Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



donderdag 21 januari 2016

Theaterrecensie: Stripverhaal, De Gemeenschap, Toneelschuur, 20 januari 2016


Woordspelletjes staan geen verbeelding toe

Stripverhaal heeft niets van doen met een stripverhaal, maar duidt op een gestripte voorstelling, die, zo zegt de flyer, waarin we ontdaan is van alle franje twee mensen leren kennen die een band aangaan maar nooit hun wantrouwen verliezen. Dit existentiële thema, bedacht en in elkaar gezet door Roy Peters, krijgt echter nooit de zwaarte en de diepgang die dat toch zou kunnen hebben. De tekst van Rob de Graaf nodigt niet uit tot verdieping en het spel van Esther Snelder en René Geerlings levert daaraan helaas evenmin een grote bijdrage.

De twee staan al voor het begin van de voorstelling klaar in kinderkleren, die geen enkele speelsheid verraden. De donkere pofjurk met witte kousen en zwarte schoenen daaronder en het colbert met korte broek en stropdas ogen diep christelijk. Het is een outfit die past in de jaren vijftig toen de vormen nog heel strak waren. Een vierkant van springtouw kadert hen in en de opening met een woordspelletje past daar bij. ‘Blauw,’ zegt de jongen, ‘zuur,’ antwoordt het meisje, die na enige tijd de leidende rol overneemt, waarna we ook nog variaties te horen krijgen met kleuren, cijfers en zinnen.

Deze intro doet, door de serieuze manier waarmee het vraag en antwoordspel plaatsvindt, denken aan een schooloefening, al staat de vrije situatie, waar een jongen en een meisje binnen witte doeken de kans krijgen om helemaal zelf vorm te geven aan de tijd, daar ver van af. Het is grappig dat de jongen meteen heel dicht bij het meisje wil zijn, niet zozeer uit liefde als wel omdat hij stiekem gezien heeft, dat volwassenen soms zo met elkaar doen. Het meisje moet daar niet zoveel hebben, niet op dat moment tenminste. De twee zijn onzeker over toenadering, maar helaas blijft het bij angstige blikken en wordt de pijn nergens echt invoelbaar. Het spel waarvan de regels ontbreken, zou tot het tonen van kwetsbaarheid kunnen leiden, maar dat gebeurt niet. De jongen eist alle ruimte op en probeert over het meisje te domineren en haar bang te maken. Het speelveld wordt een boksring waarin, uitgevochten met taal, denkbeeldige klappen vallen.

Het is natuurlijk vreemd dat een jongen en een meisje in die lagere schoolleeftijd elkaar opzoeken. In die ontwikkelingsperiode waarin de emotionele spanning minder is, speelt men liever met de eigen seksegenoten, de aandacht voor de andere sekse komt pas later om de hoek kijken. Dit meisje en deze jongen zijn tot elkaar veroordeeld en missen elk empathisch vermogen om daar verandering in te brengen. Behalve de regelmatig terugkerende woordspelletjes worden er dansjes opgevoerd in verschillende vormen, maar een vonk blijft weg. Dat geldt voor de verhouding tussen de twee maar daarmee ook voor de voorstelling die op een cerebraal niveau blijft en nooit hartverwarmend wordt. Een ijzige wind blaast niet voor niets af en toe over het toneel.

Anders dan in zijn vorige teksten voor De avond (2014) en Beton (2015) weet De Graaf de juiste toon niet te vinden. De aan- en invuloefeningen zijn niet boeiend genoeg en bieden geen meerwaarde. Het blijven losse flodders, die nergens doel treffen. Vooral de wending waarbij de jongen het meisje seksistisch tegemoet treedt breekt veel af, maar misschien zag De Graaf geen andere mogelijkheid voor een afloop. Als het meisje, geheel naar de zin van de jongen het veld ruimt, blijft er een stijfkop achter. Het is de niet alleen de verhouding maar ook de verbeelding die de das wordt omgedaan, de mond gesnoerd, terwijl de kans voor het grijpen lag om iets te tonen van de hartverscheurende kant die aan het samenleven inherent is.

Hier meer informatie op de site van de Toneelschuur, waaronder een trailer, hier mijn bespreking van De avond, hier die van Beton, hier de site van De Gemeenschap met daarop ook eerdere voorstellingen.  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen