Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 20 februari 2018

Joke van Leeuwen – een wereld tussen twee oren (2017), documentaire van Hedy Honigmann


Fascinerend portret van een schrijfster met weggetjes in haar hoofd

Documentairemaakster Hedy Honigmann licht in de documentaire Joke van Leeuwen – een wereld tussen twee oren een tipje van de sluier op over dichter, schrijver en kunstenaar Joke van Leeuwen (Den Haag, 1952), onder andere bekend van het kinderboek Een huis met zeven kamers (1979). Ze volgt Van Leeuwen terwijl ze werkt en optreedt en ze praat met anderen die zeer gesteld zijn op haar werk. Daarnaast zien we ook oude archiefbeelden van een piepjonge Van Leeuwen als cabaretière op het podium. Ondanks alle lof die haar toegezwaaid is, blijft Van Leeuwen bescheiden en dat maakt haar tot een innemend persoon.

Honigmann begint met een blik op Van Leeuwen terwijl ze naar een optreden op school rijdt. Ze is het niet eens met de route die de tomtom haar opgeeft, waarmee meteen gezegd is dat Van Leeuwen zich niet gemakkelijk door anderen laat leiden maar haar eigen weg gaat. Leerlingen stellen haar vragen over haar passie voor het schrijven dat al begon toen ze alleen nog de letter A geleerd had, haar eerste verkering had ze op haar zesde maar ze schreef er geen gedicht over, ze wordt geïnspireerd door haar gedachten die een soort weggetjes in haar hoofd zijn en maakt wel eens een wandeling als het daar vastzit.

We zien haar bezig terwijl ze tekent op een beeldscherm, maar ze heeft daarnaast ook een tekentafel in haar werkruimte. Een mevrouw die, net als alle anderen, verder niet met name genoemd wordt, herinnert zich een tekening waarin een kind wortels en vleugels heeft, hetgeen nodig is voor de ontwikkeling. Van Leeuwen is bezig met een tekening voor het boek Toen ik , dat als achtergrond heeft dat ze nooit mocht kiezen tussen haar vader en moeder. De tekening komt, anders dan gebruikelijk wanneer ze tekent, gelijktijdig met het verhaal tot stand. Ze toont foto’s van haar jeugd die door elkaar in een doos zitten, onder andere van haar vader die theoloog was en op de vraag van anderen wie God dan wel was, antwoordde dat zij zwart was. Vanwege zijn beroep verhuisde het gezin vaak, onder andere naar Brussel.

In haar jeugd hadden ze, zoals we in een oud filmpje zien waarin ze naast haar vader geïnterviewd wordt, een huisorkestje en stonden de kinderen al op het toneel, op basis van een tekst van Joke, die zelf de hoofdrol had. De stap naar het cabaret was daarom niet zo groot. Ze won alle prijzen op het Camerettenfestival in 1978 en maakte een tweede programma met de titel Hoe langer hoe zwanger. Abdelkader Benali was weg van de bedeesde Deesje (1985), dat kinderangsten serieus nam en hem hielp te overleven. Een Vlaamse juf zag Van Leeuwen als een godin en was als kind onder de indruk van Bezoekjaren (1998), dat over een Franse jongen in de cel gaat en gebaseerd is op brieven die zijn moeder onder haar borsten mee naar buiten smokkelde. Dezelfde juf was later zeer verbaasd toen ze in De tjilpmachine over masturbatie door een vrouw las.

Van Leeuwen toont een oude pentekening die ze maakte terwijl een Afrikaan met haar in gesprek ging dat zo intens was dat ze dat vervolgde tijdens de thee in het huis van de man. Hoewel haar ouders daar later slecht over te spreken waren, was het volgens haar een ontmoeting zoals die moest zijn, waarin de mens wordt afgepeld en van vooroordelen ontdaan, zoals ze ook in haar werk nastreeft. In de prijswinnende roman Feest van het begin(2012) gaat het volgens een redacteur om de verhouding tussen een individu en de wereld in een woelige tijd, namelijk die van de Franse Revolutie.

Tijdens een ander optreden leest ze de twee gedichten voor waarmee ze tijdens het Vijfde Poëzie festival in Elswout begon, eerst een treurige, daarna een vrolijke. Honigmann vraagt haar naar de invloed van liefdesverdriet op haar werk, waarop Van Leeuwen zegt dat ze kort en intens kan huilen waarna ze weer fris verder kan. Haar zoon Rugter die ook in Antwerpen woont en het knipperende licht in haar huis kan zien als het ’s avonds donker is, zegt dat ze vroeger veel spelletjes deden en dat zijn moeder veel succes had met haar optredens. Pianiste Christien Deutman zegt dat ze samen weer kind zijn als ze samenwerken. Aan het eind worden we nog verrast met het prachtige, ironische gedicht Erbarm U, dat Van Leeuwen voordroeg tijdens de Nacht van de Poëzie 2016.

Hier mijn verslag van het Vijfde poëziefestival Elswout, hier mijn bespreking van Feest van het begin, hier een registratie van het optreden van Van Leeuwen tijdens de Nacht van de Poëzie 2016, waarin ze op het eind Erbarm U voordraagt.

maandag 19 februari 2018

Theaterrecensie: Dumas/ La dame/ De Sade, Maatschappij Discordia, Toneelschuur, 17 februari 2018


Vlakke voorstelling over een gevallen vrouw die niet meer opstaat

In de reeks Weiblicher Akt worden literaire onderwerpen vanuit het vrouwelijke perspectief beschouwd. Na Bron/Brontë (2015), Vanuit Iokaste (2015) en Mevrouw Macbeth (2017) zijn we alweer bij de achtste voorstelling van Annette Kouwenhoven (links), Maureen Teeuwen (rechts) en Miranda Prein (midden) aangeland. Dit maal wordt de roman De dame met de camelia’s van Alexandre Dumas onder de loep genomen. Het procedé is bekend, de toon is al meteen gevonden, het zoeken is alleen nog naar de juiste belichting.

Prein gaat van start met de vraag of de anderen dat ook zouden kunnen, zo’n brief schrijven, zoals de jonge en ernstig zieke courtisane Marguerite Gautier doet, aan haar geliefde Armand Duval, waarin ze, onder druk van de vader van Armand, een eind maakt aan hun relatie. Teeuwen ziet het als een loutering, Kouwenhoven als een heldendaad, maar zelf zou Prein zoiets nooit doen, zichzelf opofferen. Niet veel later is zij dan ook degene die zich opwerpt voor Eugenie, een personage uit een boek van De Sade, die, tegen de wil van haar moeder in, kiest voor een leven van vrijheid en lust.

Hiermee zijn zo ongeveer de omtrekken van het conflict geschetst dat in een groot aantal, vaak inwisselbare, scènes tussen Marguerite en Armand wordt uitgebeeld. Bijzonder daarbij is dat de rol van de courtisane zowel door Prein als door Kouwenhoven wordt vertolkt, waarbij de kartonnen schotten aan de zijkant, waardoor de dames kunnen opkomen en afgaan, het geheel een levendige aanblik geven. Zien en niet gezien worden maken van de ontmoetingen tussen de twee aldus een boeiend spel.

De scènes voltrekken zich vanaf het moment dat Armand de vrouw, die hij al langer aanbidt, in de Opera aan haar wordt voorgesteld tot en met haar dood dat al aan het verhaal voorafgaat. Omdat Armand Marguerite nooit meer heeft gezien wil hij nog eenmaal een blik op haar werpen al is daar een herbegrafenis voor nodig. Daartussendoor horen we vooral over de moeilijke verhouding tussen de twee. Zij is een vrouw die nooit heeft liefgehad, altijd dik betaald is voor haar diensten en mannen bij voorbaat wantrouwt en hij ziet, anders dan de meeste van zijn seksegenoten, een courtisane niet als een gevallen vrouw, die nooit meer op kan staan, al vormt het geldgebrek van Marguerite een belemmering voor een eerlijke liefdesverhouding. Het opgehoopte meubilair op het toneel geeft aan dat Marguerite er alles aan doet om van haar schulden af te komen, maar tegen de morele chantage van de vader van Armand kan ze niet op.

Tussendoor is de nodige ruimte voor reflectie, onder andere over de theorie van de jong gestorven Britse schrijfster Angela Carter, die naar aanleiding van de moeder dochterverhouding stelde dat de dochter het beeld van de moeder moet vernietigen, over de opvatting van De Sade die niet tegen de vrouw was, maar juist voor gelijkheid tussen de seksen en niet in liefde geloofde en over de ontdekking van de tuberculosebacterie door Robert Koch die net te laat kwam om Marguerite te genezen.

Teeuwen speelt de rol van de schuchtere, kwetsbare man op fraaie wijze en vertelt ook nog een hilarisch verhaal over een student die erg verliefd was op een meisje die hem op haar kamer uitnodigde maar niet open deed op zijn kloppen waarop hij een verkeerde deur intrapte, hetgeen Kouwenhoven doet opmerken dat drift tijdloos is en liefde, anders dan John Lennon en Yoko Ono dachten, een vorm van oorlog.

Tijdens een discussie over de liefde en de valkuilen daarvan wordt de opmerking geplaatst dat men daar verder niets over moet vragen, hetgeen voor Prein het teken is om een eind aan de voorstelling te maken, die, anders dan Vanuit Iokaste nooit echt spetterde. Het publiek moet het doen met de opmerking dat zij ook niet weten of het beter is jezelf op te offeren dan wel voor jezelf te kiezen, maar krijgt als troost nog wel een heerlijk glas ijskoude champagne aangereikt.

Hier mijn bespreking van Vanuit Iokaste met een link naar mijn bespreking van Bron/Brontë. Hier mijn recensie van De dame met de camelia’s. De foto is van Bert Nienhuis.  

zondag 18 februari 2018

Singing with Angry Bird (2015), documentaire van Hyewon Jee


Muziek draagt bij aan ontwikkeling van gedepriveerden

De vijftigjarige Zuid-Koreaanse operazanger Jae Chang Kim is na een zangcarrière in de sloppenwijken van Poona om kinderen te onderrichten in Westerse muziek. Omdat de kinderen niet door hun ouders gestimuleerd worden om naar hem toe te komen, gaat hij samen met tolk Swatti naar hen toe om hen bij het proces te betrekken en verleidt hij hen vervolgens tot een concert samen met hun kinderen. Filmmaakster Hyewon Jee, die eerder voor de televisie werkte, laat in haar eerste documentaire zien hoe dat in zijn werk geeft en toont tegelijk het er in een Indiase sloppenwijk aan toe gaat, waar men hard moet werken om te overleven.

Sindaje is een schattig meisje dat al vier jaar bij het Banana koor zit. Ze zegt dat het haar van Kim, die ook wel Angry Bird genoemd wordt, in die tijd grijs geworden is. De ouders van Sindaje verkopen vis en Sindaje helpt ze daarbij. Tijdens een bezoek van Kim aan haar ouders, die analfabeet zijn, vraagt de vader wat zijn dochter aan het koor heeft. Kim antwoordt dat ze veel nieuwe ervaringen opdoet, waarop de ouders zeggen dat ze willen dat hun dochter een goede opleiding krijgt.

De energieke, vrolijk ogende, twaalfjarige Rahul wil later zanger worden, ziet het koor als een opstapje en Kim als een geschenk van God. Kim spreekt hem toe als hij gevochten heeft met een andere jongen en vraagt die andere jongen waarom hij ook niet op het koor komt, maar dat mag hij niet van zijn ouders.   

Kim zegt dat de ouders weinig affiniteit hebben met een andere cultuur. Hij trekt de sloppenwijk in om ouders aan het dansen te krijgen waardoor ze ervaren wat hun kinderen beleven. Met de ouders studeert hij een simpel lied in. Rahul wil graag dat zijn vader meedoet, maar die is ziek. Kim gaat naar hem toe en ontdekt dat de vader, een vroegere riksha rijder, ontwikkeld is en een talent heeft voor zingen. Eerder hoorde hij bij de Dalits maar na zijn wending tot het boeddhisme heeft hij zich daaraan onttrokken. De vader van Sindaje oefent in de studio de toonladder, hetgeen meteen een opdracht is voor thuis.

Manali is zeventien en heeft twee maanden niet gezongen omdat ze haar schoolgeld probeert te verdienen, maar wordt door haar moeder gestimuleerd om weer mee te doen. Haar moeder, die na huiselijk geweld apart leeft van haar man en veel schoonmaakt, zingt Amazing Grace. Ze hoort dat ze er meer gevoel in haar stem moet leggen en denken aan haar moeilijke leven. Ook de moeder van Sindaje zingt mee en dat doet haar veel plezier. De vader van Rahul vertelt dat zijn getrouwde en zwangere dochter, zoals daar de regel is, in de vijfde maand weer thuiskomt en daar blijft tot en met de bevalling. Door complicaties gaat het kind naar een ander ziekenhuis.

In de aanloop van het concert hangt de vader van Manali affiches achterop zijn riksja. Het is onzeker of de vader van Rahul mee kan doen in deze onzekere tijd, maar gelukkig zijn de vooruitzichten van de baby toch goed waardoor de vader met een rode strik als een van de weinige mannen aan het concert kan meedoen. De moeder van Manali heeft speciaal vrij genomen maar vindt het niet erg als ze een dag op haar loon gekort wordt. Sindaje oefent het buigen met haar ouders. De hele familie van Rahul is aanwezig in de zaal. De moeder van Manali is zeer tevreden over haar optreden en wil meer. De directe gevolgen van het zingen zijn hoorbaar achter de fietskraam en tijdens het repareren van een fiets door de vader van Rahul.

Hier de trailer.

zaterdag 17 februari 2018

Douwe Draaisma over De dwaalwegen van het geheugen (2017), Brainwash Talk, Human, 7 januari 2018


Over onze machteloosheid ten aanzien van het vergeten

Op het Brainwashfestival 2017 dat van 21 tot 28 in oktober 2017 in Amsterdam gehouden werd, sprak de sympathieke psycholoog Douwe Draaisma een klein kwartier over de werking van het geheugen. Hij vertelde dat het geheugen geen instantie is te vergelijken met een reeks afschriften die geordend boven op elkaar gelegd kunnen worden, maar steeds weer opnieuw gereproduceerd wordt naarmate de omstandigheden zich wijzigen. Niet alleen de feiten maar ook onze interpretatie daarvan speelt daarin mee.

Draaisma begint met een aardige anekdote over de filosoof Kant die op zijn negenendertigste een huisknecht zocht en een betrouwbaar persoon gevonden meende te hebben in de punctuele soldaat Martin Lampe uit het Pruisische leger. Helaas werd de verbintenis verbroken toen Kant 78 jaar was en wel op grond van verdenking van diefstal en drankmisbruik door Lampe. Kant kon de man echter nooit vergeten en schreef voor zijn dood nog een eenregelig briefje, dat de naam Lampe volledig vergeten diende te worden.

Het voorbeeld zegt volgens Draaisma iets over het verschil tussen herinneren en vergeten. Het eerste kunnen we bespoedigen, het tweede niet. We staan machteloos ten aanzien van het vergeten. Cees Nooteboom gebruikte daarvoor de metafoor dat de herinnering een hond is die gaat liggen waar hij wil. 

Draaisma gaat nader in op de werking van het geheugen bij het vergeten en zegt dat het geheugen alleen de laatste update van een gezicht of een situatie onthoudt. Hij gebruikt als voorbeeld de plaats in een stalling waar je je fiets neergezet hebt. Dat komt ook goed uit want anders zou men overal dolende mensen tegenkomen die naar hun fiets aan het zoeken waren.

Boeiend is het fragment waarin hij ingaat op het feit dat herinneringen in staat zijn het persoonlijk verleden te veranderen. Hij baseert daarbij op een uitspraak van Marten Toonder ten aanzien van het schrijven van zijn autobiografie. Hij vond dat een moeilijke klus omdat hij aan de chronologie geen houvast had. Hij verwoordde dit met de zin dat iets wat in de jeugd gebeurd is, dikwijls het gevolg is van een voorval op latere leeftijd. Draaisma zegt hierover dat de duiding van gebeurtenissen soms pas later geschiedt waardoor die gebeurtenissen zelf weer in een ander daglicht komen te staan.

Hij haalt het programma DNA Onbekend aan om aan te geven dat een vermoeden dat iemand heeft over een bepaalde gebeurtenis door nieuwe ingebrachte informatie tot vermeende zekerheid daarover kan leiden. Op grond van deze nieuwe informatie wordt de oude gebeurtenis als het ware opnieuw overdacht. Draaisma illustreert dit met een voorbeeld van een vrouw die zich afvroeg of een bloemenkoopman, die bij hen aan de deur kwam, haar biologische vader was en daarbij geholpen werd door haar broer die zich meende te herinneren dat deze koopman de kinderen altijd in zijn wagen liet spelen. Volgens Draaisma doet dit verschijnsel zich vaker voor in ons geheugen, dat daarmee veel plasticiteit blijkt te bezitten.  

Hier een fragment van de lezing, waarin hij ingaat op ideeën van Marten Toonder.

vrijdag 16 februari 2018

Filmrecensie: You can’t take it with you (1938), Frank Capra


Gelukkige mensen leiden het leven dat ze willen

Zelden zo’n mooie film gezien als You can’t take it with you, geregisseerd door Frank Capra (1897-1991) en gebaseerd op een toneelstuk van George Kaufman. De film, gemaakt vier jaar na  It happened one night, heeft humor en gaat ergens over, namelijk over de tegenstelling tussen rijk en arm, waarbij de levensstijl van de rijken zo belachelijk wordt gemaakt dat ik me afvroeg waarom in de Verenigde Staten nooit een sociale revolutie is gevolgd, maar misschien moet die nog komen.

Het verhaal gaat over de gevestigde bankier Anthony Kirby die graag de buurt onteigent om een munitiefabriek neer te zetten waarmee hij zijn concurrent Ramsey aftroeft en een monopoliepositie inneemt. Hij ziet de dollartekens al in zijn ogen, maar moet alleen nog het huis van Martin Vanderhof in zijn bezit krijgen en die is niet van plan om aan de wens van Kirby tegemoet te komen. Complicerende factor is echter dat zijn kleindochter Alice secretaresse is van Tony (James Stewart), de zoon van Kirby en dat de twee ook een amoureuze band met elkaar hebben.

In een van de eerste scènes zien we dat Tony helemaal niet zo’n zin heeft om later de baan van zijn vader over te nemen. Hij zit nogal ongeïnteresseerd in een bespreking, waarin Anthony medewerkers, waaronder de gestreste Blakely, inschakelt om weduwnaar Vanderhof over te halen zijn huis aan hem te verkopen. Meteen daarna komt Vanderhof in beeld, die op krukken loopt na een huiselijk ongeval en meteen de sympathie van de kijker heeft. In een fantastische scène komt hij het kantoor van Kirby binnen en wendt zich meteen tot Poppins die achter een bureau staat en druk aan het cijferen is. Vanderhof vraagt hem of hij niets leukers in zijn leven kan verzinnen. Daarom haalt Poppins een speelgoedkonijn in een doosje tevoorschijn dat hij zelf ontworpen heeft. Vanderhof, die thuis meer creatievelingen aan het werk heeft, vraagt hem bij hem te komen werken en Poppins haast zich na een snauw van Blakely achter hem aan.

De blik op het huishouden van de Vanderhofs is mogelijk nog boeiender dan de eerdere scène. Zijn dochter Penny, de moeder van Alice, is druk bezig met een roman en legt elk blaadje dat ze uitgetypt heeft op een stapel waarop een katje de wacht houdt. Haar man experimenteert met vuurwerk in de kelder hetgeen tot enorme explosies luidt waardoor de schilderijen van de muur vallen. Poppins schrikt zich aanvankelijk dood, maar voelt zich al gauw op zijn gemak te midden van al die mensen die daar druk met hun eigen hobbies bezig zijn. Zo is kleindochter Essie, getrouwd met snoepproducent Ed, altijd druk bezig met dans en komt er voor haar ook een uitgesproken Russische dansleraar over de vloer.

De amoureuze verhouding tussen Alice en Tony leidt tot een bezoek van Anthony en zijn stugge vrouw aan de Vanderhofs. Het vindt plaats op een dag voorafgaande aan de dag die Alice had gepland, omdat Tony liever wilde dat zijn ouders haar zagen zoals ze echt was en geen beeld krijgen van hoe ze zich zou gedragen om in de smaak te vallen. Tijdens het bezoek zitten de ouders van Tony opgeprikt op hun stoelen. Elke keer dat Anthony opstaat, zakt hij met schrik terug in de harde zitting. Aan het eind is er ook nog een inval van de politie die verhaal komt halen over een revolutionaire tekst die Ed bij zijn snoepgoed heeft gestopt. Omdat in de kelder het illegale vuurwerk afgaat, wordt iedereen opgepakt, al was dat een actie van Blakely om ervoor te zorgen dat Vanderhof zijn huis eindelijk zou verkopen.

Pas in de cel begrijpt Kirby dat Vanderhof de onwillige huiseigenaar was. Er ontstaat een gesprek tussen de twee waarbij Vanderhof uitvaart tegen de armzalige bedoelingen van de rijkaard maar daarna spijt krijgt en Kirby zijn mondharmonica aanbiedt. Hilarisch is een scène waarin iedereen wordt voorgeleid voor een verbaasde rechter. De rechtszaal zit vol met vrienden van Vanderhof die zonder probleem geld inzamelen om de opgelegde boete van honderd dollar te betalen, maar tegelijk vlucht Alice ontsteld weg vanwege alle ophef over de relatie die zij en Tony met elkaar hebben. Het heeft nog wat voeten in de aarde tot alles op zijn pootjes terecht komt, maar tenslotte trekken de creativelingen aan het langste eind en ziet Kirkby in dat hij meer gebaat is bij een goed leven dan veel geld verdienen.
    
Hier de trailer, hier mijn bespreking van It happened one night.

donderdag 15 februari 2018

De hoeder (2016), documentaire van Joost van der Wiel


Minimalistisch portret van een oude huisarts

De jonge Nederlandse documentairemaker Joost van der Wiel (Liempde, 1983) volgde de 92 jarige Amsterdamse huisarts Nico van Hasselt die niet van wijken weet en nog dagelijks, naast zijn spreekuur, zijn ronde doet langs patiënten die niet meer bij hem kunnen komen. Hij zit bijna zestig jaar in het vak en bespeurt dat de aandacht voor de patiënt in de loop van de tijd alleen maar minder is geworden.

Van der Wiel begint met een nogal nietszeggend beeld van Van Hasselt op de rug gezien die uitgebreid zijn witte haren kamt. Daarna knoopt hij zijn schoenen dicht en steekt hij zijn stethoscoop in zijn zak, klaar voor zijn ronde. Eerst nog zien we hem bezig tijdens zijn spreekuur met handelingen die elke dokter verricht zoals het luisteren naar de longen, het meten van de bloeddruk en het uitspuiten van een oor. Tijdens de lunch met zijn vrouw overlegt hij telefonisch met een patiënt over diens medicijngebruik. Op een andere dag voert hij ook overleg aan tafel met zijn assistente en zijn vrouw over zijn afspraken.  

Op zijn ronde bezoekt hij een vrouw die verlamd is en nauwelijks in staat tot contact. Van Hasselt komt wekelijks bij haar, maakt contact met haar en noemt haar zijn vriendin. Hij vult het pillendoosje bij van een patiënt die dat zelf moeilijk meer kan en spreekt een gedeprimeerde man moed in. Een net geboren baby neemt hij op de arm en legt het daarna liefdevol weer in bed. Ook behandelt hij de armwond van een oudere vrouw in een verzorgingstehuis.

Op haar verjaardag gaat hij nog eens terug bij deze vrouw, drinkt een borreltje mee en praat op haar in om hulp te aanvaarden in de huishouding. Hij kent wel iemand die hij daarvoor geschikt vindt. Hoewel de oude vrouw zijn voorstel aanvankelijk afwimpelt is ze tenslotte blij met zijn advies. Tegen de begeleiding zegt hij dat hij wil dat deze vrouw een verpleeghuis bespaard blijft, al is het maar omdat hij dan geen contact meer met haar zal hebben. Een andere vrouw is levensmoe en wil dat Van Hasselt haar helpt om een eind aan haar leven te maken. Van Hasselt zegt eerlijk dat hij dit moeilijk vindt. Hij zal in ieder geval eerst het ziekenhuisdossier opvragen, maar is toch wel bereid de vrouw te helpen.  

Het is een fraai gezicht dat Van Hasselt de oude patiëntenkaarten die hij op zijn ronde heeft meegenomen, na het beknopt aanvullen van de informatie, weer terugdoet in de dozen die hij in de garage bewaart (zie foto). We horen weinig van hem persoonlijk maar wel dat hij in het verzet heeft gezeten, opgepakt werd na verraad en in de cel in Utrecht tegen een andere dokter, die ook ter dood veroordeeld was, vertelde dat hij huisarts zou worden als hij daar levend uitkwam en dat zo lang  mogelijk zou blijven. Van Hasselt heeft woord gehouden en dat siert hem. 

Helaas kent de documentaire een abrupt einde. Het is jammer dat Van der Wiel niet wat langer gesproken heeft met Van Hasselt over veranderingen gedurende zijn zestig jarige praktijk. Het blijft daarmee een minimalistisch portret. De zorg voor de patiënt zou beter gewaarborgd zijn als de medici zouden kunnen ontsnappen aan het keurslijf dat hen door het huidige zorgsysteem wordt opgedrongen. Een basisinkomen, ook voor een arts, zou heel wat stress kunnen verminderen. 

Hier de trailer op vimeo van De hoeder ofwel in het Engels The sheperd.

P. S. Gister las ik dat deze oudste huisarts van Nederland op bijna 94 jarige leeftijd overleden is. 

woensdag 14 februari 2018

By Sidney Lumet (2015), documentaire van Nancy Buirski


Integere filmmaker met onweerstaanbaar oeuvre

Documentairemaakster Nancy Buirski die in 2011 met The loving story terugblikte op de liefde van een gemengd stel tijdens de jaren van segregatie in de VS, maakte vier jaar later een uitgebreid portret van de legendarische filmmaker Sidney Lumet (1924-2011) aan de hand van een openhartig interview dat hij drie jaar voor zijn dood aan filmmaker Daniel Anker gaf. Ze weeft op thematische wijze veel fragmenten uit de vierenveertig films rond dit interview, hetgeen een fascinerend beeld oplevert van een man die zijn hele leven aan het toneel en de film heeft verpand en daar interessante mededelingen over doet.

De eerste film die hij maakte was 12 Angry Men (1957), een fascinerende portret van twaalf mannen die moeten beslissen over de schuld van een zoon aan de moord op zijn vader. Lumet zegt daarover dat het niet bedoeld was als een moralistische film ook al bracht het verandering teweeg in de juryrechtspraak. Voor hem was het als televisiemaker een uitgelezen kans om een film te maken en met schrijver Reginald Rose en acteur Henry Fonda aan zijn zijde was de entree geen probleem. Elke filmmaker zegt blij te zijn dat men hem of haar een kans geboden heeft, zegt hij en dat geldt zeker voor een jongen uit een armoedig joods gezin van toneelmakers, die als kind ook al de nodige rollen speelde. New York was en bleef zijn thuisbasis. Hij zou nooit een western kunnen maken omdat de ruimte hem daarvoor te groot is. Hij houdt liever van kleine compacte ruimtes waarin verhoudingen tussen gezinsleden worden uitgelicht zoals we zien in A view from the bridge (1962) van Arthur Miller. De moraal licht er in zijn films niet duimendik bovenop, maar is het gevolg van de situatie waarin zijn personages zich bevinden.   

In zijn werk heeft hij getracht eerlijk te zijn. Hij groeide op in armoede tijdens de grote depressie en zegt daarover dat dit het plezier in het leven en de creativiteit zeker niet in de weg stond. In de film Daniel (1983) over de zaak Rosenberg, die slecht liep maar die hij nog steeds als een van zijn beste films beschouwt, laat hij de pijn zien van de zoon die moet boeten voor de ambities van zijn ouders, zoals hijzelf vroeger. Radicalen zijn voor hem mensen die iets te melden hebben en aan de basis van de vooruitgang staan, zoals Howard Beale in Network (1978). Met deze film wilde hij iets zeggen over de verloedering van de Amerikaanse ziel. Hij verzette zich sterk tegen de kadaverdiscipline die hij in het leger aantrof en stelt de waardigheid van het individu daarom voorop, zoals in 12 Angry Men en ook in Serpico (1973) te zien is. In The verdict (1982) spreekt Paul Newman als Frank Galvin zich uit en verlost daarmee zichzelf.

In zijn laatste film Before the devil knows you’re dead (2007) gaat hij verder in op de vader zoon relatie die voor hem de basis vormt voor het drama, net als andere relaties, zoals tussen de moeder en de zoon in The sea gull (1968). Volgens Lumet moet een regisseur richting geven aan een film en weten waar het in emotioneel opzicht over gaat. Dit wordt zichtbaar in The pawnbroker (1964) waarin een overlevende van de vernietigingskampen de pijn daarvan moet doorstaan en tijdens een rit met de metro de veewagens voor zich ziet waarin de joden naar de kampen gebracht werden. In Dog day afternoon (1975) wilde hij dat er niet geacteerd werd, om de toeschouwer in de juiste sfeer te brengen en de menselijke Al Pacino kon dat als geen ander. Lumet wil niet als Kazan, die hij bewondert, zijn acteurs manipuleren maar door kennis van het vak en door empathie de juiste invulling van de rol laten inzien. Goed acteren is volgens hem zelfonthullend en dat geldt ook voor een regisseur.  

Lumet begon het interview met een anekdote over een treinreis die hij vanuit Calcutta maakte. Op het perron stond een meisje van een jaar of twaalf dat door een soldaat in de coupé getrokken werd. Toen Lumet daar ging kijken, zag hij dat het meisje door alle soldaten geneukt werd, tegen betaling dat wel. Men vroeg hem of hij ook wilde hetgeen eenmaal op zijn plaats teruggekeerd de vraag bij hem opriep wat hij daar tegen had kunnen doen. Aan het eind zegt hij dat hij niet wist dat de mens zo slecht was, zelfs al zette men het meisje verderop voorzichtig weer op het perron. De vraag wat hij had kunnen doen heeft hem zijn hele leven heeft beziggehouden. Op dat moment was hij niet van plan was zijn leven op het spel te zetten, maar nu op 83-jarige leeftijd heeft hij het idee dat het leven vergevingsgezind is en dat hij wel klaar is met alle ups en downs die uiteindelijk ook gaan vervelen.    

Hier de trailer, hier mijn bespreking van 12 Angry Men, hier die van Dog day afternoon.