Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zaterdag 13 oktober 2012

Recensie: Brief aan een jonge Atlas (2012), Oek de Jong


Overtrokken aandacht voor beschouwingen uit de jaren tachtig

In het dunne boekje Brief aan een jonge Atlas heeft Oek de Jong, aldus zijn Vooraf,  essayistische verhalen opgenomen, die niet pasten in zijn eerste essaybundel Een man die in de toekomst springt. De artikelen zijn ontstaan tijdens onderbrekingen van het werk aan zijn roman Cirkel in het gras. Over de eerste vijf stukken zegt hij het volgende:
‘Het zijn mijn eerste essays. Het is ook mijn eerste poging het genre naar mijn hand te zetten. Want van meet af aan was me duidelijk dat ik het essay een veel persoonlijker vorm wilde geven dan te doen gebruikelijk was. Ik ontwikkelde een vorm van autobiografisch-essayerend proza waarin het betoog zo veel mogelijk is vervangen door beelden.’
Het laatste stuk, dat speelt op een Italiaans eiland waar De Jong naar toe ging nadat Cirkel in het gras af was, is pas onlangs geschreven.

In het Vooraf gaat De Jong ook in op de archaïsche glimlach, die voorkomt op de gezichten van jonge mannen en vrouwenbeelden, de zogenoemde kouroi en korai, die verrukt lijken over hun eigen kracht en schoonheid. ‘Het is een glimlach die voorkomt op beelden uit het archaïsche Griekenland, een raadselachtige glimlach waarover door archeologen veelvuldig is gespeculeerd.’ Ze versterkten gedurende zijn leven het geloof van De Jong in een innerlijke heelheid en maken dat hij graag in de Middellandse Zee duikt.

Zelfportet in vijf fragmenten gaat over een munt met een gaatje erin, een erotische ontmoeting in een zwembad, een zeester in de boekenkast, een smash tijdens volleybal en een gedicht van de mystica Hadewych, dat eindigt met een moeizaam contact met een vriendin en de verzuchting van de ik-figuur dat hij zowel gewonnen als verloren heeft. De ongelijksoortige onderwerpen geven een vluchtig beeld van de schrijver, maar gelukkig is er meer.

De zonneklep van Goethe bijvoorbeeld, over het bezoek van De Jong in juli 1977 aan het woonhuis van Goethe (1787-1832) in Weimar. Bij zijn bed hangt een zonneklep, die Goethe volgens Jaffé gebruikte omdat hij aan een oogziekte leed. Door dit voorwerp kwam Goethe voor De Jong in al zijn alledaagsheid tot leven en hief daarmee de afstand tussen verleden en heden als het ware op.    

In De aarde is rond, de zee is plat leidt De Jong ons naar een duinovergang, die, net als op een schilderij van Casper David Friedrich, verwijst naar het oneindige, het onkenbare. Het romantische verlangen samen te vallen met de omgeving staat tegenover het Chinese idee om je niet te identiciferen met een voorstelling maar juist jezelf leeg te maken. De romanticus Herman Gorter neemt in zijn Liedjes een middenpositie tussen beide uitgangspunten in.

Een lijn in de Himalaya voert naar het eiland Schiermonnikoog. Het landschap spiegelt de ziel. Gevoelens van macht én nietigheid komen samen, zoals ook keizer Tiberius ervaren moet hebben op Capri. In de negentiende-eeuwse literatuur werd de natuur steeds op dezelfde spiegelende manier beschreven. Inmiddels hebben we meer oog voor de historiciteit van het landschap, al is onze houdding nog steeds geworteld in het romantische. De slotzin: ‘Wij kunnen niet anders dan de romanticus in onszelf bevechten.’ lijkt erop te duiden dat romanticus De Jong daar zelf niet geheel uit is.   

Het titel essay Brief aan een jonge Atlas is het langste van de zes en gericht aan een zoon die, net als zijn vader vroeger, de wereld op zijn schouders neemt, waarin de mannelijke vernietigingsdrift heerst. Opnieuw komt de romantiek aan bod. De Jong gelooft niet in de onschuld van een kind. Verliefdheid is een reservaat bij uitstek voor bijgeloof en magie. Een mysticus heeft wel wat van een verliefde. De man zegt tegen de zoon dat alle filosofische geschriften en gedenk hem niet veel geholpen hebben. Toen hij met zijn vrouw in een Nederlands Hervormde kerk op een Waddeneiland zat, besefte hij opeens de illusie van de werkelijkheid waarin we geloven.   

Landschap met inktvis, het meest verhalende en daarmee sterkste essay, beschrijft een verblijf van de 32-jarige De Jong op het vulkanische eiland Pantelleria. Hij ging daar uitblazen na Cirkel in het gras en ontmoette de boer Salvatore Belvisse met wie hij een moeizame en verwarrende relatie onderhield. Hij trok Salvatore één laars uit en werd later door de man uitgenodigd mee te gaan naar een zus. Omdat Salvatore een geweer draagt, was De Jong bang om doodgeschoten te worden. Uiteindelijk spreekt hij van en topervaring, hoewel hij Salvatore uit zijn geheugden verdrongen heeft en in de veronderstelling leeft dat hij een inktvis heeft bevrijd.

De Jong schrijft prekerig, tot het dweepzieke aan toe over zijn wereld, die af en toe wat kil aandoet. De in een modieuze kaft gestoken en in een lichtrode letter gevatte uitgave, opgedragen aan vriendin Jeanne en onder de vlag van een motto van Ezra Pound, kan zweverig, tendentieus en overtrokken genoemd worden, maar zo gaat dat nu eenmaal met een schrijver die nog altijd als veelbelovend geldt en wiens nieuwe pas uitgekomen nieuwe roman Pier en oceaan nu al een magnus opus en monumentaal wordt genoemd.   


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen