Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



donderdag 10 maart 2016

De langste nacht voor de Joodse Raad (2015), documentaire van Ruud van Gessel


Onderzoeker dankt bestaan aan Joodse Raad, maar anders dan gedacht

Het aangrijpende verhaal van rabbijn Soetendorp in Trouw (25 februari 2015, de dag van de 75ste herdenking van de Februaristaking) over zijn vader Jacob, die hoofd van een Amsterdamse mulo was en vanwege zijn pastorale kwaliteiten door de Joodse Raad werd gevraagd om familie van vermoorde joden in te lichten over hun overlijden waarbij men al huilde als hij de straat binnenkwam, maakte me nieuwsgierig naar het functioneren van de Joodse Raad. Deze werd op 13 februari 1941 vlak voor de Februaristaking naar Praags voorbeeld opgericht en geleid door zakenman Abraham Asscher en hoogleraar David Cohen. Met een uitgebreide staf van medewerkers vonden ze een onderkomen aan de Keizersgracht. Het was de bedoeling om joden te vrijwaren voor deportatie, maar daarin slaagde men steeds minder.

Hans Knoop, die in 1977 oorlogsmisdadiger Menten opspoorde, schreef eerder het boek De Joodsche Raad van Amsterdam. Op 72 jarige leeftijd verdiept hij zich nog eens in de vraag of de Raad medeverantwoordelijk was voor de deportaties van joden in 1943. Ruud van Gessel maakte over deze zaak de documentaire De langste nacht voor de Joodse Raad met de veelzeggende ondertitel Het einde van een illusie. 

Knoop bezoekt historicus Bob Moore in Chilton dat in de buurt van Oxford ligt. Moore weet veel over de Joodse Raad, maar is heel voorzichtig met zijn uitspraken. Hij vertelt dat Asscher en Cohen eerder goed werk deden voor joodse vluchtelingen, dat Cohen nogal arrogant kon zijn en dat men niet goed begreep met wie men te maken kreeg. Asscher onderhandelde met leiders van de nazi’s die met elkaar rivaliseerden. Moore vindt het nogal hypothetisch om te stellen dat Cohen wist dat de Raad een misrekening was maar hij had beter kunnen luisteren naar wat afgezant Edelstein uit Praag daarover te melden had.  De Amsterdamse Raad was erg effectief omdat men de joodse gemeenschap meekreeg.

Knoop loopt rond in het Jodenkwartier, staat voor de Dokwerker en de Hollandsche Schouwburg die eerst veranderde in Joodsche Schouwburg en later de plek werd waar vandaan joden naar Westerbork en verder werden weggevoerd. Op 21 mei 1943 kreeg de Raad het bevel om een lijst van zevenduizend joden in te leveren, die gedeporteerd zouden worden. Asscher deed daar niet aan mee, maar Cohen worstelde zich met zijn medewerkers door de langste nacht van hun bestaan om erger te voorkomen. Omdat er slechts 1600 personen opdaagden, hielden de nazi’s een razzia, die door de rest van Nederland zwijgend werd toegeslagen. Uiteindelijk werden ook Cohen en Asscher naar Westerbork gestuurd. Na de oorlog ontkwam Cohen netaan aan strafvervolging, Asscher verkoos de algemene begraafplaats Zorgvlied boven de joodse begraafplaats.  

Rob Oudkerk, kleinzoon van Cohen, typeert hem als schuchter, verstrooid en vol schuldgevoelens en is ook nogal omzichtig over de kwestie. Hij vertelt dat zijn moeder vertwijfeld was over het feit dat ze zeshonderd joodse kinderen had gered maar een zelfde aantal niet. Ze had een grote ambivalentie tegenover haar vader die haar tegen haar wil uit de trein liet halen waarmee ze naar Westerbork vervoerd zou worden, maar anderzijds verdedigde ze haar vader altijd voor de buitenwereld. Knoop verwijt Cohen een klassengedrag wat betreft de lijst van zevenduizend. Oudkerk zegt dat dit terecht is als dat inderdaad zo geweest is, maar hij heeft dat zelf niet kunnen vaststellen.

Omdat Knoop graag wil dat de jeugd over deze deerniswekkende zaak moet horen, polst hij Leon de Winter voor een film of een toneelvoorstelling, maar De Winter ziet daar weinig in. Hij wenst zich niet meer in die nachtmerrie te verdiepen, noch zijn vingers eraan te branden. Voor Knoop zelf ligt dat anders. Hij dankt zijn bestaan aan de  Joodse Raad en wel door de intuïtie van zijn vader die weinig vertrouwen had in de Raad en besloot onder te duiken. 

Hier mijn bespreking van de documentaire De stakende stad over de Februaristaking.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen