Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 29 maart 2016

Ian Buruma over Hun beloofde land, VPRO Boeken, 27 maart 2016


Briefwisseling joodse grootouders inspireert tot boek over migratie

Geheel onverwachts neemt Jeroen van Kan op Paasochtend de plaats in van de vertrouwde Wim Brands die vanwege gezondheidsredenen enige tijd buiten beeld blijft en die ik een goed herstel toewens. Van Kan ontvangt journalist, publicist, sinoloog en japanoloog Ian Buruma, de al eerder in VPRO Boeken te gast was, toen over zijn boek 1945.  Hun beloofde land heet in zijn geheel Hun beloofde land: mijn grootouders in tijden van liefde en oorlog en gaat over de joodse grootouders Bernard Schlesinger en Winifred Regensburg van de moederskant van Buruma, die uit Duitse families afkomstig waren en in Engeland opgroeiden, waar ze zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog meemaakten. Omdat Bernard in die perioden in dienst was schreven ze elkaar brieven die voor Buruma als basis dienden voor zijn boek.

Van Kan gaat meteen bevlogen van start over de assimilatie van de grootouders, die volgens  hem aan het boek een universele karakter geeft.
Buruma zegt dat zijn grootouders , die kortweg Bun en Win werden genoemd, kinderen waren van de eerste generatie migranten die uit Duitsland kwamen en zich in Engeland meteen probeerden aan te passen, hetgeen zelfs tot overaanpassing leidde, getuige de grote kerstboom in het huis en dat voor joden. Buruma ging vanuit Nederland wel eens met zijn moeder naar de familie toe ging. Hij herinnert zich de smalle landweggetjes vanaf Dover die naar het huis van de familie leidden. De aanpassingstraditie bestond al in Duitsland waar Bun graag naar Wagner geluisterde en men het antisemitisme van zich afzette. Buruma zegt dat het anders zijn ook een voordeel is omdat men van een afstand naar het leven kan kijken. De positie van buitenstaander levert een andere blik op, waar hij zelf ook als journalist van getuigt.

Van Kan vraagt naar de karakters van Bun en Win.
De eerste had volgens Buruma een zonnig en luchthartig karakter terwijl de tweede, net als haar familieleden, nogal tobberig van aard was en dat hij op haar lijkt met zijn ernstige natuur. Dat neemt niet weg dat ze het zestig jaar met elkaar uithielden. Bun zat nog op school tijdens de Eerste Wereldoorlog en werd aan het begin van zijn dienstplicht naar de loopgraven in het Belgische Somme gestuurd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef hij drie jaar in India. Win kon haar voorliefde voor tuinieren in Engeland uitleven.    

Van Kan brengt de enorme collectie brieven ter sprake die ze elkaar schreven.
Buruma maakte een bewuste selectie met het oog op hetgeen voor een buitenstaander interessant is. Zelf vond hij het, als kind van ouders met verschillende nationaliteiten, boeiend om te zien hoe zijn grootouders zichzelf zagen en welke plaats ze in de maatschappij innamen. De antwoorden hoopt hij niet te vinden omdat het dan met zijn schrijven afgelopen zou zijn. In dit verband bewondert hij V.S, Naipaul die in al zijn boeken vragen stelt naar zijn identiteit. Volgens Buruma is elke schrijver, vanwege de afstand die nodig is om te schrijven, een buitenstaander.  

Van Kan vraagt over de wortels van de angofilie van Bun en Win, dat ook een eerdere boektitel van Buruma is.
Buruma zegt dat men erkenning nodig heeft en dat eerzucht in de familie belangrijk was. Hij merkte dit al als kind en later veranderde dat niet echt omdat de kinderbeelden grote invloed blijven houden. Hij wist aanvankelijk niet goed wat hij met de brieven zou aanvangen. Met een roman zou hij onrecht doen aan het karakter van de briefwisseling. Omdat de oudste brieven al honderd jaar oud zijn, maken ze deel uit van de geschiedenis en zijn ze minder een familiaal bezit. Bun schreef verheven en liet zijn binnenste zien, zoals tegenwoordig in emails niet meer mogelijk is. Dat stemt weemoedig.

Het gesprek gaat verder over de kennis van de gasmakers in 1943, iets wat in India volgens Buruma geen onderwerp van aandacht was.  Mensen vergeten graag wat te moeilijk te verteren is. De grootouders redden wel zelf kinderen uit Duitsland, al voor de Kristallnacht, dus maatschappelijke betrokkenheid kan hen niet ontzegd worden.    

Hier mijn verslag van het gesprek van Brands met Buruma over 1945.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen