Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zaterdag 9 januari 2016

Recensie: De zee zien (2015), Koos Meinderts


Compleet boek over puberrelaties met liefde en dood

De getalenteerde liedjes- en kinderboekenschrijver Koos Meinderts (1953) heeft zich op de jeugdromans gestort en dat gaat hem zeer goed af. Na Lang zal ze leven is De zee zien een prachtig geschreven verhaal over de jongen, die kampt met de dood van zijn vriend Jan. De laatste klom in een hoge schoorsteen om de zee te zien, maar stortte op onverklaarbare manier neer en kwam voor de voeten van Kees om het leven. De oplossing met een raadsel, zoals Joep van der Geest dat mooi verwoordt in de muziektheatervoorstelling Raarrr, maakt dat de jeugdroman uitsteekt boven het al te vaak voorkomende sjabloon, waarin een raadsel tot alle tevredenheid wordt opgelost.

De wat geforceerde vriendschap tussen tuinderszoon Kees van Duin en de zestien jarige Jan Noordermeer, zoon van een fotograaf, speelt zich af in een kustplaats en begint met ruzie over een visplek. Meteen al is daar ook Marijke, de tweelingzus van Jan, die een verpletterde indruk op Kees en daarmee ook op de lezer maakt. Ze maakt een foto van de jongens die een snoek aan de haak slaan. Het is de verdienste van een schrijver om het meisje zo neer te zetten dat haar schoonheid tot leven komt. Haar hulp met een flessenlikker, als Kees bij de familie Noordermeer gaat eten, staat al bol van erotiek. De relatie die tussen Kees en Marijke ontstaat werkt mogelijk negatief door in het hoofd van Jan. Wie zal het zeggen? Zoveel raadsels worden niet opgelost, ook zoveel jaar later niet als Kees en Marijke elkaar ontmoeten.

De roman speelt zich af eind jaren vijftig in een kleurrijk katholiek milieu. De sfeer daarvan is heel mooi getekend, al was het alleen maar door de opa die bij het gezin Noordermeer inwoont en vanwege zijn uitbarstingen Vesuvius wordt genoemd. Kees groeit op in een tijd dat de standen nog aardig uit elkaar gehouden werden. Hij wordt niet geacht om verder te leren. Na de Ulo moet hij maar een baantje vinden, maar hij denkt daar zelf anders over. In zijn vrije tijd werkt hij bij een tuinder in de buurt, om geld te sparen om door te leren. Op het terrein staat een hoge schoorsteen. Vriend Jan wil weten of hij vanaf de top de zee zou kunnen zien. De schoorsteen komt om de zoveel tijd weer in het verhaal terug, met steeds meer urgentie. De vraag van Jan vormt na diens dood voor Kees een levenslang gewetensprobleem, dat hem zelfs op een kleinseminarie brengt, hoewel hij later toch ook weer trouwt, zoals veel uitgetreden priesters deden.

De beginnende seksualiteit van Kees wordt op met veel invoelingsvermogen beschreven. De jongen, die al eens  ziet dat zijn zus in haar kamer haar borsten staat te strelen, legt een verzameling aan van kleine persoonlijke eigendommen van Marijke, om te beginnen een haarschuifje: ‘Ik pakte het op, draaide het rond en rook eraan. Ik hoopte Marijke te ruiken, maar rook niets. Ik wilde het schuifje, waar een haar aan vastzat – een haar van Marijke! -, weer terugleggen, maar voor ik het zelf doorhad, had ik het in mijn zak gestoken.’
Behalve zijn gevoelens voor het meisje is ook zijn band met zijn moeder sterk. Het is te hopen dat puberjongens tegenwoordig nog zoveel ruimte en tegelijk zoveel liefde krijgen, dan kan hun leven niet meer stuk. De hoekiger Jan die zichzelf graag groter maakt dan hij is, wordt eveneens mooi uitgewerkt. Af en toe piept het gevoel van nietigheid door zijn pantser heen. De jongen verstopt zich dan in zijn klerenkast en heeft een originele opvatting van vrijheid die Kees op zijn zeventigste nog steeds als de ultieme vorm ervan beschouwt.  

Op de achterflap staat dat het boek gebaseerd is op een waar gebeurd verhaal, dus de zeventigjarige Kees, die de lezer in het begin voorhoudt dat hij op zijn verjaardag tegen zijn kinderen zijn mond zal houden, heeft het toch nog doorverteld. De voorkant van het boek zal een grote glimlach ontlokken bij iedereen die De zee zien gelezen heeft en genoten heeft van de meeslepende stijl, al vraag ik me wel af hoe zo'n verhaal overkomt op een hedendaagse puber.

Hier mijn bespreking van Raarrr, hier de site van Koos Meinderts.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen