Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



donderdag 25 oktober 2012

Recensie: Een beschaafde man (2012), Jan-Willem Anker


Tempelschender door het leven gestraft

Het is een genot om een boeiend verhaal voorgeschoteld te krijgen van een andere wereld, in dit geval de Ottomaanse cultuur, die zich uitstrekte tot ver in Azië. De Schotse graaf Thomas Elgin reist met zijn vrouw en enkele medewerkers naar Constantinopel om daar een buitenlandse post te bekleden. Historische en persoonlijke gebeurtenissen wisselen elkaar af. Het is de tijd van Napoleon, die tijdens een zeeslag een nederlaag wordt toegebracht door Nelson. De Engelsman wordt in het boek als een oude kreupele circusbeer voorgesteld.

Het verhaal begint met een proloog: In 1771 verliest Elgin in korte tijd zowel zijn vader als zijn broer, beiden aan een andere ziekte, zijn broer aan kroep. Zijn oom zegt dat hij nu graaf is en dat het lot van de familie op hem rust.

Koning George de Derde vraagt hem in 1798 op een bal in Weymouth om een buitenlandse post in Constantinopel, het latere Istanbul, op zich te nemen, maar vindt dat hij daar wel getrouwd naar toe moet gaan. Elgin laat een oogje vallen op de twaalf jaar jongere Mary Nisbet, die een rijke vader heeft. Hij weet haar te verleiden met hem te trouwen en mee te gaan naar Constantinopel. Elgin krijgt van het verzoek om de bouwmeester van zijn landhuis om wat oude Griekse beelden te kopiëren. Op zee is Mary misselijk en zwanger. Elgin heeft zijn pruik afgezet omdat die vies ging ruiken. Tijdens een tussenstop in Palermo vindt hij een geschikte kunstkenner, Lusieri, die belast wordt met de graafwerkzaamheden op de Akropolis.  

Langzaamaan schuift de grens van wat toelaatbaar is op. Het begint met het stelen van marmeren stoelen bij Troje. Volgens Elgin zijn die beter op hun plaats in Engeland dan dat ze door de locale bevolking gebruikt werden als heiligdommen. Op bezoek bij de sultan in Topkapi-paleis vraagt hij om een vergunning voor opgravingen op de Akropolis en hij krijgt meer dan waarom hij gevraagd heeft, waarnaar zijn medewerkers druk aan het graven en hakken gaan. Als de ouders van de zwangere Mary op bezoek komen, vraagt zijn schoonvader hem om enkele originelen mee te nemen.

Gemakkelijk is het leven van Elgin niet. Zijn vrouw Mary raakt verzwakt door veel moeilijke bevallingen en wil weer naar Schotland. Zijn neuspunt wordt weggehaald vanwege een infectie, waarna hij een masker moet dragen. Een schip met marmer vergaat bij Kythera. Op de terugweg over land naar Engeland zitten ze vast in Pau vanwege de oorlog tussen Frankrijk en Engeland en tot overmaat van ramp wordt Elgin ook nog eens vastgezet in Lourdes. Elgin gaat niet in op het voorstel van de Fransen hem vrij te laten in ruil voor de kunstschatten die per schip naar Londen gaan. Mary verkast naar Parijs en krijgt daar een relatie met Ferguson, een andere Engelsman. Als Elgin vrij komt is hun verhouding verslechterd. Mary voelde zich bij Elgin net een broedkip. Elgin dreigt met een scheiding in de hoop dat hij dan ook de erfenis van Mary krijgt, maar zover komt het niet. Het boek eindigt wat vaag met een wandeling van Elgin vanuit zijn landhuis in Schotland naar het water. Het is onduidelijk of hij zich het leven beneemt, maar in ieder geval heeft hij weinig plezier aan het roven van de kunstschatten beleefd.  

Anker schrijft het allemaal heel degelijk, zonder veel opsmuk op, in korte hoofdstukken met de titel van de plaats en het jaar waar we ons bevinden. Voor citaten leent het boek zich niet.
Op de omslag is een marmeren paardenhoofd te zien. Aan het eind wordt gesproken over het paard van de maangodin Selene dat geroofd is en zich in een binnenplaats in Londen staat te vergaan. ‘Het hoofd toonde uitputting. Een hemellichaam door de hemel trekken was heel vermoeiend. Het paard was een vreemd dier. Het had een hoofd, maar geen gezicht. Een gebekt hoofd.’ Dat had Jan-Willem Anker nog wel wat beter kunnen uitleggen. Het had wel wat meer in het verhaal verweven mogen worden, maar verder is en blijft het een fantastisch verhaal in meerdere opzichten.  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen