Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 2 november 2015

Cherry Duyns over Voor mijn ogen, VPRO-Boeken, 1 november 2015


Veelzijdig kunstenaar wil het verleden vastleggen

Filmmaker en schrijver Cherry Duyns is ook fotograaf. Op tienjarige leeftijd maakte hij foto’s van ruïnes in Wuppertal, onlangs kwam zijn boek Voor mijn ogen uit met foto’s van luchten, landschappen, vogels en de zee.

Wim Brands begint over de foto’s uit Wuppertal.
Duyns werd daar in 1944 geboren, woonde bij de grootouders van zijn Duitse moeder en maakte opnames van de karkassen van de gebombardeerde gebouwen.

Brands vertelt dat de andere grootmoeder volgens een tekstje in zijn nieuwe boek ook een belangrijke rol in zijn leven speelde.
Duyns zegt dat hij bij haar in Haarlem opgroeide, nadat zijn vader hem had weggehaald uit Duitsland. Zijn ouders waren varieté artiesten en hadden geen tijd om de opvoeding op zich te nemen. Hij had, ook door zijn moeder die in Nederland veracht werd, lange tijd moeite met Duitsland maar dat is passé. Door de omgang met zijn grootouders heeft hij een grote belangstelling voor het verleden.

Brands brengt een van de teksten in het boek ter sprake dat over een kauwtje gaat.
Duyns vertelt over een ochtend dat hij uit school kwam en op het Sophiaplein in Haarlem een kauwtje zag dat hem aankeek. Hij stak zijn hand uit en had meteen het idee dat hij een vriend had. Het kauwtje volgde hem naar zijn huis in de buurt van de Stadsschouwburg en werd ook door zijn grootmoeder opgemerkt.

Brands moet denken aan het programma Herenleed.
Duyns vertelt dat daar ook vogels in voorkwamen zoals de vogel met de kniekousen. Hij houdt van vogels, al vindt hij de term vogelaar niet prettig klinken. Hij vindt hen betoverend en geestig, hij krijgt de slappe lach van een eend met de haren voor zijn ogen.

Brands vraagt wanneer hij begonnen is met fotograferen.
Duyns deed het vooral om beelden vast te leggen die hij aan anderen wilde tonen, want er zijn boeken waarin vogels veel beter geportretteerd worden. Het fotograferen leidt hem af van het bestuderen van hun gedrag. Hij maakt niet alleen foto’s van vogels maar ook van landschappen, muziek en de zee. Als hij op reis gaat, deelt hij dat mee aan de zee en als dat niet lukt vertelt hij de zee na thuiskomst dat hij er weer is. Hij weet niet waarom hij dat doet, maar het is troostrijk dat de zee er altijd is, altijd hetzelfde en anders is.

Brands begint over mooie foto’s over verdwijnen, zoals een slak die zijn laatste rondjes voor de voordeur van Duyns draaide. Duyns maakte daar ook een gedicht bij Requiem voor een slak geheten, dat hij zelf voorleest. Terwijl Brands het gedicht opzoekt komt het hem voor dat hij een psychiater is die een patiënt op bezoek heeft.
Duyns vertelt dat hij bij ooit een psychiater kwam die hem afkeurde voor militaire dienst vanwege zijn agressiviteit.

Brands gaat daar niet op door maar vindt het wel opvallend dat er geen mensen in het boek te vinden zijn, anders dan om de verhoudingen weer te geven.
Duyns begint over plukplekken waar roofvogels hun prooi plukken. Hij houdt van de verstilde momenten.

Brands herinnert zich de bekroonde documentaire Levensberichten waarin Duyns meeleeft met doodzieke kankerpatiënten in het VU ziekenhuis.
Duyns zegt dat hij wel goed met mensen kan omgaan maar dat niet altijd wil. Naarmate hij ouder wordt heeft hij minder behoefte om deel van een groep uit te maken. Hij ziet zichzelf als een buitenstaander die met een melancholische blik zijn medemens waarneemt. Dat is begonnen met de afwijzing door mensen van zijn moeder. Hij heeft erover geschreven in Zondagsjongen. Hij is nog steeds op zijn hoede, argwanend over hetgeen iemand een ander kan aandoen, maar voelt zich verder prima. Het is wel een bittere teleurstelling voor hem als vriendschappen mislukken. Hij denkt erover een roman te schrijven over zijn moeder, maar wacht daarmee omdat iedereen dat tegenwoordig doet. In die roman zal ook zijn eigen verleden aan de orde komen.

P.S. Een paar uur later overhandigde hij het eerste exemplaar van het boek aan zijn oudste vriend Armando. Met twee dikke kussen. Waarvan akte. 


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen