Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zaterdag 24 oktober 2015

Recensie: Drie dokters (2015), Gretel van den Broek


Aangrijpend relaas over de zorg voor dementerenden

De omslag van Drie dokters toont een triest kijkende vrouw die zich zelf bij elkaar houdt. Ze lijkt op de hoofdpersoon van de korte roman, die haar verhaal voorlegt aan drie dokters. De niet nader omschreven ik figuur heeft haar ontslag gekregen in de ouderenzorg omdat ze het niet eens was met de manier waarop men met demente bewoners omging. In plaats van hen te beknotten en vast te binden, werkte een humane benadering volgens haar veel beter. Hoewel Van den Broek dit heel duidelijk maakt, wordt haar protagonist er niet gelukkig van. Haar pogingen om iets in de zorg voor dementerenden te verbeteren leiden tot middelen die het doel voorbij schieten. Dit maakt Drie dokters, de eerste roman van Van den Broek die zich eerder tot non fictie beperkte, tot een menselijk drama.

De korte roman bestaat uit drie delen, waarin het relaas steeds voorgelegd worden aan een andere dokter. Daarmee is de structuur aangenaam raadselachtig van opzet. De afstand tot de lezer geeft tegelijk diepte aan het verhaal, dat vooral een psychologische strijd inhoudt met een mevrouw die wordt aangesproken met Hoofd en die gericht is op een efficiënte bedrijfsvoering. Dat blijkt alleen al uit het feit dat de bewoners met hun kamernummer benoemd worden. Het lot van de tachtigjarige Jozef van Bingenen, bewoner van kamer vijftig, raakt haar in het bijzonder. Ze merkt dat hij veel gelukkiger is met een beetje menselijk contact. maar dat wordt haar door Hoofd onmogelijk gemaakt. De hoofdpersoon zint op wraak en gebruikt daarbij de camera die vriend Ben niet alleen voor zijn professionele werk als rechercheur gebruikt, maar ook om seksueel opgewonden te worden.   

In onverbloemd krachtige taal met een nijdige, opstandige toon vertelt de ik figuur over haar werk en de zaken waar ze tegen aan loopt. Van den Broek gebruikt ook originele beelden, zoals:
‘Waar had hij die elastiek geknoopt die me altijd weer voorbij de twijfel trok?’ Dit gaat over de moeilijke verhouding van de vraagstelster tot Ben, voor wie alleen de seks en de whisky daarna als belangrijk gelden, iets wat ze nooit kan weigeren, maar dat haar wel tot een andere vraag brengt, namelijk wat hij dan wel in haar zoekt behalve een gaatje om zijn kwakje in te doen.
Schoonheid heb ik niet, tenzij dat soort natuurlijke schoonheid die ook over te gedrongen of te blubberige mensen zwemen kan, een soort zachtzinnig doekje voor het bloeden, waarbij ik op dit eigenste moment vooral aan een droog zeemvel denk. Ben doet daar niet aan, dat zie je wel aan zijn bakkebaarden. Ik weet zelf niet waarom ik dit nu weer zeg.’   
De wanhoop en de vertwijfeling klinkt vooral aan het eind van het citaat sterk door. Niet veel later zegt ze pook nog dat niets zo kwetsend is als maandverband als je opstandig bent. Ze trekt zich terug en wil niet het slachtoffer zijn van een op oerinstinct draaiende mannetje dat pas echt gaat jagen als de prooi hem dreigt te ontglippen.

De uitgebeende stijl van de roman laat niet toe dat de thema’ s echt uitgewerkt worden. Zo horen we weinig over collega’s, die ook niet blij zijn met de dictatuur van Hoofd. Op de achtergrond speelt verduistering van morfine door deze heks mee. Van den Broek schept in de roman een naargeestig beeld van de mensheid. De ik-figuur trekt zich terug uit de wereld van de zorg, maar wil nog eenmaal haar relaas doen, niet eens om gelijk te krijgen, alleen maar om nog eenmaal haar standpunt te verwoorden. Wellicht helpt het lezers om met meer aandacht de wereld van de dementerenden te betreden. Van den Broek beschrijft hen als mensen zoals anderen, die, net als Van Bingenen, niet willen lijden. Drie dokters is daarmee een aangrijpend relaas over onze zorg aan hen en over de vraag naar de heiligheid van het leven.

Hier de site van auteur en schrijfdocente Gretel van den Broek, die bijna letterlijk de visie van Peter Singer verwoordt. Hier mijn verslag van een interview met hem. 




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen