Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 26 november 2013

Recensie: De laatste liefde van mijn moeder (2010), Dimitri Verhulst



Zoon met vitricofobie slaat zich door groepsvakantie in Zwarte Woud

Het beschrijven van vakantiereisjes wordt al gauw oubollig maar als Dimitri Verhulst zijn fantasie erop los laat, is zo’n reisje een kostelijke ervaring. Zijn taal is rondborstig en weergaloos, sappig en beeldrijk, zijn personages zijn levende mensen die men, al zijn het de slechtste niet, toch nooit hoopt tegen te komen.

Hoofdpersoon in De laatste liefde van mijn moeder is Martine Wirhofs, die het niet erg met haar partners getroffen heeft. Ze bleef eerst tien jaar hangen aan een alcoholicus, daarna schoof fabrieksarbeider Wannes aan bij haar en haar zoon Jimmy. Om de verhouding te bezegelen wil Wannes een vakantie boeken. Uiteindelijk wordt het een weekje met andere Belgen in een touringcar naar het Zwarte Woud. Het is vooral de smeuige manier van vertellen die de lezer pakt en niet loslaat.

Neem nou Martine, die als ze - bepakt en bezakt en terwijl de goudvis in de badkuip zwemt – lopend op weg gaan naar de vertrekplaats van de bus opeens bedenkt dat ze de balkondeur is vergeten te vergrendelen. Wannes zegt dat het niet uitmaakt, maar Martine moet gewoon terug anders heeft ze een weeklang geen rust. Inmiddels denkt Jimmy dat de omissie van zijn moeder uitgekozen is om zijn stiefvader de gelegenheid te geven een hartig woordje met hem te wisselen. Als Martine terug is bij haar stroef kijkende man en zoon zegt ze dat de balkondeur inderdaad op slot was maar dat ze nog wel zag dat de badkuip vol water stond.

De relatie tussen Jimmy en Wannes verslechtert, temeer omdat Wannes wil dat Jimmy hem aanspreekt met vader om een ongedeeld verleden te scheppen zoals Verhulst dat zo mooi kan zeggen. De vitricofobie, angst voor de stiefvader, neemt alleen maar grotere vormen aan.

In welgekozen scènes, met daarbij passende zinnen en veel humor verovert de alwetende verteller de lezer. Wannes moet het geduld van een correspondentieschaker opbrengen om Martine voor een vakantie te winnen en als dat gelukt is zit de groep in de bus, die geladen lijkt met vluchtelingen in een burgeroorlog.

Verhulst, zo stel ik het me voor, zit aan zijn tafel (die niet meer in het bietenveld zal staan, hoop ik voor hem) en bedenkt hoe hij de scène die hij in zijn hoofd heeft in een vorm giet. Daarbij valt op dat hij veel weet en dus uit veel kennis kan putten. Daarnaast schrijft hij ook met veel schranderheid, zoals bijvoorbeeld op het eind van het boek over een dienstmeisje dat van de inmiddels stokoude Jimmy een fles wijn uit de kelder moet halen. Omdat zij een kleptomane is, vreest Jimmy dat er geen goede fles meer ligt, maar hij hoopt dat ze de jaartallen op de flessen zal aanzien voor vervaldata en daarom de oudste flessen zal hebben laten liggen.

Dat laatste deel is een stijlbreuk met het voorafgaande. Helaas mist De laatste liefde van mijn moeder daardoor evenwichtigheid. Vlak daarvoor hangt Jimmy aan een rotspunt van de Höchenschwand, hetgeen Verhulst brengt tot de langste zin van het boek:
‘Als het waar is dat ieder bestaan z’n eigen persoonlijke zwaartepunt had, een existentieel meridiaanvlak waarop alle latere handelingen zich oriënteerden, een femtoseconde waarin alle persoonlijke drijfveren en levensdoelen werden gevormd, waarin een karakter zijn definitieve fineerlaag kreeg, een soortement van kwintessens, een punt dat het schietlood van elke zielendokter naar zich toe zoog, dan bevond Jimmy zich nu op dat punt.’

Jimmy dondert niet naar beneden, al was dat misschien nog wel een aangrijpender eind geweest, want wat we nu lezen voegt aan het reisverhaal helaas weinig toe.   

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen