Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



woensdag 17 januari 2018

Geluk in de literatuur, Stadsbibliotheek Haarlem, 15 januari 2018


Geluk is liefde

Om tegenwicht te bieden aan Blue monday organiseren de Bibliotheek Zuid Kennemerland en de Toneelschuur een avond over geluk, in het bijzonder in de literatuur. Aandacht is er ook voor de voorstelling Geluk onder regie van Nina Spijkers die op 8 februari a.s. in première gaat. Presentatrice Joni Zwart leidt - na een verrassende opening door de vier spelers van de voorstelling Geluk die vaker een theatrale of muzikale bijdrage leveren - de avond in met een uitleg van de formule die de Britse psycholoog Cliff Amail opstelde, om aan te geven dat mensen zich op deze dag in januari het meest ellendig voelen. Zwart zegt erbij dat de formule dermate onhanteerbaar was dat Amail later reizen ging verkopen voor Sky travel.

Toef Jaeger interviewt Kees ’t Hart, die bekend staat als een homo ironicus en naast verhalenbundels en romans ook een essaybundel heeft uitgebracht onder de naam Het gelukkige schrijven (2015). Zijn personages zijn vaak helemaal niet van die gelukkige mensen, omdat ze met overspannen ideeën rondlopen. Hij wil graag dat ze ongelijk krijgen. In De Revue (1999) probeert de hoofdpersoon de geheimzinnige wereld van de revue te doorgronden. ’t Hart zegt erbij dat zijn vrouw in de tijd dat hij Nederlands studeerde bij de revue werkte en dat hij in de avonduren het gezelschap leerde kennen. Hij haalt de eerste zin uit de roman aan die verwijst naar de gelukkigste tijd van zijn leven, die hij toen had. Hij had als laatste zin bedacht dat meisjes gelukkig moeten zijn maar die haalde het niet. Het zegt wel iets over zijn werkwijze die begint met een eerste en laatste zin. Hij is beïnvloed door de Franse filmmaker Eric Rohmer die in zijn vier films over de seizoenen ook vindt dat meisjes gelukkig moeten zijn. Een op het scherm geprojecteerde grafiek uit een scheurkalender Schrijven is scheuren, die hij samen met Marja Pruis en Joost de Vries samenstelde, is niet van hem maar van De Vries die wilde aangeven hoe een plot zich op de meest simpele wijze ontwikkelt, iets wat niet voorkomt in de boeken van ’t Hart. Jaeger spreekt over ’t Hart’s laatste roman Wederzijds (2017), waarin een echtpaar in een burgerwacht geluisd wordt, die overlast wil bestrijden maar zelf wraaknemingen pleegt. Volgens Jaeger zijn de laatste romans wranger van toon. Dat komt wellicht door huidige maatschappelijke verhoudingen zegt ’t Hart die zelf liever de onschuld bewaart en dromerige romans schrijft zoals nu over Goethe. (Daarover heeft hij al eerder in 2011 een novelle gepubliceerd met de titel Het beeld van Goethe. rs)

Esther op de Beek is lector moderne Nederlandse literatuur en geeft een minicollege over geluk in de literatuur aan de hand van drie aspecten: de traditionele associatie rond geluk en literatuur, de herkomst van het moderne geluksbegrip en de plicht tot geluk in moderne romans. Ze haalt een verhalenbundel met de titel Geluk is voor de dommen (2003) van Hans Vervoort aan, die niet meteen een aansporing is om daar achter aan te gaan. Pas in de Bouquet reeks en in streekromans kwam geluk in de titel naar voren. De herkomst van het moderne geluksbegrip heeft volgens haar te maken met een paradigmawisseling in de achttiende eeuw, die de eigen verantwoordelijkheid voor geluk op de voorgrond plaatste. De individuele worstelingen daarmee worden vastgelegd in de roman, die in dezelfde tijd opkomt. Tegenwoordig lijkt geluk zelfs een plicht te zijn. Als we daarin falen zijn er vele zelfhulpboeken die ons willen helpen. Ook in de wetenschap is veel aandacht voor geluk, vooral voor de meetbare kanten daarvan. Op de Beek signaleert het verzet daartegen in moderne romans, zoals die van Hanna Bervoets, Toon Tellegen, Ivo Victoria en Tom Lanoye. Ze bekritiseert de romans van Griet op de Beeck die het streven naar geluk in stand houden.

Psycholoog Thijs Launspach heeft onderzoek gedaan naar de problemen van millenials en beschreven in Het millenial manifest (2017). De burnouts in deze groep zijn verontrustend en hebben te maken met alle aandacht die ze in hun jeugd kregen, waardoor ze het idee hadden dat de bomen tot de hemel groeiden, terwijl de maatschappelijke omstandigheden veranderd waren toen ze aan het werk gingen. Launspach haalt psychiater Anna Terruwe aan die in de jaren zeventig gesprekken voerde met jongeren die het moeilijk hadden en in haar bevestigingstheorie vaststelde dat men meer met elkaar moest praten. Datzelfde advies geeft Launspach. Door eerlijk met elkaar te praten en zichzelf kwetsbaar op te stellen kan de druk die men ervaart verminderd worden. Geluk is volgens Launspach niet hetzelfde als genot en niet te koop, al doet de reclame hard zijn best om dat wel te doen geloven.

In de paneldiscussie, geleid door Zwart met bovenstaande sprekers en daarbij ook Nina Spijkers, vertelt de laatste over het maakproces van de voorstelling Geluk. Aan de hand van literatuur, eigen teksten en improvisaties is een vorm ontstaan die vragen stelt over onze obsessie met geluk. Ze hield zich eerder bezig met repertoire toneel, zoals dat van Tsjechov, maar voor dit onderwerp was geen tekst voorhanden. Spijkers hanteert liever het begrip zingeving dan geluk, omdat het de plaats van religie heeft ingenomen. Het meisje op de poster van de voorstelling, Imke Smit, heeft een burnout en is vervangen door Linda van den Heuvel.
Zwart vraagt ’t Hart of hij het maakproces in de literatuur, dat hij in Het gelukkige schrijven typeert als uitgevoerd door een pretentieloze veelschrijver die durft te falen, herkent. ’t Hart antwoordt dat het bij hem vaak met een kleinigheid begint, dat leidt tot een globaal plan. Hij schrijft dan drie maanden dagelijks duizend woorden en kijkt daarna in een meer rationele fase wat daarvan bruikbaar is.
Zwart vraagt Op de Beek hoe het komt dat geluk sinds deze eeuw zo in de aandacht staat. Op de Beek spreekt van een collectieve hysterie onder invloed van de markt die steeds commerciëler wordt. Schrijvers herkennen de worsteling met geluk en het publiek is geïnteresseerd omdat men graag de eigen zorgen wil delen. Ze vindt vooral de invulling van het begrip geluk mooi waarbij het gaat om het gevoel na de oplossing van een innerlijk conflict.
Launspach haalt de uitspraak van Spijkers aan dat geluk de nieuwe religie is. Zelf ziet hij het als een containerbegrip, dat van alles kan inhouden. Hij verwijst naar de Sloveense filosoof Zizek, die stelt dat we in een ideologische tijd leven waarin het marktdenken overheerst en iedereen die niet meedoet als afwijkend wordt gezien en als autistisch of hyperactief wordt gediagnosticeerd met pillen als oplossing.
Op de Beek haalt Maxime Februari aan die de problemen wijt aan onze horizontale - in plaats van verticale oriëntatie. Daardoor staart men zich blind op anderen en vooral op degenen die net wat meer succes hebben.
Spijkers definieert geluk nog eens als de overeenkomst tussen verwachtingen en de werkelijkheid, hetgeen tot tevredenheid stemt. Launspach brengt de boeddhistische betekenis in waar geluk, onafhankelijk van de omstandigheden, vooral in jezelf zit.
Zwart sluit af met de vraag aan alle gespreksgenoten om geluk in één zin te vatten. Voor Spijkers is dat kerst, voor ’t Hart het lezen van een boek van de Engelse psychoanalyticus Adam Phillips en het voorlezen van de mooiste zinnen daaruit, Op de Beek houdt het op schoonheid en wijsheid, Launspach heeft een mooie volzin bedacht waarin het belangrijk is om in drukke tijden aanwezig te blijven in het moment. Spijkers mag nog een andere zin en slaat de spijker op de kop met de uitspraak dat geluk liefde is.  

Hier mijn recensie van Het beeld van Goethe, hier een fragment uit Geluk is voor de dommen, hier het artikel Psychoanalyse als poëzie van de hand van Kees ’t Hart in De Groene Amsterdammer van 14 februari 2004.

dinsdag 16 januari 2018

Marita Mathijsen over Een bezielde schavuit, VPRO Boeken, 14 januari 2018


Een negentiende-eeuwer die symbool staat voor zijn tijd

Marita Mathijsen schreef een biografie over schrijver en politicus Jacob van Lennep (1774-1853), een negentiende-eeuwer met uiteenlopende kanten. Ze raadpleegde daarvoor duizenden brieven, andere documenten en sprak met vele nakomelingen om de oude familieverhalen te achterhalen. Jeroen van Kan ondervraagt haar hierover.

Van Kan noemt Van Lennep een man die de negentiende eeuw bij uitstek vertegenwoordigt, omdat die eeuw ook tegenstrijdige kanten had. Enerzijds was hij een aartsconservatief, anderzijds zette hij in zijn persoonlijk leven de bloemetjes buiten en verwekte hij meerdere buitenechtelijke kinderen.
Mathijsen zegt dat Van Lennep een belangrijke bijdrage aan de vooruitgang leverde. Onder andere aan de waterlelding van Amsterdam en de aanleg van het Noord Zee Kanaal, maar wilde hij in politiek opzicht niet dat er veranderingen kwamen. De negentiende eeuw was een tijd waarin mensen ook in verwarring waren over de vernieuwingen zoals de locomotief die als een duivel gezien werd.

Van Kan vraagt of dat zo is vanuit ons perspectief gezien.
Mathijsen antwoordt dat zij het zelf ook als een probleem zagen. Ze noemt de koepokinentingen, waar men zeer verdeeld over was. Van Lennep is een spannend figuur aan de hand van wie de eeuw beschreven kan worden. Beets was veel braver. Hoewel er een dubbele moraal gold, verscheen er twee keer een pamflet tegen Van Lennep.

Van Kan zet de vileine kant van Van Lennep tegenover zijn sterke geloof. Hij stond onder invloed van de dompers, zoals Bilderdijk, al paste dit niet bij zijn karakter.
Mathijsen zegt dat ook Multatuli die twee kanten had. Van Lennep werd verliefd op zijn ongehuwde buurvrouw Doortje Ringeling al had hij al vier kinderen met de adellijke Henriëtte Röell. Voor Doortje vluchtte hij weg uit zijn huis aan de Keizersgracht. Henriëtte schakelde een broer in, die samen met de vader van Van Lennep op onderzoek uitging, dat tenslotte leidde naar een hotelkamer in Rotterdam, vanwaar Van Lennep samen met Doortje de wijk naar Engeland had willen nemen. De vader liet het stel één nacht op de kamer maar greep daarna in.

Van Kan zegt dat hij op het gebied van de staatsinrichting van Nederland erg conservatief was.
Mathijsen antwoordt dat men toen nog geen socialisme kende en dat er weinig initiatieven van de overheid waren om de publieke zaak te dienen. Van Lennep werkte aan monumentenbehoud en aan armoedebestrijding. Als politicus en schrijver leidde hij een zeer bezet leven. Fens noemde de negentiende eeuw de vlijtigste van alle eeuwen en Van Lennep past daar perfect in.

Van Kan vraagt of de snelheid van werken afbreuk deed aan de kwaliteit.
Mathijsen ontkent dit. Zijn literaire werk was psychologisch niet zo van belang maar zijn verhalen zijn wel sterk. Zijn historische romans stonden onder de invloed van Walter Scott. Hij schreef één eigentijds werk, De lotgevallen van Klaasje Zevenster, over een vondelinge die in een gegoed milieu wordt opgevoed maar later in een bordeel belandt, waarover Van Lennep heel open schrijft. Hij zag anderzijds weinig in de ideeën van Thorbecke om de macht van de koning aan banden te leggen.

Van Kan vraagt of Mathijsen nieuwe inzichten heeft opgedaan tijdens het werken aan de biografie.
Mathijsen zegt dat een grotere bewondering heeft gekregen voor zijn Vondel uitgave. Het fanatisme bleek eruit dat hij eigen kapitaal in het project stak. Ook zijn verhouding met Multatuli kwam in een realistischer kader te staan. Van Lennep had kritiek op de Max Havelaar maar zag wel het cruciale belang van het boek en is altijd oprecht geweest tegen Multatuli. Hij zei wat eruit geschrapt moest om het uit te kunnen geven.

Hier de blog van Marita Mathijsen met daarop meer informatie, ook over de presentatie van Een bezielde schavuit.

maandag 15 januari 2018

Dinner with Murakami (2007), documentaire van Yan Ting Yuen


Hoe de leegte van het individualisme te vullen

De uit Hong Kong afkomstige, Nederlandse documentairemaakster Yan Ting Yuen (1967) was zoals vele anderen nieuwsgierig naar een ontmoeting met de bestseller schrijver Huraki Murakami (Kyoto, 1947) die nog nooit een interview heeft gegeven. In voorbereiding op een diner met hem maakte ze een documentaire waarin ze, met Maasja Ooms aan de camera, alvast Japanners ondervraagt over hun waardering voor hem. Die is groot, niet alleen onder alle lagen van de bevolking in Japan, maar ook in de rest van de wereld. Daar haalt men weer andere aspecten uit zijn werk, zegt een hoogleraar die de camera inkijkt terwijl een studente achter hem op haar laptop zit te werken. Omdat Yueng ook met Murakami wil eten vraagt ze iedereen wat de schrijver graag zou willen eten.

Een jonge vrouw leest, zoals we vaker in de documentaire zullen zien (zie foto), een stukje voor uit De olifant verdwijnt (1993) en zegt daarover dat ze ervan leert over de gestoorde balans die het gevolg is van een pragmatische levensinstelling. Murakami geeft inzicht in de verhouding tussen de moderne en de traditionele Japanse cultuur. Een psychotherapeute leerde door Dans, dans, dans (1988) de problemen van haar cliënten beter te begrijpen. Een scholier van de school, waar de schrijver vroeger zelf op zat, zegt dat Murakami de Japanse en de westerse cultuur met elkaar verbindt, waardoor jongeren zich met zijn werk kunnen identificeren. Een ander zegt dat hij het individualisme bepleit en aanraadt de eigen weg te volgen in een cultuur die vooral gelijkvormig is, zoals we ook zien in de kleding van de leerlingen. De hoogleraar vertelt dat Murakami jong trouwde en daarna in Tokio een een jazzclub begon die nog steeds door veel fans wordt bezocht. Pas de laatste honderdvijftig jaar is er sprake van ontwikkeling in de Aziatische samenleving, die sterk de nadruk op de familie legde. Japanners lezen graag over onthechting, terwijl anderen in zijn werk een antwoord vinden op de vraag hoe als individu de leegte te vullen. Een boekhandelaar zegt dat Murakami na Norwegian Wood (1987) bekend werd, waardoor hij zich niet meer vrij voelde en tien jaar naar het buitenland ging. Een andere hoogleraar die graag kookt weet dat Murakami niet van Chinees houdt, omdat hij de schrijver ooit te eten uitnodigde.

Een fragment uit De jacht op het verloren schaap (1982) brengt Yuen naar een schaapsherder, maar op weg naar hem toe spreekt ze een backpacker die net uit de bergen komt, alles van Murakami gelezen heeft en vooral van hem houdt vanwege zijn diepte. In de bergen kwam hij in de fantasiewereld die Murakami beschrijft. De herder zegt dat Murakami de schapen goed moet kennen en zich verbonden voelt met de natuur. De hoogleraar zegt dat Murakami zich afzet tegen het nationalisme, een kosmopolitische visie heeft en daarmee nieuwe mogelijkheden laat zien. De boekhandelaar zegt dat Murakami een postmoderne maatschappij beschrijft. De psychotherapeute spreekt van ervaringen die een eenheid vormen in een wereld waarin de mens de weg kwijt is en geen tijd meer heeft voor zijn innerlijke emoties met als gevolg dat de leegte alsmaar groter wordt. De hoogleraar zegt dat Murakami in de Japanse literatuur nauwelijks genoemd wordt omdat hij geen politiek standpunt inneemt. De psychotherapeute noemt hem betrokken bij de mensen die de dupe zijn van de moderne maatschappij, zoals de slachtoffers van de aardbeving in Kobe en die van de gifaanval in de metro. De hoogleraar zegt dat vanaf die tijd zijn werk veranderd is. In de nonfictie boek Underground (1997) staat een portret van een broer en een zus, van wie het leven door de sarine ontwricht is. Murakami had gezegd dat hij door het gesprek levenskracht opdeed, hetgeen de broer nieuwe energie gaf. Yuen heeft tenslotte een sushi restaurant gekozen maar nog niet besteld omdat ze op haar gast wacht.

Hier de trailer, hier mijn bespreking van de film Norwegian Wood die Tran Anh Hung van de gelijknamige roman maakte.

zondag 14 januari 2018

Dream empire (2016), documentaire van David Borenstein


Chinese droom sluit niet aan op de werkelijkheid

De eerste documentaire van de Amerikaan David Borenstein is meteen een schot in de roos. Hij vertelt daarin dat hijzelf eerder onderzoek deed naar de urbanisatie in China, maar dat hij daar niet ver mee kwam en daarom zijn oude hobby van saxofoon en klarinet spelen maar oppakte. In de hoedanigheid trok hij de aandacht van de 24 jarige Yana die vanuit het platteland naar Chongqing kwam om het te maken als makelaar van buitenlanders, die optredens verzorgen tijdens openingen van flatgebouwen met als doel de verkoop van woningen te bevorderen. Aldus kreeg Borenstein een goed inzicht in de snelle maar gevaarlijke ontwikkeling van de Chinese economie. In de documentaire volgen we hem een aantal jaren op de voet en we luisteren naar zijn stem waarmee hij de ontwikkelingen schetst, hetgeen de documentaire ook nog eens spannend maakt.

Allereerst maken we kennis met Yana die het kleine kantoor laat zien vanwaar ze haar activiteiten wil gaan ontplooien in samenwerking met haar compagnon Jimmy. Het is 2012 en Xi heeft net een toespraak gehouden over de Chinese droom die het leven van zijn onderdanen moet gaan verbeteren. Yana is zeker van plan zijn woorden in daden om te zetten en polst David in een bar waar meer buitenlanders komen voor een optreden tijdens de opening van een bouwproject, waarmee veel geld te verdienen valt. Omdat het voorstel aanlokkelijk is, zit de bus met buitenlandse artiesten, die naar de locatie van het bouwproject gaan, al gauw vol. Na het optreden, waarin David een lid is van een band, hoort hij van hoofdredacteur Li dat de internationalering van dit soort projecten een graadmeter is voor de Chinese economische ontwikkeling; des te meer buitenlanders, des te meer status. Yana probeert potentiële klanten te verleiden een woning te kopen en belt haar ouders die het niet breed hebben. Ze belooft dat ze een huis voor hen zal kopen als ze genoeg verdient heeft. In de tussentijd heeft ze al wel een groter kantoor waarin ze ook feestjes voor de medewerkers kunnen geven.

In 2013 verandert er het een en ander. Omdat Chongqing volgebouwd is, gaan projectontwikkelaars naar braakliggende gebieden in de omgeving om hun plannen te verwezenlijken. De dorpen die daar liggen worden platgegooid tot woede van de dorpelingen die daar weinig tegen kunnen doen omdat de lokale bestuurders omgekocht zijn door de projectontwikkelaars. Borenstein volgt een van hen die het hoog in de bol heeft en een geprivatiseerde stad gerealiseerd heeft met een gigantisch aquarium in een winkelcentrum met het motto dat hij de zee naar de stad gebracht heeft. Er zwemmen zelfs zeemeerminnen tussen de roggen en andere vissen, die natuurlijk veel bekijks trekken van het toegestroomde publiek. Niet overal gaat het echter zo goed. Borenstein toont een stadion dat er verlaten bij ligt omdat de flatgebouwen in de buurt niet verkocht worden. Yana voelt de bui hangen en vreest dat Jimmy, die handiger en met meer gevoel voor zaken opereert, haar straks aan de dijk zet. De inspanningen worden verhoogd, waarbij de artiesten ook rollen spelen, zoals die van de bewakers van Buckingham Palace. Borenstein hoort dat een eigen huis de nationale obsessie voor iedere Chinees is maar dat weinigen dit kunnen betalen. Vanwege de prijsstijgingen wordt dit steeds moeilijker en Yana zelf verliest haar kredietwaardigheid vanwege de stijgende rente.  

In 2014 lopen de zaken alleen maar verder terug, ook door protesten van huizenkopers die niet krijgen wat hen beloofd is. Yana vindt het akelig. Ze is zich daar nooit zo bewust van geweest omdat ze heel druk met haar eigen werk bezig was. Ze is ook aangeslagen omdat ze, door de moeilijke situatie waarin ze zat, seksueel geïntimideerd is. Ze heeft daarom besloten dat Jimmy de contacten maar moet doen, maar moet tenslotte bekennen dat een verdere carrière er niet in zit. Haar vader zegt dat ze thuis kan komen wonen tot ze haar schulden betaald heeft, hetgeen een traan op het gezicht van Yana teweegbrengt, die heel veel zegt over de afstand tussen droom en werkelijkheid.
  
Hier de trailer.

zaterdag 13 januari 2018

Kijken in de ziel: premiers (2018), tweedelige gespreksserie van Coen Verbraak


Verbraak vergeet een belangrijke vraag te stellen

Na de uitzending van de serie Kijken in de ziel: militairen (2016) hoorde ik dat Coen Verbraak nog een laatste serie wilde maken over religieuze leiders, maar dat werd een serie over premiers of beter gezegd ex-premiers en daar hebben we er nog vier van. Omdat Ruud Lubbers vanwege gezondheidsproblemen niet mee kon doen, praat Verbraak met de inmiddels 86-jarige Dries van Agt (1977-1982), Wim Kok (1990- 2002) en Jan Peter Balkenende (2002-2010) over hoe het is om premier te zijn en of het moeilijk is de macht weer los te laten.

Voor Balkenende (zie foto) voelt het nog niet lang geleden dat hij premier was. Dat is anders voor Kok die vertelt dat de jongere generatie niet meer weet wie hij is. Van Agt, die zijn bijzondere vocabulaire nog altijd paraat heeft, zegt dat afstand kritischer maakt. Balkenende heeft zich daarna bewust buiten schot gehouden, Kok had last van jeukende handen over de aanpak van de vluchtelingenstroom die niet erg ruimhartig was, Van Agt mist de politiek niet, was op het eind bekaf. Kok ging eerst in het Torentje op de grond liggen na een uitputtende verkiezingscampagne en formatie, Van Agt liet Wiegel in het Torentje omdat die het zo geweldig vond om daar te wonen. Kok herinnert zich dat Kohl eens vroeg waar zijn werkkamer was, op het moment dat ze in dat kleine kamertje zaten. Balkenende moest vooral wennen aan de snelheid waarmee dossiers voorbij kwamen, waardoor van slapen weinig kwam, Kok noemt de werkdagen onoverzichtelijk, Van Agt verbleef van maandag tot vrijdag in Den Haag en kon in de tijd van Den Uyl pas laat naar huis omdat de vergaderingen van de ministerraad lang duurden.

Kok kan net als Balkenende, die zichzelf een representant van de tijdgeest noemt, geen functieomschrijving van het werk geven, maar vindt wel dat een premier een generalist dient te zijn die hoofd- en bijzaken van elkaar weet te onderscheiden. Van Agt zegt dat men geen opgewonden baasje moet zijn, maar geduld dient te betrachten. Balkenende vindt, zijn Zeeuwse aard indachtig, standvastigheid belangrijk en Kok noemt stressbestendigheid, al mag die ook weer geen dikke huid worden. Van Agt zat liever op Justitie, want dat kon hij beter en hij kreeg bijles over economie toen hij premier werd. Kok leerde van Lubbers om verder te kijken dan het partijbelang en vindt het belangrijk om een minister een overwinning te gunnen. Van Agt veranderde de bordjes in de ministerraad zodat hij tegenover Van der Stee kwam te zitten, die met zijn gezicht aangaf of voorstellen financieel naar zijn zin waren. Kok deed mee aan een gymnastiekklasje om de cohesie te bevorderen. Van Agt zegt dat niemand met hem wilde fietsen, Kok dat hij soms als voorzitter te ongeduldig was, Balkende dat hij nog steeds met Wouter Bos door één deur kan en Van Agt dat CDA en VVD elkaar in een pacifieke sfeer tegemoet traden.  

Balkenende zegt dat hij wekelijks met het staatshoofd bijpraatte, volgens Van Agt ging dat over alles, maar had Juliana de laatste jaren last van slijtage, waardoor ze geëmotioneerd kon reageren en Kok zegt dat de gesprekken hem scherp hielden. Van Agt had een minder goed contact met Beatrix, maar zorgde wel voor het behoud van de hermelijnen mantel en Balkenende beroept zich op het geheim van Soestdijk. Van Agt weet niet waarom hij nooit minister van Staat geworden is. Kok herinnert zich heel goed de ontwapenende ontmoeting met Mandela, Balkenende voelde zich ongemakkelijk bij Bush, Van Agt vertelt dat Deng Xiaoping in een kwispedoor spuugde maar dat hij de techniek daarvoor miste. Tijdens een ontmoeting met Giscard d’Estaing zei hij dat hij een coup de foudre had gehad hetgeen betekent dat hij op slag verliefd geworden was in plaats van dat zijn vliegtuig door de bliksem getroffen was. Hij is inmiddels furieus over het opkomende nationalisme, stemde Groen Links, maar krijgt Buma helaas niet meer te pakken.

Het tweede deel begint met de spagaat waarin de premier zit als primus inter pares én eindverantwoordelijke. Kok zegt dat de functie niet zijn jongensdroom was. Van Agt bleef in Nijmegen omdat hij aanvankelijk vreesde dat het kabinet Biesheuvel snel zou vallen. Hij was liever gouverneur van Limburg geworden dan premier, maar kon niemand anders voor de baan strikken. Balkenende is een uitzondering op de regel dat een premier eerst minister is geweest.

Op de vraag of de premier de kapitein op het schip is antwoordt Van Agt dat het meer lozen was. Balkenende wilde de zaak in beweging krijgen en Kok zegt dat men deel is van een geheel. Van Agt vindt dat de macht van de premier is toegenomen sinds de grotere samenwerking in de Europese Unie, maar dat een Nederlandse premier heel wat minder in te brengen heeft dan collega’s uit de grotere landen. Kok vond het niet eenzaam aan de top, al moest hij in de kwestie Zorreguieta goed uitbroeien hoe die het beste kon worden opgelost en kon hij van de crisis rond de WAO en de genocide in Srebrenica slecht slapen. Over de laatste kwestie had hij verantwoording willen afleggen maar dat kwam er niet van omdat het onderzoeksrapport van het NIOD te laat klaar was. Balkenende zegt dat men zelf goed moet weten wat men wil. Van Agt besprak met zijn vrouw, die hij heel wat meer bezonnen noemt dan hijzelf, de kwestie van de stationering van kernwapens en telefoneerde dagelijks met haar aan het eind van de dag. Tijdens het zware debat over de Drie van Breda kwam ze zelfs in de nacht naar hem toe om hem te ondersteunen. Hij beweert dat hij slechts één maal afwezig was in de ministerraad en hem dat werd nagedragen. Toen Balkenende met wondroos in het ziekenhuis lag vond hij het niet leuk dat daar grinnikend over gesproken werd. Zijn vijfjarige dochter schrok van foto’s waarop hij als een vampier werd uitgebeeld, maar hij zei haar dat dit bij het vak hoorde en dat de mensen het niet echt meenden. Van Agt kreeg steeds meer plezier in de politiek, omdat hij na het debat over de Drie van Breda meer zichtbaar werd en bekend stond als de man die op de rem ging staan, onder andere door Bloemenhove te sluiten. Balkenende neemt niets terug van zijn vroegere beslissing over de inval in Irak. Hij is het oneens met de commissie Davids die stelde dat dit staatsrechtelijk niet door de beugel kon en is voor ingrijpen in geval van massamoorden door staatshoofden.  
Kok ging over de knie door de onvrede over de grote private welvaart en de toegenomen immigratie en zou daar achteraf meer aandacht aan besteed hebben. Balkenende wil niets van weten van een smet omdat zijn vier kabinetten voortijdig sneuvelden.

Van Agt werd na zijn laatste werkdag met de auto van Lubbers naar huis gebracht, Kok door de beveiliging en deed daarna als vrij man boodschappen. Van Agt betreurt het dat hij zijn kinderen zou weinig gezien had en had ook nog wel een tijdje een secretaresse gewild, Kok zegt dat hij door zijn functie gedeformeerd was geraakt, weer moest leren zijn portemonnee te trekken en dat hij thuis niet automatisch alle touwtjes in handen had. Balkenende vindt dat men in het buitenland meer respect heeft voor een ex-premier, maar Kok vindt het niet erg dat de status wegvalt. Van Agt was blij met zijn baan als commissaris van de koningin in Brabant, Kok vertelt dat hij door de ondernemingsraad gevraagd is om commissaris te worden bij Shell en ING en dat hij het een duivels dilemma vond om de bonussen bij ING te verhogen, maar deed dat toch en had daar ook geen spijt van. De weinig mededeelzame Balkenende zegt dat een beoordeling van zijn premierschap later komt, Van Agt, die tot het eind toe een charlatan blijft, dat hij niet de geschiedenisboeken zal halen en Kok dat het erom gaat of hij de baan met zijn beste kunnen heeft gedaan. Helaas werd hem niets gevraagd over zijn wens dat de PvdA haar ideologische veren zou loslaten, want dat leek me nou de meest zwaarwegende vraag in deze korte serie.

Hier mijn bespreking van Kijken in de ziel: militairen.

vrijdag 12 januari 2018

Theaterrecensie: HelloGoodbye, Compagnie De Koe, Toneelschuur, 10 januari 2018


Verrassende vorm rond het thema van aankomen en vertrekken

Compagnie De Koe staat erom bekend wanorde en verwarring te creëren op het podium. Dat doen ze in al hun voorstellingen, ook in Beckett Boulevard, die ze twee jaar geleden in de bovenzaal van de Toneelschuur opvoerden. In HelloGoodbye weten ze deze chaos ook nog eens in te bedden in een sterk verhaal. Dat maakt de voorstelling nog glansvoller. HelloGoodbye gaat over vertrekken en aankomen en dat geeft vooraf de indruk van een collageachtig geheel, vooral omdat ze in de begeleidende tekst aangeven dat de acht spelers vijfendertig personen laten opkomen en afgaan. Deze acties zijn echter onderdeel van een hilarisch feest dat de welgestelde heer George Friedman en zijn vrouw Fanny in hun villa organiseren ter gelegenheid van het afscheid van George als voorzitter van de districtsraad.

George (Michael Vergauwen) leest, bijgestaan door Fanny (Tanya Zabarylo), voor wat ons deze avond te wachten staat en zijn toon is meteen goed. De sfeer wordt verhoogd door onderbrekingen van personen die al weg moeten of die juist aankomen, sommige met grote cadeaus. Svenson (Sien Eggers) vraagt zich meteen al af hoe ze uit de zaal kan komen, hetgeen leidt tot een oproep aan het publiek of iemand haar naar de uitgang kan brengen. Het gedrang, kenmerkend voor dit soort partijen, vindt plaats op planken, die de spelers van te voren aan de voorkant van het toneel hebben neergelegd rond een karretje met daarop ijzeren paaltjes. Die vormen mogelijk een afscheiding voor een gat in de weg, dat een bedreiging vormt op voor gasten die weg zijn naar het feest. Het publiek wordt er door de spelers dan ook op gewezen om bij aankomst toch vooral naar beneden te kijken. Het verkeerscirculatieplan, dat voor het feest is gemaakt, is namelijk onbetrouwbaar.

Het komende bezoek aan de toren en de toegankelijkheid van de villa lopen door de hele voorstelling heen en zijn ingebed in een thrillerachtige ambiance, die zich aandient voorafgaand aan de uitleg van George. Op het moment namelijk dat de spelers naar voren stappen om zich voor te stellen, valt het licht uit en ontstaat er paniek over een persoon die zich met een revolver in zijn arm geschoten heeft. Deze gebeurtenis krijgt pas later op de avond een vervolg, maar daarvoor valt er genoeg plezier te beleven met de feestgangers, ook al lijken die de paniek niet helemaal te boven gekomen. Vooral de sterk reflecterende gast, gespeeld door Willem de Wolf, heeft de schrik in de benen over het circulatieplan en de toren die er nog niet staat en die de tongen behoorlijk losmaakt. Gelukkig is er champagne en taart. Daarnaast is er ook soep, zegt Fanny verschillende keren met een aanstekelijke blik tot de zaal. De taart is een schenking van de gouverneur die helaas niet kon komen, al is George blij dat hij zich tot twee keer toe had aangemeld.

Eggers is degene die veel rollen toebedeeld krijgt, onder andere die van Patsy, het onmisbare dienstmeisje in het huis, dat zich op een bepaald moment buigt over de kwestie of de taart nog voor de lunch genuttigd kan worden. De gaste in een felgroene jurk (Natali Broods) wil geen taart en vraagt zich ook af waarom ze gekostumeerd moest verschijnen. In een volgende scène speelt Eggers een geweldige rol als de heer Barrows die wordt geïntroduceerd als een groot vernieuwer op het gebied van de nonverbale communicatie, maar zelf steekt hij daar de draak mee. Als de tachtigjarige bedenkster van het circulatieplan zorgt ze tenslotte voor een hilarische discussie over de verhouding tussen stadscentrum en stadsrand. Zelf had ze in ieder geval geen enkel probleem om de villa te bereiken. Ze kon gewoon rechtdoor. Een van de andere passanten is een vermakelijke accelerationist (Vergauwen) die lang verwacht werd, toch is gekomen en zich inmiddels heeft omgeschoold tot een metaboeddhist.

Greet Jacobs, die de zwangere Ans van den Eede sinds kort vervangt, speelt een sympathieke gaste die tussendoor vertelt dat haar mening dusdanig genuanceerd is, dat het lijkt of ze geen mening heeft. Zij is ook de knappe Carmen die op een filmrol is vastgelegd maar het duurt heel lang voordat we die te zien krijgen vanwege problemen met de stroomvoorziening. Oppenheimer (Peter van den Eede), de adviseur van Friedman, houdt zich druk bezig met het koppelen van vele verlengsnoeren en als dat is gelukt kijkt het publiek mee met alle acht spelers, die net als de projector beschermd worden met een plastic zeil vanwege het lekkende dak. Helaas wordt eerst ook nog een verkeerde film gestart.
   
Tussentijdse toespraken, die steeds worden afgesloten met applaus van de andere spelers, vormen een aangename afwisseling met de misverstanden die aan de orde van de dag zijn en leiden tot aangename herhalingen van uitspraken. De Wolf vertelt een ontroerend verhaal over zijn relatie met zijn vader, die op deze dag precies een jaar geleden overleed en die altijd zijn obstinate gedrag doorzag, waarvoor hij hem achteraf dankbaar is, Jacobs bedankt het kind in ons dat nog steeds de essentie uitmaakt van wie wij zijn en Broods bedankt de schoonheid dat ze ons niet in de steek laat en ook de liefde, die onze toegang tot de schoonheid mogelijk maakt, Mats Vandendroogenbroeck wil op het eind ook de medewerkers achter de schermen naar voren halen, maar dat lijkt de anderen toch niet zo’n goed idee. Zijn beeldspraak over zijn gevoel als een kleine anemoon in Rome die zover open is gegaan dat hij zich niet meer sluiten kon, kwam hem wel op applaus te staan.  

Het is boeiend om te zien dat de rollen van George en Fanny na het aftreden worden ingevuld door andere koppels, allereerst door Vandendroogenbroeck en Eggers, die onder de indruk is van een schrijver die later ook zijn intrede doet, al had hij problemen gehad met een knip in de weg. Van den Eede houdt, bijgestaan door Broods, een hilarische toespraak, die heel kort op de trailer te zien is, waarbij hij steeds met zijn hemdsmouwen in het spreekgestoelte haakt, hetgeen hem, samen met de onleesbaarheid van de tekst op zijn briefje, nijdig maakt, waarop hij vervolgens beweert dat hij helemaal niet boos is.

Het is nauwelijks mogelijk de creativiteit en de spelvreugde geheel in woorden te vatten. De chemie blijft een mysterie, maar in ieder geval krijgt de toeschouwer het idee dat het allemaal klopt wat men uit de hoge hoed tovert De voorstelling wordt dramatisch ondersteund door Louise van den Eede, de andere dochter van de man die de inspirator is van de groep (op de foto van Koen Broos in een geel hemd). Men weet twee uur lang perfectie te smeden uit het imperfecte en bereikt daarin grote hoogte, ook door het stille spel, met name van De Wolf, die, naast zijn filosofische inbreng, hoog uittorenend boven de andere gasten, de concentratie hoog houdt. Het motto is duidelijk: Want niemand blijft. We zijn allemaal passanten, mensen die ergens aankomen en dan weer naar elders vertrekken. Dat geldt voor het leven als geheel maar net zo goed voor een dag en zeker voor deze woensdagavond in januari 2018, waarop het moeilijk is om de inspirerende sfeer in de Toneelschuur los te laten. Dat zegt genoeg over de indruk die het spektakel van De Koe maakte.

Hier de site van De Koe met de trailer en meer informatie over de voorstelling, hier mijn bespreking van Beckett Boulevard.



donderdag 11 januari 2018

Weiner (2016), documentaire van Josh Kriegman en Elyse Steinberg


Politicus gaat ten onder aan seksverslaving

De documentairemakers Josh Kriegman en Elyse Steinberg maakten een fascinerend portret van de Amerikaanse politicus Anthony Weiner (1964), die van 1999 tot 2011 voor de Democraten in het Huis van Afgevaardigden zat. Hij trad af vanwege sexting maar was twee jaar daarna toch weer kandidaat was voor het burgemeesterschap van New York. In de documentaire wordt hij gevolgd vanaf dertien weken voor de verkiezing tot op de verkiezingsdag in 2013. In die periode wordt een onverwachte wederopstanding gevolgd door een onvermijdelijke neergang.

Dat Weiner een opgewonden standje is zien we in beelden uit 2010 waarin hij zich achter het spreekgestoelte van het Huis van Afgevaardigden heel druk maakt over Republikeinen die geen wet willen aannemen die ervoor zorgt dat hulpverleners die betrokken waren bij de rampdag op 9 september 2001 geld krijgen. Een jaar later moet hij bekennen dat hij op Twitter een foto heeft gepubliceerd waarin hij te zien is met een bobbel in zijn onderbroek. Hij biedt zijn excuses aan aan zijn vrouw Huma Abedin, die  adviseur is van Hillary Clinton en die later toch weer goed vindt dat hij mee gaat doen aan de race voor het burgemeesterschap van New York.

Zestien weken daarvoor doet hij zijn best om vragen naar zijn verleden te ontwijken. Hij zet ook Huma in om te laten zien dat de problemen rond sexting verleden tijd zijn. De medewerkers aan zijn campagne steunen hem en ook veel New Yorkers vinden dat hij een tweede kans moet krijgen. Acht weken later pleit hij voor een goede gezondheidszorg en probeert zijn persoon naar de achtergrond te verschuiven. Op het moment dat hij in de peilingen voorstaat, doet zich een nieuw geval van sexting voor, dat Weiner hoofdbrekens bezorgt. De camera moet zelfs uit omdat hij eerst met Huma moet praten. Hij geeft daarop samen met Huma een persconferentie (zie foto), die de twijfels in de media niet kunnen wegnemen en ook Huma maakt zich zorgen, vooral na een kritisch onderhoud dat zijn stafmedewerkers met hem hebben. Getuige Sydney Leathers verschijnt op televisie met een belastende verklaring voor Weiner.

Zes weken voor de verkiezingen zegt Weiner tegen Kriegman dat de media de rol spelen die van hen verwacht wordt, maar dat hij doorgaat. Een televisie-interview voor NBC loopt echter danig uit de hand. Huma kijkt de uitzending met hem terug, vindt het waanzin en wil dat Weiner zich concentreert op zijn speech. In de media vraagt men zich af waarom Huma haar man nog steeds steunt. Dit wordt twee weken voor de verkiezingen gevolgd door een oproep van Hillary Clinton aan Huma om te breken met de campagne van haar man, hetgeen Huma ook doet. Daarvoor ontstaat ophef over een hoogoplopend en door televisiecamera’s vastgelegd meningsverschil tussen Weiner en een joodse man die vindt dat hij geen moraal heeft. Op de verkiezingsdag wil Huma niet samen met Weiner haar stem uitbrengen. Daarop gaat Weiner met zijn zoontje naar de stembus. Later die dag weten ze op weg naar de persconferentie, waar Weiner zijn aanhang moed inspreekt, met moeite Sydney Leathers te ontlopen, die door een televisiestation gevraagd is om een ontmoeting te hebben met de man die haar bestookte met seksueel getinte berichten. Tenslotte zegt hij tegen Kriegman en Steinberg dat hij geen spijt heeft van de documentaire. Hij wilde gezien worden zoals hij was, al was dat wellicht een naïeve gedachte.  

De documentaire kreeg een motto mee ontleend aan Marshal McLuhan dat luidt: Je naam is een zware klap waar je nooit meer overheen komt. Dat blijkt ook wel uit de aftiteling waarin we lezen dat Weiner in 2016 opnieuw betrokken was bij sexting, waarna ook Huma de band met hem verbrak. Wordt het eindelijk eens tijd voor een therapie tegen zijn verslaving.

Hier de trailer.