Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



vrijdag 18 augustus 2017

What happened, Miss Simone? (2014), documentaire van Liz Garbus


Doodeerlijke zangeres gebeukt door de tijdgeest

Liz Garbus, bekend van de documentaire Bobby Fischer against the world maakte met What happened, Miss Simone? andermaal een prachtig portret van iemand die het niet gemakkelijk had in haar leven. Nina Simone (1933-2003) kwam net als Fischer haar ongeluk te boven door zich te richten op haar talent, namelijk haar enorme kwaliteit als pianiste en zangeres. Gitarist Al Schackman en dochter Lisa vormen, naast dagboekaantekeningen van Nina zelf, belangrijke informatiebronnen.

Garbus begint met het optreden van Simone in Montreux in 1976, waarop ze de vraag stelt waarom ze acht jaar niets van zich heeft laten horen. Dat is een mooie aanleiding om terug te blikken op haar leven.

 Simone werd als Eunice Waymon geboren in North Carolina en leerde piano spelen in de kerk waar haar moeder predikant was. Dat werd opgemerkt door een blanke pianolerares die haar de beginselen van de klassieke muziek bijbracht. Ze werd niet toegelaten tot een conservatorium omdat ze zwart was, maar deze opleiding gaf haar vlak voor haar dood nog wel een eredoctoraat.

Ze zong in een bar in Atlantic City, veranderde haar naam zonder dat haar moeder dat wist in Nina Simone –naar Simone Signoret - en werd daar opgemerkt door politieman Andrew Stroud die zijn carrière opgaf om haar manager te worden. Bandlid Schackman had inmiddels door dat Simone iets dwarszat. Ze communiceerde slecht, maar ze hadden wel een telepathisch contact. Clubeigenaar George Wein wist wat hij voor vlees in de kuip had en bracht haar naar het Newport jazzfestival in 1960. Daar brak ze door met Little Liza Jane. Hugh Hefner van Playboy nodigde haar uit om de hit Porgy te komen zingen. Ze trouwde in 1961 met Stroud en trok in een mooi huis in Mount Vernon, New York, waar niet veel later Lisa geboren werd, die vervolgens haar moeder nauwelijks zag.

Het gebrek aan inhoud speelde Simone op, maar gelukkig was er de burgerrechtenbeweging waar ze haar ziel in kwijt kon en ook haar woede op Stroud die haar sloeg. Ze vertolkte haar gevoelens na een moord op zwarte kinderen in een kerk in het nummer Mississippi Goddam en speelde dat ook tijdens de mars naar Selma in 1965.  
Haar radicalisering vervreemdde haar van haar publiek en de platenmaatschappijen. Schackman zag dat ze tegen demonen vocht en liet haar vijf dagen opnemen, maar in 1968 na de moord op Marten Luther King vertrok ze naar Liberia waar ze zich eindelijk bevrijd voelde. Lisa die zich bij haar voegde, ervaarde dat haar moeder zelf ook sloeg, zodat ze terugging naar haar vader.

Om geld te verdienen ging Simone naar Montreux waar ze het publiek duidelijk maakte hoe ze ervoor stond. Daarna ging ze naar Parijs maar dat was geen succes. Haar vriend Gerrit de Bruin haalde haar uit de goot en nam haar mee naar Nederland waar ze medicijnen tegen manisch depressiviteit kreeg toegediend, hetgeen maakte dat ze in ieder geval haar muzikale carrière weer kon opnemen. Lisa, die de documentaire ook produceerde, zegt dat de muziek haar redding was.  

De titel is afkomstig van een uitspraak van de zwarte Amerikaanse schrijfster en dichteres Maya Angelou (1928-2014), die in haar eerste roman I know why the caged bird sings haar traumatische jeugdervaringen beschrijft.

Hier de trailer van What happened, Miss Simone? hier mijn bespreking van Bobby Fischer against the world.

Filmrecensie: The other Boleyn girl (2003), Justin Chadwick


Zusjes als fokvee voor de Engelse koning

Een kostuumdrama is de Engelsen wel toevertrouwd. Ook regisseur Justin Chadwick vertelt met prachtige beelden, kleuren (zoals de kleur groen op de poster) en muziek het verhaal over de twee zusjes Boleyn die Henry Tudor, koning Henry de Achtste van Engeland, aan een troonopvolger moeten helpen aangezien zijn wettige echtgenote Catherine van Aragon hem die niet kan schenken.

Het bericht van de zoveelste mislukking van Catherine is koren op de molen van de vader en de oom van de zusjes Anne (een prachtige rol van Natalie Portman) en Mary (Scarlett Johansson) Boleyn. Door een van de zusjes aan te bieden, kan de naam Boleyn grote bekendheid krijgen en de familie opstijgen in de vaart der volkeren. In de tussentijd trouwt Mary met William Carey. Anne is haar zus tot steun en toeverlaat. Zelf wordt ze begeerd door Henry Pierce. Tijdens een rit ter paard met Anne, die echter een ree aan gaat, komt de koning ten val, waardoor hij zich in zijn waarde voelt aangetast en zijn ziekenverzorgster Mary als opvolgster voor Anne kiest. De laatste mag net als William mee naar het hof, al is Catherine daar natuurlijk niet blij mee.

Vader Boleyn en de oom ondervragen Mary na de eerste nacht meteen of de koning tevreden was in bed. De status van de familie reikt verder dan de privacy van Mary. Anne die in het geheim met Henry getrouwd is, wordt voor straf naar het Franse hof gestuurd. Ze neemt het Mary kwalijk dat zij het geheim aan hun vader heeft doorverteld. Hun broer George trouwt boven zijn stand met de adellijke Jane Parker. Moeder Boleyn is niet blij met al deze ontwikkelingen.

Als Mary problemen krijgt tijdens de zwangerschap en bedrust moet houden, wordt Anne teruggehaald uit Frankrijk. Het is belangrijk om de koning tevreden te houden en te zorgen dat hij niet geïnteresseerd raakt in een ander knap meisje. Zoals te verwachten valt is raakt Henry in de ban van de gehaaide Anne. De zoon die Mary hem schenkt wil hij niet eens zien. Hij stuurt haar op verzoek van Anne zelfs weg. Anne wil alleen met de koning naar bed als hij het huwelijk met zijn vrouw Catherine nietig verklaart. Zelfs een breuk met de katholieke kerk accepteert ze. Dan wordt Henry maar hoofd van de Anglicaanse kerk.

