Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



woensdag 13 januari 2016

Kijken in de ziel: op de drempel (2016), tweedelige serie gesprekken van Coen Verbaak


In een roeibootje het leven uit

Met de tweedelige serie Op de drempel waagt Coen Verbraak zich verder dan in de beroepsmatige onderdelen van het programma Kijken in de ziel. Zijn gesprekken met mensen die op het punt staan uit het leven te verdwijnen of dat inmiddels al gedaan hebben, brengt hem tot het hart van de ziel. De acht mensen die aan het woord komen hebben geen beroepseer meer hoog te houden en praten vrij over hun gevoelens, hetgeen goudeerlijke en ontroerende televisie oplevert en de nog niet met het einde geconfronteerde mens mogelijkheden verschaft om de weg die nog te gaan is in te vullen.

De geïnterviewden zijn filosoof René Gude (1957) en journalist Albert de Lange (1957), die beiden al niet meer onder ons zijn. Daarnaast studente en schrijfster Laura Maaskant (1994), rechter Karin van Ringen (1953), psychologe Marjo de Jong (1956), televisiemaakster en zwemster Hansje van Bunschoten (1958), communicatieadviseur Claudia van Deudekom (1972) en ondernemer Bernard Muller (1968). Anders dan de anderen lijdt Muller aan ALS en niet aan een of andere vorm van kanker. Zoals gewoonlijk lopen de vragen van Verbraak vloeiend in elkaar over zodat de kijker ademloos kijkt. Een ode wat dat betreft aan de montage.

Verbraak begint met de vraag wat het betekent als de abstracte gedachte om te sterven opeens een concrete mededeling wordt. Gude, die Verbraak op het idee van het programma bracht en vaak de toon aangeeft, zegt dat alles in een ander licht komt te staan, hetgeen door de anderen beaamd wordt. Voor De Lange verdwijnt alle ballast en gaat het alleen nog om het leven van dag tot dag. Volgens Maaskant voegt het doodsvonnis schoonheid toe aan het bestaan. Voor De Jong veranderde alleen de eigen beleving. Ze voelde zich op een eiland, waar af en toe een passant langs kwam in een bootje, maar dat eiland wordt wel prettiger om op te vertoeven. Voor Van Bunschoten werd alle hoop weggeslagen. Ze beschrijft hoe ze zich in een vissenkom voelde, onbereikbaar voor de levenden. Van Ringen zegde meteen al haar abonnementen op, al zou ze toch weer eens willen tennissen. 

Gude werkt in de ochtenduren zijn boeken bij, Muller heeft weinig trek meer in het werk in de haven en houdt zich bezig met de uitvinding van een medicijn tegen zijn ziekte, Maaskant heeft nog steeds veel werk aan haar boek Leef! en daarnaast vraagt doodgaan ook tijd, namelijk om los te laten, al was het alleen maar de fysieke gezondheid. De Lange is een column begonnen in het Parool, waarin hij vertelt over zijn ziekteproces, ook om de lezer te behagen.

Gude zegt dat de basisemoties angst, woede en verdriet ook bij het sterven komen kijken. Hij kent net als de meeste anderen vooral het verdriet, namelijk om het leven kwijt te raken. Muller zegt dat het frustrerend is om afhankelijk te worden van anderen, Van Bunschoten heeft last van woede op de aanslagen die op haar leven gepleegd worden. De Jong ervaart soms paniek over wat haar te wachten staat. Maaskant ervaart naast verdriet ook ontroering en wil vooral leven in het moment, al wordt dit tegengewerkt door de nadruk die haar studie op de toekomst legt. De Lange zal het missen dat hij zijn zoon straks niet meer ziet afstuderen.

Realisme is volgens Gude nodig om een beeld te kunnen vormen van het leven zoals dat voor hem geweest is. Hij maakt een fraaie vergelijking met het roeien in een roeiboot, omdat men daarin naar achteren kijkt. Hij praat over zijn naderend einde met zijn zoons en krijgt het te kwaad omdat hij niet weet of zij net als hij daarover een blij gevoel hebben. Van Ringen peddelt het liefst met een kano met volle kracht vooruit. Ze heeft een nieuwe geliefde al was het wrang dat ze hem moest melden dat haar ziekte weer terug was gekomen. De Jong wil de laatste periode niet teruggrijpen op oude vriendschappen. Voor Maaskant is het feit dat de horizon in zicht is een vreemde gewaarwording, maar dat weerhoudt haar niet om een vakantie te plannen. Dat zorgt er voor dat ze niet onder voorbehoud leeft. Van Deudekom zegt dat het niet helpt om de gordijnen te sluiten. Het feit dat haar levenspartner een tweeling heeft gekregen, maakt dit ook onmogelijk. De Lange sluit het eerste deel af met de mooie uitspraak van Lao Tse, dat een man in zijn leven een zoon moet maken, een boom planten en een boek schrijven.

Het tweede deel begint met de vraag of het erg is om dood te gaan. Gude vindt van niet, hoewel dat voor hem persoonlijk anders ligt. Hij zou net als Jan Wolkers willen zeggen dat het genoeg is, maar wordt door Verbraak met zijn neus op het feit gedrukt dat Wolkers toen een eind in de tachtig was en hij weg moet voor de oogsttijd goed en wel begonnen is. Voor De Jong voelt het erg om het leven te moeten verlaten. Muller heeft daar niet zoveel moeite mee omdat hij in de evolutietheorie gelooft. Van Ringen heeft het er juist wel moeilijk mee. Van Bunschoten weer helemaal niet, tenminste niet voor zichzelf en Maaskant ziet de dood als een bevrijding van lichamelijke ongemakken.

De vraag of het tijdsbesef verandert als men eenmaal het eind in zicht heeft, wordt door Gude verstandelijk gezien beaamd, maar anderzijds ontkend omdat hij zoals gewoonlijk druk bezig is met alles. De Lange verveelt zich ook niet. Hij ziet niet uit naar een ouderdom met dementie. Volgens Maaskant bestaat tijd niet meer. De Jong noemt de tijd onwerkelijk, omdat er geen vooruit meer is en ze tegelijk wordt opgejaagd om de laatste periode goed te laten verlopen. Van Bunschoten heeft last van ongedurigheid. Ze vertelt een aangrijpend verhaal over haar moeder die op haar 53ste aan kanker overleed. De ziekte was toen nog taboe, er kwam niemand op bezoek en het einde was heel erg. Zijzelf moet nog van alles en valt zichzelf tegen. Voor De Jong wordt het leven intenser. Van Deudekom zegt dat de tijd een vijand wordt omdat ze er nog weinig van heeft, maar tegelijk de tijd verslonst door bijvoorbeeld rustig een kop koffie te drinken. Ze vindt het geroep over de dapperheid van kankerpatiënten, druk bezig met hun strijd, maar niets. Dat geldt ook voor Maaskant. Het leven is voor haar geen spel dat men kan winnen en zelf voelt ze doodgaan ook niet als verliezen. Ze brengt een etentje met een vriendin in die dat alvast als een mooie herinnering ziet, hetgeen haar van haar stuk brengt.

Volgens Gude is verdriet nodig om afscheid te kunnen nemen van het leven en de dood te kunnen verdragen. Bekennen dat het leven soms ook moeilijk was geeft troost. Van Bunschoten is het daarmee hartgrondig eens. Van Ringen heeft een moeilijke jeugd gehad met een vader die al vroeg aan kanker overleed. Ze werd uit logeren gedaan en wist niet waar haar vader gebleven was toen ze weer thuis kwam. Ze vreesde dat hij het in de hemel beter had en voelde zich in de steek gelaten.

Van Bunschoten wil het leven niet uitzitten zoals haar moeder noodzakelijkerwijs moest doen en de meeste anderen denken daar ook zo over. De Lange heeft een mooi afscheid gehad met collega’s en is blij dat er een uitgang aan het eind van zijn leven is. Hij heeft er met de dokter over gesproken, die hem vertelde dat hij zich daarover geen zorgen hoefde te maken. Muller is bezig met een draaiboek voor zijn begrafenis, waar niemand iets van weet, maar dat over het vieren van het leven gaat. Voor Maaskant gaat het leven om de opbrengst, om wat er overblijft, in haar geval haar oproep om in het nu te leven, haar herinneringen en haar boek. Van Ringen heeft er verdriet over dat ze geen kinderen achterlaat. De Jong hoopt een afdruk van haar leven achter te laten bij degenen die haar gekend hebben. Van Deudekom leest een gedicht voor dat ze schreef om haar gevoelens onder woorden te brengen en het kleine en grote leed te tonen, want zo is het natuurlijk wel. Mooi zijn de herfstbladeren die het programma omlijsten, nog mooier het roeibootje op het eind.
  
Hier mijn verslag van de vorige serie waarin Verbraak een groot aantal rechters aan de tand voelde.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen