Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 9 februari 2016

Loek Zonneveld over Thomas Bernhard, Toneelschuur, 8 februari 2016


Geen vrolijke, maar wel grappige schrijver die tegen heilige muurtjes schopt

In het kader van de programmaserie Eerste hulp bij kunst, dat zich over zes disciplines in Haarlem uitstrekt, spreekt toneelrecensent van de Groene Amsterdammer Loek Zonneveld over het leven en de opvattingen van Thomas Bernhard (1931-1989), dit omdat zijn toneelstuk De wereldverbeteraar eraan staat te komen onder regie van Erik Whien. In dit verband is ook Rob Klinkenberg, dramaturg van de voorstelling, aanwezig voor aanvullende informatie.  

Het is allereerst al verrassend dat Bernhard een halve Nederlander is, althans zo noemt Zonneveld hem, omdat Bernhard in een ziekenhuis in Heerlen te wereld kwam. Klinkenberg legt uit dat zijn moeder ongewenst zwanger was toen ze als dienstmeisje in Nederland werkte. Later woonden ze ook nog op een schip waardoor Bernhard altijd de indruk gaf dat hij een zeeman was. In 1937 verhuisde zijn familie naar Oostenrijk. Bernhard beschreef zijn herinneringen in Een kind, uitgegeven in de serie Privédomein.

Bernhard was vooral een bergbewoner en voelde hij zich het meest thuis in Oberbayern in de buurt van Salzburg, hoewel hij het gymnasium, dat hij na de oorlog aldaar bezocht, niet afmaakte. Hij ging door met een studie muziek en leed onder een zwakke gezondheid waardoor hij vaak in sanatoria verbleef. Een carrière als zanger zat er niet in, zodat Bernhard zich op de literatuur wierp, al vormen zijn toneelteksten een soort partituren met een taal die in cirkelredeneringen gaat en met controversiële inhoud zoals we ook kennen van zijn landgenoten Peter Handke en Elfriede Jelinek. Klinkenberg refereert aan een interview met Bernhard, die zijn ondervrager erop wijst dat hij altijd met zijn voet de maat aangeeft terwijl hij spreekt.

Zonneveld noemt Bernhard meer een roman- dan een toneelschrijver, omdat hij altijd lange monologen schrijft. Eerder schreef hij vijf romans waaronder Frost, dat in het Nederlands uitkwam als Vorst. Pas in 1970 schreef hij zijn eerste toneelstuk Ein fest für Boris. In 1973 zag Zonneveld voor het eerst een stuk van Bernhard onder de regie van de piepjonge regisseur Gerardjan Rijnders, De domkop en de gek geheten. Daarna kwam Baal met De wereldverbeteraar, Het jachtgezelschap en het politieke Voor het pensioen, alle gespeeld in een loods die het IJtunneltheater genoemd werd.  

Zonneveld toont een fragment van de voorstelling Minetti uit 1977, gespeeld door de oude Bernhard Minetti, die zich heel goed kon verstaan met de schrijver en diens teksten. Volgens Klinkenberg lijkt De wereldverbeteraar wel wat op Minetti, omdat daar ook iemand wacht, dit keer niet op een regisseur maar op een comité dat hem een eredoctoraat zal uitreiken vanwege zijn traktaat tot verbetering van de wereld. In de tussentijd raast de man als een gek over alles wat hem tegenstaat, door Klinkenberg een omgekeerde meditatie genoemd, al is de tirade tegelijkertijd ook humoristisch. De huidige voorstelling wordt minder anekdotisch, abstracter, waarbij het meer gaat om het vergeestelijken van de gedachte. Omdat de oude Minetti niet te overtreffen is, wordt zijn rol gespeeld door de 35 jarige Sanne den Hartogh.

Klinkenberg zegt dat Bernhard vanwege zijn zwakke gezondheid met de dood op zijn hielen leefde en dat dit ook resoneert in zijn werk. Anders dan de hoofdpersoon van De wereldverbeteraar durfde hij de dood wel in de ogen te kijken. Zijn taal is eenvoudig en glashelder, waarbij de sardonische humor overheerst. Zonneveld raadt aan Mijn prijzen te lezen waarin Bernhard commentaar geeft op alle prijzen die hij kreeg. Hij fulmineerde tegen het Oostenrijkse katholicisme dat mensen dom houdt. We zien grappige beelden van een interview tijdens zijn vakantie in Madrid, waarin hij zegt dat schrijvers niet te lang moeten nadenken over wat ze willen schrijven hun maar alleen dat schrijven wat echt nodig is. Een advies die de huidige generatie schrijvers en uitgevers zich mag aantrekken.  

Tot slot laat Zonneveld een fragment zien uit zijn zwanenzang Heldenplatz dat onder veel protest in 1988 in Wenen in première ging en over het nog steeds latente antisemitisme ging, iets wat nooit duidelijk genoeg kan worden verworpen, ook in onze tijd nog.  

Hier de bijeenkomst van vorig jaar, die toen over Tsjechov ging.

Guus Luijters en Hein Aalders over Bleib Gesund!, VPRO Boeken, 6 februari 2016


Opstandig schrijver uit zich alleen op schrift

Bleib Gesund! is de titel van het brievenboek van Heere Heeresma (1932-2011), dat door Hein Aalders, hoofdredacteur van De Parelduiker, werd samengesteld. Schrijver Guus Luijters is ook bij het gesprek aanwezig omdat hij Heeresma goed kende. Samen groeiden ze op in Amsterdam Zuid. Heeresma schreef daarover Een jongen uit Plan Zuid dat door Luijters van blijvende waarde genoemd wordt.

Wim Brands laat voorafgaande aan het gesprek een fragment zien waarin Heeresma vertelt over de ellende van de Bijlmer, waar hij later woonde. Het is een van de weinige televisiebeelden van hem omdat hij zich daar niet graag op wilde laten zien.
Luijters herinnert zich Heeresma vooral uit de tijd bij uitgever Thomas Rap, eind jaren zestig, toen ze daar tussen de middag een broodje aten. Heeresma kwam omhoog met een bromfietshelm op en vertelde smakelijke verhalen.

Brands zegt dat Heeresma nooit iets met overheidsinstanties te maken wilde hebben.
Volgens Aalders wilde hij op de eerste plaats schrijver zijn en daartoe wierp hij een pantser op tegen de buitenwereld. Om zijn imago op te houden, wilde hij zeker niet op de televisie. Om zijn privacy te waarborgen had hij een postbusnummer voor zijn correspondentie.

Brands gaat hierop door en zegt dat Heeresma geen belasting wilde betalen en zijn honorarium altijd in klinkende munt uitbetaald wilde hebben.
Volgens Luijters was dat laatste wel eens een probleem omdat men niet zoveel contant geld in kas had. Hij verklaart het gedrag van Heeresma als een overblijfsel van de jaren zestig toen men altijd contant kreeg uitbetaald.

Brands wil weten wat de bron was van zijn opstandigheid, maar krijgt daarop slechts van Luijters te horen dat Heeresma alleen door de krant geïnterviewd wilde worden. Brands vraagt daarom vervolgens aan Aalders welk boeken van Heeresma zijn favorieten zijn.
Aalders noemt Een dagje naar het strand en Een jongen uit Plan Zuid. Met dit laatste boek loste hij een belofte in waar altijd over gesproken werd. Volgens Luijters was het een fantoomboek dat hij inbracht als hij van uitgeverij wisselde.
Het boek is volgens Aalders zo goed omdat een beeld geeft van zijn jeugd in de buurt van het Olympisch stadion te midden van de joden. In de oorlog werden vele vriendjes van hem weggevoerd. De vader van Heeresma was een godsdienstleraar die sterk hechtte aan de oude traditie en het Oude Testament. Heeresma beschrijft zijn jeugd zonder de ironie, die zijn andere boeken kenmerkt.  
Luijters voegt daaraan toe dat het een kijkje geeft op die tijd vanuit de ogen van een kind. Het is avontuurlijk en beklemmend.

Brands noemt het ook ontroerend.
Luijters zegt dat de meeste kinderen verzonnen heeft, ook al zullen ze gemodelleerd zijn naar bestaande kinderen.

Brands vraagt door over de functie van de religie in het leven van Heeresma.
Aalders zegt dat de vroege dood van diens vader op zijn elfde, die thuis een orthodoxe vorm van geloven voorleefde, daarin meespeelde. In Een jongen uit Plan Zuid verheerlijkt hij zijn vader.
Volgens Luijters was hij een ideale christen omdat hij hem nooit met zijn geloof lastig viel.

Brands denkt dat Heeresma ook eenzaam was.
Aalders vond het opmerkelijk dat in Een jongen uit Plan Zuid geen postbusnummer meer vermeld staat, alsof hij daarmee voor een zelfgekozen isolement koos.

Brands sluit af met de humor die hij uitte nadat hij door zijn vrouw uit huis werd gezet.
Aalders citeert uit zijn hoofd (net als ik): Daar stond ik in mijn steunzolen met mijn hond naast me en ze keek niet eens meer om.




  

maandag 8 februari 2016

Theaterrecensie: De pindakaasprins, Holland Baroque, Philharmonie Haarlem, 7 februari 2016


Fraaie beelden zinken weg in een clichématig verhaal

Kosten noch moeite zijn gespaard om een mooie familievoorstelling op de planken te brengen. De samenwerking tussen Oorkaan, Holland Baroque en Orkater moeten garant staan voor de kwaliteit. De sfeer in de zaal en op het podium in opperbest bij de première in de Philharmonie. De jonge orkestleden lopen rond in blauwe poncho’s en hebben een blauw parapluutje op hun hoofd. De regen wordt verbeeld door dikke druppels op een scherm aan de achterwand. Tussen de orkestleden staan banken, planten, schemerplanten, die voor nog meer sfeer zorgen. Daar zijn ook de drie spelers te ontwaren die, samen met de orkestleden, een uur lang de sterren van de hemel proberen te spelen.

Esmeraldadina, Valentijntino en Jaak zijn kinderen uit een gezin waar ruzie tussen de ouders heerst. De onophoudelijke regen heeft daar mee te maken. Die maakt dat ze niet eens meer buiten kunnen spelen. Ze besluiten de raad te gaan inwinnen van een man die weet hoe de regen gemaakt wordt, maar komen nooit bij hem terecht. Ze verdwijnen in een oerwoud met sprookjesachtige elementen rond een heks met een huisje van snoep en een draak die natuurlijk verslaan moet worden, waarin vooral allerlei clichés heersen, de muzikale inzet en de sfeervolle animaties ten spijt.

De hand van regisseur Ria Marks is duidelijk te zien in de expressie die de spelers in hun spel leggen. Alle drie hebben ze hun eigen karaktertje: Esmeraldadina verdwijnt graag in haar tablet, de stoere Jaak wil elke uitdaging aangaan die op zijn pad komt en Valentijntino speelt de rol van de grote verzoener, ook tussen zijn oudere zus en jongere broer die elkaar snel in de haren zitten. Marks zorgt ervoor dat de teksten die de spelers uitspreken, waarbij zij zichzelf in de derde persoon beschouwen, nooit saai worden. Met veel flair springen ze in het rond en proberen ze met simpele handelingen een dynamiek op te roepen die echter door de barokke muziek en het slappe verhaal nauwelijks tot de verbeelding gaat spreken.

Af en toe lijkt er wat pit in de voorstelling te komen, namelijk als de orkestleden zich met het spel gaan bemoeien. Dit is bijvoorbeeld het geval als de kinderen willen gaan staken. De actie van de orkestleden met de instrumenten in de lucht zet kracht bij aan de intentie van de kinderen. Ook de twee vrouwelijke orkestleden, een gitariste en een violiste die samen de rol van heks met een Duits accent op zich nemen en Jaak proberen te troosten, doen in de verte denken aan iets wat de oppervlakte overstijgt maar over het algemeen overheerst, anders dan het projectiescherm wil doen geloven, de fantasieloosheid.

Zoals gezegd doen ook de spelers hun best om de vonk te doen overslaan. Dat blijkt bijvoorbeeld in een grappige huilscène van Jaak als hij in het bos zijn broer en zus kwijt is, een daarop volgende scène met Valentijntino die hij in een put vindt en die hij er op allerlei muzikale verleidingen uit probeert te halen, maar al gauw zitten we weer bij een prins die Esmaraldadina wakker moet kussen en dat was niet eens de pindakaasprins die ergens in het verhaal ondergemoffeld werd.

Het is bij dit alles de vraag wat kinderen van de voorstelling hebben opgestoken. Wellicht zijn ze geïmponeerd geraakt door alle kleur en beweging op het toneel maar anderzijds worden ze zwaar tekort gedaan met zo’n verhaal zonder kraak of smaak. Ook de inspanningen van iedereen die meewerkte worden door de tekst van Freek Vielen van mindere waarde dan mogelijk was geweest. De protserige namen van de kinderen zeiden het eigenlijk al. Wie zichzelf daarmee te buiten gaat, moet wel hard vallen.

Hier een filmpje van Holland Baroque over de voorstelling op vimeo.

Hip Hop-eration (2014), documentaire van Bryn Evans


Bevlogen muziekbegeleidster slaat brug tussen jonge en oude generatie

De sympathieke begeleidster Billie Jordan uit Christchurch woont sinds de aardbeving in Waiheke Island voor de kust van Nieuw Zeeland en besluit om met een groep van dertig oudere eilanders in de leeftijd van 66 tot 94 jaar, aan het werk te gaan voor de Wereldkampioenschappen Hip Hop 2013 in Las Vegas. De naam Hip Hop-eration verwijst spottend naar heupoperaties. Bryn Evans filmt Jordan gedurende de repetities en laat de deelnemers vertellen over hun vaak bewogen levens.  

Jordan deed eerder een flashmob met de mensen en weet dat er meer in zit. Ze belt met de organisatie van de WK Hip Hop in Las Vegas en hoort dat ze een video moet opsturen. Jordan gaat hard aan de slag hoewel ze zelf ook niet veel meer van hip hop weet. Het is voor haar een manier om te verbinden en om het leven van oudere mensen te veraangenamen. Ze legt ook een verbinding met jonge hip hoppers en slaat daarmee een brug tussen de oude en de jonge generatie.

Kara Nelson heeft last van artritis maar speelt desondanks op de piano. Ze vertelt dat ze uit Groot Brittannië kwam en meteen verliefd werd op het eiland toen ze hier arriveerde. Ze trouwde met een man die vroeger dicht bij haar in de buurt woonde. Ze trouwden pas laat en leefden van de visvangst. Toen haar man overleed in 2004, wilde ze niet stil gaan zitten.

Eileen Evans heeft moeite met het ritme van de muziek en ze wil nog wel een solo doen. Ze heeft vroeger opera gedaan. Ze was negentwintig toen ze haar man leerde kennen, die haar niet zag, terwijl ze toch aandacht genoeg kreeg van andere mannen. Ze vertelt over haar jeugd in de schuilkelder in Engeland en het zingen om haar angst eronder te houden. Jordan lacht zich slap als ze de yoga achtige bewegingen van Evans ziet, maar dat is goed bedoeld van deze liefdevolle begeleidster.

Terri neemt een pil om haar hartslag naar beneden te krijgen. Ze mist haar borsten, die geamputeerd werden voordat ze een kind kreeg. Ze ontbeerde steun en moest op eigen kracht verder.

Maynie Thompson van 94 jaar is de lieveling van Jordan, die haar harde teennagels knipt. Ze doet haar aan haar eigen oma denken, bij wie het altijd zo heerlijk rustig was. Maynie raadpleegde vroeger de bijbel om te weten of ze met een jongen naar bed moest gaan en besloot dat dit maar moest gebeuren. Haar man verliet haar en haar vijf kinderen, maar dat maakte wel dat ze haar eigen leven kon leiden en zich kon inzetten voor de wereldvrede. Ze vertelt dat ze eens vrijerig werd van marihuana maar dat die haar helaas werd aangeboden door een homoseksueel. Ze weet niet of ze van de dokter mee mag naar Las Vegas.  

Winnie Mitchell vertelt dat Maynie is de Verenigde Staten acties organiseerde tegen de oorlog en dat Kara dit in Groot Brittanië deed. Zelf ging ze naar dit eiland om deel te nemen aan vredesmanifestaties.   

Na een goede voorstelling met kleurige beenwarmers op het nummer Life is for the living tijdens een landelijke wedstrijd, probeert Jordan geld bij een te krijgen voor de reis naar Las Vegas. Omdat ze geen sponsor vindt besluit men de reis zelf  te betalen. De rolstoelers gaan niet mee. Maynie krijgt zowaar toestemming van de dokter om de reis te ondernemen.

Kara leert eerst nog schieten in Las Vegas. De leden zijn niet erg zenuwachtig voor het optreden. In de bus werkt Jordan hun wilde haren bij. Een mens is nooit oud om te leren, zo blijkt ook wel uit de activiteiten die de groepsleden nog steeds ondernemen.

Waiheke Island kwam eerder in beeld in The rainbow warriors of Waiheke Island van Suzanne Raes, die daarin een portret schetst van de  bemanning van de Rainbow Warrior, het schip van Greenpeace waarmee men tegen de walvisvaart protesteerde en acties ondernam tegen kernproeven.

Hier de trailer van Hip Hop-eration, hier mijn bespreking van The rainbow warriors of Waiheke Island.

zondag 7 februari 2016

Theaterrecensie: Beckett Boulevard, De koe, Toneelschuur, 6 januari 2016


Hoe echt is echt?

Het kan niet missen. Opnieuw buigt De koe zich over het probleem van schijn en wezen. Ze zijn met het onderwerp vergroeid en komen er in Beckett Boulevard opnieuw mee aan en wel op een directe, maar meteen ook, door hun aard, versluierende wijze, die met veel fijnzinnige humor naar voren gebracht wordt. Peter van den Eede, Natali Broods en Willem de Wolf belichten het onderwerp echtheid van diverse kanten die sterke raakvlakken met elkaar hebben. Peter reflecteert met zichzelf aan het begin met een spiegel en wordt op het eind sterk met zijn spiegel geconfronteerd. Zelfs de grond waarop ze staan wordt gevormd door een glasplaat.

De acteurs zijn dermate goed op elkaar ingespeeld dat ze daarmee de draak spelen. Ze draaien de werkelijkheid steeds een kwartslag om en komen dan uiteindelijk weer uit bij het begin, maar wel verrijkt door de bijna twee uur durende confrontaties die ze met elkaar zijn aangegaan. Ze prikken door lagen, dalen en stijgen gelijk men dat in een parkeergarage doet, waar men kan verdwijnen in duistere gangenstelsel. De gelaagdheid is ook af te zien van het grijs gestreepte doek dat achter hen hangt en waarop ook filmpjes geprojecteerd worden.

Beckett Boulevard is zeer veelzijdig, te beginnen met een hoorspelachtig interview waarin Natali vertelt over een vakantie in Duitsland waar ze een lift kreeg van een man die wel een avontuurtje met haar wilde beginnen terwijl zij meer geïnteresseerd was in het boek dat ze aan het lezen was, al kan ze zich niet meer herinneren welk boek dat was. Het brengt haar tot het onderwerp van de voorstelling, het midden, dat het politieke midden kan zijn, maar net zo goed elk ander midden. Begrippen maken bij De koe deel uit van een taalspel.

Dat laatste wordt heel fraai weergegeven in de scène die een samenspraak behelst over het kwijt raken van de weg in een parkeergarage. Meteen stuiten we hier op de titel van de voorstelling. Samuel Beckett wordt enkel vernoemd in de Boulevard waaraan een tentoonstellingsruimte gelegen is die ze bezocht hebben, voordat ze in de garage het spoor bijster raakten. Dat komt ook omdat ze een moeilijk gesprek voerden over het wiskundige midden, een thema waar ze toch al helemaal geen verstand van hadden.

Hoofdmoot van de voorstelling bestaat uit een scène in een restaurant waarin Willem en Natali hun verhouding nog eens onder de loep nemen en Natali haar politieke ambities aankondigt, terwijl Peter zich op de achtergrond als ober opstelt. Het vormt een boeiend uitgangspunt om allerlei posities ten opzichte van spel en werkelijkheid met elkaar door te nemen. Heel amusant is een filmpje waarin het drietal in de televisiestudio ondervraagd wordt door Jan Hautekiet. De presentator prikt nogal gemakkelijk door hun bedoelingen heen. Peter en Willem kunnen niet tot de kern komen, terwijl Natali het begrip identiteit opwerpt als onderwerp van de voorstelling.

Dat laatste begrip brengt Peter tot een fraaie uiteenzetting over het verschil tussen oberen en acteren, tussen echte onechtheid of gespeelde onechtheid. Een slecht acteur is in zijn visie een goede ober. Hij verleidt zelfs Willem om na te denken over het feit of hij zich zelf zou herkennen als hij zichzelf op straat zou tegenkomen. H Heel Niets staat vast. Zelfs zouden we Natali straks nog in de politiek kunnen verwachten. Voor Peter dan het liefst met haar mooie lange haren en haar wijsheidstanden.

De toon blijft heerlijk low profile, de intelligentie is groot. Willem werpt een blik vooruit naar een nieuwe tekst, waar niets op aan te merken valt en het gezelschap duikt ook in het verleden. Het was alleen jammer dat er soms van verschillende kanten te veel tegelijk getoond werd, waardoor de kijker het spoor bijster raakte, zoals tijdens de projectie van een cowboyfilm met daaronder een tekst, terwijl Peter op het toneel tevergeefs het piepschuim probeert op te zuigen dat uit de doos komt waar Willem een ingepakte stoel uithaalt. Ongetwijfeld dienen we dit ook als symbolisch op te vatten. Niets zijn we zonder onze verpakking.

Hier meer informatie op de site van De koe.

The kids are OK (2015), documentaire van Ton Wolswijk


Militaire actie om adoptiekinderen naar Nederland over te brengen

Het is inmiddels zes jaar geleden dat Haïti getroffen werd door een verwoestende aardbeving, die de hoofdstad Port au Prince met de grond gelijk maakte. Ton Wolswijk maakte een jaar geleden een documentaire over de actie om honderd adoptiekinderen naar Nederland te vervoeren. Hoewel de actie ook op kritiek stuitte, zijn de beelden ontroerend.

Wolswijk laat eerst een aantal moeders aan het woord die korter of langer op een pleegkind wachtten. Miranda wachtte al jaren op Fanelson, Petra op de vijftien maanden oude Jessica, Jolanda zelfs op een drietal kinderen, die ze al eerder bezocht had, maar die vanwege een verandering van de adoptieprocedure nog niet weg mochten.  Je  

Macky Schouten Hupkes van de Adoptie Stichting vertelt over de gang van zaken in de dagen na de aardbeving. De paniek die ze voelde over het lot van de adoptiekinderen in de weeshuizen de geruststelling van de Nederlandse consul dat ze allemaal nog leefden, ook de twee Nederlandse ouderparen die daar op dat moment op bezoek waren. Laurens en Yonne, die twee meisjes toegewezen hadden gekregen, keerden met een leeg gevoel terug naar Nederland omdat ze de meisjes niet meteen mochten meenemen, maar voor onbepaalde tijd in de wacht werden gezet. 

Omdat de toestand in de kindertehuizen vanwege plunderingen en vertrek van verzorgsters verslechterde, bedacht Hupkes het plan om een vliegtuig te huren en de kinderen op te halen. Ze kreeg een garantieverklaring van een verzekeringsmaatschappij, vond begrip bij Buitenlandse Zaken, maar kreeg van Justitie te horen dat men binnen de bestaande wetten en regelgeving wilde blijven. 

Omdat niet voor alle kinderen de procedure al was afgerond, kwam Hirsch Ballin eraan te pas om de laatste formaliteiten glad te strijken. Hij regelde via de consul een en ander met de regering in Haïti, die mondeling en later ook schriftelijk toestemming gaf voor de actie.

Hupkes vertelt dat het vliegtuig met aan boord de nodige hulpverleners eerst naar Curacao vloog en daar wachtte tot alle kinderen door mariniers en hulporganisatie USAR uit de vier verschillende weeshuizen waren opgehaald. In het basiskamp op de luchthaven verzorgden de mariniers de kleintjes voordat het vliegtuig arriveerde. Stoere soldaten waren bezig met het geven van flesjes en het verschonen van poepluiers.

Inmiddels hadden de ouders die de kinderen toegewezen kregen, de tijd om de komst voor te bereiden. Yvonne kocht kleding, Miranda droeg haar werk over omdat ze drie maanden verlof nam, Laurens, die zowel blij was over de komst maar ook verdrietig over de ramp, volgde op internet het vliegtuig op zijn weg naar Port au Prince.   

De sfeer was grimmig op de luchthaven die door de Amerikanen was overgenomen. Om te voorkomen dat inwoners zouden vluchten moesten alle hulpverleners aan boord blijven. De kinderen wist niet wat hun overkwam toen ze van de ene in de andere armen overgingen. Hupkes hoorde het mooiste huilconcert van haar leven.

Na de aankomst in Eindhoven nam Petra haar dochtertje in de armen en was een tijdlang sprakeloos. Laurens beleefde het begin van zijn gezin als een van de mooiste dagen van zijn leven. Hupkes was blij dat alle kinderen, waarvan sommigen eerst vanwege uitdroging nog naar het ziekenhuis moesten,  het tenslotte overleefden.   

Hier de trailer.

zaterdag 6 februari 2016

Filmrecensie: Paranoia (1967), Adriaan Ditvoorst


Mooie wilde beelden van de ondergang van een Nederlands soldaat

De Nederlandse filmer Adriaan Ditvoorst, die helaas een kort leven beschoren was, baseerde zijn eerste lange speelfilm op de novelle Paranoia (1953) van Willem Frederik Hermans. Deze gaat over een Nederlandse soldaat die weinig van de oorlog heeft meegemaakt en zich inbeeldt dat hij een gevaarlijke SS-er is. Ditvoorst brengt dit verhaal op fraaie wijze tot leven. Met zijn losse cameravoering was hij zijn tijd vooruit.

Paranoia begint met beelden van soldaat Arnold Cleever (Kees van Eyck) die ten oorlog gaat. Hij staat met zijn plunjezak te wachten op een provinciaals stationnetje en begint van arren moede maar te lezen in zijn boek. Volgens de omslag, die we frontaal in beeld krijgen, gaat het om Robinson Crusoë van Daniel Defoe. Daarnaast krijgen we een kaart in beeld die Arnold aan zichzelf geadresseerd heeft, te weten aan Amstel 5 in Amsterdam, waarin hij bekent dat hij bang is voor wat komen gaat.  

Vervolgens maakt de film een sprong naar drie jaar na de oorlog . Arnold woont in een zolderkamer van het bovengenoemde grachtenpand aan het water. Zijn huisbaas dreigt hem uit te zetten. Hij heeft een vriendinnetje Anna (Pamela Koevoets) die op de fiets het contact voor hem met de buitenwereld onderhoudt.  

Arnold gaat naar zijn oom die filmer is om te vragen of die een oplossing weet. Arnold fluistert tegen zijn oom. Hij heeft zojuist in de krant een bericht gelezen over een ontsnapte Waffen SS-er die vanwege shellshock niet meer kan praten en identificeert zich met deze jongeman. De oom zegt alleen dat hij niet zomaar uitgezet kan worden en heeft verder alleen oog voor zijn maitresse. Samen kijken ze naar beelden van de provorellen. Voor hij weggaat neemt Arnold het pistool van zijn oom uit diens bureaulade mee.

Anna maakt zich zorgen over Arnold. Ze gaat zelfs naar de autoriteiten om te vragen of Arnold niet gewoon in zijn huis kan blijven, maar dat is helemaal tegen de zin van Arnold, die zich steeds meer bedreigd voelt. Anna hoort vervolgens van haar vader dat Arnold helemaal niets verkeerds gedaan heeft in de oorlog. Hij kent namelijk een leraar van Arnold die van zijn verleden op de hoogte is. Arnold zoekt vooral zichzelf, zegt de vader tegen Anna.

Anna probeert Arnold weer meer op aarde te krijgen. Ze kookt voor hem en gaat met hem vrijen, hetgeen heel teder in beeld wordt gebracht. Dat kan echter de gekte niet uit het hoofd van Arnold halen. Hij sluit de naakte Anna op in een kamer en wacht, met het pistool in de hand, de komst van de huisbaas af. Zoals te verwachten is, loopt het allemaal slecht af.

Het leven van Arnold wordt mooi wild in zwart wit gefilmd. De camera zit dicht op de personen zoals later ook gebeurde in de Dogma films. Beeld en geluid lopen niet altijd synchroon. Ik vroeg me af of dit door een technisch probleem kwam of dat dit zo bedoeld was. Dat laatste vindt ondersteuning in het feit dat de Waffen SS-er niet meer kon praten maar alleen fluisteren.

Hier een stukje uit de film waarin Anna in een café luistert naar het nummer Love me please love me terwijl ze door de kroegbaas een glaasje Exota ingeschonken krijgt.