Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 27 juni 2017

Filmrecensie: Guess who is coming to dinner (1967), Stanley Kramer


Grappige en boeiend verwikkelingen rond een interraciaal huwelijksvoornemen

De samenwerking van Katherine Hepburn en Spencer Tracey levert altijd vuurwerk af, ook in de laatste film Guess who is coming to dinner die Tracey mocht maken. In de documentaire The great Kate (2013) van Rieke Brendel en Andrew Davies wordt uitgelegd hoe dat in elkaar zat. In Guess who is coming to dinner is te zien dat de twee een bijzondere hartverbondenheid hadden. Aan het eind van de film toont de liberale krantenmagnaat Matt Drayton uit San Francisco zich een man met een hart, niet in de laatste plaats voor zijn vrouw Christina. Het openingslied Glory of love zet de toon.

De kwestie waarover het gaat is de plotselinge verkering van hun 23-jarige dochter Joey met de vijftien jaar oudere, zwarte intellectueel John Prentice (Sidney Poitier), opgeleid in de medische wetenschap en inmiddels bouwend aan een internationale carrière. John en Joey hebben elkaar op Hawaii ontmoet en waren meteen verliefd op elkaar. Binnen twintig minuten zegt Joey tegen Christina, die dat nog lang vindt want de tijd dat zij en Matt gek op elkaar werden, was korter.

Christina is dan ook de eerste die een huwelijk tussen haar dochter en de ontspannen en galante zwarte man goedkeurt. Na de eerste schrik is ze om. Haar man Matt, die eerst denkt dat er iets ergs is gebeurd met een dokter in huis, heeft er langer voor nodig. Hij voorziet vooral de negatieve reacties uit de omgeving en wil zijn dochter dit leed besparen. Joey zelf is daar helemaal niet mee bezig. Ze wil zo snel mogelijk trouwen en vraagt daarom de toestemming van haar ouders. John is behoedzamer. Hij is zelfs bereid van een verdere relatie met Joey af te zeggen als de ouders zijn aanwezigheid niet op prijs stellen. In dit het krachtenveld moet men tot een oplossing zien te komen, al werd het mij niet duidelijk waarom het huwelijk zich zo snel moest voltrekken.  

De kennismaking tussen John en de ouders van Joey wordt mooi uitgespeeld. Daarna volgt nog een andere krachtmeting, namelijk met de ouders van John die op de maatschappelijke ladder een heel stuk lager staan, maar een groot zelfbewustzijn hebben. Ze weten nog helemaal niet dat hun zoon een jong blank meisje aan de haak heeft geslagen en moeten, na de uitnodiging van Joey om meteen bij haar ouders te komen dineren, even bijkomen van de schok. Daarnaast zijn er boeiende bijrollen van een zeer liberale blanke geestelijke en een nijdige zwarte huishoudster. De laatste kan het niet zetten dat iemand van haar eigen ras zich zomaar op gelijke hoogte plaatst met haar blanke werkgevers. Het is daarbij wel vreemd dat ze haar dochter Dorothy niet verbiedt om uit te gaan met een kruideniersjongen.

In de vijftig jaar oude film naar de gelijknamige roman van William Rose klinkt het woord negro waarmee de zwarte wordt aangeduid als een scheldwoord. Daaraan is te zien dat de maatschappij zich in een halve eeuw sterk ontwikkeld heeft. Wellicht komt dit ook door een film als Guess who is coming to dinner. De onderonsjes tussen de vaders maar vooral die tussen de moeders en die tussen Matt en de moeder van John maken veel duidelijk over principiële kanten van de rassenkwestie. Matt staat zwaar te peinzen na het gesprek met de moeder van John, nadat hij er eerder al door de geestelijke opgewezen is dat zijn liberale denkbeelden, verwoord in The Guardian, niet alleen een aardig concept zijn om mee te schermen maar dat hij daar ook mee moet leven.   

Hier de trailer, hier mijn verslag van The great Kate.

maandag 26 juni 2017

De neven van Eus (2017), vijfdelige reisserie met Özcan Akyol


Nederturk begeeft zich in wespennest

Schrijver Özcan Akyol (Deventer,1984), onder andere bekend van de autobiografische roman Eus (2012), reist naar Turkije om zijn neven en nichten te spreken en ons te informeren over het geboorteland van zijn ouders. Turkije is sterk in beweging en speelt een belangrijke rol in de wereld van vandaag, zegt hij in zijn inleiding. Zelf zit hij in een spagaat tussen zijn Turkse wortels en zijn westerse leefstijl en denkbeelden. Zijn moeder, die verder niet in beeld komt, vindt Erdogan een knappe man. Het zou boeiend zijn om meer te weten te komen over de motieven van de meerderheid om te kiezen voor het starre beleid van Erdogan, maar Özcan brandt zich liever niet teveel aan deze kwestie, al komt die in de gesprekken met zijn neven en nichten steeds vaker aan de orde.

De eerste aflevering begint in Sivas, provinciehoofdstad in Centraal Anatoliê, bakermat van zijn alevitische familie en ook die van de huidige republiek Turkije. Özcan bezoekt een museum waar oprichter Atatürk wordt vereerd. Daarna reist hij met een gids naar het bergdorp Yesilalan waar ze ouders woonden en waar hij familieleden ontmoet. De ontvangst is hartelijk. De omstandigheden waarin de mensen leven zijn pover. Een achterneef en zijn vrouw wonen boven een stinkende stal, maar anders is er niet. Dorpshoofd oom Mehmet legt uit dat de Turkse regering weinig op heeft met de alevitische minderheid en de soennieten bevoordeelt. Die krijgen asfalt, Yesilalan niet. Hun diensten houden ze in het dorpshuis. Als zij vertrekken houdt het dorp op met bestaan. Özcan doolt rond op de plek waar vroeger het ouderlijk huis stond en bezoekt het kerkhof waar veel familieleden liggen. Omdat hij de grafsteen van zijn veertig dagen oud geworden broer niet vinden, laat hij een nieuwe maken.
Özcan is ook in Ulas waar zijn ouders hun vakanties vierden. Dat waren lange en saaie weken. Hij vertelt over het lammetje dat hij als vierjarige als huisdier had en dat in een abattoir werd geslacht in verband met het feest van hun besnijdenis. Zijn vader reageerde onverschillig op zijn verontwaardiging en Özcan at daarop tien jaar geen vlees. In Ulas woont oom Ibrahim die na een carrière als ambtenaar tegen betaling voor andere plaatsgenoten brieven aan instanties schrijft. Hij vertelt dat onder druk van de conservatieven de raki uit de winkels is gehaald, maar dat slechts twintig procent van de tachtig miljoen Turken belijdend moslim is en dat niemand voor de sharia wetten is waarbij een man vier vrouwen kan trouwen. Veranderingen zijn niet blijvend, zegt Ibrahim. Turkije zal een seculiere staat blijven, zoals Atatürk gewild heeft.

Vijf jaar geleden was Özcan voor het laatst in Ankara. Een taxichauffeur zegt dat mensen niet snel veranderen, maar Özcan wil dat wel eens peilen bij zijn familie die in de hoofdstad woont. Hij gaat naar een ontmoetingscentrum waar juist het vrouwelijke deel een goudgeefdag houdt. Om beurten krijgt men na een etentje geld van elkaar. De gelukkige nicht van die dag gaat er een cadeautje voor kopen voor de uitzet van haar dochter. Over Erdogan zijn ze kritisch, een van hen wil zelfs uit het land weg. Özcan is onder de indruk van het sterke familiegevoel en de troost die ze bij elkaar vinden.
Elders is dat anders. In een Erdogan gezinde krant leest hij dat tegenstanders van het regime worden gevraagd zichzelf aan te geven en ook ziet hij een tekstbalk boven een taxibedrijf waarop Nederland wordt uitgemaakt voor fascistisch. Als Özcan doorvraagt blijkt dat men geen haat koestert tegen Europeanen maar enkel het eigen land verdedigt dat door Europa verzwakt wordt.
Özcan zoekt een schoenmaker met dezelfde naam als de president, maar krijgt alleen zijn broer te spreken die zich onthoudt van politieke uitspraken en alleen oog heeft voor hun bedrijf in deze onzekere periode.
Met achterneef Ali bezoekt hij het mausoleum van Atatürk, die vond dat man en vrouw gelijkwaardig waren. In de huidige maatschappij is echter sprake van achterstelling van vrouwen. De alevieten gedijen bij de scheiding van kerk en staat, maar zijn tegelijk bang dat de seculiere staat straks de nek wordt omgedraaid. Ali vreest zelfs voor een burgeroorlog.
Nicht Gulcin heeft een schoonheidssalon waar de meningen over de politiek van Erdogan vrijuit besproken worden, alleen komen er minder vrouwen uit angst voor bomaanslagen. Neef Dogan is café eigenaar en kampt met hetzelfde probleem, maar hij vanwege de prijsstijgingen van bier en de verscherpte controle door de conservatieven.
Schrijnend is het verhaal van achterneef Cetin die chirurg is in het ziekenhuis, dat stond te trillen tijdens het bombardement na de aanslag op het parlement ten tijde van de coupe. Hij opereerde de gewonden waaronder een burger die kogels in zijn hoofd had gekregen. Als kind was hij zonder ouders, omdat zijn vader in Duitsland werkte en zijn moeder vroeg overleed. Als Aleviet kan hij geen promotie maken.
Tenslotte kijkt Özcan met het mannelijk deel van zijn familie uit Ankara naar de voetbalwedstrijd van de Turken tegen Finland. Aangeschoten maar blij met de verbroedering verlaat hij de stad.

De afgelopen vier jaar ging Özcan in de vakantie met zijn vriendin naar Antalya. Hij vraagt zich af wat er over is van de mooie kustplaats. Het centrum is uitgestorven, misschien niet alleen vanwege de regen. Achterneef Cengiz werkt in de toeristenindustrie en toont de stilliggende toerboten in de haven. Geïnvesteerd wordt er volgens hem niet meer. Het geluids- en alcoholverbod houden toeristen weg en anders wel door de gescheiden baden voor mannen en vrouwen. Özcan merkt gelaten op dat daar in deze verlatenheid niets van te merken is. Hij gaat met Cengiz naar een plaats verderop, waar hij een pension zou huren. Op weg ernaartoe rijden ze in een agrarisch gebied langs lege kassen omdat er geen afzet is. De manager van het pension, die het pension voor tien jaar gehuurd heeft, heeft twee moeilijke jaren achter de rug en klaagt over de economische stilstand. Tijdens een boottochtje laat Cengiz zien dat de bezetting van de grote hotels aan het strand matig is. Het conflict met Duitsland en Rusland heeft de toeristen weggejaagd. De burgeroorlog in het Zuid Oosten doet de klandizie ook geen goed. Men is bang voor aanslagen. De gevolgen zijn schulden, faillissementen en
werkeloosheid. Er komen alleen nog Arabieren die benieuwd zijn naar de Westerse vrijheid in Turkije.
Achterneef Murat bevoorraadt kleine supermarkten. Özcan helpt hem met sjouwen, maar veel spullen raakt hij niet kwijt. De concurrentie is groot. Murat is gelukkiger in Antalya dan in Sivas waar hij vandaan komt. Özcan prijst zijn moed om een plaats in de handel te verwerven. Hij heeft in ieder geval niet, zoals zijn vrouw die in het onderwijs werkt, te maken met een grote druk door de overheid.
Özcan denkt erover een huis te kopen, maar heeft zijn twijfels en praat daarover met een makelaar. Deze laat hem een mooi huis in een nieuw deel van Antalya zien, waar hij zelf niet zou willen wonen. De sinaasappelbomen die zo heerlijk ruiken, zullen spoedig door nieuwe huizen vervangen worden. Uiteindelijk voelt Özcan zich niet veilig genoeg om daar met zijn gezin te gaan wonen, zelfs al biedt de makelaar aan dat hij zijn geld terugkrijgt als de regering onverhoeds vanwege kritiek op het bewind zijn huis in beslag zou nemen.
Een muzikale achterneef, Ersin, vertelt over het gevaar een eigen mening te uiten. Hij en zijn vrouw, die zingt, hebben daardoor veel vrienden verloren. Tijdens optredens houden zij rekening met de achtergrond van zijn gasten, maar zij willen wel graag de Alevitische cultuur in stand houden. Özcan bezoekt een optreden in een restaurant en zingt zelf ook mee. Hij vraagt zich af of hoe liberaal de sfeer inclusief alcohol op zijn nieuwe bestemming zal zijn.

Kayseri is een industrieel centrum in het midden van Turkije en een conservatief bolwerk terwijl de familie van Özcan helemaal niet zo behoudend is. Dat dit botst blijkt meteen uit een ontmoeting met nicht Gükshir. Ze werkt als staatslotenverkoper op een plein en Özcan wordt daar lastig gevallen door Turken, die net uit het vrijdagmiddaggebed komen. De onrust heeft te maken met de ophef over de deelname aan het Turkse referendum in Nederland, dat Erdogan meer macht moet geven. Özcan wordt van het plein verjaagd en verbijt zijn teleurstelling achter een kop thee. Zijn nicht is nogal laconiek over haar fanatieke stadsgenoten. Ze heeft erger zaken aan haar hoofd. Eerder vertelde ze dat ze leed aan darmkanker, diabetes en hoge bloeddruk.
Achterneef Nusret zit in de handel van witgoed en moet alles weten over de economische toestand. Die is vanwege de politieke situatie minder dan vorig jaar, zegt hij. Hij leidt Özcan rond door de stad. De mensen zijn materialistisch ingesteld. Hoewel de stad modern oogt zit er een conservatief patroon onder waardoor men in sociaal cultureel opzicht achterblijft. Hij is te bang om daar meer over te vertellen. Hij toont Özcan een enorm bedrijventerrein en maakt een opmerking over fabrieken van Gülen aanhangers die door de staat zijn overgenomen. Een buurman van Nusret is van de AK partij en bouwondernemer. Hij toont Özcan een flat in het nieuw gedeelte van de stad met saaie hoogbouw, maar is daar zelf trots over.
Terug in het centrum blijft Özcan ver weg van het plein, waar hij in de problemen kwam. Hij praat met een schoenenpoetser die het zwaar heeft omdat de huren en studiekosten voor zijn kinderen omhoog zijn gegaan terwijl hij niet meer geld kan rekenen voor een poetsbeurt. Turken zijn onderhandelaars, zegt hij.
Achterneef Onur zit met zijn vrienden in het park. Ze zingen, begeleid door gitaar, liefdesliedjes. Onur wil het liefst naar het vrijzinniger Istanbul om daar te studeren en de problemen van de mensen te verlichten. In Kayseri was een boek met uitspraken van Atatürk tijdens het referendum verboden en tijdens onlusten wordt Wikipedia geblokkeerd.

Veel familieleden van Özcan trokken vanuit Sivas naar Istanbul, de meest westerse en liberale stad van het land. Özcan vertelt dat twintig jaar geleden links hier aan de macht was en ook de mensen onderdrukte. Hij vraagt zich af hoe men in een verdeelde stad met zowel een Aziatisch en een Europees deel met elkaar leeft.
De neven Mahsuni en Erdogan kwamen als boeren uit Sivas en begonnen met het geld van hun bruiloft in de textiel. Ze hebben een naaiatelier waar vijftien personen werken, waaronder hun vrouwen. Na de boycot van de Russen in 2004 kregen ze het zwaar. Ze maken zo weinig winst dat Mahsuni zijn kinderen afraadt om het werk in deze branche over te nemen.
Achternicht Zöhre is getrouwd met een man die in het onderwijs werkte maar een jaar voor zijn pensioen om politieke redenen naar huis is gestuurd. Daarnaast is ook hun zoon ontslagen. Zöhre maakt zich grote zorgen over zijn toekomst.
Özcan viert op 23 april de dag van het kind mee, die nog door Atatürk is ingesteld. De gouverneur refereert tijdens zijn toespraak aan kinderen die tijdens de coupe gedood zijn en daarmee martelaren zijn van het nieuwe Turkije.
Tante Hasim woont in bij een neef in en vertelt over hun verdriet toen haar jongste zus met haar man naar Nederland ging. Zelf ging ze toen naar Istanbul waar veel meer verkeer was dan in Sivas, hetgeen ze gevaarlijk vond. Ze zou gezien de onzekere toekomst haar kinderen niet tegenhouden om naar het buitenland te gaan. Het gesprek grijpt Özcan aan. De neef wil graag naar een andere wijk verhuizen waar de sfeer beter en minder gepolariseerd is maar de huizen zijn daar duurder.
Tot zijn genoegen constateert Özcan dat in een andere volkswijk de seculiere CHP de buurtbewoners bedankt voor hun steun tijdens het referendum. Hij is blij dat hij daar rustig in een café een satirisch krantje kan lezen en een biertje drinken.
Nicht Berfin studeert rechten en demonstreerde eerder mee voor behoud van het Gezi park. Ze stelt dat strijd nodig is, onder andere op het gebied van vrouwenrechten.

Hoewel Özcan niet zo’n begenadigd spreker is, maakte zijn oprechte houding veel goed. Zijn slotconclusie dat het nog wel goed kan komen met Turkije lijkt me te kort door de bocht.   

Hier meer informatie op de site van de NTR, hier het gesprek van Wim Brands met Özcan Akyol over Eus.

De schijn tegen (2016), documentaire van Simone de Vries


Moordenaar of slachtoffer van een justitiële dwaling, dat is de vraag

Documentairemaker Simone de Vries (1963), onder andere bekend van Beer is cheaper than therapy (2011), een documentaire over de waanzin die oorlog heet, heeft in De schijn tegen een andere vorm van waanzin gefilmd, alleen is onduidelijk of die van de kant van de vermeende moordenaar Reinier Smit of van justitie komt. Daarover zijn de meningen verdeeld. Geert-Jan Knoops die ingeschakeld werd om een herzieningszaak te starten, legt zich niet bij het oordeel van justitie neer en vecht door om Reinier Smit, die nog twee van de twaalf jaar gevangenisstraf te gaan heeft, vrij te krijgen. Smit is inmiddels murw van alle ge-jojo na de moord op zijn vrouw in december 1996.

De Vries spreekt door de telefoon met De Vries, die in de gevangenis zit. Hij vraagt haar of ze gelooft of hij onschuldig is. Zij stelt hem allerlei vragen, ook later gedurende de documentaire, waarin iedereen zijn en haar eigen mening over deze zaak heeft, ook de inwoners van het Groningse dorp waar zich het drama heeft plaatsgevonden. Smit stelt dat hij toch echt niet met gevaar voor eigen leven zijn kinderen uit het brandende huis heeft gehaald, als hij die zelf zou hebben aangestoken om te verdoezelen dat hij zijn vrouw Gonda had vermoord.   

Zij was kapster, hij een vertegenwoordiger in haarproducten. Hoewel het huwelijk op zich al bijzonder was omdat ze er beiden een buitenechtelijke relatie op na hielden en Reinier gokverslaafd was, vertelt Reinier dat hij op de dag van de moord een ruzie probeerde te sussen tussen zijn vrouw en een andere medewerker in de kapperszaak , die veertig kilometer verderop woonde. Op het moment dat hij thuis kwam, nogal laat omdat de medewerker niet thuis was geweest, hij lang op hem had gewacht en ook nog eens twee keer voor een opgehaalde brug had gestaan, ontdekte hij de brand en haalde zijn kinderen uit huis. De lezing van de politie was anders. Hij zou de brand zelf aangestoken hebben nadat hij al het geld dat in de kluis lag, eruit gehaald had om te vergokken en zijn vrouw vermoord dat hem dat wilde beletten.

Omdat men het bewijs nooit rond kreeg werd Reinier steeds weer op vrije voeten gesteld, maar tenslotte op grond van een flinterdunne getuigenverklaring toch voor twaalf jaar vastgezet. In de tijd daarna is er het nodige onderzoek verricht, onder andere door studenten van de VU onder leiding van rechtspsycholoog Van Koppen. Hij vond de zaak prachtig studiemateriaal voor zijn studenten. De resultaten van het project Met gerede twijfel werden vastgelegd in het boekje De Hoogezandse brand (zie foto). Ook Peter R. de Vries hield zich al met de zaak bezig. Hij probeerde op een weinig fatsoenlijke manier Reinier met een verborgen camera erin te luizen. Naar aanleiding van de knagende onvrede van de ouders van Gonda, boog zich in 2003 nog eens een cold case team over de zaak. De veronderstelling dat Reinier zijn vrouw al had vermoord voordat hij met de auto vertrok, wordt gelogenstraft door de dochter die vertelde dat haar moeder haar weer naar bed bracht nadat ze beneden was geweest.

Geert-Jan Knoops kan een herziening van het vonnis aanvragen als hij een nieuw feit aandraagt. Knoops komt na onderzoek zelfs met drie nieuwe feiten. Ten eerste kunnen de passagetijden van het scheepsverkeer langs de brug kloppen, zoals door studenten van de VU nog eens werd nagerekend, ten tweede kwam de getuige die eerder had verteld dat Reinier hem had ingelicht over de moord, op zijn bekentenis terug, ten derde bleek uit nader onderzoek dat de brand al begonnen moest zijn voordat Reinier thuis kwam. De rechter acht de nieuwe feiten echter niet sterk genoeg om een nieuw onderzoek te starten. Knoops vecht door. Het zou mooi zijn als hij, net als in eerdere herzieningszaken, de waarheid boven water kan krijgen. De Vries kan haar documentaire, die op enkele gereconstrueerde elementen na op waarheid berust, dan nog eens updaten.  

Hier de trailer van De schijn tegen, hier mijn bespreking van Beer is cheaper than therapy.

zondag 25 juni 2017

Filmrecensie: Zwaarmoedige verhalen voor bij de centrale verwarming (1975)


Heerlijke terugblik naar Nederlandse acteurs uit de jaren zeventig

De verhalenbundel Zwaarmoedige verhalen voor bij de centrale verwarming (1973, zie foto) vormde, net als ander werk van Heere Heeresma (1932-2011), een inspiratiebron voor filmmakers. Vier van de vijf verhalen uit de bundel werden door verschillende regisseurs verfilmd. Het verhaal Maar de wielrenner treft geen blaam kreeg de titel Zeeman tussen wal en schip en Anna, verslaafd aan peppillen en lijdend aan straatvrees, mocht niet meedoen. Het was een genot een groot aantal acteurs terug te zien, op de eerste plaats Lex Goudsmit die in het verhaal De smalle, oude man op onvergetelijke wijze een verschopte opa verbeeldt. Alle verhalen spelen zich, zoals de titel aangeeft, af in een sfeer van weemoed en onvervuldheid, misschien wel kenmerkend voor de jaren zeventig.

Bas van de Lecq nam Meneer Frits op zich op basis van een scenario dat door Guus Luyters werd geschreven. In de bundel heet het verhaal Mijnheer Frits en juffirouw Lenie dat uitdrukt waar het verhaal over gaat, namelijk de genegenheid die een kantoormeisje (Pleunie Touw) en haar baas (Hugo Metsers) voor elkaar voelen. De film begint op kantoor waar Frits Lenie op een fout wijst. Lenie haalt echter de instructies erbij om te laten zien dat zij de factuur geheel volgens de aanwijzingen heeft opgemaakt. Voordat Frits aan het eind van de dag aan Lenie bekent dat hijzelf de fout heeft gemaakt, speelt zich een vermakelijk rendez-vous af bij de ouders van Lenie in de Jordaan. Frits die duidelijk op zoek is naar vrouwelijk gezelschap, heeft ’s avonds op straat per ongeluk de weg gevraagd aan Lenie die boodschappen voor haar ouders heeft gedaan en nog in een etalage staat te kijken. De situatie is nogal genant, maar Lenie redt die door Frits de weg te vragen naar de dichtstbijzijnde tram, die haar naar huis brengt. De moeder van Lenie nodigt Frits uit voor een kopje koffie, waarbij de puzzelende vader van Lenie (Sacco van der Made) elk woord opvangt dat de twee met elkaar in de voorkamer wisselen. Voordat deze laatste scène is heel vermakelijk.

De smalle, oude man werd geregisseerd door Guido Pieters op basis van een scenario van Ton Ruys. Zoals gezegd speelt Lex Goudsmit hierin een onvergetelijke rol als een opa die door velen veracht wordt en niets wil weten van anderen, die het goed met hem voor hebben, zoals leden van het wijkcomité in Amsterdam Oost die hem aan het eind van het jaar een kerstpakket komen brengen maar geen geld daarvoor willen. De koppige opa stopt daarom een geeltje in de bus van het Leger des Heils, al vraagt de heilssoldate die daarbij staat hem of hij dat wel zou doen, zo’n groot bedrag. Opa heeft wel een goede verstandhouding met zijn kat, al net zo onafhankelijk als hijzelf. Dat wil niet zeggen dat hij geen behoefte heeft aan een vrouw. Hij spelt op zijn armoedige kamertje de kranten op contactadvertenties, maar dat valt niet mee. Tenslotte kruipt hij naast de kat in bed met aan de muur een krantenknipsel met de titel Oude man dood in gang.

Zeeman tussen wal en schip werd opnieuw bewerkt door Guus Luyters en geregisseerd door Ernie Damen. Het verhaal gaat over een zeebonk, mooi gepersonificeerd door Jon Bluming, die een moeilijke relatie heeft met een klarinettiste (Carry Tefsen) die in een nachtclubachtig café speelt met de naam Acapulco, schuin tegenover de bovenwoning van het stel. De zeeman voelt zich onbehaaglijk over de aandacht die zijn vriendin van andere mannen krijgt en slaat daarom de boel in Acapulco plat. Veel aansluiting heeft hij verder ook niet. In de fabriek waar hij werkt is hij een buitenbeentje en in een café dat hij vaak bezoekt kan hij ook geen rust vinden. Een zogenaamde collega wil hem op zijn schip introduceren als de zeeman nog eens zijn kunstje laat zien, namelijk de houten stang die voor de bar langs loopt, met zijn hoofd kapot slaan. Dat wordt ook geen succes. Eenmaal weer thuis gaat zijn vriendin weer naar de club en verwenst de zeeman haar in stilte dat ze dood mag vallen.

Een winkelier keert niet weerom werd geregisseerd door Nouschka van Brakel op basis van een scenario van Chiem van Houweninge. Het duo Johnny Kraaijkamp en Rijk de Gooyer speelt scènes tussen een ruziënde winkelier en een postbode mooi uit. De winkelier doet in porselein maar heeft besloten een dagje te gaan roeien. Vanwege de regen schuilt hij onder een bruggetje om een sigaret aan te steken. Hij verspeelt zijn laatste lucifer en vraagt aan een persoon op de brug of die misschien een vuurtje heeft. Omdat het met een aansteker door een opening tussen de planken niet lukt, vraagt de postbode of de man niet onder de brug vandaan kan komen. De winkelier heeft echter verkleumde vingers en kan de knoop niet loskrijgen waarmee zijn roeibootje vastligt. Daarop laat de postbode een mes naar beneden zakken dat een dierbare herinnering voor hem heeft. Omdat er ijzerdraad in het touw zit, maakt de winkelier het mes kapot waarna een strijd ontstaat over de vergoeding van de schade. Tenslotte kent het verhaal een surreëel einde.     

Hier de pdf van De smalle, oude man.

zaterdag 24 juni 2017

ALS Anneke (2017), documentaire van Jade en Mirthe van Doornik


De laatste zomer van een patiënte met een agressieve vorm van ALS

Anneke Bakker is tweeënzestig jaar oud als ze te horen krijgt dat ze aan een agressieve vorm van ALS lijdt. Ze was altijd een levenslustige, ondernemende vrouw maar stort in korte tijd volledig in elkaar. Ze vraagt haar nichtjes Jade en Mirthe van Doornik om een film over haar levenseinde te maken. In de auto, met Jade achter het stuur en Anneke naast haar (zie foto), bespreken ze de beweegredenen van Anneke. Hoewel die, ook door de spraakproblemen van Anneke, niet helemaal duidelijk worden, zetten de nichtjes zich voor honderd procent in om het verval en de interventies van een hele batterij aan hulpverleners aan de kijkers te tonen.

Op een tijdlijn geven ze aan hoe hard de achteruitgang van hun tante gaat. Ze beginnen haar laatste zomer in het begin van augustus. Anneke tikt woorden op haar tablet omdat ze niet goed meer kan praten en moet kwijlen als ze drinkt omdat ze niet goed kan slikken. Het frustreert haar dat ze zich niet goed kan uiten, maar is blij dat ze nog niet in een karretje hoeft te zitten. Die komt er snelller dan verwacht, zoals haar hele ziekteproces sneller gaat dan gedacht.

Half augustus valt ze naast het karretje, maar wordt erin geholpen door de filmmakers. Ze had ooit een woonboot en houdt van de geur van het water en maakt daarom met haar al 33 jaar geliefde partner Lidia een boottochtje door de Rotterdamse haven. Lidia vreest dat ze straks Anneke niet meer in bed kan helpen als het fysiek slechter met haar gaat. Anneke verafschuwt de voedingssonde temeer omdat ze vroeger ook als kok gewerkt heeft en de meest exquise gerechten maakte.

Begin september kan Anneke niet veel meer dan zwaaien naar de camera. Ze doet dit vanuit bed nadat Jade en Lidia haar daar na een val in teruggelegd hebben. Zelf zegt ze dat ze minder stoer is dan ze zelf gedacht had. Ze verafschuwt het slechte nieuws dat ze keer op keer in het ziekenhuis te horen krijgt. Ze is opstandig omdat ze zelf de regie wil houden. Ze wil rust en denkt aan euthanasie. Lidia krijgt te maken met de onrustige nachten van Anneke, die absoluut niet alleen gelaten wil worden. De relaxfauteuil die Jade in de kamer zetten, geeft ze het cijfer drie.

Half september wordt de datum van de euthanasie vastgesteld. Lidia vertelt hoe ze zich dat voorstelt en heeft het er moeilijk mee. Anneke denkt niet dat ze haar geliefden aan gene zijde zal terugzien, maar dat ze wel met andere zielen zal samenkomen. Jade danst op de avond voor het zelfgekozen einde in het appartement. Ze zegt dat haar tante al niet meer leeft. Het enige dat ze kunnen doen is naar elkaar zwaaien. Met erbarmen wordt de volgende dag ingezoomd op de hand van Anneke waar de huisarts een infuus ingebracht heeft.
  
De documentaire worden beelden van het voortschrijdende ziekteproces van Anneke afgewisseld met zonnige beelden van haar huis in Frankrijk. De nichten waren daar ook vaak en hielpen een de oude woning leefbaar te maken, een project van jaren, dat in tegenstelling stond met het razendsnelle proces van verval van hun tante. Anneke laat zien dat een mens zelf niet zoveel in de melk te brokkelen heeft. De nichtjes tonen deemoed.

Hier nog enige informatie over de makers op de site van het AV festival 2017:
Jade en Mirthe groeiden op in Rotterdam waar ze allebei de vrije school en later de school voor de journalistiek doorliepen. Jade (1986) is journalist/ redacteur bij de NOS en samensteller, verslaggever en nieuwspresentator bij omroep West. Mirthe (1982) is journalist en schrijver. In september 2017 verschijnt haar debuutroman Moeders van Anderen bij uitgeverij Prometheus.

Hier de trailer op vimeo, hier de site van Jade van Doornik, hier die van het AV festival.

Eleanor Roosevelt, first lady of the world (2016), documentaire van Patrick Jeudy


Gekwetste vrouw laat niet met zich sollen

Eleanor Roosevelt (1864-1962) was de echtgenote van president Franklin D. Roosevelt die van 1933 tot 1945 leiding gaf aan de Verenigde Staten. De Franse documentairemaker Patrick Jeudy valt meteen met de deur in huis door op te merken dat haar man op het moment van overlijden van zijn maitresse was en dat Eleanor in de lange tijd dat de rouwstoet naar Washington kwam, alleen was met haar gedachten, Ze behield haar waardigheid behield maar wilde daarna alleen nog maar zichzelf zijn.

Vervolgens gaat Jeudy terug naar de vraag wat Eleanor Roosevelt voor vrouw was. In ieder geval was ze een nichtje van de eerdere president Theodore Roosevelt. Ze trouwde met haar neef in de tweede graad die in 1921 getroffen werd door polio, hetgeen nog niet het einde betekende van zijn politieke carrière. Franklin werd in 1928 gouverneur van New York en stelde zich in 1932 beschikbaar voor het presidentschap terwijl Eleanor hun vijf kinderen opvoedde en haar gehandicapte man bijstond. Sinds ze ontdekt had dat haar man er een liefje op na hield sliep ze niet meer bij hem.

Na de verkiezing tot president hield Franklin een rede waarin hij Eleanor niet eens noemde. Het Witte Huis beleefde ze als een keurslijf. Al gauw betrok ze een woning in de buurt waar ze met vriendinnen woonde. Adviseur Louis Howe stelde haar voor zelf ook een aandeel in de politiek op zich te nemen. Eleanor verkondigde haar feministische meningen, bezocht plaatsen in de V.S. om de resultaten van de New Deal in ogenschouw te nemen en zorgde ervoor dat Frances Perkins minister van Sociale Zaken werd en onder andere het recht voor vrouwen op een minimumloon invoerde.

De ontmoeting met journaliste Lorena Hickok leidde tot een intieme verhouding die in de pers breeduit gemeten werd en niet door iedereen werd gewaardeerd. De vrouwen maakten veel reizen samen, onder andere naar Porto Rico waar ze de armoede bestudeerden. Het zorgde ervoor dat Eleanor strijd voerde voor sociale rechtvaardigheid. In haar toespraken legde ze de nadruk op de waarden in het gezin en tegelijk sloot ze een overeenkomst met de eigenaar van een kledingzaak in New York waardoor ze een garderobe opbouwde. Met haar schoonmoeder kon ze slecht opschieten. Daarom was ze veel van huis.

Een dagelijkse column in de krant vanaf 1935 maakte haar heel populair. Ze gaf daarin ook adviezen. De dood van Howe betekende een grote aderlating voor haar. Edgar Hoover, hoofd van de FBI, kreeg meer invloed en hield haar dertig jaar lang scherp in de gaten omdat hij de macht van vrouwen als een bedreiging ervaarde. Eleanor zette zich in tegen het racisme en organiseerde een concert van de zwarte zangeres Marian Anderson voor het Lincoln Monument. Franklin wilde echter niet te veel concessies doen uit angst katholieke stemmers te verliezen.

In oorlogstijd begon Franklin aan zijn derde ambtstermijn. Eleanor was zo populair dat men een toespraak van haar wilde maar zij hield zich doof. Na de aanval op Pearl Harbor mengden de V.S. zich in de strijd. Eleanor ging in 1942 naar Londen om de Amerikaanse soldaten moed in te spreken. Omdat ze door Franklin niet meer werd gehoord, nam ze niet deel aan de verkiezingscampagne in 1944. Ze was jaloers op haar oudste dochter die haar vader naar Jalta begeleidde waar de wereldleiders over de toekomst van Europa beslisten. Na de verkiezing van Truman richtte Eleanor zich zeven jaar lang op de Verenigde Naties. Ze stond aan de basis van de Verklaring van de rechten van de mens in 1948 en de uitreiking van de Four Freedom Awards. Ze ontmoette Chroetsjov en bezocht China. In november 1962 werd ze begraven naast haar man.

Jeudy sluit af met de opmerking dat er nog veel onbekend is over haar leven. Zijn documentaire laat in ieder zien dat er in het verleden andere visies op de Amerikaanse maatschappij waren, die in een tijd met Trump haast ondenkbaar lijken.    oYiYor 

Hier de site van CPB films met daarop een synopsis en een teaser, hier mijn bespreking van de uitreiking van de Four Freedom Awards in 2014 in Middelburg.

Filmrecensie: Like father, like son (2013), Hirokazu Koreeda


Dilemma rond verwisseling baby’s

Net als in de laatste film I wish van de intrigerende Japanse filmregisseur, waarin het gaat om twee broertjes die elkaar terugvinden, draait het ook in Like father, like son om twee jongetjes. In dit geval zijn ze na de bevalling in het ziekenhuis verwisseld en in twee heel verschillende milieus terechtgekomen. Keita woont bij een welgesteld stel (links op de poster), dat verder geen kinderen kon krijgen, Ryusei is terechtgekomen in het gezin van een ambachtsman met een elektriciteitszaak (rechts op de poster) en heeft daarnaast nog een broertje en zusje gekregen. De hamvraag is wat er moet gebeuren als de verwisseling na zes jaar ontdekt wordt. Ryota, die tot dan toe dacht dat hij de biologische vader van Keita was, wil het liefst beide jongens hebben, maar daar verzetten de ouders van Ryusei zich sterk tegen. Een rechtszaak die door Ryota gewonnen wordt, leidt er wel toe dat de jongens omgewisseld worden. Ryota staat, anders dan zijn vrouw en de andere ouders, voor het behoud van de bloedband en dit heeft weer te maken met de moeilijke verhouding die hij zelf vroeger met zijn vader had.

Het feit dat het steeds alle kanten op kan gaan met de jongens, maakt de film heel boeiend. De ontdekking van de verwisseling van de jongens, die precies even oud zijn, speelt zich af vlak voor de intrede tot de basisschool en daarom zet de directeur van het ziekenhuis druk achter een snelle oplossing van de zaak. De ouders laten zich echter niet dwingen tot een beslissing en beginnen met logeerpartijtjes. Daarin is meteen al het verschil in opvoeding waar te nemen. Ryota en zin vrouw Midori zijn erg ambitieus, laten hun zoon met stokjes eten en willen dat hij zich ook op de piano sterk ontwikkelt, Yudai en zijn vrouw Yukari laten hun zoon vrij om te gamen. Yudai is tegelijkertijd veel meer met zijn kinderen bezig dan de streberige architect Ryota. Yudai gaat samen met zijn kinderen in bad en heeft fysiek contact met ze terwijl Ryota erg veel afstand houdt en op een intellectuele manier met zijn zoon omgaat. Hij spreekt van een missie die zijn zoon te volbrengen heeft als het gaat om het deelnemen aan de logeerpartijtjes en later om het verblijf bij de andere ouders voor onbepaalde tijd. Terwijl Yudai geld probeert te krijgen van het ziekenhuis, dat een ernstige fout zou hebben gemaakt, zet Ryota zijn geld en advocaat in om een regeling tot stand te brengen die hij zelf het beste vindt, over de bloedband zoals gezegd, ofwel nature boven nurture.

De ideeën van Ryota brengen hem in conflict met zijn vrouw Midori, die veel meer op de lijn van de andere ouders zit en ervan uit gaat dat het kind en zijn ouders in de opvoeding naar elkaar toe zullen groeien. Ze verwijt het haar man dat hij meteen na de ontdekking zei dat het hem duidelijk was wat er gebeurd was en dat hij haar de schuld gaf omdat ze de verwisseling niet had opgemerkt. Terwijl Midori de verschillen met haar man niet op de spits drijft en in haar gelijk bevestigd wordt door de verpleegkundige die de verwisseling eigenhandig had uitgevoerd, geven de beide jongens veel meer tegengas. Ryusei laat zich niet gemakkelijk kneden door Ryoka, die door zijn baas opgedragen krijgt zich meer met de opvoeding bezig te houden en echt zijn best doet om daar iets van te maken. Keita loopt zelfs weg als Ryoka met Ryusei terugkomt bij de elektriciteitswinkel.    

De pianomuziek draagt bij aan het stijlvolle karakter van de film. Meteen al in het begin horen we die onder beelden van beschilderde en opgeblazen plastic zakjes die door de groep waarin Keita zit in de gymzaal omhoog gehouden worden om als vliegers dienst te doen. Deze beelden volgen op het gesprek met Keita en zijn ouders over toelating tot een privéschool. Omdat Keita heeft gehoord dat dit bevorderd wordt als hij zegt dat zijn vader met hem kampeert en vliegert, liegt hij dat zijn vader dit soort  zaken met hem doet.    

Hier de trailer van Like father, like son, hier mijn bespreking van I wish.