De haat liefde verhouding tussen de zusjes is een belangrijk thema in The other Boleyn girl,die gebaseerd is op de gelijknamige roman van Phillipa Gregory. Als Henry Mary terugroept naar het hof om hem te laten weten dat het huwelijk tussen Anne en Henry niet geconsummeerd is, verzoenen de zussen zich met elkaar. Anne heeft een dochter gekregen die ze Elizabeth heeft genoemd en raakt echter in paniek als ze de koning geen zoon kan geven. De kans dat ze als heks wordt opgesloten is niet gering. Ze dringt er zelfs bij haar broer op aan om haar te bevruchten. Jane Parker heeft daar iets van opgevangen en licht de koning in. Dat zet een proces in werking waarbij George en Anne publiekelijk onthoofd worden. De dochter van Anne werd later wel de Britse koningin Elizabeth I. Daarmee zijn we aangekomen bij de film van Shekhar Kapur uit 1998.

Hier de trailer van The other Boleyn girl, hier mijn bespreking van Elizabeth.

donderdag 17 augustus 2017

Team Gaza (2016), documentaire van Frederick Mansell en Laurens Samson


Grote machteloosheid in Palestijnse enclave

Team Gaza is niet, zoals verwacht, een hulpverlenersproject in de Gazastrook, die in de documentaire van Frederick Mansell en Laurens Samson de grootste gevangenis ter wereld wordt genoemd waar twee miljoen mensen in behoeftige omstandigheden leven, maar portretteert een viertal voetballers van Beach Camp - de naam van de wijk in Gaza-stad en tegelijk de naam van de club – die daar hun zorgen even kwijt kunnen, al zijn de verrichtingen van de club niet om over naar huis te schrijven. 

Usame, Ahmed, Imad en Nehru hebben allen hun eigen levensvisie en brengen daarmee de diversiteit aan meningen van Palestijnen op een geschakeerde manier naar buiten. Usame heeft een godsdienstige instelling en legt zich neer bij de traagheid waarmee de bouw van een nieuw huis gepaard gaat, Ahmed komt het liefst meteen in opstand tegen de gehate Israëliërs, Imad droomt van een eigen kapperszaak en zegt tegen een klant dat hij niet wil dat zijn verloofde gaat werken of studeren, Nehru wil het liefst zijn voetbaltalenten ontplooien maar wordt tegengehouden door een grens die dicht is.

De documentairemakers volgen de hoofdpersonen een voetbalseizoen lang, dat dramatisch slecht begint, waardoor de trainer ontslagen wordt, maar een nieuwe coach brengt weinig verlichting. Op het eind van de competitie hangt het erom of Beach Camp wel of niet degradeert maar ze weten dat net nog te voorkomen, hetgeen veel vreugde teweegbrengt en gezwaai met intens blauwe vlaggen.

Interessanter dan de beelden van het knollenveld van de club en de povere kwaliteit van het spel is de ideeënwereld van de vier spelers die op betrokken wijze door de documentairemakers over het voetlicht wordt gebracht. Usame loopt over de resten van zijn gebombardeerde huis, bidt voor zijn moeder die in Israël geopereerd wordt en knuffelt met zijn baby, die hij in een nieuw huis hoopte onder te brengen. Ahmed komt in actie tijdens een training die militair oogt en verder zien we hem aankloppen bij de administratieve dienst van de VN om zijn dochter aan te geven, voedsel op te halen of een verwijzing voor zijn zoon die besneden wordt. Imad treedt in het huwelijk, maar vindt het vervelend dat zijn bruid bij zijn ouders moet intrekken en krijgt toch nog een eigen zaak en een kind. De achttienjarige Nehru wacht tot de grens met Egypte opengaat zodat hij naar Zweden kan om daar zijn vleugels uit te slaan. In de tussentijd kijkt hij op zijn telefoon, vist hij met zijn opa en verzorgt hij de duiven.

Een mooie scène in deze lange documentaire volgt de tocht van Nehru, zijn broer Omar en zijn vader naar de grens bij Rafah. Eerst dient men zich in te schrijven, vervolgens moet er lang gewacht worden in een hal waar geldwisselaars actief zijn. Tenslotte kan de bagage in een bus gepropt die naar de grens rijdt, waar de Egyptische grenswachten echter niet blijken te werken waarop het drietal maar weer de terugtocht onderneemt. De machteloosheid van de inwoners van Gaza is groot, zoals ook te zien is in een scène waarin Usame na een bezoek aan een kantoor in Rafah, waar men hem ook niet kan helpen aan een woning, uitkijkt op de grens, zo dichtbij maar tegelijk zo ver, waar mensen in vrijheid kunnen leven.   

Hier de Facebookpagina van Team Gaza, waarop het laatste bericht dat Team Gaza genomineerd is voor de Gouden Kalf competitie van het NFF 2017.

Filmrecensie: Camping (2006), Fabian Onteniente


Veel flauwiteiten in Franse zomerfilm

Wat kan men verwachten van een Franse film met de titel Camping? In ieder geval dat het een zomerfilm is met de nodige luchtigheid. Regisseur Fabian Onteniente komt aan deze verwachting tegemoet, maar reikt ook niet veel verder waardoor Camping ten onder gaat aan meligheid, die zelfs op een mooie zomeravond te veel van het goede is.

Het verhaal gaat over camping Les flots bleus aan de Atlantische kust waar een groep Fransen jaarlijks in augustus naar toe trekt om het werkzame bestaan achter zich te laten en te genieten van zon, zand en zee. Een van hen is Jacky Pic die met zijn vrouw Laurette de caravan achter zijn auto hangt en zich gelaten in de file voegt die het begin van de zomervakantie markeert. Ook plastisch chirurg Michel en zijn dochter Vanessa gaan op weg, in een sportwagen die hen naar Marbella in Spanje moet brengen. Michel heeft zelfs geen tijd meer om de mooie borsten van een cliënte nader te bekijken, want de zomer is heilig.

Beide koppels krijgen echter te maken met problemen. Jacky kan het niet uitstaan dat er een Hollander op de plaats staat die hij sinds een eeuwigheid heeft ingenomen, Michel krijgt panne, precies op de plaats waar de groep kampeerders van Les flots bleus langskomt op hun weg van het strand. Er ontstaat een discussie waar Michel het beste met zijn auto naar toe kan gaan. Patrick probeert een hotel voor hen te zoeken in het naburige Arcachon maar helaas blijkt alles volgeboekt en biedt hij, omdat zijn eigen vrouw en dochter nog niet gearriveerd zijn, een deel van zijn bungalowtent aan de dokter en zijn dochter aan. Michel probeert zich te behelpen op een veldbed en moet van Patrick ook nog een oordeel geven over de borsten van zijn vriendinnetje.

Zoals te voorzien duurt de reparatie van de sportwagen langer dan gedacht. Vanessa wordt meegenomen door een paar jongeren van de camping, leert surfen en krijgt daar ook een vriendje, waardoor haar animo om verder te reizen niet groot is. Michel, die in de steek gelaten is door zijn vrouw, krijgt te maken met Sophie die het overspel van haar man Paulo met ene Bunny beu is en het met de dokter wil aanleggen. Tot zijn ergernis viert de hele camping zijn verjaardag mee. Patrick nodigt hem ook uit voor een show in een nachtclub, waar een miss verkiezing gehouden wordt, die gewonnen wordt door een van de schonen van de camping. Patrick is zelfs verontwaardigd dat Michel er op het eind vandoor wil. Vanessa brengt haar vader op andere gedachten en zorgt daardoor meteen dat hij de vrouw van de Hollander kan helpen met bevallen. De geboorte van een zoon zet aan tot verzoening, waarop de hele camping Michel en zijn dochter uitzwaaien.

Wat vooral tegenstaat is de ironische toon die nergens doorbroken wordt. Vooral Patrick, die zo’n beetje de hele film in een hemdje en een kort gesneden zwembroekje rondloopt, is een prototype van een flierefluiter die al zijn persoonlijke problemen onder tafel schuift en het adagium van vrijheid blijheid laat gelden, dat echter al gauw oppervlakkig en vervelend wordt. Ik zag dat Onteniente drie jaar later zelfs nog een vervolg gemaakt heeft met de titel Camping 2 maar een zo’n film was voor mij meer dan genoeg.

Hier de trailer.

woensdag 16 augustus 2017

The grown ups (2016), documentaire van Maite Alberdi


Ontwapenend portret van vier verstandelijk gehandicapten die meer vrijheid willen

De Chileense documentairemaker Maite Alberdi maakte een ontwapenend portret van een viertal volwassenen met het syndroom van Down die hun leven lang al op een aangepaste bakkersschool werken en hun afhankelijkheid zat beginnen te worden. Vooral bij Anita (rechts op de foto) straalt de onvrede van haar gezicht. Ze vindt haar leven maar saai en zou het liefst met haar vriendje Andres (links op de foto) samenwonen, maar tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren, schreef Elsschot al.

Alberdi begint met de bus die de vier hoofdpersonen Anita, Andres, Rita en Ricardo van huis naar school brengt. De kijker kan zich voorstellen dat het er elke dag hetzelfde aan toe gaat. Rita eet tijdens haar werk stiekem chocolade hetgeen haar moeder in een brief verboden heeft en Rita wordt daar dan ook op aangesproken. Desondanks steekt ze later toch weer een stuk chocolade in de zak van haar witte overall. Ricardo werkt behalve op de bakkerij ook in een bejaardencentrum waar hij zich bekommert om oudjes die zo gemakkelijk nog niet zijn. Anita is erg overstuur over de dood van haar vader en wordt door Andres getroost. Hij vertelt haar dat we de doden in ons hart kunnen sluiten waardoor ze toch nog bij ons blijven. Als Andres jarig is, verstopt Anita zich in een taart van karton. Hoewel ze eerder heeft gezegd dat ze daarbij geen bikini zal dragen, trekt ze bij haar verschijnen uit de taart toch haar overall uit en danst ze in een glitterhemdje.

Het geld dat ze in de bakkerij verdiend hebben, wordt door Rita gebruikt om speelgoed van te kopen. Ricardo legt het opzij om te sparen voor de toekomst waarin hij zelfstandig wil zijn. Anita denkt dat Andres een verlovingsring voor haar wil kopen. Dat klopt maar ze wordt later door hem gebeld dat zo’n ring te duur is, waarop zij hem zegt om daarmee te wachten. Ze gaan wel naar de dokter om te vragen of ze niet een eigen ruimte kunnen krijgen waarin ze met elkaar kunnen vrijen. De dokter gaat akkoord. Anita zegt tegen Andres dat hij niet voorzichtig heeft te zijn, omdat ze toch niet meer menstrueert. Het is een aandoenlijk gezicht om de twee knus naast elkaar in bed te zien liggen.

Tijdens een les van juf Patty over zelfredzaamheid wordt gesproken over de dromen die ze hebben. Patty wil niet dat het leven aan hen voorbij gaat, maar hoe ze dat kunnen verwezenlijken zegt ze er niet bij. De moeilijkheidheid daarvan wordt schrijnend duidelijk in een scène waarin Ricardo samen met Patty bekijkt dat zijn verdiensten in de bakkerij en in een bejaardencentrum, 21 euro, lang niet genoeg zijn om de kosten, zo’ n zevenhonderd euro, van het zelfstandig wonen te dekken.

Ook de toekomst van Anita en Andres gaat niet over rozen. Een priester vertelt hen dat zij alleen kunnen trouwen als de familie toestemming geeft. De moeder van Anita spreekt een hartig woordje met haar dochter, die duidelijk niet meer onder haar bewind wil leven. Het is wreed voor haar dat Andres van school af moet omdat zijn familie de kosten niet meer wil betalen. Tijdens een afscheidsfeestje beurt de bijna altijd montere en positieve Andres zijn vriendin op. Samen zingen ze uit volle borst een lied over de liefde die gedwarsboomd wordt.

De hoofden van het viertal zijn bijna gebeeldhouwd zo mooi, maar dat zal ook komen door de liefdevolle manier waarop Alberdi hen gefilmd heeft. The grown ups doet daarom denken aan de Spaanse film Yo, También! (2009)

Hier de trailer van The grown ups, hier mijn bespreking van Yo, También!.

Filmrecensie: Et Dieu créa la femme (1956), Roger Vadim


Sensuele jonge vrouw door maatschappelijke normen in het gareel gehouden

In de documentaire Brigitte Bardot – the misunderstood (2013) van David was al een scène uit Et Dieu créa la femme te zien die veelzeggend was voor het leven van de mooiste Franse filmster. Op weg naar een nieuw met haar geliefde Antoine Tardieu in Toulon doet hoofdpersoon Juliette Hardy haar konijn weg dat in een kooitje zat. Omdat de bus waarin Antoine zat niet voor haar stopte, doet ze het konijn meer weer terug en hervat haar ontoereikende leven in Saint Tropez. Juliette is een vrouw die behoefte heeft aan leven maar door haar omgeving in een gareel gehouden wordt. Het is de schaduwkant van schoonheid, waarvan alleen de buitenkant gezien wordt.

In de film Et Dieu créa la femme die in het Engels And God created woman heet, laat regisseur Roger Vadim hoe moeilijk het leven voor de knappe Juliette is, hoe hard ze verlangt naar een gelukkige relatie met stadsgenoot Antoine, maar door de omgeving daartoe niet in staat gesteld wordt. Antoine is door de negatieve berichten over Juliette huiverig om haar mee te nemen en laat de bus ondanks de afspraak met Juliette gewoon doorrijden naar zijn werk in Toulon.

Het begin van de film is al veelzeggend. Juliette ligt in haar blootje te zonnen achter een laken als de rijke project ontwikkelaar Eric Carradine in zijn sportwagen bij haar langskomt en haar een speelgoedmodel van een rode sportwagen toont die hij voor haar zal kopen als ze tegemoet komt aan zijn verlangens. Veel tijd om die te beantwoorden heeft Juliette niet, want meteen staat haar stiefmoeder voor haar om te zeggen dat ze al in de winkel had moeten staan. De vrouw, madame Morin geheten, is heel negatief over het meisje dat zij en haar man uit het weeshuis gehaald hebben. Haar man die in een rolstoel zit, geniet evenwel van de blikken die hij op haar prachtige naakte lijf heeft kunnen werpen.

Het conflict in de film wordt opgeroepen door Carradine die een lap grond wil kopen van het gezin Tardieu, dat naast de ouders uit de zoons Antoine, Michel en Christian bestaat en die daarop een werf hebben. Hij wil daarop, zonder dat het gezin dat weet, een casino bouwen, maar het gezin, met de oudste zoon Antoine voorop, gaat toch al niet akkoord met het voorstel, omdat ze dan niets meer te doen hebben. Antoine wil liever met Juliette in Toulon gaan wonen en spreekt na een dansavond met haar af om de volgende dag samen met de bus naar Toulon te gaan, maar in de luttele uren die hen nog rest gaat er van alles mis. Juliette vangt op dat ze een slet is, krijgt van madame Morin te horen dat die haar terug wil sturen naar het weeshuis en Antoine wordt, zonder dat de kijker dat ziet, door zijn moeder op andere gedachten gebracht, zodat Juliette haar losgelaten konijn weer in het kooitje kan doen nadat de bus naar Toulon aan haar voorbij gereden is.

Michel heeft te doen met Juliette en wil graag met haar trouwen om te voorkomen dat ze tot haar volwassenheid nog drie jaar in het weeshuis moet doorbrengen. Julliette is huiverig om daarin mee te gaan want ze kent zichzelf wel een beetje, maar zijn idealisme wint het van haar twijfel, zelfs al wordt hij door anderen voor hoorndrager uitgescholden. Daarop volgt met mathematische zekerheid een conflict met Antoine, zeker als hij bij Carradine bedongen heeft dat zij de grond willen verkopen, zolang hij zelf de leiding op de werf op zich kan nemen, waarna het verhaal op boeiende wijze naar het einde toe loopt.  

Hier de trailer, hier mijn bespreking van de documentaire Brigitte Bardot – the misunderstood.

dinsdag 15 augustus 2017

Penrose poëziefestival 2017, Vondelbunker, Amsterdam, 13 augustus 2017



Organisator, lied- en puntdichter (‘met kerst is het konijn het haasje’) Are Meijer is er opnieuw in geslaagd een fantastische locatie te vinden voor het vierde Penrose poëziefestival. De atoomschuilkelder uit 1947 in het Vondelpark voldoet uitstekend als gelegenheid waarin zeven uitgenodigde dichters hun werk naar voren kunnen brengen. Boven de hoofden van de dichters knarst de tram vol mensen die zich totaal niet bewust zijn wat zich onder hen afspeelt in de veiligheid die de schuilkelder biedt. 


De muziek is andermaal van Annemarie Brijder. Zij voegt net dat noodzakelijke ingrediënt toe dat zo’n drie uur durend spektakel nog levendiger maakt.Ze begint met een ode aan Nijmegen, de stad van een vroegere geliefde, brengt een tegenwicht tegen alle slecht nieuws op de televisie, zingt in het Frans voor haar nichtje Elise en is er tenslotte wel klaar mee. 

Dit maal heeft Meijer acht dichters uitgenodigd, die - op Gerda Posthumus uit Vlieland na - vanuit alle hoeken van het land, van Groningen tot Limburg, en zelfs uit Gent gekomen zijn. Omdat de laatste Erika de Stercke (Ninove, 1968) volgens Meijer sterk beïnvloed wordt door hetgeen ze om zich heen hoort, mag ze aftrappen en ze doet dit met veel elan met gedichten, die uit het dagelijks leven ontleend zijn, te beginnen met Wakker en daarna onder andere over de zeven vergeten groenten. Tussendoor vertelt ze een aantal Belgenmoppen, waarbij de mop over de vraag waarom een Belg een mes in de auto meeneemt al door de zaal beantwoord wordt, namelijk om de bochten af te snijden.

Eric Jansen (Culemborg, 1962) zet zijn bril op omdat hij zijn gedichten in het rode spotlicht nauwelijks kan zien, maar als er een foto gemaakt wordt zet hij hem gauw weer af. Hij laat weten dat veel van zijn voorgedragen werk in zijn vierde bundel Einde eiland staat, dat vooral verhalende observaties met een, naar ik beluisterde, vervreemdende werking bevat. Poëzie is voor hem een levensreddend medicijn en hij geniet ervan om dit te delen met lijders aan dezelfde ziekte. Hij begint met Openingszinnen over het woonwerkverkeer en eindigt met Voortbestaan: 's Nachts sta ik op / in mijn droom / pak pen en papier / en ga onder bruggen liggen / schrijven. Daartussen door leest hij Naderende vrijheid over een man die steeds meer gaat geloven in de kritiek die een vriend op zijn vrouw heeft, De mannen die niet meer terugkwamen over de groep die ooit een pakje sigaretten ging kopen, maar toch besloot om weer op te duiken, Serpent over een vervellende vrouw, en In de duinen (zie hieronder).

Robin Veen (Den Haag, 1953) vertelt dat hij zijn gedichten met een mooie regel begint en dat het einde ongewis is. Vandaag leest hij het verhalende gedicht Glas voor, dat twee delen bevat waarbij het eerste deel over een vrouw en het tweede deel over haar zoon gaat, die een moeilijke verhouding met elkaar hebben. Na de pauze leest hij nog vijf gedichten, te weten Illusies, De grens, Bruin café, Kom je ook?, Schizofreen en als toegift het sonnet Ooit.



Meliza de Vries is in Sri Lanka geboren en voelt zich duidelijk thuis op het podium. Ze timmert hard aan de weg, leest voor uit een dik aantekeningenboekje met intelligente en zelfbewuste poëzie. Ze schreef speciaal voor deze gelegenheid in de atoomschuilkelder het gedicht F5 toets (zie hieronder), leest vele andere gedichten voor zoals Spam, waarin ze zegt dat mensen het mooist zijn als ze ongewenst zijn, Eilandhoppen, hetgeen in haar geboorteland toch iets heel anders is dan op Vlieland, haar bekroonde bijdrage Liefste voor een liefdesbrievenwedstrijd en eindigt, omdat we in de buurt van Artis zijn, met Pinguïns over het meten met één maat.

Frans Terken (Heerlen, 1949) debuteerde in 1969 in de Dichtershoek van NRC en woont tegenwoordig in de omgeving van Leiden. In 1999 hervatte hij zijn poëtische werk in een fraaie gedragen stijl, onder andere tijdens de Haarlemse Dichtlijn. Hij begint met Zomerzinnen naar aanleiding van de tour van de Poëziebus, leest voor uit gedichten die hij in Eijlders voordroeg, zoals Waar ligt de grens? Na de pauze leest hij onder andere voor uit de bundel die hij met Joop Scholten maakte, zoals het gedicht In kamers gerommeld. 



Jan Kal (Haarlem, 1946) behoeft geen introductie, maar Meijer houdt toch diens bundel Praktijk hervat in de hoogte die hij op de middelbare school bij De Slegte in Groningen kocht. Kal leest eerst bekende sonnetten van hemzelf, zoals Mont Ventoux en Cruijff 50, daarna latere sonnetten zoals Bomaanslag Bologna waarin hij ternauwernood ontsnapt aan een terroristische aanslag in 1980, en tenslotte sonnetten uit de Europese traditie. Hij begint met het allereerste sonnet dat hij ooit schreef, Uitgeschreven geheten. Tegenwoordig maakt hij sonnetten op basis van zijn dromen hetgeen hallucinerende inhoud oplevert waarbij Janine Jansen moeiteloos overgaat in Daphne Schippers of, tijdens een stadswandeling met Max Pam, de Grote Markt in Haarlem steeds maar wijkt. Het Franse sonnet baseerde zich op Petrarca. De Franse hofdichter Pierre de Ronsard werkte Een hagelwitte hinde uit 1304 om tot Een hertenjong. Veel van zijn sonnetten gaan over de onbeantwoorde liefde met titels als Die gouden lokken of De verliefde dokter. Op zijn sterfbed dichtte hij Ik heb nog botten slechts en voor hij de laatste adem uitblies ’t Is klaar.  


Anneke Wasscher (Leek, 1946) viert haar tienjarig jubileum als dichter en schrijver van korte verhalen. Half oktober verschijnt haar eerste bundel met voornamelijk weemoedige gedichten bij uitgeverij Contrast. Wasscher leest gedichten voor over relaties zoals de uitweg (zie hieronder), Het sprak vanzelf over het gemis van een echtgenoot en Verboden liefdes over een liefde die nooit verwerkelijkt werd. Controle gaat over een borstonderzoek. Ze leest ook over ouderdom en sluit af met Symbool, dat over de stof van de Davidster gaat naar aanleiding van een bezoek aan Westerbork. 

Hier mijn verslag van het Penrose poëziefestival 2016,
hier de site van Are Meijer,
hier de site van Annemarie Brijder met daarop enkele nummers die ze zong,
hier een aantal deze middag niet voorgelezen gedichten van Erika de Stercke op de site van Leestafel,
hier In de duinen, een favoriet gedicht van Eric Jansen,
hier de site van Robin Veen,
hier de site van Meliza de Vries met daarop F5 toets en We zouden opnieuw kunnen beginnen (p.3), Liefste (p.13) en Eilandhoppen (p.29),
hier de blogspot van Frans Terken met daarop Waar ligt de grens?,
hier Mont Ventoux en Cruijff 50 op Gedichten.nl,
hier meer over Anneke Wasscher op Meander, hier haar gedicht de uitweg, hier Het symbool.

Met dank aan Onno Wijchers en Anneke Wasscher en haar man voor de foto’s.



Filmrecensie: Sokolovo (1974), Otakar Vávra


Fraaie uitbeelding van een strijdvaardig Tsjechisch bataljon in Rusland

Sokolovo is een op waarheid gebaseerde film over de slag bij het in de titel genoemde dorp in de buurt van Charkov waar een bataljon Tsjechen onder leiding van generaal Ludvik Svoboda de opmars van de Duitsers in 1943 verhinderde. De film brengt naast de heftige strijd ook de voorgeschiedenis in beeld en toont daarmee een fraai stukje moderne geschiedenis.

Het verhaal start in 1942, een zwaar jaar waarin het Rode Leger de Duitsers terugdrong, maar niet voor altijd. Het eerste deel deel start met een toespraak van het Tsjecho-Slowaakse parlementslid Gottwald aan de Tsjechische manschappen, van wie een deel al als vrijwilliger in de Spaanse burgeroorlog had gevochten, in Boezoloek. Gottwald prijst de samenwerking met de Russen. Daarna zien we een tegengestelde toespraak van Heydrich in het bezette Praag. Hij zegt daarin dat hij plannen heeft tot deportatie van schadelijke elementen. Zijn aanwezigheid lokt een aanslag uit, die helaas mislukt. Als represaille laat Heydrich de stad Lidice met de grond gelijk maken en alle mannen executeren. De barbaarse actie roept een behoefte aan wraak op bij het bataljon dat uit een kleine duizend man bestaat. De regering in ballingschap in Londen onder leiding van president Benes is niet zo blij met de toespraak van Gottwald, want na de oorlog wil men het liefst een onafhankelijk land en geen vazalstaat van de Sovjet Unie worden. Een minister wordt naar Boezoloek gestuurd om de toenadering tot de Russen tegen te houden. Promoties worden niet goedgekeurd en vrouwen mogen niet mee naar het front.

De Tsjechische soldaten helpen inmiddels de lokale bevolking met de oogst. Berichten dat er rond Stalingrad zwaar gevochten wordt, leidt tot een verzoek van Svoboda om deel te nemen aan de strijd. In januari 1943 wordt dat ingewilligd en gaan de mannen op weg, maar nog voor ze aankomen zijn de Duitsers aan de terugtocht begonnen. Vávra werpt daarna een blik op de toestand in Praag waar een gezin dat betrokken is bij het verzet naar de radio luistert om te horen over een zoon die bij het bataljon zit.
In februari 1943 dolen de manschappen door de steppe. Ze reizen ’s nachts om vijandelijke vliegtuigen te ontwijken en hebben het zwaar.

In het tweede deel maakt het bataljon zich op voor de strijd rond Charkov. Rust krijgen ze niet van de Russische veldheer, want ze zijn hard nodig om de opmars van de Duitsers te stuiten. Ze dienen tanks tegen te houden over een gebied van twaalf kilometer en spitten daartoe loopgraven in de buurt van het dorp Sokolovo. De lokale bevolking is hen terwille, zoals we zien in een fragment waarin een soldaat een lamp krijgt om in het ieder geval in het donker de kaart te kunnen lezen. Inmiddels wordt in Praag de man van het gezin weggevoerd, waarop de vrouw en zoon Standa onderduiken. 
De kerk van Sokolovo is het laatste bolwerk waar de mannen van Svoboda standhouden maar de overmacht is te groot waardoor ze tenslotte op 8 maart, internationale vrouwendag, roemloos ten onder gaan. Door hun tegenstand vertraagden ze wel de opmars van de Duitsers.

Hier een fragment in de sneeuw als de in het wit geklede mannen van Svoboda stuiten op een groep Duitsers. Omdat het fragment niet ondertiteld zet ik er maar bij dat een verkenner erop uit wordt gestuurd om te zien met hoeveel vijanden men te maken heeft. Die verkenner wordt door De Duitsers gezien, maar weet toch een aantal van hen uit te schakelen. De film is in zijn geheel op Youtube te zien.

maandag 14 augustus 2017

Wim Opbrouck, Zomergasten, 13 augustus 2017


Achter een culturele duizendpoot schuilt een Gutmensch

De West Vlaming Wim Opbrouck komt meteen over als een gepassioneerde Belg die zich graag in het leven dompelt en geen moment voorbij laat gaan om de geneugten daarvan tot zich te nemen. Hij is dan ook een man met veel kanten. Ooit wilde hij kok worden, maar hij heeft zijn hart verpand aan het toneel, was werkzaam bij NTGent, ook vijf jaar als artistiek leider en is, naast zanger, bezig met een scenario voor de film Het hout van Jeroen Brouwers. Hij had nog wel zijn twijfels of hij het komende seizoen de Vlaamse versie van Heel Holland bakt moest gaan presenteren, maar dat kon blijkbaar ook nog wel op zijn vork. Des te opmerkelijker is het dat hij halverwege de uitzending tegen Janine Abbring zegt dat hij nogal grumpy is voordat hij aan en voorstelling zoals deze Zomergastenuitzending begint. Daaruit blijkt dat we met een toneelspeler te maken hebben die zichzelf neerzet zoals hij wil.

Opbrouck was altijd al een grote fan van Zomergasten. Hij gebruikte het programma om aan beeldmateriaal te komen dat in de jaren tachtig schaars was. Hij laat als eerste fragment een stukje zien uit de uitzending van Peter van Ingen met Jan Wolkers, die vertelt over een bezoek aan het graf van Dylan Thomas, waarbij zijn zoontjes de bijzondere steentjes meenamen die op diens graf in Wales lagen. Wolkers vond een van die steentjes later in zijn auto, dacht dat het een snoepje was en beet daardoor een kies kapot, hetgeen voor Opbrouck alleen maar iets toevoegt aan de heroïek van Thomas.
Exaltatie kan hem niet ontzegd worden, maar dat heb je natuurlijk al gauw bij een acteur.

Abbring, die nog net niet aan heldenverering doet, stelt vast dat de zwaarlijvige Opbrouck heel licht beweegt. Ze heeft dat geconstateerd toen ze voorafgaande aan dit gesprek een voorstelling van hem in Groningen bezocht. Opbrouck, die in de film Mont Ventoux juist degene was die nauwelijks de berg opkwam, vertelt dat hij dat van een leraar op de toneelschool geleerd heeft om het licht te houden.

Poëzie is een van zijn bronnen, voor hem geopenbaard door een lerares voordrachtskunst toen hij een jaar of dertien was. Hij werd gebeten door de schoonheid en de complexiteit van de taal waardoor hij bij Thomas aan het goede adres is. Een andere bron is de muziek die hij zelf ook met zijn band maakt. Hij heeft een mooi fragment uitgekozen waarin Reinbert de Leeuw in het programma Toonmeesters in Katowice samen met componist Henryk Górecki de ziel uit zijn lijf musiceert. De schaamteloze durf kan volgens Opbrouck alleen maar naar buiten komen als de situatie veilig is, zo heeft hij ook als acteur ondervonden. Muziek speelt ook een belangrijke rol in de film zoals de meesterlijke verbeelding van Paolo Sorrentino van het leven van de Italiaanse politicus Andreotti in Il divo.

Zijn aantreden als artistiek leider bij NTGent was niet de gelukkigste tijd in zijn leven, zo wordt duidelijk uit de moeite waarop Opbrouck zich over de kwestie uit die zelfs gemaakt heeft dat hij tegenwoordig freelancer is geworden. Hij koppelt dit heel fraai aan een Franse restauranthouder die anders wilde koken dan de familietraditie voorschreef maar tenslotte de hond in de pot vond en toch maar weer de zalm met zuring op het menu zette. Opbrouck constateert dat er eb en vloed is, een komen en gaan.

Veiligheid en vertrouwen spelen een cruciale rol als het gaat om intieme contacten. Opbrouck heeft een fragment uitgekozen uit de documentaire Ik zal uw naam niet noemen, waarin Ted van Lieshout worstelt met de intieme relatie die hij had met de man die hij in zijn boek Mijn meneer beschrijft. De nuance kan nooit genoeg benadrukt worden. Dat vormt een mooi bruggetje naar zijn bewerking van Het hout. Abbring legt hem een scène uit het boek voor waar hij zijn filmvisie op moet geven. Opbrouck vertelt dat hij veel geleerd heeft van de manier waarop Francis Ford Coppola met The godfather omging. De martelscène in Het hout moet wat hem betreft genadeloos worden. 

Het mooiste heeft Opbrouck voor het laatst bewaard. Beelden uit de anti-oorlogsfilm Paths of glory brengen hem tot de vaststelling dat we na de twee wereldoorlogen nog weinig geleerd hebben, waardoor we enkel nog met smart kunnen luisteren naar de hartstochtelijke woorden van de getormenteerde Nina Simone uitgesproken in Montreux in 1976 en opgenomen in de documentaire What happened, Miss Simone? Daarin roept ze het publiek op om toch vooral minder onwetend te zijn over de pijn die overal in de wereld geleden wordt. Dat is ook vandaag de dag geen luxe uitspraak.  

Hier mijn bespreking van Ik zal uw naam niet noemen,
hier die van Mijn meneer,
hier die van Paths of glory,
hier die van Mont Ventoux,
hier die van Het hout,
hier die van Onder het melkwoud,
hier die van Il divo.

Ants on a shrimp (2016), documentaire van Maurice Dekkers


Restauranthouder geniet ervan uit de comfortzone te gaan

Maurice Dekkers, bekend van de televisieserie Keuringsdienst van waarde, volgt in Ants on a shrimp de tijdelijke verhuizing van het befaamde Deense restaurant Noma uit Kopenhagen naar Tokio. Eigenaar René Redzepi wil na vijfentwintig jaar wel weer iets anders en biedt aan om in Tokio een maand lang een viertiengangen menu te bereiden. Daartoe bezoekt hij met een aantal medewerkers plekken in Japan die hem aan gerechten kunnen helpen en laat hij, voorafgaande aan de opening, een team onder leiding van Lars Williams in de kelder van het tijdelijke restaurant nieuwe gerechten uitproberen. In een van de eerste beelden zien we eenden die geplukt worden.

Redzepi is een sympathieke, maar tegelijk ook erg kritische man. Gelukkig kunnen, naast de genoemde Williams, zijn naaste medewerkers Thomas Frebel, Dan Giusti, Kim Mikkola en Rosio Sanchez, die allemaal een andere achtergrond hebben, goed met zijn kritiek omgaan. Williams heeft vooral moeite met de taal en de andere groenten, vreest de hoge verwachtingen en voelt zich daardoor onder druk gezet. Hij legt anderen uit hoe ze de bijtschildpadden moeten doden en eet zelf na het werk een gewone pizza. Frebel kijkt onverstoorbaar als Redzepi na aankomst in Tokio een dikke wilde kiwi-soep afkeurt. Hij weet dat falen het uitgangspunt is en vat de kritiek van zijn baas, die niet wil terugvallen op oude patronen, niet persoonlijk op. Sanchez, die tijdens de voorbereidingen dertig jaar oud wordt, vertelt dat ze de hele dag samen met anderen werkt en sterk op haar intuïtie afgaat.  

Dekkers houdt de spanning erin door langzaam naar de opening van Noma in Tokio toe te werken. Hij filmt drie maanden daarvoor in Kopenhagen een uitwisselingsproject op de zaterdagavond waarop iedereen een nieuw gerecht aan de anderen voorzet. Redzepi is zeer te spreken over een gerecht met vissensperma dat de Braziliaanse Vivienne gemaakt heeft. Voor een beginneling zeker een gewaagd idee. Redzepi vindt het leuk om na te denken over de betekenis van zijn nieuwe stap om in Tokio nieuwe gerechten op tafel te zetten. Hij wil een eigen stijl ontwikkelen en trekt daartoe met de anderen het land door om allerlei voedingsmiddelen zoals een wilde kiwi, witte aardbeien en bijzondere paddenstoelen te keuren. Hij wil op zijn tocht geen toerist zijn maar een onderlegde reiziger, maar weet dat hij niet kan concurreren met de eeuwenoude Japanse traditie. Een gerecht met de bijtschildpadden valt daardoor af. Wel zet hij als eerste gerecht levende lagoustines voor. Dat haalt de gasten meteen uit hun ritme.

Repzepi doet denken aan de perfectionist Sergio Herman die door Willemiek Kluijfhout in de documentaire Sergio Herman Fucking Perfect (2015) werd geportretteerd. Herman had ook een tomeloze ambitie. Hij bezat twee goedlopende restaurants in Zeeuws Vlaanderen, maar wilde ook een restaurant in Antwerpen openen. Anders dan Herman lijkt Redzepi niet te lijden onder zijn eerzucht. Hij spreekt de bipolaire Mikkola rustig aan over een misstap die hij begaan heeft. Zelf is Repzepi de lijm in het geheel. Op de dag voor de opening is organisator Giusti op van de stress en ook de anderen krijgen last van nervositeit en daarom zijn de positieve reacties een grote opluchting. 

Hier de trailer van Ants on a shrimp, hier mijn bespreking van Sergio Herman Fucking Perfect.

zondag 13 augustus 2017

Theaterrecensie: Het failliet van de moderne tijd (2016), Tim Fransen, televisieregistratie.


Veelbelovend talent met een mooie toon en een aansprekende inhoud

De televisieregistratie van Het failliet van de moderne tijd, waarmee cabaretier Tim Fransen in De Kleine Komedie in Amsterdam debuteerde, maakt duidelijk dat we te maken hebben met een nieuw en oorspronkelijk talent. De toon is goed en de persoon sympathiek. Inhoudelijk heeft Fransen ook iets te zeggen. Zijn mengeling van cabaret en filosofie zorgt voor een nieuwe invalshoek in een theatersoort die ten onder dreigt te gaan aan egotripperij. Exercities op de vleugel en pentekeningen die spontaan achter Fransen verschijnen, geven hem de nodige ruggensteun. Het was alleen jammer dat hij soms moeilijk te verstaan was.

Het is mooi dat Fransen dicht bij zichzelf begint. In het zolderkamertje aan de Marnixstraat dat hij als filosofiestudent betrok. Dat voorkomt allerlei pretentieus gezoek naar de juiste vorm en neemt de toeschouwer voor hem in. Op dat zolderkamertje was nauwelijks ruimte voor een piano, maar die kwam er wel. Tegen de enige rechte muur die het kamertje bezat. De pianostemmer vertelde hem dat er geen perfecte manier van stemmen is. In het Westen hanteert men de gelijkzwevende stemming, een term, die een hoopvolle relativiteit weergeeft, waarmee Fransen zijn programma ook besluit: in samenhang met elkaar krijgen de tonen hun betekenis.

In zijn show gaat hij vooral uit van Friedrich Nietzsche en behandelt hij de idee dat God dood is en dat de mens het nadien allemaal zelf mag en moet uitzoeken, hetgeen niet zo gemakkelijk is. Ook niet voor een student filosofie die, mogelijk als overcompensatie voor het niet verkrijgen van zijn veterdiploma, cum laude is afgestudeerd. Hij heeft zoveel bagage meegekregen dat hij niet eens meer spontaan kan reageren op een simpele opmerking van een aardig meisje met wie hij in gesprek is geraakt. De vrijheid, die ook het onderwerp van zijn scriptie vormde, is een moeilijk te vatten en te realiseren begrip. De absurditeit van het bestaan bepaalt ons leven, zoals Albert Camus al stelde.

Fransen gaat vooral in op de vraag of het leven de moeite waard en zo niet of collectieve zelfmoord dan niet op zijn plaats zou zijn. Sinds de Verlichting leeft de mens in een rationele orde, die geen aanspraak kan maken op waarheid. Het gevoel overheerst als het daarover gaat. Fransen neemt, omdat hij ervan uit gaat dat er veel snackbarmedewerkers in de zaal zitten, de bamischijf als voorbeeld, die in tegenstelling tot een macaronischijf algemeen geaccepteerd wordt.

In een hele mooie scène aan de hand van de film Braveheart legt Fransen uit hoe moeilijk het tegenwoordig is om alle neuzen dezelfde richting op te krijgen. Altijd is er wel iemand die een kritische opmerking maakt of een wijsneus die denkt het beter te weten. Hij gaat zelfs het gesprek met het publiek aan over de waarde van knuffelen, heeft een mooie act over free huggs en concludeert dat intimiteit niet af te dwingen is.

De afgestudeerde politiek filosoof heeft niet zoveel op met het activisme dat zijn vrienden voorstaan. Als hij eens meedoet met een demonstratie en daarna ook het spreekgestoelte bestijgt krijgt hij lauwe instemming met zijn opmerking dat we niet voor collectieve zelfmoord hoeven te kiezen, al kon het ook zijn dat zijn woorden niet goed overkwamen omdat de wind verkeerd stond. In een grappige toegift bespreekt Fransen een aantal vragen die hem vaak gesteld worden. De antwoorden zijn grappig en gevat, maar dat neemt niet weg dat de verwachting over fundamentele kritiek op de moderne tijd niet waargemaakt wordt. Wellicht is dat iets voor de tweede show Het kromme hout der mensheid. Op de website meer informatie daarover.  

Hier de trailer van Het failliet van de moderne tijd, hier de website van Tim Fransen. De foto is van Floren van Olden.

Zaatari djinn (2016), documentaire van Catherine van Campen


Hoopgevende portretten van Syrische kinderen in een Jordaans vluchtelingenkamp

Na de intrigerende en onthullende documentaire Garage 2.0 over het wel en wee van een garagebedrijf in Vianen, vervolgt documentairemaakster Catherine van Campen haar weg door het Jordaanse vluchtelingenkamp Zaatari. waar veel Syrische kinderen verblijven. Hoewel ze weinig perspectief hebben geen ze de moed niet op. Van Campen volgt drie kinderen, twee meisjes en een jongen, die zich met goede moed door hun verblijf slaan. De cameravoering is prachtig helder, net als de gezichten van de kinderen. Dan is er ook nog de djinn die zijn geestkracht het leven onzichtbaar beïnvloed. Helaas werd in de tv versie die ik zag het portret van de achtjarige Hammoud onthouden.
  
Het eerste beeld is al heel mooi. Een jongen volgt met een lege waterfles een druppelend spoor dat een waterwagen van Unicef achterlaat. Het symboliseert iets van hoop in de onvruchtbare woestijngrond.

De dertienjarige Fatma geeft de planten water, maar is sip omdat haar haan geslacht is. Die was haar beste vriend aan wie ze haar geheimen kon doorvertellen. Zij doet graag lippenstift op, maar haar moeder haalt dat er weer vanaf omdat ze vindt dat haar dochter daar nog te jong voor is. De haan, zo hoort Fatma, werd geslacht en door het gezin opgegeten maar zelf heeft ze er geen hap van genomen. Ze doet nogal wild met een sprinkhaan die ze in een potje heeft gestopt, waarop haar moeder met haar een nieuwe haan gaat kopen, die Fatma als een baby’tje knuffelt.

De tienjarige Ferras verkoopt raha snoep in het kamp. Hij roept dat het de smaak van Deraa heeft. Zijn vader kijkt naar televisiebeelden van verwoestingen in Syrië. Ferras koopt maïzena voor zijn vader die daar snoep van maakt. Ferras wil later het liefst groenteboer worden of een supermarktje beginnen. Hij zegt dat zijn vader niet lekker in zijn vel zit en vindt het ook niet zo slim dat zijn vader hertrouwd is maar dat mag hij niet tegen hem zeggen want dan wordt hij kwaad. Vanwege aanhoudende bloedneuzen gaat hij naar de medische hulpdienst. De doctoren maken een aardig praatje met hem en onderzoeken hem waarop ze hem afraden om het verkoopwerk te staken. In plaats daarvan tekent Ferras vingerpoppetjes en praat met hen.  

De vijftienjarige Maryam maakt foto’s van het kamp en zit in een toneelgroepje waarin zij de dochter van Lear speelt. De regisseur zegt in de nabespreking dat ze minder geremd moet zijn. Maryam belt met haar vader die in Syrië is achtergebleven en vraagt hoe het in het dorp is en hoe het met zijn tuin gaat. De vader zegt dat hij weinig kan doen vanwege bombardementen en een gebroken arm of zelfs twee gebroken armen. Terwijl Maryam de vloer dweilt repeteert ze haar tekst. In de spiegel ziet ze dat ze de ogen heeft van haar vader en ook diens moed. Tijdens de afwas zegt haar moeder dat toneelspelen voor meisjes niet gepast is. De regisseur zegt dat er niets mis mee is en dat ze haar vader maar om toestemming moet vragen. In een brief lijkt Maryam daar niet over te reppen. Tijdens een voetbaltraining horen we dat ze snel teruggaat naar Syrië. De kinderen willen allemaal bij haar in het elftal. Ze geniet van het spelletje.

Van Campen laat de beelden spreken. Die zeggen genoeg over de hoop die we mogen koesteren dat het nog wel goed komt met de mensheid.

Hier de trailer op vimeo, hier mijn bespreking van Garage 2.0.