Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zaterdag 16 januari 2016

Recensie: Waarom ik lees (2015), Tim Parks


Alles over de ziekte die literatuur heet

Tim Parks (1954) is een Engelse schrijver die alweer enige tijd in Italië woont. In Nederland is hij vooral bekend als romancier, iemand wiens werk ik in de loop van de tijd met heel veel bewondering en plezier gelezen heb, maar daarnaast is hij ook nog essayist, blogger, vertaler en docent op een Italiaanse universiteit, kortom een veelzijdig persoon op literair gebied. Dat hij, naar aanleiding van zijn prostaatprobleem, openhartig beschreven in het nonfictie boek Teach us to sit still (2010) ook nog in meditatie geïnteresseerd raakte, maakte hem voor mij alleen nog maar boeiender.

In Waarom ik lees heeft hij verschillende vrij korte stukjes gebundeld in vier delen, die elkaar soms overlappen. De ondertitel De veranderende wereld van het boek geeft aan wat daarbij het centrale thema is: de literatuur, die in tijden van globalisering een ander karakter krijgt. In zijn Inleiding ziet hij het nadeel van de enorme expansie van kunst en literatuur in onze dagen:
‘Kunst is misschien eerder een onderdeel van het probleem dan een oplossing: we gaan dan wel naar de hel maar kijk eens hoe goed we erover schrijven, … Daarmee trapt hij de veelvraat op zijn staart. Er is zoveel te lezen dat we nauwelijks nog toekomen aan reflectie. Voor de overzichtelijkheid volg ik Parks door de vier delen van het boek en maak daarbij enkele opmerkingen en kanttekeningen.

In het eerste deel, De wereld rond het boek geheten, vraagt Parks zich af of we nog wel verhalen nodig hebben. Alles is al zo’n beetje bedacht en geschreven. Romans versterken alleen maar de zelfcreatie van de schrijver en diens hang naar een einde, het steeds weer bedenken van een plot, noemt hij zelfs tiranniek. De internationalisering van de literatuur brengt enkel nog saaie wereldromans zonder kraak of smaak voort waarin elke couleur locale verdwenen is. In het titelessay gaat het over zijn eigen leesachtergrond, die begon in het domineesgezin, dat zijn ervaring zeer beïnvloed heeft en daarmee zijn standpunten: ‘Onpartijdig zijn over verhalen zou betekenen dat je nergens vandaan komt, dat je niemand bent.’

Het tweede deel Het boek in de wereld begint met de jaarlijkse dans om de Nobelprijs. Daar is het nodige mee mis, omdat het ene land meer bevoorrecht is dan het andere, met de Engelstalige literatuur bovenaan op de lijstjes. Opnieuw maakt hij zich druk over de gevolgen hiervan. Het effect van de mondialisering op de literatuur is dat de smaak uit de boeken verdwijnt en er steeds meer een eenheidsworst voor in de plaats komt. Parks vindt de betrokkenheid die een romanschrijver voor de cultuur aan de dag legt belangrijker dan het afleveren van een product met universele aantrekkingskracht, al kent hij het fenomeen, want in het laatste deel zegt hij zelf dat een Engelstalige verfilming van de roman Cleaver (2006) hem liever was geweest dan de Duitstalige. Dat neemt niet weg dat hij zelfs zover gaat dat hij, denkend aan Becket, zich afvraagt of spraak niet altijd breedspraak is, maar daar zal zijn latere boeddhistische interesse wel in meespelen. In ieder geval gaat dit volgens hem op voor de literatuurwetenschap, maar ook in engere zin voor de biografie die teveel een hagiografie geworden is.

In deel 3 De wereld van de schrijver komt het beroep van de schrijver aan bod. Park schetst een klassiek (Sophocles) tegenover een romantisch beeld van de schrijver (Shelley) en de negatieve veranderingen in het laatste beeld door het inzetten van literaire agenten, waarbij hij Gerbrand Bakker als een positieve uitzondering noemt. Zijn idee dat schrijvers vaak een andere houding gaan aannemen na publicatie van hun werk, waarmee ze zich tenminste schrijver kunnen noemen, kan ik me indenken. Boeiend is hetgeen hij schrijft over de invloed van het leven op het werk, zoals bijvoorbeeld van de Italiaan Svevo. Hij poneert de provocerende stelling dat literatuur eigenlijk een bijproduct is van hinderlijke communicatieproblemen. Dit komt tot uiting in het babbelende brein, dat hij
het belangrijkste personage uit de twintigste eeuwse literatuur noemt. Hij geeft de raad aan de schrijver om eerst te leren stilzitten voordat men weer een nieuw werk uit de mouw schudt. Tegelijk heeft hij weinig fiducie in zijn advies: ‘Ik vermoed dat het ons lot is om nog jaren door te gaan met onze literaire ziekte. Het is moeilijk jezelf niet te feliciteren met je prachtige ongeluk.’
De troost die de literatuur biedt is tegelijk een van de vormen die het destructieve culturele patroon ondersteunt. Dit geldt ook, zegt hij, voor zijn eigen roman The server (2012), die in het Nederlands vertaald is als De dienares. Literatuur komt volgens Parks voort uit onopgeloste conflicten, een stelling die ik wel zou durven verdedigen, als we ons beperken tot de fictie die vanuit urgentie geschreven is en niet in model gebracht op schrijfscholen.

Deel 4 Schrijven in verschillende werelden gaat tenslotte meer over hemzelf en zijn vrijwillige verbanning naar Zuid Europa. Zijn positie in Italië maakt hem gevoeliger voor de dominante positie van het Engels, waarmee hij vooral de Amerikaanse literatuur bedoelt. Daarnaast gaat hij aan de hand van Verliefde vrouwen (2011) van D.H. Lawrence . in op het vak van vertalen. Hij komt terug op zijn bedenkingen in het eerste deel waarin hij de verarming van de literatuur ter sprake bracht. Vertalingen zijn meer gericht op de ratio dan op het gevoel dat in de brontaal zit. Een bespreking van vertalingen van het kolossale dagboek Zibaldone van Leopardi was moeilijk voor mij te volgen om dat dit hoofdstuk natuurlijk ook nog eens in het Nederlands vertaald is en wel door Corine  Kisling, die zelf ook fictie schrijft. Het is de makke van het boek dat het, ondanks de boeiende provocerende stellingname, literatuur bespreekt die ik niet ken en waarover ik ook geen uitspraak kan doen, laat staan een mening vormen. Wat dat betreft lees ik liever een meeslepende roman van Parks.

Hier mijn bespreking van Verliefde vrouwen, hier die van Leer ons stil te zitten, hier die van Dromen over en zeeën en rivieren, hier de site van Corine Kisling.








Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen