Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.


Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

zondag 5 juli 2015

Salvador Dali, tragi-komisch genie (2012), documentaire van Francois Lévy-Kuentz



Schilder met dalinesk wereldbeeld doet er alles aan om op te vallen

Francois Lévy-Kuentz doet in Salvador Dali, tragi-komisch genie een poging om een karakteristiek te geven van de Spaanse surrealistische kunstschilder die vijf en twintig jaar geleden overleed. Hij zegt meteen dat de excentrieke man met zijn sterk gecultiveerde snor er  alles aan deed om een eigen imago op te bouwen en dat hem dat heel goed is gelukt.  
De Franse televisie presentator waarschuwde zelfs dat een eerdere documentaire over Dali die laat op de avond werd uitgezonden gevoelens zou kunnen kwetsen. Zover komt het niet in Salvador Dali, tragi-komisch genie. Het is vooral boeiend om erachter te komen wat de man, ook wel Don Quichotte van de moderne kunst genoemd, die in het begin van de documentaire vanuit een enorme eierschaal eieren naar een schilderij gooit die er als verfbommen tegen kapot slaan, bezielde. Wellicht veelzeggend is een fragment waarin hij een jonge vrouw, die om een rol in zijn film smeekt, bruusk terecht wijst en naroept dat iedereen een slaaf van hem is.

Salvador Dali (1904-1989) werd geboren in een gezin van een notaris en een kunstzinnige moeder in het Spaanse Figueras, een bekende plaats in Catalonië voor mensen die wel eens de snelweg naar het zuiden nemen. Op zijn twaalfde poepte hij nog graag overal in het huis en liet anderen raden waar men zijn uitwerpselen kon vinden. Opvallen was belangrijk voor hem, in welke hoedanigheid ook. Zijn vier jaar jongere zus Anna Maria was zijn eerste model. Hij was vaak te vinden in het vissersplaatsje Cadaques en bezocht van 1921 tot 1924 de kunstacademie in Madrid en kreeg daar vriendschap met Frederico Garcia Lorca en Luis Bunuel. Hij aanvaardde de beslissingsbevoegdheid van de examencommissie niet en werd van de opleiding gestuurd. Zijn werk dat een universum toonde van angst en kwelling werd beïnvloed door het surrealisme. Hij zocht sterk naar erkenning en ging naar Barcelona om Miro te ontmoeten, die hem naar Parijs stuurde, waar Picasso hem toonde wat moderne kunst was.

In 1929 maakte hij in Parijs met Bunuel de film Un chien andalou, hoewel er noch een hond noch Andalusië in voorkwam. Magritte kwam naar hem toe met de vraag of hij toe wilde treden tot de surrealisten. Hij ontmoette Gala, de tien jaar oudere vrouw van dichter Paul Éluard, die zich van haar man liet scheiden, in 1934 met Dali trouwde en zijn eeuwige muze werd. Omdat de vader van Dali tegen het huwelijk was en zijn zoon het huis uitzette, namen ze hun intrek in een vissershut in Portlligat bij Cadaques zonder contact met de dorpsbevolking. Dali zegt zelf dat het huwelijk hem heeft gehoed voor geestesziekte, want daarvoor identificeerde hij zich sterk met de vaak masturberende koning Ludwig II van Beieren. Dali stond onder invloed van de theorieën van Freud over het onbewuste en kon zijn ideeën daarover kwijt in het dorre verlaten landschap rond Cap de Creus. De weke horloges daarin duiden op een mystieke beleving van tijd. Sint Augustinus, die volgens Dali ook paranoïde moet zijn geweest, zou hebben gezegd dat Jezus ook van kaas was.

De surrealistische film L’age d’or (1930) leidde tot een breuk tussen met de politiek ingestelde Bunuel, net zoals hun eerste film tot een breuk had geleid tussen Lorca en Dali. De tweede film leidde tot protesten van ultra rechts in Parijs en werd verboden. Dali werd na een proces in 1934 net niet uitgesloten van de surrealistische beweging rond schrijver André Breton. Omdat hij de Spaanse burgeroorlog niet als een politiek conflict zag en later de figuur Hitler vergoelijkte, werd hij toch uit de groep gezet. In 1838 ontmoette hij Freud die Dali met zijn tekening van de geheime laden in het lichaam als de ware vertegenwoordiger van het surrealisme zag. Hij vluchtte tijdens de Tweede Wereldoorlog naar de Verenigde Staten, waar hij op handen gedragen werd door de high society en in de ban kwam van de dollars, waardoor zijn anale complex verschrompelde, zoals Lévy-Kuentz dat noemt. In zijn autobiografie onthult Dali echter zijn doodsangsten en zijn dwepen met waanzin. Hoewel hij een droomscène maakte voor Alfred Hitchcock kreeg hij geen voet aan de grond in de filmwereld.

Hij ging met Gala terug naar Portlligat waar hij hun hut tot een paleis verbouwde waarin hij ook zijn atelier vestigde. In september 1974 ontwerp hij zijn eigen museum in Figueras.  Aan het eind van de documentaire komt de aap uit de mouw als hij vertelt over zijn trauma, namelijk dat hij als opvolger van zijn oudere overleden broer die ook Salvador heette, zichzelf moest bewijzen. Provoceren bleef zijn levenshouding. In de jaren vijftig ontmoette hij Franco en stapte hij over naar het katholicisme. In het dalineske wereldbeeld mengen zich religieuze en erotische thema’s. In 1963 schildert hij het station van Perpignan als een visioen op de totstandkoming van het heelal (zie foto). Teerhappenings verbeelden de zwarte humor. Critici zeggen dat hij zich heeft verkocht aan de media. Dali is een mediaclown achtervolgd door doodsgedachten. In een nieuwe film komt Pjet Mondriaan helemaal achteraan in een lijstje met belangrijke schilders en hijzelf vlak onder de klassieke renaissancisten. Hij had veel interesse in de moderne natuurwetenschap, zag materie als energie. Nieuwe meesterwerken maakte hij niet meer uit angst dat het hem zijn leven zou kosten. Na  de dood van Gala leefde hij nog zeven ongelukkige jaren. Hij wilde een winterslaap omdat hij geloofde dat de wetenschap binnenkort cellen zou uitvinden voor verjonging, maar zover kwam het nooit en dat is misschien ook wel gelukkig.    








Filmrecensie: Tournée (2010), Mathieu Amalric



Producer van stripshow geen prins in eigen land

Al snel in Tournée zien we een oude bekende. De altijd grappig verbaasd ogende Mathieu Amalric speelde in veel eerdere films die ik zag zoals The diving bell and the butterfly (2007) of Un conte de Noel (2008) en regisseerde Tournée ook nog eens zelf. In deze film speelt hij producer Joachim Zand (de achternaam is die van de moeder van Amalric) die eerder voor de Franse televisie werkte, uitweek naar de Verenigde Staten en daar een onafhankelijke groep stripsters een contract aanbood om een tour door Frankrijk te maken. Tournée lijkt wel een zusje van Showgirls van Paul Verhoeven, al is die laatste film uit 1995 gehaaider en zijn de meiden in Las Vegas minder hecht met elkaar en meer bevattelijk voor verslavende middelen. In mijn fantasie nam Amalric de inmiddels vijftien jaar ouder geworden meiden van Verhoeven mee naar Europa.

Het is grappig te zien hoe Zand als een pater familias, altijd met een sigaret in zijn mond, zijn best doet voor zijn vrolijke, veelal wat dikkere meiden, al geldt dit niet voor de hoogblonde Julie. De witte kraag van zijn overhemd die over zijn jasje hangen doen denken aan een clown, die met een lach op zijn gezicht heen en weer rent om de zaken gesmeerd te laten verlopen. Zand heeft een tour uitgestippeld vanuit Le Havre en dan tegen de klok in via de havensteden Nantes, Bordeaux en Toulon om tenslotte in Parijs aan te komen. Daar moet de ware apotheose plaatsvinden, net zoals geldt voor het wielercircus dat jaarlijks een rondje door Frankrijk draait. De groep vrouwen slaapt net als de coureurs in heerlijke hotels, maar reist wel met de trein omdat Zand wellicht toch niet heel veel financiële middelen tot zijn beschikking heeft. Wellicht daarom steelt hij in elk hotel een handvol snoepjes die op de balie staan. Een running gag is dat hij overal ook vraagt of men de muzak kan uitschakelen, hetgeen dus nooit het geval is.

De film is licht verteerbaar door de vele kleurrijke acts die we zien van de strippende vrouwen. Soms dacht ik dat Tournée verder nergens over ging, maar gaandeweg realiseerde ik me dat dit niet het geval was. Rode draad in de film is het feit dat Zand moeilijk een zaal in Parijs kan krijgen. Dat heeft te maken met zijn verleden als televisieproducent. Hij probeert op een af andere manier toch een zaal te vinden, ook via zijn broer die theaterman is, maar hem niet kan helpen. Een bezoek aan een geldschieter mondt uit in een vechtpartij tussen de broers.

Een ander thema dat in de film speelt is dat van het gezin van Zand. Af en toe gaat hij er stiekem tussen uit om zijn vrouw in Parijs te bezoeken die in een ziekenhuis ligt nadat men haar borsten verwijderd heeft. De relatie tussen de twee is wel zo’n beetje afgelopen. Zand gaat ook met zijn zoons op stap en neemt ze zelfs mee naar een van de hotels waar de groep verblijft. Mimi, een van de stripsters, verwijt hem dat hij de vrouwen gebruikt om dichterbij zijn familie te komen, maar later trekt ze weer bij en ontstaat zelfs een kortstondige amoureuze verhouding met Zand, die op het eind tot zijn spijt moet meedelen dat hij geen prins in eigen land is, dat een optreden in Parijs er niet in zit en dat het tournée voortijdig moet worden afgebroken. Was benieuwd of de vrouwen nog in de Verenigde Staten weer aan het werk kwamen. In ieder geval deelden ze de mening van Zand dat het leven als rondtrekkend varieté artiest ook veel leegte kent.

Hier de trailer.

zaterdag 4 juli 2015

The cove (2009), documentaire van Louie Psihoyos



Vreselijke dolfijnenslachting in een zee van bloed

Louie Psihoyos rijdt samen met voormalig dolfijnentrainer Rick O’Barry naar het Japanse stadje Taji, waar op dolfijnen wordt gejaagd. O’Barry zit achter het stuur van de auto en vreest dat zij worden gevolgd omdat hij eerder een gevangen dolfijn probeerde te bevrijden. Hij werd beroemd door de serie Flipper die zelfs in en rond zijn huis werd opgenomen. Nadat hij eens zag hoe een dolfijn in gevangenisschap zelfmoord pleegde, gewoon door zijn adem in te houden, voert hij met veel overtuiging actie tegen deze misdaad. Als de mannen hun intrek nemen in een hotel horen ze meteen dat het niet de bedoeling is dat ze het jachtgebied in gaan. Ze worden steeds als ze in de buurt zijn op agressieve manier door politie en vissers bejegend.

O’Barry vertelt dat de populaire serie Flipper een enorme toeloop van mensen creëerde die graag die dolfijnen wel eens in het echt wilden zien. Overal in de wereld schoten de dolfinaria als paddenstoelen uit de grond. Om die te voorzien van hun springende attracties worden die in Taji gevangen en voor veel geld doorverkocht. De dieren die overblijven worden gedood voor hun vlees, dat veel kwik bevat en gevaarlijk is, vooral voor zwangere vrouwen, iets dat onbekend was bij het overgrote deel van de bevolking. Eerder al werd wereldwijd geprotesteerd tegen de walvisvangst, maar de belangen zijn groot om die op te geven, vooral door Japan. Die acht het een vorm van nationale trots om op walvissen en hun soortgenoten de dolfijnen te blijven jagen. Daar komt nog bij dat ze de dolfijnen beschuldigen van het eten van vis. Alsof dat niet eerder zou komen door overbevissing.

Omdat dolfijnen akoestische beesten zijn die gevoelig zin voor geluiden, worden ze door Japanse vissers met hamerende geweld naar de kust gedreven waar ze in netten worden verstrikt en daarna gevangen of gedood. Psihoyos wilde in samenwerking met duikers van de Oceanic Preservation Society de jacht en moord vastleggen en ging met zijn producer naar de gemeente om een vergunning los te krijgen. Hoewel dat niet lukte kregen ze wel een aanwijzing waar zich de geheime baai in een nationaal park bij de stad bevond waar de slachting jaarlijks in september plaatsvindt. Om geen verdenking op zich te laden, bezochten ze toeristische tempels in de buurt. Kleine rotsjes in de tuin waar door Japanners bij gemediteerd wordt brachten Psihoyos op het idee om die zelf te laten maken en daar onderwatercamera’s in te laten zetten.

In de documentaire is de blik vooral gericht op de missie van Psihoyos en het OPS om de jacht en de kille moord op de dolfijnen te filmen. O’Barry wordt nog eens door de hoteldirectie gevraagd naar zijn betrokkenheid maar ontkent en vertelt dat hij alleen maar interviews geeft. Daarnaast is er achtergrondinformatie over de onwil van Japan om zich te houden aan internationale afspraken, maar ook informatie over de dolfijnen zelf. Een surfer vertelt dat hij eens door dolfijnen werd gered toen hij op zijn surfboard in de buurt kwam van een haai. Ze zwommen tussen hem en de haai. Een duikster in het team van OPS, die hard wordt aangepakt door de vissers en ziet dat een klein dolfijntje in de zee sterft, vertelt dat ze goed met de dolfijnen kan communiceren. O’Barry meent dat ze een bewustzijn bezitten dat groter is dan dat van de gemiddelde mens.

Tenslotte zien we beelden van de manier waarop de resultaten van de missie wereldkundig worden gemaakt. Dat gebeurt op een internationale conferentie voor de walvisvaart. O’Barry loopt totdat hij wordt afgevoerd rond met een laptop met daarop beelden van een bloedrode zee en spartelende dolfijnen. De kracht van de documentaire bestaat hierin dat het woedend maakt dat deze praktijk nog kan voortbestaan.   

Hier de trailer

Filmrecensie: Barbara (2012), Christian Petzold



Gedegradeerde vrouwelijke arts toont haar onbaatzuchtigheid

De voormalige DDR biedt een boeiende achtergrond om films over te maken. Dat gold al voor Das Leben der Anderen uit 2006, maar ook voor Barbara, die zes jaar later uitgebracht werd. De sfeer van onderling wantrouwen die steeds sterker werd naarmate de ondergang van de socialistische staat, nu vijf en twintig jaar geleden, naderbij kwam, vormt een mooie bron van spanning tussen de acteurs.

In Barbara gaat dat op voor arts Barbara Wolff, gespeeld door Nina Hoss, en haar tegenspeler André, ook een dokter en wel in een provinciaal ziekenhuis waar Barbara in 1980 vanuit Berlijn naar toe is gestuurd nadat ze een aanvraag voor een uitreisvisum had aangevraagd. Werken in de provincie stond gelijk aan degradatie, zoals André zelf ook had ondervonden.

André probeert Barbara wat op haar gemak te stellen, maar gemakkelijk gaat dat niet. Barbara is zich zeer bewust dat André van alles over haar weet. Ze is nog steeds van plan om de DDR de rug toe te keren. Als het niet met toestemming van de autoriteiten kan, dan op illegale wijze. Een vriend in West-Duitsland vormt de reden van haar plannen, dus ze houdt liever afstand van André.

De sfeer van verdachtmaking en wantrouwen komt in de film duidelijk naar voren in de vorm van een zwarte auto die vaak voor de flat geparkeerd staat waar Barbara woont. Daar blijft het niet bij. Regelmatig krijgt ze bezoeken van de Stasi, die haar appartement doorzoekt en zelfs haar laat visiteren.

De verhouding tussen André en Barbara verbetert als ze zich beiden bekommeren over Stella, een opstandige puber die in een werkkamp in Torgau verblijft maar naar het ziekenhuis wordt gebracht omdat ze onder de tekenbeten zit. André ontwikkelt een serum tegen de beten, maar alleen Barbara mag dat van Stella toedienen. Ze leest het meisje dat ook nog zwanger is, voor en hoort dat ze niet weer terug wil naar het werkkamp. Barbara polst André hoe lang ze haar nog in het ziekenhuis kunnen houden. In het hierop volgende gesprek vertelt André aan Barbara hoe het komt dat hij tegen zijn zin in informant moest worden van de Stasi. Hij maakte ooit de fout een assistente de verantwoordelijkheid te geven over de ingebruikname van nieuwe couveuses, waardoor baby’s de dood vonden. Hij kan vandaag de dag niet voorkomen dat Stella wordt afgevoerd. Barbara probeert de bewakers nog tegen te houden, maar er is geen redden aan.

Een nieuwe toenadering tussen André en Barbara wordt mogelijk gemaakt door een nieuwe patiënt, een jongen die zichzelf vergiftigde en daarna vanaf een flat naar beneden sprong. Vanwege hersenletsel moet hij geopereerd. Barbara heeft vlak daarvoor verlof aangevraagd om een vluchtpoging te ondernemen, dus kan ze zelf niet bij de operatie assisteren.

Als vlak voor het vertrek van Barbara uit haar appartement Stella aanbelt die opnieuw uit het kamp ontsnapt is, volgt een nogal voorspelbaar einde, maar dat doet niets af aan de mooie ingetogen manier waarop dit drama verteld wordt. De in moeilijke omstandigheden verkerende maar sterke Barbara, die van huis naar werk en terug fietst, blijft nog lang op het netvlies van de kijker hangen. 

Hier de trailer.

vrijdag 3 juli 2015

Recensie: Zen; notities onderweg (1984), Maarten Houtman



Werken aan de basis zonder afgeleid te zijn

Volgens de ondertitel handelt Zen; notities onderweg over De praktijk van het Za-zen in het dagelijks leven, opgetekend in toespraken en gesprekken. De zevenentwintig toespraken worden voorafgegaan door twee brieven die Maarten Houtman en Graf Dürckheim aan elkaar schreven. De toespraken eindigen veelal met vragen en antwoorden over het aangesneden thema. Daarnaast bevat het boek twee observerende beschouwingen van Maarten Houtman (1918-2011) De toepassing van de zitmeditatie in het dagelijks leven staat centraal. Leven is volgens Houtman niet wezenlijk anders dan zitten.

Veelal worden het zitten en het gewone leven van elkaar gescheiden. In de praktijk binnen de kerk leidt dit ertoe dat een priester of dominee het ene verkondigt en het andere doet. Het leven blijkt sterker dan de leer. In de Zen praktijk van Houtman is hier weinig kans voor, omdat de beoefening juist verbonden wordt met het leven. Door het zitten wordt men gedurende de dag meer opmerkzaam van het feit dat men gekneveld wordt door de levensomstandigheden en komt men in contact met het Onuitsprekelijke of de onbekommerde, zoals Houtman hetgene noemt wat aan onze persoonlijke geschiedenis vooraf gaat. Dat leven is anders dan het zitten volgens Houtman de grote oefening. ‘Opmerken zonder meer, laten rusten, zodat de onbekommerde in je tot leven komt.

Houtman behandelt zeer gevarieerde onderwerpen rond het mediteren. Zo gaat het over de werking van ons bewustzijn dat tot meer in staat is dan we denken, over onze seksuele transformatie tot schepsels die een enorm liefdespotentieel beschikken, over de autoriteit van de leraar die - net als onze geloofsinstituties, die uit zijn op macht - de bevrijding van de leerling tegenwerkt en tenslotte over Verlichting. Zijn taal is helder, bijvoorbeeld als hij spreekt over de autoriteit van de leraar. Aangezien de leerling niet zo gemakkelijk zijn illusies over de wereld zal prijsgeven, acht hij direct contact tussen leraar en leerling van belang, omdat de leraar zich dan kan afstemmen op de persoonlijke situatie van de leerling: ’Het laatste wat een leraar of meester zou moeten doen is aan die illusie nog meer voorstellingen dus nog meer illusie toevoegen.’

Door zelfbeheersing kan men de eigen gedachten en gevoelens niet leren kennen. Alleen door daar daarop in te gaan, gedachten en gevoelens aandacht te geven en die vervolgens los te laten, wordt het mogelijk om anders dan reactief bezig te zijn. Als het moeilijk is om te blijven zitten, kan men een loopmeditatie doen of een verwante tak van oefening zoals Tai Chi of Aikido.. Ook andere bezigheden waarmee men gemakkelijker in de concentratie blijft, zoals tennis of tuinieren, zijn geschikt om aan het denken voorbij te gaan.

Opmerken is evenwel de sleutel van de oefening als van het leven: ‘Opmerken hoe iedere ervaring voorgeprogrammeerd is, zodat de eigenlijke ervaring ons niet bereikt. Blijven opmerken en geduldig blijven gadeslaan, zonder daar iets aan toe te doen, zonder in te grijpen, open voor alle geluiden en andere verschijnselen die ons bereiken vanuit de wereld; het blijven uithouden en intussen voldoende vertrouwen hebben om daarin te blijven.

De onbekommerde kan alleen opgemerkt worden als we aan elk oordeel of conclusie hierover voorbij gaan. Dit past ook bij zijn idee van Verlichting. De essentie is niet door te geven of te duiden. Het gaat om een belangeloos oefenen, waardoor het Onuitsprekelijke zijn werk kan doen.

Hier het Maarten Houtman archief met veel leringen.