Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 7 december 2015

Arjen Fortuin over Geert van Oorschot, uitgever, VPRO Boeken, 6 december 2015


Bullebak krijgt in literatuurland veel voor elkaar

Literair criticus van NRC Arjen Fortuin schreef een biografie over Geert van Oorschot. Hij werkte daar met wisselende animo zeven jaar aan. Volgens Wim Brands is het boek meer dan een levensbeschrijving. Ook biedt het, omdat Van Oorschot het werk uitgaf van Hermans en Reve, een belangrijk overzicht van de naoorlogse Nederlandse literatuur.

Fortuin vertelt dat hij al geïntrigeerd raakte in Van Oorschot naar aanleiding van de luxe boekwerken van de Russische Bibliotheek, die bij hem thuis in de kast stonden, maar dat er een bullenbak aan het hoofd van de uitgeverij zou staan had hij nooit verwacht. Hij was gefascineerd door de tomeloze inzet van de onmatig drinkende en rokende Van Oorschot, die uit een politiek bewust Vlissings arbeiders- en theatergezin kwam. Zijn vader bewoog zich in een anarchistisch milieu en sloot zich later bij de SDAP aan. Geert wilde een revolutionair dichter zijn en sprak over geheelonthouding, maar moest daartoe later, ontmoedigd dat zijn gedichten geen succes hadden, wel de nodige alcohol innemen. Het gedeeltelijk door Fortuin voorgelezen gedicht Op transport uit de bundel Gevangenis bevestigt deze conclusie.

Brands zegt dat Van Oorschot meer succes had als de schrijver Peskens, waarmee hij zich ontworstelde aan het drukke en het mislukte dichterschap.
Fortuin vertelt dat hij in het geheim zijn verhalen aan anderen liet lezen, die hem aanraadden het gezwollen Heijermans-achtige eruit te halen. Van Oorschot wilde ook meer een Nescio zijn. 

Brands komt te spreken over de nauwe verbinding tussen literatuur en politiek. In een fragment uit de jaren tachtig uit Van Oorschot zijn weerzin tegen de PvdA tegen de piepjonge Paul Witteman. In een ander fragment uit Achter het nieuws uit 1972 vertelt Van Oorschot over zijn beweegredenen om een Russische Bibliotheek op te zetten. De gekozen woorden zijn nog steeds ontroerend om te horen: hij wil originele vertalingen van integrale teksten, geschreven uit engagement, gaande over rechtvaardigheid en barmhartigheid, over de zin van het bestaan en de zin van het lijden, over de vraag hoe we samenleven en hoe we moeten samenleven.
Fortuin vertelt dat hij daarbij vooral intuïtief te werk ging. Vertaler Charles Timmer die verhalen van Tsjechov wilde vertalen zette hem op het spoor van een vertaling van het volledige werk van Tsjechov. Daartoe aangetrokken vertalers boden, gefinancierd door de socialistische familie, de kans op vertalingen van weer andere Russische schrijvers. Het benodigde bedrag van anderhalf miljoen voor de financiering van het project is volgens Fortuin uit de lucht gegrepen. Dat zegt meer over de mythische status die Van Oorschot zelf om zich heen zette. Zo liet hij het ook voorkomen dat hij in de Rotterdamse haven een arbeidersstaking georganiseerd had, iets dat Fortuin nooit in de bronnen heeft kunnen terugvinden. Wat de Russische bibliotheek betreft waren het volgens Van Oorschot vooral de vertalers, de drukkers en anderen die de uitgave mogelijk maakten. 

Brands gaat verder over de verzinsels van Van Oorschot, waarin hij een nacht in een hotel sliep met Vasalis, maar wel ieder in een ander bed en een uitstapje met haar en secretaresse Renate Rubinstein naar Parijs dat nooit verder ging dan de Belgische grens.
Fortuin verklaart dit uit de behoefte aan opwinding, de wil om er te zijn, waardoor hij maar rusteloos door ging.

Volgens Brands zou hij gemakkelijk een rol kunnen spelen in een roman van Gogol.
Fortuin zegt dat hij in boeken van Jeroen Brouwers en Henk Romeijn Meijer geportretteerd is. Zelf belde Van Oorschot graag met zijn schrijvers. Hij vond troost bij Brouwers na de zelfmoord van zijn zoon Guido op negentienjarige leeftijd, die hem altijd door schuldgevoel bleef achtervolgen. De vader zoon relatie was ook met zijn auteurs een moeilijke.

Het is mooi dat Brands de twinkeling in de ogen van Van Oorschot tijdens de fragmenten noemt.
Fortuin zegt daarover dat Van Oorschot als zoon uit een theaterfamilie, genoot van de aandacht, vooral voor de camera.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen