Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



vrijdag 30 oktober 2015

Annelies Verbeke leest Capek, Winteruur, Canvas, 27 oktober 2015


Schrijven helpt om als menigte te bestaan

In het korte winterprogramma Winteruur zit Wim Helsen met hond Boris (merk Golden Retriever) bij het open haard vuur, terwijl het buiten twintig graden is, boven Celsius, wel te verstaan. Gaste Annelies Verbeke zit naast hem en leest een fragment voor uit Een doodgewoon leven dat Karel Capek (1890-1938) in 1934 schreef en dat in 1980 vertaald werd. Het fragment dat hierna volgt, gaat over een spoorwegbeambte die nadenkt over zijn bestaan.

‘ Laten we zeggen dat de mens zoiets als een mensenmenigte is. In die menigte zwerven de doodgewone man, de hypochonder, de held, degene met de ellebogen en god weet wie nog meer rond; het is een bonte schaar, die echter een gezamenlijke weg gaat. Er heeft altijd een van hen de leiding en die gaat dan een eind voorop; laten we ons, om het aanschouwelijk te maken wie leidt, voorstellen dat hij een vaandel draagt met het opschrift IK. Nu is hij dus Ik. Het is slechts een woord, maar zo’n machtig en gezagvol woord; zolang hij die Ik is, heeft hij de heerschappij over de menigte. Vervolgens dringt er weer iemand anders uit de massa naar voren, wel, en dan draagt hij het vaandel en is de leidende Ik.’

Verbeke is schrijfster van romans en korte verhalen en heeft dit fragment gekozen omdat ze hierdoor bevestigd wordt in wat ze zelf ook voelt, namelijk dat er meerdere ikken in ons rondwaren. Ze vindt dat Capek dit idee, dat zelden in gesprekken op tafel komt, in Een doodgewoon leven mooi verwoordt. Een mens bestaat niet uit één stuk, maar is gefragmentiseerd en kent vele persona’ s.  

Helsen stelt zich de menigte voor die allemaal de naam Annelies Verbeke dragen, van wie een het vaandel draagt.
Verbeke zegt dat daar ook mannen en kinderen onder zijn en ook travestieten. Zo heeft ze het leven altijd wel ervaren.

Helsen vraagt wie nu haar vaandel draagt.
Volgens Verbeke is dat iemand die wat somber is, maar dat dit niet erg is omdat er ook anderen zijn, die het vaandel kunnen overnemen.

Helsen vraagt of dat zo meteen kan gebeuren.
Verbeke antwoordt dat dit niet zo snel gaat. Ze vindt het een rustgevende gedachte dat er meerdere ikken zijn, want dan hoeft ze niet, zoals aanhangers van de new age beweging, op zoek naar haar ware ik. Het niet vinden van dat laatste kan een grote teleurstelling inhouden.

Helsen vraagt of men het zelf in de hand heeft wie men het vaandel draagt.
Dat is volgens Verbeke maar ten dele zo. Soms spelen daarbij factoren in de buitenwereld een rol. Er zijn nu eenmaal gebeurtenissen die men niet in de hand heeft. Bij paniek schieten daardoor de ikken alle kanten op en is het de vraag wie de vlag draagt. Tijdens het schrijven kan ze gemakkelijker wisselen van rol, de vlag aan een ander geven. Schrijven helpt daarmee om als menigte te bestaan. In korte verhalen gaat dat het gemakkelijkst maar ook in romans kunnen verschillende ikken een plaats krijgen. Het is bevrijdend dat minder positieve kanten ook mogen bestaan.

Helsen stelt zich voor dat hij wisselt van luistergrage naar praatgrage ik, maar lijkt het idee daarmee niet geheel begrepen te hebben.
Verbeke nodigt hem, terwijl ze het fragment nog eens leest, uit na te denken wie er het meest in zijn leven aan het woord is.  

Hier een bespreking van Een doodgewoon leven op de oude site van Achille van den Branden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen