Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 16 oktober 2012

Ivo Michiels in Rubriek 700, een tv-programma van Guido de Bruyn


Vanwege het overlijden van Ivo Michiels, vorige week op bijna negentigjarige leeftijd, zond de Belgische televisie een portret van hem uit dat in 2002 werd gemaakt door Guido de Bruyn. Samen met Regine Clauwaert zocht hij hem op in La Barroux in de Vaucluse. Michiels woonde daar alweer enige tijd. Hij vluchtte weg uit Vlaanderen, verbitterd over de politiek, al horen we niet precies wat er aan de hand was. In de Vaucluse verbindt hij zich met de oude beschaving en geniet van de speciale lichtval.

Michiels schrijft in wat hij noemt het arendsnest. Op de zolderverdieping van zijn huis legt hij zijn eieren. Aan een klein tafeltje zingt of spuwt hij zijn woorden. Hij begint vroeg in de ochtend en pauzeert met een wandeling naar de bakker en het postkantoor. Daarna gaat hij weer verder. In de middag verwerkt hij zich teksten op de computer. Hij moet soms opnieuw beginnen, maar komt altijd weer een stapje verder. Schrijven is doen, zegt hij. Gaan zitten en de pen ter hand nemen, dan komt het vanzelf. Zijn vrouw Christiane Faes is zijn eerste lezer. Ze hoort hem soms boven proesten en weet dan dat hij zo naar beneden komt om haar een passage voor te lezen. Schrijven is voor Michiels een feestelijke gebeurtenis. Hij schreef vanuit een drang. Temidden van alle theorieën over literatuur vergat hij wel eens dat spontaniteit de basis was.

Michiels schreef twee verschillende cycli. Van 1963 tot 1979 schreef hij de vijfdelige Alfa-cyclus, met daarin Het boek Alfa (1963), Orchis militaris (1968), Exit (1971), Samuel, o Samuel (1973) en Dixi(t) (1979). Van 1983 tot 2001 werkte hij aan Journal Brut. Die cyclus bestaat uit tien delen, met onder andere: De vrouwen van de aartsengel (1983), Het boek der nauwe relaties (1985), Vlaanderen, ook een land (1987), Ondergronds bovengronds (1991), Daar komen scherven van (1995), De verrukking (1999) en Mirakelen, Elisabeth, De Mirakelen (2001). Hij begon in de jaren vijftig aan Journal Brut, maar moest eerst leren schrijven en deed dat met de Alfa reeks. Peter Verhelst zegt dat de Alfa-reeks zijn interesse wekte voor eigenzinnig schrijven in een eigen taal. Cyrille Offermans vindt dat het cyclische wat kamikaze-achtigs heeft. Juist omdat Michiels met ieder boek iets nieuws wilde maken. Hij is teveel gaan geloven in zijn concept. Zelf zegt Michiels dat hij in de Vlaamse traditie past.

In een tweedehands boekwinkel in Avignon zwaait hij met een boek van Rezvani, die ook schilderde. Michiels leerde schrijven van schilders. In de jaren vijftig ontmoette hij Picasso. ‘Il faut continuer,’ zei die tegen hem. In Antwerpen keek hij met de schilder Verheyen naar het water van de Schelde. Hij is geen echte Antwerpenaar, groeide op aan de rand van de stad. Inkopen deed het gezin in Lier. Antwerpen was te luxe. Zijn jeugd verliep in een sfeer van angst. Hij durfde niet uit te stijgen boven zijn milieu. Hij verstopte een boek in de brievenbus en sloop ermee naar zijn zolderkamer. Men wilde hem inlijven bij de katholieke arbeidersjeugd, maar hij koos als een revolte tegen zijn thuismilieu voor de Dietse studentenbond, die een licht fascistische inslag had.

Hij was filmcriticus bij Het Handelsblad en doceerde twaalf jaar lang elke maandagochtend filmanalyse aan de INSAS, de filmschool in Brussel. Hij genoot van de reflecties van zijn leerlingen en leerde veel van hen. Het leidde ook tot eigen filmscenario’s, die anders waren dan de rest. Regisseur André Delvaux zegt dat Michiels een poëtische stijl in een eenvoudige taal hanteerde. Bij het zien van Het afscheid (1966) raakt Michiels nog steeds emotioneel over de afscheidswoorden van Julien Schoenaerts: ‘Ik moet gaan.’ Met Dieric Bouts (1975) horen we werkwoorden tegen een achtergrond van klassieke schilderijen. Een vrouw tussen hond en wolf (1979) gaat in op de oorlog, die uitbrak toen Michiels zeventien jaar oud was. Hij was nog een moederskind en ging de confrontatie aan met de dood. De oorlog liet diepe sporen na. In Het boek alfa deserteert een schildwacht, maar tegelijk loopt hij in de pas. Passief verzet is altijd mogelijk, zegt Michiels.

Michiels is een verzamelaar. Dat speelt ook een rol in zijn werk. Hij houdt van de tiktak van de klokketijd. Hij kijkt uit over zijn dorp. De pannen op de daken zijn gemaakt van klei die droogde op de dijen van vrouwen. Hij was in de ban van Sissi en nog meer van de oudere Romy Schneider. Hij ontmoette haar in de jaren vijftig en zocht later haar naam op Hollywood Boulevard. Christiane Faes die de laatste 36 jaar bij hem was, zegt dat Ivo heel geliefd is bij vrouwen van jong tot oud. Iemand vroeg hem ooit of hij niet liever in een harem zou wonen, maar dat vindt hij overdreven. 

Hij werd in 1993 onderscheiden met een eredoctoraat van de Katholieke Universiteit Brussel. Toen hij in 1977 de Staatsprijs voor Verhalend Proza kreeg vroeg hij of dat geen vergissing was. Hij kreeg ook veel op zijn donder, zegt hij. ‘Aan de prijs te zien is de uitgever niet gerust op een goede verkoop,’ zei iemand bij het verschijnen van een nieuw boek. Cyrille Offermans acht het niet onmogelijk dat de uitgever na zijn overlijden Journal Brut inkort tot twee of drie delen die de tand des tijds doorstaan, want Michiels is een vernieuwer van het zuiverste water.  
Zelf zegt Michiels dat werk dat de gemoederen bezig houdt en niet in een mausoleum terechtkomt, blijft leven.

Hij heeft al een plek uitgekozen op het dorpskerkhof voor hem en Christiane. Met uitzicht op de Ventoux. De dood schrok hem nooit af. In zijn boeken benaderde hij die op vrolijke manier. Het leven is een stroom, zijn teksten zijn daarin opgenomen. Hij zit alleen met het probleem of hij zijn schrijversnaam of zijn geboortenaam op de grafsteen moet zetten en ook of dat in het Nederlands of in het Frans moet. Met de oplossing daarvan vult hij zijn dagen, lacht hij.

Over Het boek alfa (1963) noteerde ik eerder onder de titel Een springlevende aanklacht tegen het kleine en grote geweld het volgende:

In het tweede deel van deze bundel wordt een soldaat, die in de oorlog op wacht staat, geplaagd door zijn verleden. Heel associatief worden zijn gedachten van zijn standplaats weggetrokken naar het katholieke schoolplein en mensen uit het dorp zoals slager Schram. Alles in het leven is eender, overal klinken bevelen:
‘… er was haast geen minuut op de dag die zonder bevelen was en het begon al vroeg met hop uit je bed en hop bidden en hop een plasje doen en het ging voort met hop bidden en hop eten en hop bidden en hop een kus aan je vader die opstapt en hop een kus aan je moeder die thuisblijft en hop je tas en hop recht naar school met aan de hand je tas en je broer en voort met…’
Zo gaat het nog enkele bladzijden door tot de verteller opmerkt dat het nergens toe diende dat je ergens van wegliep, want zoveel nieuwe bevelen en zoveel nieuwe klappen lagen al voor je klaar.
Het is vooral de ononderbroken vorm die opvalt, de bezwerende toon, waarmee de schrijver moeiteloos overschakelt van vakanties bij grootvader, die een timmerwerkplaats heeft, naar zijn erotische verhouding tot zijn zus An of een groepsverkrachting. Geweld speelde vroeger al een belangrijke rol in het leven van de soldaat, die als kind al een grote jongen met een mes vreesde die later in het verhaal terugkomt.
Het boek bedwelmt door de vele opsommingen, zoals in het eerder geciteerde fragment of de lange Maria-litanie. De herhalingen geven het verhaal compactheid en intensiteit.
Het begint al prachtig met een beklemmend fragment over een Sint Maartenviering, die ik in zijn geheel zou kunnen citeren. Daarin heeft een achtjarige de leiding over een groepje jongere kinderen, maar hij raakt de weg kwijt en laat hen met de moed der wanhoop in de schemering zingen.
Op de wat trage dialogen na staat dit evocerende, associatieve prozawerk na bijna vijftig jaar nog steeds recht overeind. Met zijn hallucinerende beschrijvingen was Ivo Michiels zijn tijd ver vooruit. 





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen