Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 26 september 2016

Recensie: Moederziel (2015), Krijn Peter Hesselink


Groteske fantasieën van getraumatiseerde hoofdpersoon slaan elk medeleven plat

Dichter en vertaler Krijn Peter Hesselink waagde zich op het pad van de fictie met zijn debuutroman Moederziel. Daarin portretteert hij het leven van Jonathan die een moeilijke jeugd beleefde en daar later weer mee geconfronteerd wordt. Het aardige idee pakt helaas in de roman niet bijster goed uit. De stijl zwabbert nogal en de hoofdpersoon heeft fantasieën in zijn hoofd die voor hem zeer te verklaren zijn, maar voor de lezer minder interessant. Omdat de afloop een wezenlijk element in de roman is die bijna met een anekdote is samen te vatten, zal ik daar in ieder geval niets over verklappen.

Hesselink wisselt episoden uit de jeugd van Jonathan af met fragmenten waarin hij met zijn vriendin Mariëlle op vakantie is bij zijn vader die een vakantiewoning in Drenthe heeft. Op een ochtend komt hij in het dorp zijn moeder tegen, die hij al heel lang niet gezien heeft. Jonathan die slechts gekleed in een witte linnen broek naar de apotheek is gehold om de morning after pil te halen, wordt door de apotheker gezien als een man van de wereld maar daar blijkt weinig van. Hij heeft die nacht niet stiekem een meisje bezwangerd en rent uit schuldgevoel naar de apotheek om de gevolgen van zijn daad ongedaan te maken, maar is daar naar toe gegaan na een staand nummertje in de donkere tuin van de vakantiewoning met zijn vriendin Marielle die de gewone pil vergeten was, hoewel het ook wel weer spannend is dat de vader hen vanuit zijn slaapkamer begluurde.

De stukken die over de eenzame jeugd van Jonathan gaan, spreken dan meer aan.
Jonathan trof het niet met een moeder die enorme driftbuien had en een vader die zich als een kamergeleerde in zijn studeerkamer terugtrok. Later komt er een nieuw gezin met dochter Fleur naast hen wonen, maar het contact met haar wordt verbroken als zijn vader een verhouding krijgt met de buurvrouw, hetgeen voor de moeder reden is om terug te gaan naar haar familie dan wel naar een verpleeginrichting, dat blijft in het midden.

Hesselink schrijft korte zinnen die soms niet afgemaakt worden, hetgeen een warrige indruk maakt. De fantasieën van Jonathan zijn ronduit flauw en soms ook vreemd. Een voorbeeld van het eerste is een fantasie over de tuin van de nieuwe buren waar eerst een tuinkabouter had gestaan die verdwenen is. Hesselink merkt daar uit hoofde van Jonathan over op dat hij vast zijn baasjes achterna was gegaan. ‘ Misschien had hij al zijn spullen in een knapzak gestopt, als hij al spullen had, en was hij in het bos gaan wonen, net als Paulus de Boskabouter.’
Een voorbeeld van de vreemde gedachtewereld van Jonathan blijkt als hij na het eindexamen een eerste nacht naast Mariëlle beleeft. Jonathan is al vroeg wakker en vreest een schrikreactie van het zestienjarige meisje als ze wakker wordt: ‘Mariëlle zou zich doodschrikken als ze in haar bed op een ander lichaam stuitte. Een indringer.’
De relatie wordt nooit een succes. Vanaf het begin houden de twee vol dat er geen liefde in het spel is, maar dat is geen reden om toch met elkaar door te gaan.

De voorbeelden maken de sfeer in de roman bij voorbaat lauw. Jonathan zegt zelf dat hij na die eerste nacht met Mariëlle zijn rol bleef vervullen. Ook het laatste gesprek tussen de twee in de roman is psychologisch pover. Gedachten worden niet afgemaakt om toch vooral maar de status quo in stand te houden. Het is te hopen dat Hesselink in een nieuwe roman met dit, zoals hij zelf zegt, laffe personage afrekent, ook al is Jonathan zelf niets kwalijk te nemen. Dat een onmogelijk stel ouders het leven van een kind kan verprutsen is de enige conclusie die uit dit debuut te trekken is.   

Peter Terrin over Yucca, VPRO Boeken, 25 september 2016


Bekende hoofdpersonen in nieuwe roman

Peter Terrin heeft een nieuwe roman geschreven waarin de hoofdpersonen al voorkwamen in twee eerdere romans. In Blanco maakten we kennis met Viktor, een celbioloog die zijn vrouw verliest bij een ontvoering, schuld heeft aan de dood van zijn zoon en in de gevangenis belandt waar hij na elf jaar net weer uit ontslagen is. In Post mortem wordt het verhaal verteld van Renée, die op jonge leeftijd ernstig verlamd raakt. In Yucca worden hun latere levens afwisselend beschreven. Terrin zegt dat Yucca ook zelfstandig te lezen is. Viktor was hem heel dierbaar. Hij had te doen met de man die zoveel tragiek in zijn leven kende. In Yucca wilde hij Viktor helemaal opnieuw laten beginnen. Dat blijkt ook uit het feit dat hij alle tastbare herinneringen aan de gevangenis van zich af werpt. Ook Renée begint opnieuw. Ze vertelt haar zoontje over haar vroegere leven. Terrin wilde in Yucca het denken voor blijven door snel te schrijven. De personen namen hem bij de hand. Dus ook voor hem was het een nieuw begin.

Jeroen van Kan vraagt of het tot een zelfportret heeft geleid.
Terrin zegt dat het niet bewust zo bedacht is, maar dat Van Kan dat zo kan noemen. Hij begon niet vanuit thema’s maar met de personen. Post Mortem handelt over het trauma van Renée vanuit het standpunt van de vader. Dit keer krijgen we het standpunt van Renée te horen door het verhaal dat aan haar zoontje vertelt. Haar motorische beperking is minder erg dan haar dwangstoornis. Tellen geeft haar een gevoel van magische kracht, waarmee ze alles onder controle wil houden. Omdat ze blijft spelen, wordt ze kunstenares. Terrin zegt dat hij probeerde met deze schets het ziekteverleden van zijn dochter te verwerken.

Van Kan merkt op de werkelijkheid en fictie hierdoor erg door elkaar lopen.
Terrin antwoordt dat iedere ouder nadenkt over de toekomst van zijn of haar kind. Omdat Renée kwetsbaar is, houdt haar toekomst hem nog meer bezig. Hij heeft geen schroom om haar leven alvast in te vullen. Op dit moment is Renée een 29 jarige kunstenares met een zoontje, die zich bedreigd voelt en haar zoontje over haar moeilijke verleden vertelt.

Van Kan waarschuwt voor de dag dat de echte Renée het boek zal lezen.
Terrin zegt dat dit pas met haar zestiende zal zijn. Dan zal hij het oordeel van haar horen over zijn weergave van haar toekomst.

Van Kan wil weten waarom Terrin terugkomt op Viktor.
Terrin vroeg zich af hoe het hem na zijn gevangenschap zou vergaan. De verhalen over de twee hoofdpersonen gaan thematisch over dezelfde onderwerpen. Die van het loslaten van het verleden en meer op het eigen instinct vertrouwen. Viktor laat zich meedrijven naar het onbekende en ontmoet een helper die een wederdienst van hem verlangt, waarbij onduidelijk is wanneer dat moment gekomen is. Het enige dat hij kan doen is het denken hierover los te laten en zich te richten op het hoger ofwel instinctief weten. Op het eind van de roman wordt het moment beschreven, waar Renée met haar getallenmanie bij betrokken is.

Van Kan vraagt of Terrin Viktor hierna nog eens zal opvoeren.
Terrin heeft bewust een open einde aangehouden. Hij is nog niet klaar met de man en mist hem nu al. Viktor is dichterbij gekomen. Terrin heeft compassie met de zoekende man , die via anderen probeert te achterhalen wie hij is.  

Hier mijn bespreking van Post mortem.

zondag 25 september 2016

Theaterrecensie: Het moet wel leuk blijven, Golden Palace, Toneelschuur 24 september 2016


Slapstick overheerst de ontroering in hilarische voorstelling

Toneelgroep Golden Palace pakt boeiende onderwerpen aan. Na de voorstelling Seksbom van afgelopen herfst, die over de sterke seksualisering van jonge meisjes ging, staat nu de treurige toestand van de maatschappij centraal. Via een grappige invalshoek wordt het verval van ons sociale leven aan de kaak gesteld. De vier spelers, die zich voordoen als leden van de amateurtoneelgroep De Toekomst, hebben ieder hun eigen opvattingen over de wantoestand, hetgeen veel hilarische momenten oplevert, waardoor echter de ernst enigszins verloren gaat.

De toon is meteen goed getroffen. De spelers stellen zich kort voor aan een lange tafel en onder een groot doek met wolkenpartijen dat verder niet in de voorstelling gebruikt wordt. John wil terug naar een meer sociale, wellicht zelfs communistische maatschappij, Linda houdt een vurig pleidooi voor meer onderlinge betrokkenheid, Menno voert actie tegen de vervuiling door plastic en Victor is vooral geïnteresseerd in politieke verandering, onder andere door korter werken en een basisinkomen.

Vervolgens krijgt ieder de tijd de eigen ideeën nader toe te lichten. John (David Eeles, rechts op de omslag) vertelt dat hij als kok in een verzorgingstehuis werkt en daar veel ellende ziet. Hij deed daarvoor de catering voor communitytheater in Berlijn, dat Die Mutter van Bertold Brecht speelde en laat een lied van Eisler horen waarin een daklozenkoor het refrein zingt. Zijn performance is heel sterk en dat geldt ook voor die van Linda (Monique Kuijpers. midden) die met net zoveel strijdlust haar standpunt over verbinding probeert uit te leggen. Als je iemand uitsluit, zegt ze, sluit je een deel van jezelf uit. Ze kiest daarom voor zachtheid en laat dit zien aan de hand van een gesluierde dans. John ziet daarin mogelijkheden voor een combinatie met Brecht, hetgeen tot een hilarische scène leidt.

Dan is het de beurt aan Menno (Titus Boonstra, boven) die in een kringloopwinkel werkt en clownerie als middel ziet om zijn bedoelingen over te brengen. Hij doet dit dan ook in een kolderieke sketch, waarin het plastic bestek de anderen om de oren vliegt. Victor (Chiron Holwijn, links) tenslotte werkt in een elektronicabedrijf en brengt zijn verbeterpunten in een amateuristische rap.

Zwakheden worden opgevangen door de dubbele bodem die de constructie van een amateurvoorstelling biedt, waardoor ze als sneeuw voor de zon verdwijnen. Na een scène waarin men verschillende maatschappelijke typen op straat uitbeeldt waarbij een oud vrouwtje de dupe wordt van een gefrustreerde kerel, zegt Linda dat ze nog op zoek zijn om een manier om het publiek te bereiken, om het helemaal voor hun opvattingen te winnen. John raakt teleurgesteld als hij merkt dat het publiek niet meedoet met hun uitbeelding van recente rampen in een bewegend tableau. Victor wil het probleem op systeemniveau op te lossen, maar Linda kiest voor een directe oplossing. Ze ziet het publiek het liefst naakt op het podium, samen en nooit meer alleen.

Een grappige improvisatie van clowns op zoek naar een betere wereld leidt tot een aankomst op een onbewoond eiland, waar ze volgens Victor meteen kunnen beginnen om zijn vijfpunten programma tot uitvoering te brengen. Linda trekt haar broek en shirt uit om meteen de vrijheid te kunnen voelen, maar John, die de lachers vaak op zijn hand heeft, relativeert de boel door te stellen dat hij niet weet of de brandweer het goed vindt als iedereen maar het toneel op komt, waarna men afsluit met een toepasselijk lied dat Mijn utopie heet.

De gekozen invalshoek biedt veel mogelijkheden om de behoefte aan maatschappelijke verandering voor het voetlicht te brengen, maar leidt tegelijk ook af van de ernstige bedoelingen van de sympathieke spelers. Slapstick overheerst boven de ontroering over hun haast wanhopige pogingen om iets aan de maatschappelijke wanorde te doen. Wellicht kan regisseuse Ingrid Kuijpers het evenwicht tussen die twee nog herstellen voordat de perspremière in Amersfoort plaatsvindt. Dat zou de voorstelling kunnen doen uitgroeien tot een nog groter succes dan het al is.

Hier mijn bespreking van Seksbom.

Filmrecensie: Bande de filles (2014), Céline Sciamma


Jonge zwarte vrouw zonder veel toekomstmogelijkheden sluit zich aan bij vrijgevochten meidengroep.

Met Bande de filles ofwel Girlhood vervolgt Céline Sciamma de mooie reeks films die ze inzette met Naissance des pieuvres (2007) en Tomboy (2011). In Bande de filles volgt Sciamma de zestienjarige zwarte Marieme (Karidja Touré) die in een banlieue rond Parijs woont en weinig mogelijkheden in de toekomst heeft. Een vader in het gezin is afwezig, de moeder werkt als schoonmaker en is zelden thuis, de oudere broer Djibril regeert over Marieme en haar twee jongere zusjes Bébé en Mini.

Sciamma begint de film krachtig met beelden van een footballwedstrijd tussen jonge vrouwen, die verder nooit meer herhaald wordt en dan ook eerder de strijd symboliseert die tussen de verschillende groepen in de banlieue gestreden wordt. Na afloop lopen de meiden van het elftal terug naar huis. Steeds neemt een van hen afscheid waardoor op het laatst alleen Marieme nog overblijft. Ze ziet erop toe dat de jonge Mini door Bébé naar bed wordt gebracht, dolt met Bébé die al borstjes begint te krijgen en gamet in de kamer van Djibril tot ze daar door hem weg wordt gestuurd. Kortom, Marieme is een toffe meid die worstelt met het leven in een arme buitenwijk.

Dat wordt er niet beter op als ze niet verder mag met haar school en een beroepsopleiding moet kiezen die weinig perspectief biedt. Al gauw in de film komt ze in het vaarwater terecht van een drietal vrijgevochten jonge zwarte vrouwen die Adiatou, Lady en Fily heten en die ervan houden om in het centrum Parijs de bloemetjes buiten te zetten. Ze gaan ook de confrontatie aan met andere meidengroepen en troggelen geld af van leeftijdsgenoten waarmee ze een hotelkamer kunnen huren om daar ze de gestolen jurkjes aan elkaar tonen. Echt gemeen zijn ze niet en ze hebben veel voor elkaar over. Adiatou, die de leider van de groep is, geeft Marieme een kettinkje met de naam Vic dat staat voor Victorie, hetgeen geen verkeerde benaming is omdat Marieme later in een gevecht met een andere jonge vrouw op school een eerdere nederlaag van Lady wreekt.

Marieme krijgt verkering met Ismaël, de vriend van haar broer, die daar echter niet van gediend is. Ze mag zelfs niet haar mobieltje uitzetten en wordt daarover terechtgewezen door Adiatou. Het maakt dat Marieme steeds meer tussen twee vuren komt te zitten, waardoor ze besluit het huis te verlaten en haar toevlucht tot iets beters te zoeken. Ze komt in contact met pooier Abou, die haar erop uit stuurt om incognito drugs te leveren aan tijdens feestjes. Na een ruzie met Abou die haar tijdens een feestje in zijn eigen huis vernederend toespreekt, verbreekt ze de banden met hem. Ismaël wil graag met haar trouwen, maar Marieme heeft helemaal geen zin in een leven dat voorspelbaar is. Hoe dat echter wel gaat lopen is een vraag die buitengewoon fraai in beeld wordt gebracht.  

Als om de verschillende tijdsintervallen aan te geven zet Sciamma af en toe het beeld op zwart waarna de kijker vervolgens weer getroffen wordt door de mooie invalshoeken waarmee Sciamma filmt. Dat blijkt onder ander als we de meiden uitdagend zien dansen in een moderne wijk die lijkt op La defense of als Marieme met fraaie rode naaldhakken een trap bestijgt, waarna we het fraaie jurkje en het witte kapsel in beeld krijgen waarin Marieme zich van haar opdracht als drugskoerier kwijt.  

Bande de filles ofwel Girlhood is een fraaie tegenhanger van Boyhood uit hetzelfde jaar, waarin Richard Linklater gedurende twaalf jaar de ontwikkeling van de jongen Mason uit een Amerikaans gebroken gezin laat zien.

Hier de Engelse trailer van Bande de filles ofwel Girlhood, hier mijn verslag van Naissance des pieuvres, hier dat van Tomboy, hier dat van Boyhood.

zaterdag 24 september 2016

Wetenschappers kijken in de ziel (2016), zesdelige gespreksserie van Coen Verbraak


Wetenschappers vormen de nieuwe beroepsgroep die in zes afleveringen door Coen Verbraak aan de tand wordt gevoeld over hun werk. Twaalf uitgenodigde personen uit diverse, soms moeilijk met elkaar te vergelijken, takken van wetenschap vertellen in het Trippenhuis in Amsterdam openhartig over hun werkzaamheden en opvattingen. Het valt niet mee om die allemaal onder één noemer te brengen, vandaar dat mijn verslag onvermijdelijk onvolledig en subjectief is.

Aflevering 1: Voorbij de grenzen van het weten

In de eerste aflevering worden de grenzen van de wetenschap afgebakend. Veel nieuws levert dat, anders dan over kennisvermeerdering en algemene geldigheid, niet op, of het moeten de voorbeelden van wiskundige Ionica Smeets (zie foto) zijn over verbanden tussen zaken die niet afdoende zijn, zoals het verband tussen verdrinkingen en ijs eten, omdat daar nog het mooie weer tussen zit of het verband tussen bijziendheid en nachtlampjes, omdat die eerder door bijziende ouders worden gebruikt. Populaire tijdschriften geven dit soort verbanden vaak in hoofdletters weer en leveren daarmee verkeerde informatie. Smeets, die ook wetenschapscommunicatie gedaan heeft, vindt het belangrijk dat resultaten van onderzoek goed doorgegeven worden. Slimheid is niet de belangrijkste eigenschap van een wetenschapper. Ze kent hoogleraren die op de mavo begonnen zijn. Zelf wist ze niet of ze opgelucht of bedroefd moest zijn nadat een onderzoeksvoorstel van haar werd afgewezen. Dat gebeurde ze vaker, hoorde ze van een collega. Volgens kankeronderzoeker Hans Clevers is incasseringsvermogen in de wetenschap nodig. Dat heeft psycholoog Marcel Zeelenberg gemerkt toen hij een onderzoeksresultaat niet gepubliceerd kreeg.  

Hersenonderzoeker Jeroen Geurts wijst op het belang om de juiste vragen te stellen. Dit heeft eerder te maken met wijsheid vergaren dan met kennisverwerving. Volgens primatoloog Frans de Waal begint wetenschap met de eigen waarneming. Fysicus Robbert Dijkgraaf vergelijkt het vinden van de juiste verbanden met het vinden van het begin van een rol plakband. Als men geluk heeft, rolt het daarna vanzelf af. Volgens econome Barbara Baarsma gaat het in de wetenschap om de ruimte om te denken en te twijfelen. Psychiater Damiaan Denys meent dat wetenschappers veel zaken een beetje moeten kunnen, waaronder sociale vaardigheid. Bacterioloog Roel Coutinho zegt dat wetenschappers vaak lastig zijn, omdat ze anders naar de wereld kijken dan de doorsnee mens. Dijkgraaf maakt zich door zijn synesthetisch brein gemakkelijker abstracte kennis eigen. Hij kent collega’s die slimmer zijn dan hijzelf en vindt het inspirerend te horen wat zij allemaal weten.

Aflevering 2: Zoeken en vinden

Voor biochemicus Martijn Katan is het onderzoeksproces er een van zwoegen omdat hij erg perfectionistisch is. Hij weet nooit wat een vraag oplevert en had nooit gedacht dat zijn onderzoek naar de schadelijkheid van transvetten tot uitbanning daarvan in koekjes zou leiden. Clevers zegt dat de stamcellen die hij onderzoekt, een ongezochte bijvangst waren. Volgens Denys speelt toeval altijd een belangrijke rol, al moet men daar wel oog voor hebben. Veel medicijnen zoals antipsychotica werden ontwikkeld met een ander doel.

De wetenschappers vinden dat hun onderzoek herhaalbaar moet zijn, al is dat in de sterrenkunde niet altijd mogelijk. Coutinho zegt dat natuurwetenschappenschappelijk onderzoek gemakkelijker uit te voeren is dan onderzoek in de sociale wetenschappen, hetgeen Dijkgraaf tot de stelling brengt dat de laatste wetenschappen veel kwetsbaarder zijn. Verbraak hamert er nogal op dat veertig procent van de resultaten van het onderzoek in de laatste soort wetenschap niet klopt. Men zou zich ook kunnen afvragen of dit ook niet op een heel andere manier gedaan moet worden.

Aflevering 3: Nut en noodzaak

Zeelenberg zegt dat wetenschap de mens vooruit helpt en de anderen zijn het daarmee wel eens. Geurts legt uit dat men de oorzaak van MS ontdekte door de afbraak van de isolerende laag van de uitlopers van zenuwcellen hetgeen wanorde in het neurologisch systeem veroorzaakt. Dijkgraaf spreekt zich uit voor het nut van nutteloze kennis. Volgens Smeets zouden we anders nog steeds in berenvellen rondlopen. Coutinho herinnert aan de urgentie om een medicijn tegen aids te ontwikkelen. Uiteindelijk moet er volgens hem een vaccin tegen de virusziekte komen. Hij is het niet eens met de stelling dat de wetenschap de vragen van het publiek kan oplossen. De War on Cancer was dan ook een domme actie. Ook Clevers meent dat resultaten niet af te dwingen zijn. Landbouwkundige Louise Fresco vindt de breedte van onderzoek belangrijk. Het is de basis van het topje van de ijsberg die voor iedereen zichtbaar is. De wetenschapsagenda probeert tegemoet te komen aan vragen van het publiek. Volgens Fresco maakt dit een gesprek over prioriteiten van onderzoek mogelijk. Geurts geeft lezingen en heeft dan voeling met het publiek. Dat kan volgens hem niet van elke wetenschapper gezegd worden. Coutinho zegt dat wetenschappers de vragen van het publiek eerst nog in een onderzoeksvraag moeten vertalen.

Dijkgraaf legt uit dat Princeton een universiteit is zonder studenten dat aan wetenschappers een vrijplaats biedt om rustig onderzoek te doen. Elke middag drinkt men thee met elkaar. Men schaamt zich er niet voor om te zeggen dat men iets niet begrijpt. Dijkgraaf meent dat een mens verward kan zijn over de simpelste zaken. De sfeer van openheid is belangrijk om verder te komen. Volgens Denys ziet men, net als de religie vroeger, de wetenschap als een geloof, dit maal in zekerheid. Dat zegt veel over onze tijd.

Aflevering 4: Over de schreef

Verbraak vraagt of de wetenschap een krabbenmand is of een vriendenclub. De meesten vinden dat concurrentie hevig is, maar dat men elkaar daarmee ook vooruit helpt. Volgens Katan is de publicatieplicht de beste kwaliteitscontrole die we hebben. Het gesprek gaat daarna over de inhoud daarvan: de bladen waarin gepubliceerd wordt, de ranking die daarmee samenhangt en het belang van de plaats op de omslag waar de onderzoeker genoemd wordt, al speelt dat minder in de wiskunde omdat daar minder personen bij een onderzoek betrokken zijn.

Vervolgens komt het onderwerp fraude aan bod. Dijkgraaf noemt dit moedwillig bedriegen. Geurts blijft het liefst uit de buurt van personen die data verzinnen, maar bekent dat hij het laf vindt van zichzelf dat hij daar niets tegen doet. Met een replica onderzoek is niet zo gemakkelijk vast te stellen dat er gefraudeerd is, want de verschillen kunnen overal in zitten. Dijkgraaf zegt dat het soms moeilijk vast te stellen is of men iets zelf bedacht heeft of het ergens gehoord. Naast plagiaat is er ook zelfplagiaat, waarbij men eerdere conclusies van zichzelf niet vermeld. Fresco spreekt van een glijdende schaal van betrouwbaarheid. Daar was bij Diederik Stapel geen sprake van. Zijn vriend Zeelenberg schrok zich dood toen hij van diens fraude met data hoorde, die zelfs de New York Times haalde. Hij is er nog steeds door geraakt. Ze komen elkaar nog wel eens tegen maar van vriendschap is geen sprake meer.

Aflevering 5: Wie betaalt bepaalt

Katan omschrijft de wetenschapper als een zwerver die altijd op zoek is naar geld om zijn onderzoek te kunnen financieren. Couthino maakt er geen geheim van dat hij ook met de farmaceutische industrie samenwerkt, maar zegt daarbij dat hij belangrijk is om de verschillende belangen goed in de gaten te houden. Baarsma is het hiermee eens. Volgens Fresco heeft de industrie zelf ook belang bij goede producten. Smeets kent hoogleraren die op een verkeerde manier samenwerken en Clevers weet alles van perverse prikkels. Fresco zegt dat er door de overheid te weinig geïnvesteerd wordt in wetenschap. In de Verenigde Staten gaan veel grotere sommen geld om. Clevers zegt dat het collegegeld daar hoger is en dat docenten daar hun eigen inkomen moeten verdienen.

Het geven van onderwijs wordt, anders dan vroeger, over het algemeen minder hoog aangeslagen dan het doen van onderzoek, zegt Zeelenberg. De Waal is hierover verbaasd, want ook Einstein vond het eerste van groot belang. Taalonderzoeker Ineke Sluiter noemt het onderwijs voedend voor het onderzoek. Het brengt Verbraak op een vraag aan Katan over verschillende mythen over ons voedsel, zoals de snelle en langzame koolhydraten. Wellicht zijn de langzame belangrijk voor mensen met suikerziekte, maar voor anderen maakt het geen verschil, zegt hij. Ook genetisch gemanipuleerd voedsel acht hij niet schadelijker dan ander voedsel. Fresco ziet evenmin een risico. Tenslotte horen we dat Nederland het op onderzoeksgebied goed doet in de internationale wereld. Nog wel, zegt Fresco waarschuwend.   

Aflevering 6: De wetenschapper

Verbraak begint over de autoriteit van de wetenschap die volgens Sluiter onderuit gehaald wordt door de eerdere fraudezaken of door onhandigheid bijvoorbeeld rond de vaccinatie van meisjes tegen baarmoederhalskanker. Over het algemeen wordt de wetenschap nog wel gerespecteerd. Danys noemt wetenschap georganiseerde kennis met beperkingen, Smeets zegt dat de wetenschap niet op alles een antwoord heeft. Dijkgraaf vindt bewijs door intimidatie geen goede zaak en is dan ook blij dat er tegenwoordig meer openheid in de wetenschap is.

De serie eindigt met het mooiste onderdeel, namelijk de achtergronden van de wetenschappers zelf, ook al spreekt niet iedereen zich in persoonlijke zin uit. Fresco kwam uit een gezin waarin veel gelezen werd, in het gezin van Zeelenberg werd druk geargumenteerd, Smeets hield naast lezen erg van getallen en schreef verhaaltjes met exacte tijdsaanduidingen. Clevers deed als kind al scheikundeproefjes en zette die later voort in het laboratorium. Katan groeide op in een joods gezin en kreeg respect voor kennis met de paplepel ingegoten. Hij vertelt met emotie over de verdwijningen in de buurt. Zelf werd hij het jongetje dat alles goed moest maken. Danys is, net als Geurts, vierentwintig uur per dag onderzoeker, al moest hij het van thuis rustiger aan doen. Clevers spreekt over een onderzoek met DNA dat hen op de stoel van God plaatst, maar als mens weet hij niet of hij dat wil. Geurts is tegen eugenetica, maar denkt dat er verder wel veel mogelijk is. De Waal denkt dat na het verbod op proeven met chimpansees de kleinere apen zullen volgen. De nieuwe morele inzichten maken dat we anders tegen dieren aankijken. Helaas moeten de landbouwdieren het tegenwoordig nog steeds ontgelden. Dijkstra leeft in een parallelle wereld, maar niet zoeen waar Kerry Rusland onlangs van beschuldigde. Hij had als kind al een sterke behoefte een eigen wereld op te bouwen. Zijn huidige vak speelt zich af in een geheime kamer die voor anderen ontoegankelijk is. Smeets vond de wiskunde maar een eenzaam vak en koos daarnaast voor wetenschapscommunicatie. Sommigen zijn nog steeds het kind dat ze vroeger waren, al komt dat bij Geurts in de verdrukking door alle lees- en schrijfwerk dat erbij komt. Katan denkt dat hij wel iets nuttigs heeft gedaan. Hij is trots als hij iets nieuws heeft ontdekt. Dijkgraaf weet niet of het jochie van vroeger trots op hem is, het is eerder zo dat hij trots is op het jochie die aan het begin stond van zijn loopbaan en die al bezig was met het afpulken van plakband. De wetenschap is volgens hem een bouwwerk maar met een kern die heel puur is. Het is een groot voorrecht daaraan te mogen meewerken.  
 
Hier de leader.

vrijdag 23 september 2016

Brands met poëzie, Nacht van de poëzie 2015, Utrecht



Tijdens de Nacht van de poëzie 2015 in TivoliVredenburg in Utrecht sprak Wim Brands met een viertal oudere en jongere dichters. De gesprekken werden omlijst door bezoekers die een gedicht uit het hoofd voordroegen, waaronder het prachtige Vrede van Leo Vroman. De schoonheid van de uitzending werd nog eens vermeerderd door een ontroerend weerzien met de lieve Brands. De warmte waarmee het over poëzie praatte was tastbaar in mijn huiskamer.

Na de opening van Jules Deelder, die zijn gedicht Vader en zoon uit zijn hoofd zegt, komt Ellen Deckwitz (1982) die haar gedicht Visje ook al uit haar hoofd zegt. Ze schreef het ter gelegenheid van het feit dat ze drieëndertig was geworden en nog steeds geen kinderen had, iets waar haar omgeving haar mee confronteerde. Visje staat in de bundel De blanke gave (2015). Deckwitz schreef in datzelfde jaar een handboek voor de beginnende dichter onder de titel Zo word je een geweldige dichter. Brands praat met haar over het feit dat men niet niet autobiografisch kan schrijven. Deckwitz zegt dat er een verschil is tussen schrijven over jezelf en het filter dat je zelf bent. In een eerdere bundel schreef ze veel over de incest van een broertje maar die leeft nog steeds. Zelf zag de laatste tijd veel kinderwagens. Ze werd ingewijd in de poëzie door gedichten van Jacques Perk, zoals Ik ben geboren uit zonnegloren. Ze leerde het uit haar hoofd en ging het rappen. Ook een gedicht van Karel van de Woestijne was daarvoor zeer geschikt. Ze bepleit meer declamatie in het literatuuronderwijs op de middelbare school. Gedichten over menstruatie doet ze niet omdat mannen dan afhaken. Ondanks haar pleinvrees vindt ze het heerlijk om op het podium te staan, alleen daarna krijgt ze een terugslag.

K. Schippers (1936) leest zijn gedicht Iemand elke dag zien voor uit de bundel Fijn dat u luistert (2014). Hij schreef dat kortgeleden in een roes. Het is simpel van vorm en inhoud en zeker niet het resultaat van hard blokken. Hij kent het gedicht Wat zij bedoelen van Jan Hanlo al lange tijd uit zijn hoofd. Hanlo vormde zijn introductie tot de dichtkunst. Schippers had lang geen poëzie geschreven omdat hij benieuwd was naar andere vormen van literatuur, maar is er onlangs weer mee begonnen. De verschillen tussen proza en poëzie zijn niet groot. Het korte gedicht Bij Loosdrecht gaat erover om het bekende te ontlopen en de wereld als nieuw te zien. Net als Hanlo gaat hij uit van een persoonlijke ervaring die hij universeel maakt.  

Hester Knibbe (1946) leest Vannacht voor uit de bundel Een hemd van vlees (1994). Ze schreef het begin jaren negentig over haar zieke zoon Aernout die op 25 november 1999 aan een hersentumor overleed. Ze droomde dat hij onder het ijs lag en verklaart dat uit angst voor verlies. Brands laat de meest recente uitgave van The New Yorker van 14 september 2015 zien, waarin het vertaalde gedicht geplaatst werd. Knibbe wist daar niets van en krijgt het tijdschrift mee. Zelf heeft ze, anders dan Deckwitz, geen taboes om over te schrijven. Ze leest het gedicht Antidood voor uit een reeks gedichten over haar zieke zoon in de bloemlezing Oogsteen (2009).  

Pieter Boskma (1956), die al in levende lijve zag tijdens het poëziefestival in Elswout in 2011, leest het gedicht voor dat begint met de regel En wij waren het zelf die gekromd uit de bundel Doodsbloei (2010) met 330 gedichten, geschreven na de dood van zijn vrouw die in 2008 aan borstkanker overleed. De bundel is opgezet als een roman en dient chronologisch gelezen te worden. Het begint met de regel Ben jij het liefste, ben je alles nu? die hij hoorde in de duinen anderhalf jaar na haar overlijden. De duinen vormen een geschikte locatie om de rouw een universele sfeer te geven. Na de lange leegte die hem als harde werker meeviel, werkte hij zeven maanden ononderbroken aan de bundel die meerdere stemmen kent, waaronder de dood zelf, een tragische figuur die als enige niet aan het noodlot kan ontsnappen.

Hier de bijdrage van Wim Brands aan de Nacht van de poëzie in 2014. Hij las daar voor uit zijn laatste bundel ’s Middags zwem ik in de Noordzee voor, steeds onderbroken door applaus,
hier het gedicht Ik ben geboren uit zonnegloren,
hier Wat zij bedoelen,  Bij Loosdrecht,
hier Vannacht met een analyse van Joop Leibbrand,
hier een boekvoorbeeld van de bloemlezing Oogsteen,
hier een aantal gedichten naar de eerste druk van Doodsbloei, 
hier mijn verslag van het Poëziefestival in Elswout in 2011
hier tenslotte Vrede, heel toepasselijk in deze vredesweek.  

donderdag 22 september 2016

Kanshebber voor de ANV Debutantenprijs 2016


Muidhond steekt met kop en schouders boven andere romans uit

Voor me ligt het beoordelingsformulier van de ANV Debutantenprijs waarop ieder die dat wil zijn oordeel kan geven over de drie genomineerde boeken die meedingen naar de Debutantenprijs 2016, die komende zondag wordt uitgereikt. Net zoals vorig jaar moet men kiezen uit het cijfer 6, 7 of 8 en die mogen maar eenmaal voorkomen.  Daarmee stelt men de lezer dit keer voor een probleem, alleen niet wat betreft de te vergeven 8 die ook wel een 9 mocht zijn.  

Het is immers niet moeilijk om Muidhond van Inge Schilperoord als de grootste kanshebber van de ANV Debutantenprijs aan te merken, want de twee andere genomineerde romans, Een kleine moeite van Hugo Blom en De koning komt van Mohammed Benzakour blijven daar ver bij achter. De psychologische wereld die Schilperoord schetst rond pedofiel Jonathan die voorlopig in vrijheid is gesteld maar de verlokking die zijn buurmeisje Elke nauwelijks kan weerstaan, is heel wat sterker dan die rond de ontwortelde Samuel in Een kleine moeite van Hugo Blom of van de Marokkaan Moedbi die in de roman De koning komt van Mohammed Benzakour in de Rif op vrouwenjacht is. De avonturen van de laatste twee hoofdpersonen grijpen niet naar de strot zoals de broeierige ontmoetingen tussen Jonathan en Elke doen. In mijn bespreking van Muidhond probeerde ik daar iets van weer te geven. ‘Hij keek toe hoe ze at, keek naar iedere beweging die ze maakte. (…) Gespannen volgde hij de ademhaling onder haar shirt. Zo dichtbij was ze nog nooit geweest. Zijn hart bonkte in zijn borst. Haar oor was ook heel vlakbij.’

Moeilijker is het om de kwaliteit van Een kleine moeite en De koning komt met elkaar te vergelijken, te meer omdat ze beide stilistisch niet echt bijzonder zijn. Een kleine moeite noemde ik nogal gemanierd tot opgefokt geschreven en de stijl van De koning komt varieert van gewoontjes tot sentimenteel.

Beide schrijvers hebben al de nodige ervaring opgedaan,  Blom bij de VPRO en Benzakour is al langer actief op het literair gebied. In Een kleine moeite krijgen we een wat beeld voorgeschoteld van het leven van Samuel, dat op twaalfjarige leeftijd begint en die langzamerhand onder de stolp van zijn afgestompte gevoelens uitkomt, in De koning komt is sprake van een veel kortere tijdsspanne, namelijk een zoektocht van enkele maanden van Moedbi naar een lieve Berberse die voor het kroost van de hoofdpersoon moet gaan zorgen en de pater familias veel liefde zal geven. In beide romans is de noodzakelijkheid, die juist aan Muidhond een grote spanning geeft, ver te zoeken.  De zoektocht van Moedbi naar een geschikte kandidaat wordt onderbroken door bedenkt dialogen met een pratende ezel en mijmeringen over de vrijheid van Robinson Crusoe op zijn onbewoonde eiland, maar die kunnen de leegte niet vullen. Ik geef Een kleine moeite een puntje meer, omdat er meer variatie in de belevenissen van Samuel zit, waardoor de meerstemmigheid in roman groter is, al is dat natuurlijk op zich geen afdoende argument.

Overigens besef ik dat de waarde van mijn prognose gering is, want vorig jaar won het meer traditionele boek van Jaap Robben het van een gedurfd experiment van Nina Weijers. Het is jammer dat de vakjury dit jaar geen andere (betere, spannender) keuze heeft gemaakt, om over mijn wens om vijf boeken te nomineren nog maar te zwijgen.

Hier mijn oordeel over de kanshebbers voor de Debutantenprijs van 2015, hier mijn bespreking van Muidhond, hier die van Een kleine moeite, hier die van De koning komt.