Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 12 oktober 2015

Maaike Meijer en Joost Kircz over Stoeten Ritseldingen, VPRO Boeken, 11 oktober 2015


Een Marina Abramovic avant la lettre met linguïstische adhd

Schrijversprentenboek nr. 59, Stoeten Ritseldingen getiteld, gaat over dichteres en tekenares Fritzi Harmsen van Beek (1927-2009), die zoiets uit de uitzending blijkt, meer was dan alleen het middelpunt in Villa Jagtlust, waar grensverleggende auteurs van de jaren vijftig zich verzamelden. Maaike Meijer is biografe van Harmsen van Beek en Joost Kircz kende haar als vriend.

Wim Brands begint met een fragment uit het televisieprogramma De letteren van 6 december 1981 waarin Hans Gomperts haar nogal omslachtig vraagt naar de complexiteit van haar poëzie hetgeen door Harmsen van Beek niet begrepen wordt. In het dorp in Groningen waar ze woonde begrepen de mensen haar gedichten heel goed.
Kircz noemt het een fragment waarin Harmsen van Beek ten voeten uit geschetst wordt. Ze schreef op wat ze zag, dus vanuit haar eigen associatie. Meijer voegt daar aan toe dat haar gedichten zeker complex genoemd kunnen worden. Alleen voor haarzelf was dat niet zo. Ze noemt Harmsen van Beek iemand die leed aan linguïstische adhd, die alles wat ze in haar hoofd hoorde in haar gedichten neerschreef. Wat anderen briljant vonden, was voor haar gewoon.
Kircz zegt dat hij de huisleraar van haar zoon was en dat hij met haar associatief praatte. De conversatie was een kunstzinnig experiment, waarbij ze fragmenten uit de literatuur, liedjes en schilderwerken met elkaar verbond.

Brands toont het Schrijversprentenboek dat Meijer en Kircz maakten en ook een Flipje van Harmsen van Beek zelf.
Meijer vertelt dat de ouders van Harmsen van Beek de boekjes van Flipje van een jamfabrikant uit Tiel illustreerden. In 1953 overleed de vader van Harmsen van Beek en maakte zij het boekje af waaraan hij bezig was. Ze maakte daarna een eigen Flipje die door de fabrikant werd afgekeurd omdat het niet vroom genoeg was. Kircz voegt daar aan toe dat er ook niet genoeg jam in gegeten werd. Inmiddels is het boekje wel uitgegeven in het originele zwart wit en kan zelf ingekleurd worden.    

Brands concludeert uit het Schrijversprentenboek dat Harmsen van Beek erg met haar omgeving bezig was.
Meijer vertelt dat ze een dweil wilde net zoals degeen die Judith Herzberg uit Israël had meegenomen en dat geboeid was door het knorrende geluid dat naaktslakken maken als ze sla eten. Ze was een multi kunstenaar, die overal kunst van maakte.

Brands begint over haar slaapkamer in Jagtlust die ze behangen had met bladzijden uit modetijdschriften. Tijdens een tentoonstelling van haar werk in Hilversum werd die kamer met al die collages nagebouwd.

Brands vraagt aan Kircz of hij haar zag tekenen, maar dat is niet het geval, omdat Harmsen van Beek dat liever in haar eentje deed. Ze miste de rust, vooral aan het eind van haar leven.

Brands vraagt Meijer wat ze belangrijk acht voor haar biografie die waarschijnlijk in 2018 het licht ziet.
Meijer noemt het jaar 1954 toen ze Jagtlust in Blaricum ging bewonen. Daarvoor was al veel gebeurd, zoals een heftige liefdesrelatie, de academie in Amsterdam en haar ambitie om een kunstopleiding in Frankrijk te doen en ook daarna maakte ze veel mee. In dat jaar was ze 28 jaar oud en er zijn veel bronnen over die tijd. 

Volgens Brands wordt Harmsen van Beek ten onrechte als een drankorgel gekarakteriseerd. Hij is daarmee blij met Onbegonnen werk dat Kircz samen met August Hans den Boef schreef. Hij brengt het misverstand naar voren dat een vrouw die onbegrijpelijk werk schrijft zelf nog niet onbegrijpelijk hoeft te zijn.
Kircz noemt haar een sterke persoonlijkheid die niet begrepen wordt en daarom opgehangen wordt aan perifere zaken zoals drankzucht. Het is een poging om iemand te duiden en zoiets gaat dan een eigen leven leiden.

Brands zegt dat het verhaal over Jagtlust haar geen goed heeft gedaan.
Meijer wil niet moralistisch doen, maar zegt dat de Jagtlust periode sensationeel was. Die ging echter niet over haar, maar over de fantasieën van de personen die daar kwamen. Ze wil iets aan die lege vlek doen en noemt Harmsen van Beek alvast een Marina Abramovic avant la lettre.  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen