Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



donderdag 11 oktober 2012

Recensie: Wij (2009), Elvis Peeters


Van kwaad tot erger in spel zonder grenzen

De prachtige roman Dinsdag (2012) van Elvis Peeters deed me uitzien naar Wij dat eerder het licht zag. Wij begint met een onschuldig stukje over een jonge Thomas die gefascineerd is door ijspegels. Zijn moeder nam een foto van hem waarop hij huilde omdat een pegel, die hij in zijn mond gestopt had, aan zijn bloedende lip plakte. Hij stopte er een in de vriezer. Zijn moeder gooide die nooit weg. ‘Om het jaar, wanneer ze de diepvriezer schoonmaakte, stak ze hem toch weer terug tussen de porties vlees en soep. De herinnering aan de dag waarop haar zoon huilde en gelukkig was van verwondering.’

Die ijspegel speelt een belangrijke rol in Wij. Thomas doorboort daarmee later de schede van Femke, een van de meisjes uit het vriendenclubje. Haar dood vormt het einde van de toch al gewelddadige speelsheid van acht pubers die samen optrekken, en leidt van kwaad tot erger.

Het begint ermee dat de meisjes Femke, Liesl, halfbloed Ena en Ruth voor de lol vanaf een viaduct hun rokken optillen en automobilisten uitzicht geven op hun kutten en daarmee ongelukken veroorzaken. ‘We wuifden naar auto’s en tilden onze rokken op.’ De jongens filmen de botsingen die vervolgens ontstaat en in de schuur waar ze samenkomen, bekijken ze die met veel plezier.

Wij komt voort uit een individualisme dat hen verbond. ‘Wij vormden een clubje van gelijkgezinden, van vrienden, daarover spraken we ons niet uit, van kameraden in ieder geval, misschien waren we allemaal eenlingen en was het juist dat individualisme dat ons collectief verbond, om het zo te zeggen.’ Aldus de ik-figuur die filosofisch is aangelegd en met Femke vrijt zonder dat hij veel gevoelens voor haar heeft. De groep leeft zich met elkaar uit in seksspelletjes. Het lichaam van de ander is het meest tastbaar. De ouders en andere volwassenen komen er ongenadig van af. De groep moet niets hebben van het banale burgerlijke leven.  

De jongens waaronder ook Karl, Jens en Thomas willen meer. Hun verveling vraagt om een nieuwe uitdaging. Ze worden pooiers van de meisjes die seksdiensten leveren en zoeken als loverboys in disco The Pyramid naar potentiële werkneemsters. Sarah en Loesje zijn hun slachtoffers. Ze huren zelfs een appartement boven een winkelpand vanwaar ze hun diensten kunnen coördineren en uitvoeren. Ze hebben het idee dat zij de zaak in handen hebben, maar de meisjes laten zich ook niet onbetuigd. Ze laten een paar wegwerkers over hen heen gaan, terwijl ze het zwarte geld in hun vuisten klemmen.  

De hoofdstukken worden vanuit verschillende groepsleden beschreven maar toch vooral vanuit de ik, die, anders dan Karl die erg geïnteresseerd is in motoren en Jens, die alles van boekhouden weet, veel filosofische boeken leest en wel eens een monoloog interieur houdt tussen de meer actieve passages. Thomas is een zakenman in de dop. Later neemt hij het seksbedrijfje van de anderen over.

Het expliciete taalgebruik, waar op de omslag voor wordt gewaarschuwd, is niet storend of gekunsteld. De scènes zijn rauw en dreigend als in de film Strawdogs. De volkse dialogen zijn kort en krachtig. De verteller uit in one-liners als: ‘Iedereen heeft wel een reden. De tijd doet zijn ding.’

Wij kan begrepen worden als een waarschuwing dat teveel permissie leidt tot verveling, onverschilligheid en uiteindelijk tot fascisme. Tijdens het lezen zag ik weer de fascist voor me die in Novecento een kat doodsloeg, alleen om de lol daarvan. In Wij wordt op een heldere manier inzichtelijk gemaakt hoe een groep jongeren steeds hardvochtiger wordt en naar een amorele toestand afglijdt.  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen