Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.


Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

vrijdag 28 augustus 2015

Filmrecensie: The sixth sense (1999), M. Night Shyamalan



Film maakt ontvankelijk voor hetgeen buiten onze gebruikelijke zintuigen valt

Het is niet gemakkelijk de film The sixth sense van de Indiase dokterszoon M. Night Shyamalan die opgroeide in Pennsylvania,  te bespreken zonder de clou weg te geven, maar ik zal toch een poging wagen.

De film begint zoals Alfred Hitchcock  zou kunnen doen met een scène waarin Anna, de vrouw van kinderpsycholoog Malcolm Crowe een fles wijn uit de kelder haalt om het succes van haar man te vieren. Als ze in een amoureuze stemming naar de slaapkamer gaan, ziet Anna dat de telefoon op de grond ligt, een ruit gebroken is en in de badkamer licht brandt. Malcolm Crowe stapt langzaam naar voren en ontdekt een jongeman die daar in zijn onderbroek staat. Het is Vincent Grey, een oud patiënt van hem die hij nooit goed heeft weten te behandelen. De jongeman vertelt dat hij nog steeds doodsangsten uitstaat en schiet zijn behandelaar dood.

De scène verplaatst zich naar een volgend najaar in Philadelphia. Crowe zit op een bankje tegenover het huis van de negenjarige Cole Sear en volgt de jongen naar een kerk in de buurt, waar de twee met elkaar kennismaken. Crowe wil Cole graag helpen maar Cole is sceptisch over de mogelijkheid daarvan. De toenadering tussen de twee wordt fraai in beeld gebracht door een voorstel van Crowe: hij zal zeggen welke gedachten de jongen heeft en als dat klopt moet hij een stap vooruit doen en als het niet klopt een stap achteruit. Crowe weet de jongen voor zich te winnen, maar desondanks geeft Cole zijn geheim nog niet aan Crowe prijs.

Lynn, de moeder van Cole, maakt zich zorgen over haar zoon die vaak met schrammen thuis komt en met gaten in zijn kleren. Ook lijkt hij kostbaarheden te stelen. Ze vindt tenminste een hanger van haar moeder, waaraan Lynn gehecht was, in een nachtkastje van Cole. Op school komt de jongen in conflict met een leraar over de vroegere bestemming van het gebouw. De man meent dat Cole verkeerd geïnformeerd is over personen die opgehangen werden in het vroegere gerechtsgebouw. Hierdoor is Cole meer genegen om Crowe tot zich toe te laten.

Cole ziet dat Crowe verdrietig is. Crowe vertelt daarop eerlijk over zijn verleden, over de moeilijke relatie met zijn vrouw die hij door zijn werk verwaarloosde en de fout die hij maakte in de behandeling van Vincent Grey, iets wat hij niet kan loslaten. Cole vertelt hem hierop zijn geheim, namelijk dat hij dode mensen kan zien. Hij vertelt dat ze gewoon om hen heen rondlopen, zoals Jean Paul Sartre ooit al prachtig beschreef in Les jeux sont fait.      

Zijn leven wordt er daarmee niet gemakkelijker op. Hij wordt geterroriseerd door de doden, die een kilte uitstralen als ze boos zijn, waardoor de temperatuur in huis in snel tempo zakt.
Lynn probeert de kwestie met de hanger met Cole te bespreken en wordt wanhopig als hij ontkent dat hij degene was die de hanger had weggenomen. Anderzijds zoekt de doodsbange Cole de steun van zijn moeder.

In de tussentijd luistert Crowe een oud cassettebandje af van een sessie met Vincent, waarin hij hoort dat Vincent bedreigd werd op het moment dat hij zelf werd weggeroepen. Hij besluit dat zij het beste kunnen ingaan op de wensen van de doden om op die manier van hun kwade  kracht af te komen. Cole voert het voorstel uit bij het gezin van een meisje dat door een ziekte doodgegaan is en lost een gezinsprobleem op. Hij helpt vervolgens Crowe om de slechte relatie met Anna te verbeteren en praat met zijn moeder over allerlei zaken die ze niet begreep, zoals de verdwenen hanger van haar moeder.

The sixth sense is een bijzondere film met een boeiend concept dat sterk afwijkt van de gemiddelde film en ontvankelijk maakt voor datgene wat buiten onze vijf gewone zintuigen valt.
  
Hier de trailer.

donderdag 27 augustus 2015

Dusty bin dreams (2014), documentaire van Eriss Khajira



Het leven op een stortplaats van de hand van een betrokken buurtgenote

Documentaires over het leven op vuilnisbelten lijken een geliefd onderwerp voor filmmakers te zijn. Lucy Walker maakte Schoonheid op een stortplaats op een grote vuilnisbelt bij Rio de Janeiro en Marcos Prado maakte daar eerder een portret van Estamira. De 27 jarige Eriss Khajira (zie still) filmt op de grootste vuilnisbelt van oost Afrika, Dandora, in de buurt van Nairobi, waar tienduizend mensen werken. Er is een restaurant en er staat een pooltafel. Blijmoedigheid en droefenis wisselen elkaar af. Soms brengt een vrachtwagen over gebleven voedsel van een vliegtuig en dan eet men met smaak. Tegelijk zijn er berichten in de media dat de belt wordt gesloten vanwege stankoverlast en dat ziekten en miskramen door de giftige dampen veroorzaakt worden.

Vooraf vertelt Eriss - die opgroeide in de sloppenwijk naast de vuilnisbelt die al in 2001 zijn maximale capaciteit bereikt had - over de personen die ze met de camera gaat volgen. Zelf leerde ze het vak toen ze eens langs een kantoor liep waar men video’s kon laten maken. Ze assisteerde er, leerde zelf een camera te bedienen en oefende op de vuilnisbelt.

Haar 23 jarige vriend Daniel staat bekend als Taxibook. Hij is twee jaar getrouwd met Asha die acht maanden zwanger is. Taxibook heeft geen moeder meer en zijn vader heeft hij zelfs nooit gekend. Hij heeft wel een zus die ook op de vuilnisbelt rondscharrelt. Eriss wil dat hij gewoon doet als zij hem filmt en niet zo verlegen is. Daniel vindt het werk zwaar. Hij komt wel eens een dode baby tussen het afval tegen. Hij wil het liefste meer vastigheid. Hij vertelt over de hiërarchie op de belt. Bovenaan staan de grote bazen die nachtwakers en afvalscheiders in dienst hebben en daarnaast zijn er nieuwkomers die in het restant mogen snuffelen. Op het moment dat Asha moet bevallen gaat ze naar de kraamkliniek in de wijk. Eriss filmt de dochter die nog geen naam heeft. Asha weet nog niet hoe ze de kliniek moet betalen. Daniel heeft inmiddels werk als nachtwaker en verdient daarmee twee euro vijftig per dag. Eriss ziet hem niet veel meer omdat hij overdag slaapt. Hij vertelt haar later dat hij zich niet erg veilig voelt, dat er soms gevechten zijn waarbij wapens gebruikt worden en doden vallen. Zelf legt hij ook het loodje, tot diep verdriet van Eriss die juist de onderlinge band wilde versterken. Ze hoort dat hij door een volksgericht is gelyncht. Asha vertelt haar over de aanleiding: Daniel had contacten had met criminelen, perste af en had een dominee gedood. Eriss filmt de begrafenis met een gebruikelijke groepsfoto op het eind. Asha wil weer naar school gaan of gaan werken als haar dochter kan lopen. Eriss staat haar bij. 

Mavoke is een rapper die nummers ten gehore brengt over het leven op de vuilnisbelt. Hij verdient daarmee te weinig om in zijn onderhoud te voorzien en moet daarom scharrelen op de belt. Hij vertelt dat hij ooit getuige was van de dood van een vriend die door een vrachtwagen gegrepen werd. Een rap was een goede manier om het drama te verwerken. Later mag hij een dag naar een muziekstudio waarin hem gevraagd wordt hoe hij erkenning kan krijgen als kunstenaar. Mavoke vertelt dat hij niet uit is op roem, maar de omstandigheden op de belt wil verbeteren.  

Goko is een activist die populair is op de belt. Hij fokt varkens en heeft grote toekomstplannen. Met zijn arm wijst hij aan waar bedrijven en bomen moeten komen.
Hij bespreekt met nieuwkomers fouten in het registratieformulier en legt het samenwerken uit aan de hand van een staaf die ze met de vingers moeten optillen: eerst klaagt men over elkaar, maar als men eenmaal het idee snapt, werkt men beter samen. Hij begint ook een volksbank waar men geld kan inleggen of lenen. Hij ziet de documentaire als een mooie manier om bekendheid te geven aan de problemen op de belt en is tegen plannen van politici om de belt te sluiten. Dat van die miskramen weerlegt hij met voorbeelden. Een nieuw project van hem is een recyclebedrijfje.

Florence is een moeder van zes kinderen, van wie zoon Kuria problemen geeft omdat hij verslaafd is, niet alleen aan tabak maar ook aan lijm en drugs. Hij slaapt op de vuilnisbelt en zij heeft hem al drie weken niet gezien. Ze is blij als hij weer thuis is. Ze hoort dat hij verkracht werd op de belt en wil daarom dat hij bij haar dochter Jane gaat wonen, maar die kan niets met hem omdat hij zich vreemd gedraagt. Hoewel hij geen geld had, werd hij een tijdje in een kliniek opgenomen. Jane is ongerust als Kuria wegblijft. Veel vrienden van hem hebben de dood gevonden door het snuiven van kerosine.

Omdat Eriss steeds vreemdere dingen meemaakt en zichzelf niet veilig voelt, stopt ze met filmen. Ze gaat nog één keer langs bij haar informanten. Het recyclebedrijfje van Goko komt niet van de grond vanwege de op handen zijnde sluiting van de belt, maar zijn volksbank loopt goed. Kuria is nog steeds niet komen opdagen. Jane wil mango’s gaan verkopen bij de pooltafel. Mavoke was één dag een held maar scharrelt inmiddels weer rond op de belt, waar hij een buurmeisje trouwde die inmiddels zwanger is. Asha woont bij haar ouders en hoopt over vijf jaar in de Verenigde Staten te zijn. Zo rommelen we door, zegt Eriss op de openhartige manier waarmee ze in Dusty bin dreams over de armoede in Afrika van binnen uit vertelt. Door de film kon ze een half jaar naar de filmschool. Dandora werd gesloten zonder dat nog een nieuwe locatie gevonden was.

Hier de voorbeschouwing waarin een voetbal getoond wordt die uit plastic afval gemaakt is met een touwtje erom. Hier mijn bespreking van Schoonheid op een stortplaats (2010), hier die van Estemira (2004) van Marcos Prado.

woensdag 26 augustus 2015

Wij zijn Kees Brouwer (2014), documentaire van Kees Brouwer






Gezochte uitwerking van een aardig idee

Filmmaker Kees Brouwer (vooraan op de groepsfoto) kwam op het idee om een documentaire te maken over naamgenoten van hem. Hij wil weten of er iets zinnigs te zeggen valt over de personen die dezelfde naam dragen, welke overeenkomsten en verschillen er zijn. Hij liet een medewerkster van de VPRO bellen en kwam tenslotte tot 165 naamgenoten. In de documentaire toont hij een aantal van hen, te beginnen met zichzelf: nummer 000, een documentairemaker van 48 jaar uit Hilversum, zoon van een schoolmeester, kleinzoon van een visser.

Nummer 118, 83 jaar uit De Meer is een moeilijk lopende, rustende veehouder die niet slecht geboerd heeft, zegt hij zelf, zowel in zijn werk als met zijn gezin niet. Nummer 000 kijkt liever vooruit en gaat op bezoek bij nummer 88, een parketlegger van 44 jaar uit Vught. Nummer 000 begrijpt dat dit soort portretten weinig zoden aan de dijk zetten en besluit tot een dag waarop de naamgenoten samenkomen. Hij heeft formulieren verspreid op grond waarvan wellicht iets te zeggen valt over de naamgenoten. Op de dag zelf voelt nummer 000 zich heel prettig, de mannen – er is zelfs een vrouw uit de Jordaan bij die zich Kees liet noemen na een opmerking van een stamgast dat ze pas reageerde als hij haar zo noemde – hebben een band met elkaar, maar dat heeft men natuurlijk al gauw denk ik dan.

Nummer 000 toont de kenmerken op een groot scherm. De jongste naamgenoot is vier jaar oud, de oudste 89 jaar oud. Het gaat over het algemeen om wat oudere mannen met ruitjesoverhemden die de Tweede Wereldoorlog nog hebben meegemaakt dan wel aan de wederopbouw hebben deelgenomen, mannen die niet vies zijn om de handen uit de mouwen te steken, zoals in die tijd nodig was.

De oudste naamgenoot, nummer 114 uit Vlissingen deed de zeevaartschool in Rotterdam en tegenwoordig in een verzorgingstehuis zit met uitzicht op het water. We horen dat hij de belangrijke onderscheiding door prins Bernard kreeg uitgereikt. Zelf weet hij dat allemaal niet meer. Een twee jaar jongere oude man uit Overloon vloog in een Spitfire.

Van een latere generatie zijn de harde werkers, zoals een arts van 70 jaar uit Berkel en Rodenrijs die arts was in Afrika en een marktkoopman van 63 uit Velp die op een regenachtige dag overzetzonnebrillen verkoopt en emotioneel wordt over zijn vader die op de Grebbeberg vocht en jaarlijks naar het defilé ging, ook al moest het met een rollator. Die zette hij het laatste stuk aan de kant om, ondanks zijn Parkinson, op karakter mee te lopen in de stoet.

Nog jonger is een man van 43 uit Nieuw Vennep, die trots is op Nederland, niet in de laatste plaats vanwege de dj’s die de wereld veroveren. Op zijn achttiende trok hij met een caravan feestend door Europa en tegenwoordig bouwt hij concertpodia voor artiesten.

Niet iedereen zit het mee in het leven. Een 49 jarige man uit Meerkerk heeft te leven met zijn handicap waardoor hij zich op drie in plaats van twee wielen moest voortbewegen, maar hij is wel blij met het activiteitencentrum in Harmelen, waar hij drie dagen in de week naar toe gaat.     
Een 51 jarige man uit Almere heeft nog steeds last van de psychische gevolgen van uitzending naar Libanon.

Nummer 000 eindigt met een bijzondere naamgenoot die zich inzette voor Tibetaanse vluchtelingen en daardoor in contact kwam met de Dalai Lama. Het brengt hem tot de conclusie dat Kees Brouwer best een goede gast is, met zijn fouten natuurlijk, maar daar gaat hij niet op in. Er is in ieder geval in de toekomst van zijn naamgenoten nog wel iets te verwachten getuige een achttien jarige scholier uit Leusden die zich interesseert voor het wereldvoedselprobleem.

Tegelijk is de uitwerking van het idee nogal gezocht. De band die naamgenoten met elkaar voelen is weinig anders dan de band die plaatsgenoten of clubgenoten met elkaar hebben. Daar kan het commentaar van de documentairemaker, die voortdurend zoekt naar gemeenschappelijkheden, niets aan toevoegen.

Hier de promo.

dinsdag 25 augustus 2015

Mogelijke winnaar ANV Debutantenprijs 2015



Traditie versus experiment

De ANV Debutantenprijs is de nieuwe naam voor de Dordtse Debuutprijsm die tussen 2008 en 2014 in handen was van sponsor Academica. Het Algemeen Nederlands Verbond – what is in a name? – financiert nu de prijs. De vakjury onder leiding van Casper Markesteijn heeft uiteindelijk drie romans uitgekozen, waarover een lezersjury zich mag uitspreken. De romans zijn:

We zullen niet te pletter slaan van Nina Polak ( hier mijn recensie)
Birk van Jaap Robben (hier mijn recensie)
De consequenties van Niña Weijers (hier mijn recensie)

Anders dan vorige jaren moeten lezers elk boek beoordelen en zo hoort het natuurlijk ook. Ze hebben daarvoor de eenmalige keuze tussen een 6, een 7 of een acht en worden daarmee meer gelimiteerd dan vorige jaren toen men boeken nog met hetzelfde kwalificering kon waarderen. Voor dat laatste valt iets te zeggen in geval men boeken als gelijkwaardig beoordeelt. Wellicht zal het volgend jaar weer anders zijn. Wie weet komt men nog eens - als in the good old days - weer op vijf nominaties uit, maar daarover ga ik niet opnieuw zeuren. 

De keuze voor de beste debuutroman van 2015 gaat dit jaar tussen één man en twee vrouwen die ook nog eens vriendinnen van elkaar zijn. Beiden heb ik een jaar geleden mogen aanschouwen tijdens een vraaggesprek in Athenaeum Boekhandel Haarlem. Jonge aanstormende talenten, dat moet gezegd. Ik herinner me nog dat Nina zich op Facebook afvroeg wat ze zou aantrekken. Of een trui niet te warm zou zijn. Maar ik treuzel. Ik vind het lastig mijn keuze te bepalen en wil daarmee liever wachten.

Ongeveer een maand geleden las ik Birk als laatste van de drie debuten en ik was zeer te spreken over het verhaal in het koude noorden van Europa waarin een jongen moet zien te leven na de verdrinking van zijn vader en zijn, als gevolg daarvan, getraumatiseerde moeder.
Het was een mooie coming of age roman, waarvan ik niet zoveel verwachtingen had. Ik vergeleek Robben zelfs met Bernlef en zette het nogal gedegen, bijna ouderwets heerlijke boek af tegen de debuten van Weijers en Polak, die meer engagement lieten zien: Weijers met een moderne roman over de verhouding tussen kunst en leven, Polak met een intrigerend familiegeschiedenis waarbij de twee kinderen van een gescheiden lesbisch stel door het leven zien te komen.

De hoofdpersonen van de drie romans laten zien hoe verschillend de verhalen zijn. Mikael, de zoon van Birk, moet zich staande houden in een desolate omgeving en zoekt troost bij een meeuwtje; de ondermaatse Minnie Panis wordt door haar moeder naar een kliniek in de Verenigde Staten gebracht, waarna ze haar leven in dienst stelt van de kunst; Anna Katz en haar broer Schard nemen twee heel verschillende posities in het leven in.

Ook de stijl van de debuten verschilt aanzienlijk. Terwijl Robben rechttoe rechtaan schrijft, hult Weijers zich met een soepele schrijfhand in nevelen en neemt Polak een tussenpositie in. In mijn recensie over We zullen niet te pletter slaan was ik nogal kritisch over de toon van Polak, maar achteraf zie ik dat de kracht ervan toch duidelijker naar voren komt.

Zou het toch weer een kwestie van smaak zijn die het oordeel van de lezers bepaalt? Of men van een meer traditioneel verhaal houdt of kiest voor een experiment? Ik hou het erop dat durf dit jaar beslissend is en geef daarom de meeste kans aan Weijers omdat zij in De consequenties de meeste lef toont. 

Hier mijn poging tot een oordeel over de mogelijke winnaar van 2014, hier mijn verslag van het interview van Toef Jaeger met Nina Polak, hier het interview van Lex ter Braak met Niña Weijers.

Filmrecensie: Monster’s ball (2001), Marc Forster



Fraai spel in een helaas al te Amerikaans scenario

Monster’s ball is een van de eerste films van Marc Forster die in Beieren geboren werd, na de filmacademie in New York naar Los Angeles verhuisde en zichzelf het liefst als een Zwitser ziet. Ondanks deze internationale achtergrond is Monster’s ball wel erg Amerikaans met veel geweld en een erg op lust gerichte invulling van de seksualiteit.

Hoofdpersoon Hank Grotowski is een nogal racistische gevangenisbewaker in de buurt van Jackson. Dat heeft hij niet van een vreemde. Zijn astmatische vader moet niets hebben van zwarten. Als er een paar zwarte schooljongens op hun erf verschijnen, op uitnodiging van Hanks zoon Sonny nota bene, jaagt Hank die met een geweer weg. De sfeer in deze mannengemeenschap is weinig warm. Zoon Sonny bezoekt een jonge blonde prostitué die de daad, waarbij ze hem haar achterste aanbiedt, als een kille transactie beschouwt.
Hank heeft weinig op met zijn zoon die net als hij in de gevangenis werkt. Hij ergert zich eraan dat Sonny niet net zo stipt en streng is als hijzelf.

Dat blijkt als de zwarte Lawrence Musgrove door executie ter dood veroordeeld wordt. Sonny heeft te doen met de man in de dodencel en probeert op een of andere manier contact te maken met de man die in afwachting van de elektrische stoel een tekening van hem maakt. Hank moet weinig hebben van de empathie van Sonny en slaat zijn zoon zelfs neer als die moet kotsen op het moment Musgrove naar de executieruimte gebracht wordt.
Ook de directie heeft weinig clementie van de veroordeelde. Musgrove krijgt zelfs geen kans om een laatste telefoontje naar zijn vrouw en zoon te plegen, zoals hij beloofd had.

Vrouw Leticia en dikke zoon Tyrell zitten voor de televisie als de executie zich voltrekt. Leticia met een shot whisky, Tyrell in het geheim met een reep chocolade. Als zijn moeder ziet dat hij weer gesnoept heeft, valt ze hard naar hem uit. Het conflict tussen Hank en zijn zoon kent inmiddels een fatale afloop. Tijdens een voortgezette ruzie thuis, schiet Hank Sonny dood.

In het vervolg van de film komen Hank en Leticia tegen in een koffiehuis waar Leticia werkt.
Ze kan niet zonder werk omdat ze anders haar huis uitgezet wordt. Hank van zijn kant heeft ontslag genomen als gevangenisbewaker en wil een tankstation openen. Langzaam aan komen de twee steeds dichter bij elkaar. Omdat de auto van Leticia kapot is gegaan, kan Hank haar regelmatig een lift geven naar haar werk. Hij is ook in de buurt als Tyrell wordt aangereden, brengt de jongen naar het ziekenhuis en troost de moeder als Tyrell de aanrijding niet overleeft. Leticia heeft heel hard het lijf van Hank nodig om zichzelf een beetje goed te voelen. Het lijkt me vreemd dat een uitgebreid orgasme haar verdriet kan lenigen.

Het dramatisch gehalte neemt toe als Leticia door de vader van Hank vernederend wordt toegesproken. Zwarte vrouwen zijn er alleen goed voor om geneukt te worden. Het is vreemd dat Leticia Hank daarop ook de rug toekeert, al kan dit natuurlijk op het conto van de rouw geschreven worden. Als ze inderdaad haar huis uitgezet wordt, krijgt Hank een kans om het goed te maken en grijpt die met twee handen aan. In diens huis ontdekt Leticia de tekening die haar man van Sonny maakte en krijgt de doodsschrik van haar leven.

De verhouding tussen Leticia en Hank wordt fantastisch gespeeld door Halle Berry en Billy Bob Thornton, maar als geheel is het scenario al te zeer bedacht om te overtuigen.
  
Hier de trailer.