Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



vrijdag 22 januari 2016

Recensie: De dienares (2012), Tim Parks


Schrijver doet zelf de suggestie om te stoppen met zijn roman

Tijdens lezing van de essaybundel Waarom ik lees (2015) stuitte ik op een passage waarin Tim Parks zich uitspreekt over De dienares (2012), een roman die al lang bij mij op de stapel lag, niet alleen omdat ik, zoals ik schrijf in mijn bespreking van bovengenoemde essaybundel, zeer gecharmeerd ben van de manier waarop Parks zijn romans vormgeeft, maar ook omdat hij deze roman schreef nadat hij kennis gemaakt had met het boeddhisme. Ik was benieuwd naar de invloed daarvan op zijn verdere literaire werk. Daarover zegt hij zelf:

‘Is er een manier om verder te gaan met woorden die een heel andere kijk biedt op het zelf en op het narratieve? Ik heb dat op mijn eigen bescheiden wijze geprobeerd in mijn roman De dienares, waar een jonge vrouw in een boeddhistisch meditatiecentrum afstand probeert te nemen van mentale gewoontes – ambitie, spijt, ongelukkige liefde – die haar gevangen en vernederd hebben.’   

Het is op zich al interessant dat een schrijver een kijkje biedt in de keuken, maar er is meer, Parks doet een bekentenis:

‘Ik denk niet dat het me gelukt is. Het boeddhisme (als een verzameling lessen en oefeningen gericht op het verlies van de ‘fictie’ van het zelf, en op een heel ander begrip van sociale betrokkenheid en persoonlijke levensweg) bood op het eind alleen nog maar sterk contrast dat liet zien hoezeer het meisje gevangen zat in de westerse obsessie om je eigen succesvolle levensverhaal te creëren. Ik weet zeker dat de meeste lezers liever zouden zien dat ze het nirwana links liet liggen. Meer in het algemeen werd het verhaal door zijn literaire aard, door het te presenteren als een roman – of noem het gewoon mijn eigen ambities – onvermijdelijk weer naar zijn oude vertrouwde trucs getrokken, de hoogtepuntjes, de verplichte ironie. Het is waar dat je zou kunnen opbouwen en terugtrekken, voorbereiden en niet uitvoeren, de lezer laten inzien hoe vermoeiend romans in een zekere richting gaan. Maar de hele poging was als zeilen tegen een sterke wind in: hoe vastberaden je het roer ook op open zee richt, je wordt steeds weer teruggeblazen naar de bekende kust. Als het moment is aangebroken waarop je de flaptekst moet bespreken met de uitgever, weet je dat je niet nieuws hebt gedaan.’

Dat laatste is ook het verwijt dat Jeroen Vullings doet in zijn artikel (VN, 14 januari 2016) over de schrale literaire oogst van het afgelopen jaar. Hij overziet, zo zegt de bijbehorende foto van de te neer geslagen man aan zijn bureau, met droefheid de stapel boeken met vaak voorspelbare inhoud en verbindt daaraan de uitspraak van Frans Kellendonk dat een schrijver eigenzinnig dient te zijn en zich moet verwonderen over de taal, als wil hij haar steeds opnieuw eigen maken. Er wordt tegenwoordig te veel gebabbeld, zoals Parks al opmerkte. Het babbelende brein is het belangrijkste personage in de twintigste eeuwse literatuur en het wordt tijd dat die eens van zijn voetstuk gegooid wordt.

Een voorspelbare inhoud leidt tot een voorspelbare plot. Schrijvers zijn, lopend aan de hand van literaire agenten, niet origineel als het gaat om het bedenken van een afloop voor hun boek. Parks zegt daarover in het begin in zijn essaybundel:

‘Er zit iets tirannieks in onze hang naar een einde. Ik twijfel er niet aan dat ik een negatiever oordeel zou hebben over veel romans die ik niet heb uitgelezen als ik dat wel had gedaan. Misschien wordt het tijd dat ik leer hoe ik in mijn eigen romans de lezers een paar hints kan geven dat ze vanaf een bepaald moment zelf mogen uitmaken waar en wanneer ze met het boek willen stoppen.’

Deze hint zette mij ertoe aan De dienares al op een derde aan de kant te leggen, ook al is de manier waarop Parks de feiten over de aan lager wal geraakte popzangeres Beth Marriott langzaam prijsgeeft een proeve van intellectuele bekwaamheid. Het gebabbel van Beth, die in haar beroep zo wanhopig werd dat ze de zee in rende om een eind aan haar leven te maken en tijdens een tiendaagse training neust in het dagboek van een mannelijke deelnemer, kon mij mede door de negatieve bewoordingen van Parks niet meer bekoren. Ik denk dat een boeddhistische denkwijze wel goede literatuur kan opleveren, want in het stof gebeurt het, de transformatie tot een beter meer ontwikkeld mens, maar ik heb mijn bedenkingen dat ik in De dienares vind wat ik zoek. Ik ga eens kijken of wat het debuut Tangen van vertaler Corine Kisling meer te bieden heeft, maar eerst lees ik verder in Elke dag een kleine druppel gif van Wilma Geldof die een heel gevoelig portret neerzet van een jongen uit een NSB gezin in Haarlem, waardoor ik weer weet waarom ik lees.  

Hier mijn verslag van Waarom ik lees, hier het artikel 2015 was het jaar van de schrale literatuur van Jeroen Vullings.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen