Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zondag 24 januari 2016

Theaterrecensie: They are just kids, Toneelgroep Oostpool, Toneelschuur 23 januari 2016


De liefde tussen twee kunstenaars, opgesoupeerd door de tijdgeest maar wervelend opgediend

Het toneelbeeld geeft aan wat we kunnen verwachten. In een half verduisterde ruimte speelt een beschilderde man, liggend op zwart landbouwplastic, jankende accoorden op zijn gitaar, Patty Smith zit op een klein podium daarachter en bereidt zich zeer gespannen voor op een optreden, dat op een scherm naast haar al geprojecteerd wordt. Links een lange tafel met daarop herinneringen waaronder een platenhoes van de album Horses (zie afbeelding), aan de andere kant een kledingrek. Daartussen twee oranje banken, een ervan uit een auto gesloopt. De verloedering wordt geaccentueerd door de vaas met witte lelies op de tafel, met daarachter nog een personage die zich aanvankelijk als een criticus opstelt maar waarin al snel fotograaf Robert Mapplethorpe zichtbaar wordt, die ook de foto op Horses maakte.

Het ruige intro van Smith doet het ergste vermoeden. De ladders in haar nylonkousen lijken op de snaren van de door haar geadoreerde gitaar. Anders dan de bloemenkinderen met hun love and peace, zoals mooi verbeeld in de documentaire film Where have all the flowers gone? uit 2008 waarin de regisseur teruggaat naar de Summer of love in San Francisco, zijn we getuige van een verhouding met een zwaarder soortelijk gewicht tussen Smith en Mapplethorpe, beiden vlak na de oorlog geboren en zeer zeker de vrijheid opnieuw te veroveren, maar nu in persoonlijke zin. I am free, herhaalt Smith strijdbaar als was ze de Angela Davis van de blanke generatie.

Na alle gitaargeweld en een flash forward naar het bittere einde van de relatie, ontstaat een wending ten goede als de gitarist het biografische werk Just kids ter hand neemt en daarover, aan de hand van de tekst van Roeland Hofman, enige fraaie beschouwingen wijdt. Zelf had hij zoiets nooit kunnen schrijven. Hij is dan ook blij dat ze op het toneel staan om de ontwikkeling van de relatie te verbeelden. Dat gebeurt in de resterende twee uur op een wervelende wijze, niet in de laatste plaats omdat de persoon Patty Smith zeer fraai door Judith van den Berg en door Matthijs van de Sande Bakhuyzen uitgebeeld wordt. Ze trekken het publiek, ook door de nummers die ze a cappela ten gehore brengen, helemaal de sfeer in waarin de relatie tussen Smith en Mapplethorpe zich ontwikkelde. Ludwig Bindervoet is daarnaast prima gecast voor de fotograaf, die net als Smith alles in zijn leven in dienst stelt van het kunstenaarschap. De maniakale kant daarvan krijgt de nodige lucht als die op de hak wordt genomen door een oude man die het stel als poseurs in het park ziet zitten. Hij neemt het hun kwalijk dat ze niet hard aan het werk zijn, zoals kunstenaars geacht worden te doen.

Allerlei stijlfiguren zoals zo’n typetje worden uit de kast gehaald om het verhaal van Smith en Mapplethorpe - het slechte meisje dat goed wilde doen en de goede jongen die slecht wilde doen - leven in te blazen. Dat begint met de levensgeschiedenis van het gevallen fabrieksmeisje dat op haar twintigste naar New York vluchtte met het vaste voornemen om kunstenaar te worden, al had ze, net als Mapplethorpe, geen idee hoe ze dat moest vormgeven. Het was meteen dik aan tussen de twee. Hun samenzijn was de gewoonste zaak van de wereld en de boomhut waar ze hun nestje in maakten was weliswaar arm maar heel knus. Zoals dat in het leven gaat, blijft het daar niet bij. Terwijl Smith in een boekwinkel werkt en gedichten schrijft die op de mysticus William Blake maar vooral op de romanticus Rimbaud geïnspireerd zijn, probeert Mapplethorpe met verruimende middelen zijn creatieve proces op gang te brengen, hetgeen steeds wildere vormen aanneemt, niet in de laatste plaats vanwege zijn sterke homoseksuele gevoelens. Het name dropping in het Chelsea hotel, waar ze naar toe verhuizen, is niet van de lucht. De experimenten die in de kunstwereld onder leiding van Andy Warhol plaatsvonden, zorgen voor een verwijdering in de relatie tussen de geliefden die elkaar eerder in een taxi een eeuwige verbintenis beloofd hadden. De harde seksuele sfeer die Mapplethorpe opzocht wordt door Bindervoet zeer beklemmend weergegeven in een scène met een neger in een kelder van een mecenas.

Eigenlijk is alles wat er na komt een schetsmatige afwikkeling tot de dood van Mapplethorpe in 1989 aan aids. Smith speelt, na veel persoonlijke tegenslag in haar latere leven, nog steeds de sterren van de hemel, zoals eind vorig jaar in Paradiso. Na afloop van de voorstelling vertellen popjournalist Jan Vollaard en muziekkenner Louise de Koning meer over de invloeden op het werk van Smith. Helaas een beetje veel, na alle informatie die al gepasseerd is. Maar de muziek en de beelden maakten veel goed, net als de gedraaide platen na afloop, waardoor men zelf uiting kon geven aan alle gevoelens waarmee men de laatste uren bestookt werd, die van liefde, wanhoop, hysterie, zoals Blake die eerder in The de marriage of heaven and hell tekende en beschreef.  

They are just kids onder regie van Marcus Azzini is het tweede deel van een drieluik over jonge mensen die in een roerig tijdperk op zoek gaan naar een manier om anders te leven, zoals in de flyer te lezen valt. Judith van den Berg vertelt na afloop van de voorstelling over het derde deel On the road van Jack Kerouac dat over een jaar te zien zal zijn. Dat zal er, gezien het gedemonstreerde talent waarmee deze voorstelling werd opgediend, opnieuw wel goed in gaan.

Hier mijn bespreking van de documentaire film Where have all the flowers gone?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen