Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



vrijdag 18 maart 2016

Recensie: De laatste hand (2016), Wieslaw Mysliwski


Onvoltooid is het leven en anders niet

Wieslaw Mysliwski (1932) is een Poolse grootmeester op het gebied van de literatuur, zoals al bleek uit de vertaling Over het doppen van bonen (2009) die net als Steen op steen (2012) ook van de hand van Karol Lesman was. De gemoedelijke toon, waarop Mysliwski zijn filosofische beschouwingen over het leven haast terloops meedeelt, doet denken aan die een vriend of een aardige oom. Daarnaast is hij een fantastisch verhalenverteller, bijvoorbeeld over oude beroepen als kleer- en schoenmaker die niet meer als zodanig uitgeoefend worden. In De laatste hand, dat aan een voltooiing doet denken zoals de ambachtslieden vroeger deden, schiet hij gemakkelijk heen en weer door het brokkelige leven van de hoofdpersoon, die heel wat beroepen gehad heeft, ooit begon als student op een kunstopleiding, maar nooit iets echt voltooide. Eerst woont hij bij zijn moeder die kamers verhuurt, later neemt hij haar op in zijn eigen huis en na haar dood verhuist hij naar plaatsen waar hij uiteenlopend werk vindt, veelal in de handel.

Na zijn afgebroken schilderopleiding krijgt hij een baantje als leerling kleermaker in de tijd dat er nog maatwerk werd geleverd en geen confectie pakken bestonden. Prachtig schrijft hij over het tornwerk dat hem wordt toevertrouwd door zijn baas, die eerder een kamer bij zijn moeder huurde. Omdat hij zijn vader nooit gekend heeft, denkt de hoofdpersoon wel eens dat hij de zoon van zijn baas is, maar datzelfde denkt hij van Romeo, een andere knecht die veel vloekt.

Op de voorgrond staat zijn complexe relatie met Maria, de dochter van een rechter, die hij kent van zijn jeugd in zijn geboorteplaats, maar die nooit verder dan een korte romance is gekomen vanwege de beweegredenen van de hoofdpersoon: angst voor het leven, voor intimiteit, schroom, gebrek aan overtuiging, wie zal het zeggen, want de hoofdpersoon is zelf op zoek naar een antwoord. Terwijl Maria het vuur levend houdt en hem regelmatig inlicht over haar leven en haar werk als arts, kan hij niet tot een reactie komen.

Het verhaal begint met een versleten adresboek dat hij al lang bij zich draagt en waarin hij mensen verzamelde zoals een ander doet met postzegels, maar inmiddels vraagt hij zich af wie hij eruit zal schrappen. Tijdens slapeloze nachten, die hem nog wel eens overkomen, probeert hij zich de personen te herinneren die in zijn adresboek staan, maar vaak ziet hij daarbij geen gezichten meer.

De ene gebeurtenis gaat moeiteloos over in de andere, zoals ook in ons hoofd gebeurt waarin associaties hun werk doen. Ook de brieven van Maria die regelmatig bij hem aankomen, vinden in dit weefsel een plaats. Het is daarbij intrigerend dat de inhoud van de brieven soms voor het idee van de hoofdpersoon niet lijken te kloppen, want soms heeft ze eerst een jongen en een andere keer eerst een dochter, maar ook die gebrekkige herinnering hoort bij het leven zelf.

Heel mooi vond ik de ontmoeting met een getraumatiseerde bouwkundige die tijdelijk in het huis van zijn moeder woont en die geïnteresseerd is in de schilderijen die de hoofdpersoon maakte en meer van zijn werk wil zien. Als ze op een avond een van zijn schilderijen bespreken, leidt dat, onder invloed van veel drank, tot een ontboezeming van de bouwkundige die ook een en ander van de kunst en de liefde weet en het laatste boven het eerste stelt.

De filosofische aard van De laatste hand doet zich meteen in het verhaal gelden als de hoofdpersoon zegt dat de mens moeite heeft zich in zichzelf te herkennen. Het idee over zichzelf is onkenbaar. Wij hebben daar slechts voorstellingen over.
Men zegt wel eens: jezelf zijn. Dat zegt men in de gedurfde overtuiging van de bestendigheid van het eigen ik. Daar heeft iedereen het over. Maar jezelf zijn betekent op zich helemaal niets. Om jezelf te zijn, moet je iemand zijn, dat wil zeggen weten wie je bent. Maar hoe kunnen we dat vaststellen, verloren als we zijn te midden van voortdurend veranderende voorstellingen van onszelf? Het verlangen jezelf te leren kennen is slechts vergeefs dwalen tussen deze voorstellingen. Misschien zelfs wel iets als heimwee naar jezelf, wanhoop om jezelf, maar ook een permanente vlucht voor jezelf in onze voorstellingen over onszelf.’  

De invloed van de mens op zijn eigen leven is dan ook maar gering. Mysliwski zegt dat de mens een pion in een levenswiel en een lot heeft zoals in het pokerspel, dat de hoofdpersoon graag met de schoenlapper speelt. Het is beter de eigen wisselvalligheid te kennen dan illusies na te jagen, zoals bijvoorbeeld gebeurt tijdens het reizen dat epidemische vormen heeft aangenomen, waarbij men dan ook nog allerlei foto’s maakt om de echtheid van zichzelf te tonen. De onvoltooidheid van alles maakt dat men de waarheid van fictie boven de werkelijkheid laat prevaleren. Vanuit deze visie schept Mysliwski grote kunst.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen