Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 16 oktober 2012

Arnon Grunberg ontmoet Micha Wertheim, De Balie, 26 juni 2012


De oplichter en de messias. Een diepgravend gesprek over allerlei lagen.

Arnon Grunberg kondigt Micha Wertheim (zie foto) aan als een genie. Na de sessie met Peter Vandermeersch weet hij dat de antwoorden steeds langer worden, zodat hij op een gegeven moment kan wegsluipen en het overlaten aan zijn gast.

Grunberg begint over het zakje kruiden dat Wertheim hem toestuurde na het lezen van Blauwe Maandagen. Wat bezielde je? Wertheim wilde Grunberg een hart onder de riem steken. Na de kritiek in de Volkskrant over veel herhalende zinnen kon Grunberg wel een pan soep gebruiken.

Wertheim studeerde in Maastricht en zag dat Grunberg, die daar signeerde voor hem alleen, op het Vrijthof een grote fooi gaf aan een straatmuzikant. Wertheim heeft het op het toneel over een jodenfooi. Hij is altijd bang dat hij te weinig geeft en voelt zich daarom opgelaten met klussers in zijn huis.

Grunberg dacht dat Wertheim wetenschapper zou worden. In zijn eerste programma Micha Wertheim voor beginners zei de cabaretier dat hij het arrogant vond dat er in 2004 ook anderen meededen aan het Leids Cabaret Festival. Wertheim weerspreekt dat. Niemand kende hem. Men vond hem elitair en hij wilde dat onderzoeken. Maak dan een grap, zeiden de toeschouwers, maar ze hadden niet door dat dat de grap was. Wertheim houdt van het uitventen van zijn onsympathieke kant. Het is als het uitleggen van een goocheltruc. Ongemakkelijkheid leidt eerder tot contact dan overeenstemming. Wertheim vertelt, net zoals hij een maand later in Zomergasten zal doen, over het Amerikaanse zomerkamp waarin hij goochelleraar was. Elke kunstenaar is volgens hem een oplichter. Een roman toont een illusie. In een televisiefragment opent Micha Wertheim voor gevorderden met een disconummer. Wertheim gaat daarmee door tot het niet meer leuk is. Hij vertelt hoe het nummer tot stand kwam. Tijdens de try-out bedacht hij dat hij uit een koelkast zou komen.

Grunberg citeert een interview met Coen Verbraak in VN waarin Wertheim zegt dat hij geen volle zalen hoeft te trekken. Wertheim denkt daar inmiddels anders over. Hij wil zichzelf verrassen door het programma te veranderen. Grunberg vraagt wat hij onderzoekt in zelfoverschatting. Wertheim voelt de druk dat het interview moet uitmonden in een monoloog en antwoordt dat het gaat om onzekerheid, zijn ongemakkelijkheid in een groep.
Hij vertelt over zijn jeugd in Maarn, iets dat hij in Zomergasten zal herhalen: hun gezin was het enige joodse in het dorp Moeder las wel eens een stukje voor van Ischa Meijer. Hij was een lotgenoot.

Grunberg neemt Wertheims Lira-lezing Satire in het tijdperk van de mechanische reproduceerbaarheid erbij en leest eruit voor. Kunst moet ontregelen, zegt Wertheim. Hij houdt niet van het messianistische. Dat is vervelend om naar te kijken. Dan moet je de politiek in gaan. In het televisiefragment uit Micha Wertheim voor de grap over zijn afkeer van gehandicapten is sprake van ontregeling. Grunberg begrijpt het onderscheid tussen stichtelijke en niet-stichtelijke kunst, maar dit fragment gaat over een incident in Roermond, waarbij de show werd afgebroken. Wertheim verweert zich door op te merken dat Grunberg het ook niet op zijn dak krijgt als hij Tirza slecht laat aflopen. De showversie kwam niet overeen met wat er in Roermond gebeurde. 

Er ontwikkelt zich een gesprek over verschillende lagen, dat nauwelijks te volgen, laat staan uit te leggen is. Wertheim wil niet dat zijn theorie over satire de voorstelling in de weg zit. Filosofen kunnen beter kunstenaars worden, want ze stuiten onherroepelijk op de grenzen van hun denken. Cabaret geeft meer plezier.

Volgens Grunberg is er niet zo gemakkelijk de grens af te bakenen tussen spel en werkelijkheid. Het is te gemakkelijk te zeggen dat het je alleen om de lach gaat. Wertheim bestrijdt dat het om de lach gaat, eerder om het subversieve. De voorstelling bevat een verhaal met een begin, een middenstuk en een eind. Cabaret is een medium op het randje. Het is een uitdaging het te laten lukken. We zien een fragment waarin Wertheim vertelt over een borst op een poster, waarop hij een knobbeltje ontdekte. Grunberg vindt dat boeiend vanwege de ziekte waaraan Wertheim leed. Wertheim hoorde David Grossman in De Balie dat de zoon, die hij beschreef en die omgekomen was in de oorlog, niet zin zoon was, om het verschil aan te geven tussen fictie en werkelijkheid.

Grunberg zegt dat er weinig seks in zijn shows zit, wel ontlasting. Hij citeert een vraaggesprek met Arjan Visser in VN. Wertheim zegt dat hij in interviews niet zijn doopceel licht. Hij wil niet dat men uit medelijden naar zijn voorstellingen komt. Persoonlijke zaken bewaart hij liever voor zijn shows. Grunberg citeert uit de VPRO-gids van 1994 over een uitspraak van Wertheim dat joden mensen zijn die de deur niet dichtdoen als ze naar de wc gaan. Zijn moeder hield de deur open om haar jonge kinderen in de gaten te kunnen houden.
Wertheim wil voorkomen dat zijn voorstelling een lezing wordt. Als filosofisch schrijver geeft hij zijn mening, maar op het toneel is hij een oplichter, die niet wil dat de toeschouwers zijn trucje doorhebben.

Tijd voor vragen uit de zaal: Jan Koek is een Vlaming en daarom (schijnbaar) onschuldig. Hij wil weten op welke politieke partij Wertheim stemt. Wertheim zegt dat hij op een partij stemt die om hem draait en daarom zit het niet in de politiek. Hij snapt ook niets van de schuldencrisis bijvoorbeeld.

Philip vraagt over stichtelijk theater, bijvoorbeeld over de pgb’s die worden afgeschaft. Men moet zich hierover toch opwinden. Wertheim kent de cijfers niet, maakt liever een grap als uitweg. Hij kan moeilijk grappen maken over zaken die duidelijk zijn zoals over Wilders.

Anita Frank vraagt hoe ernstig ze het voorgaande gesprek moet nemen. Wertheim zegt dat Grunberg eerst met hem uit eten wilde, dat hij aanvankelijk zijn bezwaren had, maar dat hij instemde omdat zoiets traditie was. De vraag naar echtheid kun je over ieder gesprek stellen. Grunberg voegt er aan toe dat het afhangt van je definitie van echtheid. Hij kent Wertheim helemaal niet zo goed. Wertheim vindt dat een gesprek minder echt is als mensen meeluisteren.

Ed denkt dat oplichterij vooral voorkomt bij kunstvormen waarin het woord centraal staat. Wertheim stelt dat ook een schilderij niet klopt, of een foto of een film. Hij haalt Howard Jacobson aan die zei dat God de wereld heeft gemaakt en dat iedereen die er iets aan toevoegt een oplichter is. Een kunstwerk vertelt geen coherent verhaal. Als je dat pretendeert ben je een oplichter. Ed brengt daar tegen in dat muziek toch niet oplicht? Wertheim zegt dat niemand meer als Schubert componeert. Men probeert steeds iets nieuws. Per definitie schiet men mis, zegt hij hoewel hij toch wat onzeker wordt.

Een heer vraagt tenslotte naar het verschil tussen het messianistische en oplichterij. Liggen die niet dicht bij elkaar. Vindt de oplichter zichzelf geen messias? Wertheim antwoordt dat we wachten op de messias die nooit komt en als hij wel komt niet de ware blijkt te zijn. Grunberg vindt dat een mooi eind.  

Hier Micha Wertheim in VPRO-Zomergasten, 29 juli 2012.


    
 




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen