Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 27 oktober 2015

Eric de Kuyper over Aan zee, VPRO Boeken, 25 oktober 2015


Jeugdherinneringen in een lichtvoetig proza

Wim Brands heeft Eric de Kuyper opgeroepen omdat Aan zee, zijn cyclus over zijn kinderjaren, opnieuw is uitgegeven, waarvan hiernaast het eerste deel getoond wordt. Brands haalt Hugo Claus aan die stelde dat De Kuyper als een vertederende antropoloog door de ogen van een verwonderd kind een zekere samenleving aan de Belgische kust portretteert. Daarmee doeld hij op Oostende, dat de thuisbasis was en is voor meer schilders en schrijvers, volgens De Kuyper omdat de lucht daar beter is en het licht mooier.

Brands toont een fragment uit een filmpje van Henri Storck over het Oostende van de jaren twintig.
De Kuyper vertelt dat Storck met Joris Ivens samenwerkte, ook in films over de mijnstreek en dat Oostende veel gefotografeerd is vanwege het zout in de lucht en het bovengenoemde mooie licht. In zijn kinderjaren ging de familie van De Kuyper altijd in de zomermaanden naar Oostende, zoals vele andere Belgen. Uit gezondheidsoverwegingen bracht men de hele dag van de vroege ochtend tot de avond aan het strand door. Zijn familie komt er vandaan, er woonde een tante, waar hij in de wintermaanden ging logeren, ook voor zijn gezondheid, een zus van hem woont er nog en hij schreef er in een appartement. Hij heeft een dubbelbeeld van de plaats in de winter en in de zomer en werd gefascineerd door de tweede, winterse, beeld achter de schermen. Ook de verlatenheid is fascinerend. In de zomer werd het om zes uur in de avond stil aan het strand.  

Brands keert terug naar de heruitgave van Aan zee.
De Kuyper vertelt dat de boeken inmiddels twintig jaar oud zijn en dat hij nooit de ambitie had om schrijver te worden. Hij was benoemd om films te bespreken op de BRT, die Chantal Akerman ontdekte (een filmmaakster die op 5 oktober j.l. op 65 jarige leeftijd een eind aan haar leven maakte, rs), wilde vooral radiomaker worden en begon na zijn universitaire studie een academische loopbaan. Hij recenseerde veel op theatergebied en hield een dagboek bij, niet wat betreft zijn eigen leven, maar over de films die hij had gezien en de boeken die hij had gelezen. Op verzoek van een uitgever die graag iets literairs van hem wilde uitgeven is hij aan Aan zee begonnen dat zich steeds meer uitbreidde.

Brands zegt dat het heel terloops geschreven lijkt.
De Kuyper vertelt over de hoofdpersoon, een kind, een naïeve hij figuur van wie hij zelf afstand kan nemen, dat precies observeert en dat daardoor lichtvoetig proza oplevert, ook als hij van het strand wordt afgevoerd vanwege maagproblemen. Hij staat daar niet alleen in. Ook Charles Dickens kende problemen. De Kuyper werd in de oorlog geboren, leed aan tbc, zijn vader ging dood, zijn oudste broer was twintig jaar ouder, tot zijn achttiende deelde hij het bed besefte hij onlangs, maar zijn moeder hield het gezin ondanks de armoede kunstig gaande. Hoewel hij nooit nieuwe kleren kreeg en zijn truien met hergebruikte wol gebreid waren, was het leven een La vita è bella (Benigni, 1997). Ze gaf hem de levenskunst door om te genieten van de dingen die men heeft. Als ze in onze tijd geleefd zou hebben was ze een hoogleraar geweest, zegt De Kuyper. Elke keer als een zoon van de lagere school afkwam ging ze naar de jezuïeten om te vragen of haar kind door hen onderwezen kon worden. Alle vijf keer overtuigde ze de geestelijken. De Kuyper is zich nooit zo bewust geweest van haar invloed op zijn boeken, maar in zijn boek Het teruggevonden kind (2007), waarin hij de kinderjaren van schrijvers als Proust portretteert, komt dat weer terug.   

Hier Images d’ Ostende van Henri Storck op vimeo, hier een mooie recensie van Coen Peppelenbos over Applaus (2012).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen