Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zondag 21 februari 2016

Theaterrecensie: Voor niks Umsonst, ’ t Barre land en Comp. Marius, Toneelschuur, 20 februari 2016


Toneelspelers nemen het eigen metier op de hak

De grote toneellampen midden op het toneel en spelers die daar om heen lopen, waaronder een basgitarist, geven meteen een mooie sfeer aan deze mogelijk laatste voorstelling Voor niks Umsonst in de benedenzaal van de Toneelschuur. Het stuk begint met een losse dialoog tussen de twee vrienden, een Hollander en een Vlaming, die voor acteurs staan die gebroken hebben met de conventies en hun eigen weg gaan, al is dat niet gemakkelijk. Ze zien af van een ingestudeerd dansje en doen in plaats daarvan een liedje maar hebben daarbij wel een bril nodig die ze moeten lenen van het publiek. Zie hier de geringe status van de acteur, een marionet die in de avonduren zijn kunstje mag vertonen voor het gerief van de burgerij, maar daarna meteen weer van het toneel dient te verdwijnen.

De tekst is ontleend aan Johann Nestroy, een negentiende eeuwer, die met Umsonst de klucht Die Räuber van Schiller op de hak nam. Nestroy was directeur van het Burgtheater in Wenen en vormde een grote inspiratiebron voor Thomas Bernhard, wiens De wereldverbeteraar op hetzelfde ogenblik in de bovenzaal gespeeld wordt. Daarmee is aangetoond hoeveel belang nog gehecht wordt aan deze kritische traditie.

Wat betreft de inhoud is daar gaandeweg steeds minder van te merken, al blijft het uitermate boeiend wat de groep van ’ t Barre land en Comp. Marius te bieden heeft, aangevoerd door de jeune premier, door mij de Hollander genoemd, die de glansrol van Arthur speelt en daarmee de jonge Emma aan zijn voeten krijgt. Het is meteen al fraai dat hij de toeschouwers op het verkeerde been zet door ongemerkt te veranderen van de huidige locatie in Haarlem naar Steyr in Oostenrijk waar de klucht rond zijn verhouding met de grappig gillende en verder ook sterk acterende Emma zich voor een groot deel afspeelt.

Met zeer dynamisch spel, prachtige a capella gezongen liedjes en flitsende dialogen wordt de toeschouwer twee uur lang vermaakt, al kost het moeite de ontwikkelingen te volgen vanwege de vele persoonsverwisselingen, een klucht eigen. In dit geval leest ook nog eens een souffleur de tekst mee en neemt de Vlaming de rol van verzoener op zich en zegt daarbij verschillende malen dat alles nog kan veranderen. Helaas kon ik nergens terugvinden wie welke rol speelde, daarom hier de namen van de in stemmig zwart gekleed gaande spelers: Margijn Bosch, Czeslaw De Wijs, Anouck Driessen, Waas Gramser, Vincent Vanden Bergh, Kris Van Trier en Jonas Vermeulen. De laatste persoon wordt op de site van Comp. Marius genoemd als degene die voor de muziek zorgde en dus mogelijk in het begin de basgitaar hanteerde. Verder speelt hij ook de rol van waard in het pension Het kapotte wiel, dat aan een slechte weg lag en daarom veel klanten trok, waaronder Arthur die de jonge Emma daar treft om haar naar het buitenland te ontvoeren. Daartoe moet hij eerst nog een aantal andere zaken oplossen en, net als de meeste anderen, een scala van rollen moet spelen. Helaas blijkt het op het eind allemaal voor niets, umsonst in het Duits. Ontluisterd kijken de spelers om zich heen en pakken hun spullen in. Hun kunstje is afgelopen, ze kunnen vertrekken.

Het is jammer dat op het eind nog niet werd teruggekomen op de positie van de kunstenaar in de huidige tijd, maar wie, zoals een acteur memoreerde, niet in slaap was gevallen en de onbegrijpelijkheid had kunnen verduren, had aan een half oor genoeg om de strekking te begrijpen en op waarde te schatten. De toneelspeler behoort toch nog tot een van de weinige beroepsgroepen die het eigen functioneren kritisch kan bezien en zich kan afvragen wat de autonomie eigenlijk waard is. Wat dat betreft is er weinig veranderd met de negentiende eeuw toen Nestroy zijn kritiek uitoefende. Wellicht is de acteur in een nog lastiger pakket terecht gekomen door de autonomie die tegenwoordig in de maatschappij zo hoog in het vaandel staat, maar die vooral de heersende klasse dient, al maakt die klasse hem tegelijk weer tot verschoppeling door een bot bezuinigingsbeleid. Tot de revolutie uitbreekt kan men weinig anders doen dan daarover met volle overtuiging spelen en zingen, zoals het liedje in het begin van de voorstelling gaat: als dat geen kunst is, dan weet ik het niet meer.

Hier meer informatie op de site van Comp. Marius. De bijgevoegde foto is van Raymond Mallentjer.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen