Een man die geleerd heeft om oprecht lief te hebben
De engel en de duivel
is de titel van een indringende interview dat journaliste Sarah Verroen in 2002
met de door mij bewonderde schrijver Rogi Wieg (Delft, 1962) had. Ze spreekt
daarin over zijn ziekte OCD, door Wieg een hormonale stoornis genoemd die de
hersenfuncties aantast.
Wieg heeft een petscan gezien waarop de frontale kwab van de
hersenen een hogere activiteit vertoonde, met een dwangneurose, de oude naam
van Obssesieve Compulsieve Stoornis, tot gevolg. Het zorgde bij hem voor
magische gedachten en gruwelbeelden. Hij dacht wat hij niet wil en had emoties
die hem vreemd waren, maar uitte dat niet zoals patiënten met het syndroom van Touret
dat wel doen. Hij leed onder wat hij dacht, zoals zijn idee dat hij de chef van
de Volkskrant, bij wie hij een artikel inleverde, tegelijkertijd uitschold. Hij
wist niet of hij dat gezegd had, keek om zich heen of men hem vreemd vond en probeerde
er op een bedekte manier bij de chef achter te komen. Thuis gekomen zat het hem
nog steeds niet lekker. Dus belde hij de man op, weer met de vraag of zijn
artikel geplaatst zou worden. Als reden van zijn zorgen gaf hij spanning op.
Verroen vraagt hem of hij zichzelf niet voor gek verklaarde.
Wieg ontkent dat. Gekken hebben geen contact met de werkelijkheid.
Hij was wel bang om gek te worden, maar kon zijn dwanggedachten stopzetten door
bepaalde handelingen te verrichten. Op zijn achttiende ging hij in psychoanalyse.
Hij lag vierenhalf jaar op de bank, maar de OCD bleef. Alleen gedragstherapie
werkt volgens Wieg.
Hij kreeg ook last van depressies die gruwelijk waren en
totaal afwijkend van wat hij eerder ervaren had. Hij voedde de twee kinderen
van zijn vriendin op, maar die zette hem daardoor op straat. Wieg was daardoor
opeens alle zekerheid kwijt, zwierf rond, voelde zich steeds leger en
verdrietiger. Zijn spraak was vertraagd, hij was afgevallen en kon slecht tegen
licht, ook nu tijdens het interview dat in het halfduister plaatsvindt. Hij
verbleef een jaar in de psychiatrische afdeling van het Lucas ziekenhuis en
kreeg daar elektroshocks met het doel om zijn depressies te vergeten, maar hij
vergat heel wat meer. Hij vond het een vreselijke tijd te midden van andere
zieken. Zijn vrouw was zwanger en hij suïcidaal. Een stem zei dat hij zijn
leven moest beëindigen, maar hij vertrouwde die niet en nam de proef op de som.
Door een val van een flat zou hij de mogelijkheid niet openhouden om zijn
levensdrift terug te roepen. Door zijn polsen door te snijden hield hij een
slag om de arm. Een poging om zichzelf op te hangen wist hij op het
allerlaatste moment te verijdelen. Op het moment dat hij aan een touw bungelde zag
hij zijn ouders voor zich die hij toch nog een keer wilde srpeken. Met de
nodige schaafwonden wist hij zich uit de knoop te bevrijden.
Gesprekken helpen alleen als men niets heeft. In het andere
geval heeft men farmaceutische middelen nodig. Hij begon daarna vanuit het
niets ’s nachts te schilderen en werd daardoor een ander mens. Er is letterlijk
een heel stuk van hem weggeslagen, ook herrineringen en zijn geloof, maar hij
kan nu wel affectieve bindingen aangaan, die niet gebaseerd zijn op angst. Hij
kan liefde voelen en is blij met elke stap die hij kan zetten. Hij vindt het
doodsjammer voor zijn ouders dat zij hem zo niet hebben meegemaakt. Zijn vader
was een God voor hem en had het beste met hem voor.
Tenslotte speelt en zingt Wieg een bluesnummer op de piano.
Een veertig jarige man die geleerd heeft om oprecht lief te hebben.
Eind januari 2015 interviewde Arjan Peters hem voor
de Volkskrant, met het oog op een tentoonstelling van zijn schilderijen in Arti
et Amicitiae. Joost Zwagerman blikte terug op hun vriendschap in Het Parool, zie hier. De foto van het schilderij van Rogi Wieg is afkomstig uit dit laatste artikel.
Hier meer
over de Obsessieve Compulsieve Stoornis (OCD) op het forum daaromtrent.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten