Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 22 december 2015

Recensie: Gewapende man (2010), Gerwin van der Werf



Inhoudelijk en stilistisch zwak beginnende romandebuut

Het debuut Gewapende man van Gerwin van der Werf, die regelmatig in Trouw schreef over zijn ervaringen als leraar, begint sterk met het korte fragment Kyrie Eleison waarin een jongen samen met zijn vader huiswerk nakijkt van de schoolklas. De jongen heeft daarvoor nog een wedstrijdje gedaan met zijn vader wie het eerste thuis zou zijn. Het eindigt ermee dat de vader even weg moet. De Belgische oom Guy komt hem ophalen. In afwachting van de thuiskomst van zijn moeder, gaat de jongen verder met het nakijken.

Gideon Boreas, zoals de jongen heet, wordt musicoloog en gaat voor een onderzoek dat hem beroemd moet maken naar het dorp Zwinnerschans in Zeeuws Vlaanderen, niet ver van het Zwin en de Belgische grens. Hij raakt op de brommer op weg naar het dorp een blad muziek kwijt, trekt in in een trekkershut achter het woonhuis van Cynthia en haar puberdochter Olivia en raakt met de schuilnaam Leon Wind, die hijzelf ook niet zo gelukkig gekozen vindt, verwikkeld in allerlei dorpse verhoudingen.
  
Dit is het begin van wat een boeiend verhaal zou kunnen worden, maar daar blijft het ook bij. Het gebeurt niet vaak dat ik na een kleine honderd bladzijden afhaak, maar in dit geval kon ik gewoon niet meer verder lezen door een zwakke stijl en een steeds zeurderiger inhoud.

Een voorbeeld van de beroerde stijl toont zich als ik-figuur bij Cynthia op de koffie zit: ‘Ik staarde in de zwarte koffie. Haar bank zat beroerd, in een mum van tijd had ik met een zeurende pijn in mijn onderrug te kampen.’
Het woord kampen verraadt voor mijn gevoel het gebrek van talent van de schrijver. Anders had hij dat woord achterwege gelaten. Ook een eerder hoofdstukje dat eindigde met: ‘De Zündapp sloeg grote happen uit de stilte,’ deed geforceerd aan.

Inhoudelijk gezien is de eerste dialoog van de ik-figuur met de inwoners rommelig. Gideon weet de weg niet naar het huis van Cynthia en spreekt een viertal mannen aan die op een bankje zitten, twee ouderen en twee jongeren, die nogal nukkig doen, zoals later blijkt omdat Cynthia niet goed ligt in het dorp. De twee jongeren komt hij weer tegen in het café en opnieuw is de conversatie krakkemikkig. Waarmee de moeilijkheid van een goede dialoog weer eens wordt aangetoond.

Ik vond het afstotend dat de jongen in de hut zijn behoefte doet bij gebrek aan een wc. Hij wil niet naar het woonhuis van de eigenaresse, buiten lijkt hem ook niet geschikt en hij besluit dan maar het probleem in zijn huisje op te lossen. Ik ben geen aanhanger van allerlei buitenissige seks en vond het nogal onsmakelijk dit in geuren en kleuren voorgeschoteld te krijgen.

Van der Werf gebruikt een vaak gehanteerd maniertje om de aandacht van de lezer erbij te houden, namelijk door informatie achter te houden. Hij bevoelt een vijftien jaar oud litteken op zijn lijf, maar zegt niet waardoor dat gekomen is. Hij stuit op de bedrijfsnaam Boere in het dorp, maar hij vertelt de lezer niet waarom die naam hem bezighoudt. In de bakkerswinkel valt de naam van Pier Sipkema, die ook weer het nodige bij hem oproept, hetgeen andermaal voor de lezer verborgen blijft. Ik neem aan dat de schrijver een hele plausibel web heeft geweven rond alle geheimzinnigheid, maar ik kon het niet opbrengen om het boek helemaal door te worstelen om daar achter te komen.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen