer te schrijven. Ze vertelt dat Grime gebaseerd is op een waargebeurd verhaal over een figuur op internet die Slenderman heette en een boeman was. Er werd in fora over hem gesproken en twee meisjes van dertien of veertien jaar, dus nog in de gelovige leeftijd, geloofden dat hij echt was en probeerden bij hem in de gunst te komen en vielen daartoe zelfs een klasgenoot van hen aan. Versteeg vroeg zich af hoe iets onbestaands zoveel invloed kon hebben.

Op de vraag van Van Kan of zij richting kon geven aan de personages, die de normaliteit uit het oog verliezen, antwoordt zij dat die hun eigen leven leiden. De schrijver houwt als een beeldhouwer de vorm uit die al in het materiaal zat.

Van Kan vraagt over de rol van de normale Sophie.
Versteeg zegt dat zij de meest tragische figuur is, maar dat haar rol kleurloos is omdat ze niet wordt gezien door verteller Nino, opgesloten als hij zit in zijn queeste. Het schrijven vanuit een onbetrouwbare verteller bevalt haar wel. Een schrijver die een verhaal verzint en daarin eerlijk probeert te zijn, steekt af bij de leugens in het alledaagse leven. Dat is voor haar geen programma maar geeft haar wel een reden om te schrijven. De meeste mensen hebben het niet nodig om een kleine wereld te scheppen waarin ze de verbeelding hun gang kunnen laten gaan. Daartoe moet er iets zijn dat niet vanzelfsprekend is.

Dat laatste deed me denken aan de dood van Wim Brands. Een onvanzelfsprekendheid die vooral in zo’n gesprek toch weer de aandacht opeist.  

Hier een leesfragment op de site van Athenaeum Boekhandel, hier de site van Versteeg, hier mijn bespreking van de eerste helft van Boy, hier mijn verslag van het gesprek dat Wim Brands met Versteeg over Boy had.

Unknown male number 1 (2017), documentaire van Hugo Berkeley


Toepassing DNA test in strafzaken nog niet zo gemakkelijk

De maatschappelijk betrokken, half Britse en half Amerikaanse filmmaker Hugo Berkely maakte na Land Rush (2012) over de grootschalige landontwikkeling in Afrika een bijzonder portret van de Italiaanse maatschappij die te maken kreeg met de moord op de dertienjarige Yara Gambirasio uit het Noord Italiaanse dorp Brembate in 2010. Die hield het land zeven jaar in haar greep. De manier waarop de sympathieke hoofdofficier Letizia Ruggeri (zie foto) over het onderzoek vertelt is spannend en aangrijpend. Zelf houdt ze, als moeder, ook haar tranen niet droog, wetende hoe zwaar het moet zijn voor de moeder van Yara die eerst niet wist wat er met haar dochter gebeurd was en daarna heel lang geen idee had in welke hoek de moordenaar gezocht moest worden. De spanning over Yara en haar moordenaar wordt vergroot door het opdelen van het verhaal in kopjes.  De documentaire is daarnaast informatief over het gebruik van DNA bij strafzaken. De toepassing blijkt nog zo simpel niet.

Berkeley begint met de vermissing van Yara, die volgens de buurvrouw een net meisje is uit een keurige familie en een enthousiast turnster. Na een bezoek aan een sportschool kwam Yara niet meer thuis. Allereerst wordt de route van haar mobiel bekeken, maar die loopt dood in de buurt. Afgeluisterde telefoongesprekken van de familie leiden evenmin ergens naar toe. Honden sturen de politie naar een bouwplaats in de buurt. Men luistert telefoongesprekken van bouwvakkers af en arresteert een tegelzetter die gezegd zou hebben dat hij haar niet vermoord zou hebben. De man moet worden vrijgelaten omdat het een krachtterm geweest was. Vrijwilligers zoeken stad en land af.

Op een bedrijventerrein tien kilometer verderop ontdekt men per toeval het lijk van het meisje. Een scan maakt duidelijk dat ze zwaar gemarteld is. Men onderzoekt haar kleding op DNA van een nog onbekende man, Ignoto 1 ofwel Unknown male nr. 1. Daaruit blijkt dat het moet gaan om een man met lichte ogen. Duizenden mensen uit de omgeving staan speeksel af, maar tot resultaten leidt dit niet. Men vermoedt dat de dader in de buurt van het bedrijventerrein moet wonen of daar moet werken, maar afgeluisterde telefoongesprekken brengen niets aan het licht. In 2011 wordt in Rome een Y chromosoom geselecteerd dat alleen in het mannelijk lichaam te vinden is. Dat leidt tot Damiano Guerinoni die echter in Zuid Amerika was ten tijde van de moord maar wel een moeder had die gewerkt had bij de ouders van Yara. Men komt daardoor in het kleine dorp Gorno, maar DNA onderzoek levert geen verder resultaat op. Onderzoek van het DNA van de overleden vader van Guerinoni, die buschauffeur was, leidt tot het spoor van de moeder. Op het laatste moment, voordat de zaak van hogerhand gesloten wordt, stuit men op Ester Arzuffi, die drie kinderen heeft, onder wie dus een kind van Guerinoni. Haar zoon Massimo Bossetti is metselaar en blijkt lichte ogen te hebben. Men organiseert een alcoholtest om aan zijn DNA te komen dat inderdaad een match vertoont met de onbekende man nr. 1. Bossetti probeert nog te vluchten maar wordt ingerekend. Zijn verdedigster Gazzetti trekt zich terug omdat Bossetti volhoudt dat hij onschuldig is, maar Ruggeri eist in de rechtszaal levenslang, hetgeen ook door de rechter opgelegd wordt. De advocaat van Bossetti neemt het bewijs flinterdun en wil dat de DNA test opnieuw gedaan wordt, omdat het zogenaamde mitochondriale DNA niet gevonden is, waarmee de zaak vooral een specialistische aangelegenheid wordt.  
  
Hier de in het Engels ondertitelde trailer op vimeo, hier mijn bespreking van Land rush, hier het uitgebreide verslag over de moordzaak van Tobias Jones in The Guardian van 8 januari 2015, waaruit ik ook de foto overgenomen heb.

zondag 17 september 2017

Nicolien Mizee over De kennismaking, VPRO Boeken, 17 september 2017


Onbeantwoorde faxen hebben een belangrijke functie

Na een aantal romans heeft de Haarlemse auteur en schrijfdocent Nicolien Mizee (1965) haar faxen geopenbaard die ze in de jaren 1994 – 1997 aan scenarioschrijver Ger Beukenkamp schreef. Hoewel Beukenkamp nooit terug schreef betekenden de faxen veel voor Mizee. In het gesprek met Jeroen van Kan zelf ze zelfs dat het feit dat ze nooit iets terughoorde, meer voor haar betekende dan een antwoord, want dan was het faxen, dat ze nog steeds aan hem doet, wellicht gestopt.

Van Kan vraagt of ze alles over haarzelf in die faxen vertelde.
Alleen datgene waarvan Mizee dacht dat het voor Beukenkamp interessant was. Hij was haar leraar en zij zag hem als een God die onbereikbaar was. Ze vindt dat bespottelijk, maar bewondert hem nog steeds. Vaktechnische aspecten en meer persoonlijke staan daarbij niet los van elkaar. Ze kent hem nog steeds niet omdat hij ondanks hun vriendschap afstand houdt, maar ze prefereert afstandelijkheid boven gevoelens die vaak onoprecht zijn. Dan is de analytische Beukenkamp die eerlijk zegt dat hij iets niet weet, haar liever. In de tijd dat ze geen werk kon vinden en eenzaam op een zolderkamer zat, was Beukenkamp een klankbord voor haar. Ze zou als vijftienjarige graag zelf zo’n boek lezen om herkenning te vinden voor de problemen die men in het leven tegen kan komen. Die vijftienjarigen zijn haar geheime publiek, dat er baat bij heeft dat zij iets onbekends in kaart brengt.

Van Kan zegt dat zij ook beslist over komt, bijvoorbeeld ten aanzien van werk.
Mizee zegt dat ze buitengewoon slecht was in het opvolgen van adviezen. Die waren nooit een succes. Ze zegt dat haar situatie als getrouwde vrouw rianter is dan die van een werkloze vrouw op een zolderkamertje.

Van Kan merkt op dat de fragmenten in de faxen tot een grens gaan, waarbij het verlangen naar fysieke omgang niet geschuwd wordt.
Mizee antwoordt dat Beukenkamp het zo ver niet liet komen, maar dat dit wat haar betreft wel mogelijk was geweest. Zelfs het bijten in de nek had ze aantrekkelijk gevonden, al is dat sinds de overgang minder.

Van Kan vraagt of ze veel in de faxen geknipt heeft.
Mizee zegt dat ze scenario’s eruit gehaald heeft en dat snerende opmerkingen over anderen wel meevielen. Ze had gedacht dat haar toon zuurder was. Ze vond het een kwelling de faxen terug te lezen, maar vond wel dat ze goed kon schrijven. Inmiddels heeft ze haar verteltoon wel te pakken heeft, maar dat was in die tijd, waarin ze leed aan depressies, niet het geval.   

Van Kan vraagt of haar gevoel om ongeschikt te zijn voor het leven toe – of afgenomen is.
Mizee antwoordt dat het afgenomen is. Ze heeft veel te danken aan een betere sociale positie. De angst en de argwaan van een werkloze herinnert ze zich maar al te goed.
Daarnaast is ze ook veel vergeten, maar dat hoort bij het leven, net als een jonge moeder de pijn van de bevalling vergeet en zegt dat ze nog wel een kind wil.

Hier een leesfragment op de site van Athenaeum Boekhandel.