Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 8 september 2015

Isabelle Rossaert over Dat is wat ik bemin, Nooit meer slapen, VPRO radio, 5 september 2015


Kunst verheft ons boven onszelf

Isabelle Rossaert (Genk, 1966) is psychologe en verricht journalistiek onderzoekswerk. Ze schreef eerder De verdwaalde ooievaar over onvruchtbaarheidsproblematiek en samen met psycholoog Paul Verhaeghen een brieven- en verhalenbundel. Inmiddels is haar romandebuut Dat is wat ik bemin uitgekomen. Floortje Smit van het VPRO- radioprogramma Nooit meer slapen ondervraagt haar.       

Smit begint met twee gedenkstenen op de flanken van de Mont Ventoux in de Provence. Een meisje in Parijs probeert in een dagboek het verleden daaromtrent te verwerken, een onderzoeksjournalist doet onderzoek naar de achtergronden.
Rossaert vertelt over een vakantie in Italië toen ze in een bos verdwaalde en opeens tegenover een everzwijn met jongen kwam te staan. Ze praatte tegen haar in het Italiaans en keek langs haar ogen tot het zwijn het genoeg vond en samen met de kleintjes de terugweg hervatte. Het incident maakte veel indruk op haar. Het was een magisch moment en het maakte haar bewust van het feit dat we niet alles onder controle hebben en dat we klein zijn vergeleken met de natuur. Jaren later trof ze de grafstenen op de Mont Ventoux, andermaal na te zijn verdwaald. Het waren de stenen van een jager en een zwijn. De vraag naar het waarom vormt de rode draad in het boek.

Smit begint over het meisje Valérie die in Parijs in haar dagboeken de dood van de haar bekende jonge jager die Max heette, verwerkt. Haar moeder is ook al overleden.
Rossaert schrijft zelf ook iedere ochtend in haar dagboek, al sinds haar kindertijd. Ze vindt het een helende activiteit. Het verplicht haar om angsten onder ogen te zien en over zichzelf na te denken. In haar boek geeft het haar de mogelijkheid om de emoties van kunstgeschiedenisstudente Valérie dicht op de huid te zitten.       

Smit vraagt of ze daarmee teruggrijpt op de dood van haar eigen vader, toen ze begin twintig was.
Rossaert zegt dat dat lang geleden is en dat ze dat thema niet bewust aansneed, maar dat haar persoonlijke herinneringen wel in de roman zijn gekomen. Ze vroeg zich af wat er met haar gebeurd was als haar moeder, de drijvende kracht in het gezin, in plaats van haar vader overleden zou zijn. Valérie werd naar haar tante gebracht.

Smit vraagt of het verdriet van Valérie te groot was.
Rossaert weet dat niet. Ze geeft schrijflessen onder de door haar niet al te flitsend genoemde naam Schrijf jezelf op weg en zegt altijd tegen de deelnemers dat ze niet moeten gaan waar ze niet heen willen. Zelf kent ze geen blokkades, maar ze heeft dan ook geen trauma’s opgelopen.

Smit begint over haar ongewilde kinderloosheid, maar die werd volgens Rossaert later ongedaan gemaakt. Ze leerde er wel van dat we niet alles in de hand hebben, zoals de geneeskunde ons wel eens wil doen geloven.

Smit zegt dat de dorpelingen verhalen verzinnen over het zwijn om greep te krijgen op de toestand.
Rossaert belde met een jager die de plek kende, maar haar daar verder niets over kon vertellen. Dat luchtte haar op, want anders was ze misschien niet doorgegaan met haar boek. Ze begint over het kunstwerk De dame en de eenhoorn dat in een museum in Parijs hangt en dat bestaat uit zes grote wandtapijten met serene vrouwen te midden van een leeuw en een eenhoorn die verwijzen naar de zintuigen, waarbij het zesde over een bovenzintuiglijk verlangen gaat. Dit raadselachtige werk paste mooi in haar roman, zoals ook de patroonheilige van Parijs een weg vond in het boek. Kunst helpt volgens Rossaert om angst te overwinnen en verheft ons boven onszelf.       


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen