Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 11 november 2013

Cees Nooteboom over Avenue, VPRO-Boeken, 10 november 2013



De inmiddels tachtigjarige schrijver Cees Nooteboom bundelde zijn bijdragen aan de poëzierubriek van het tijdschrift Avenue, waarvan hij van 1967 tot 1983 de literaire redacteur was. In het nieuw verschenen uitgave Avenue zijn binnen- en buitenlandse dichters te vinden die een beeldbepalend waren voor de twintigste eeuw. Hij vertaalde drieëndertig dichters zelf, August Willemsen en een ander vertaalden de rest.

Wim Brands noemt het boekwerk een klein museum en reciteert de eerste twee regels van Nootebooms gedicht Trinidad uit de bundel Aas (1982).

Dit ben ik vaak geweest:
een man op een landweg,

Nooteboom vertelt over zijn jeugd in het Gooi. Hij ging op zijn zeventiende het huis uit en werkte na een periode op een kantoor bij een bank. Als bankbediende bracht hij geld naar freules in de buurt en snelde dan per fiets naar een plekje in het bos om na te denken. Achteraf was dit een vorm van schrijven. Een paar jaar later perste hij Philip en de anderen er zo uit. Nadat hij het eerste hoofdstuk geschreven had, gaf hij het aan Max Dendermonde die het goed vond en naar Querido bracht.

Brands noemt een man op een landweg de geboorte van een poëtisch levensgevoel.
Nooteboom vertelt dat hij vaak van middelbare school wisselde en dat hij op het gymnasium bij de Tachtigers verwijlde, die aan hem bleven kleven. Hij kende de Vijftigers wel, bewonderde Remco Campert en liet een gouache van Lucebert bij hem in
Bergen NH signeren, al kan hij het juiste jaartal niet meer reproduceren.

Brands vraagt waarom hij zo slecht in data is.
Volgens Nooteboom heeft dat te maken met het chaotische leven in zijn jeugd. Een documentalist van het Letterkundig Museum had opgezocht dat zijn ouders vanaf zijn geboorte acht keer waren verhuisd, al het niet vaker was.

Brands toont Lucebert die in Dode Dichters Almanak Vrede is eten met muziek voordraagt.
Nooteboom waardeert de muzikaliteit van het gedicht. Daarna komt Pessoa ter sprake die zichzelf opdeelde in vier dichters met geheel verschillende stijlen.

Brands vraagt hoe Nooteboom reageerde op de negatieve kritiek op de glossy Avenue.
Nooteboom werd er met mate door getroffen. Dichters als Hugo Claus - die te zien is met Nu nog in de Dode Dichters Almanak dat onlangs vertaald werd als Even now - werkten echter mee. Nooteboom werd ook door de redactie vrijgelaten in zijn keuze. Hij noemt een duistere dichter uit Parijs die moeilijk begrepen werd, maar antwoordde dan dat een droom ook moeilijk te begrijpen was en dat T.S.Eliot had gezegd dat hij soms zijn eigen gedicht niet begreep. Volgens hem zijn er veel verschillende soorten poëzie, waaronder parlando gedichten of gedichten met een vox humana zoals van Szymborska, van wie we ook een gedicht horen.

Brands vraagt wanneer hij met reizen ophoudt.
Nooteboom zegt dat hij op een bepaald moment wel opgehouden zal worden. Hij komt net van een festival in Krakau, waar Szymborska woonde. Ze is te zien in een gedicht over Auschwitz waar ze in de buurt woonde. Daarin beklemtoont ze de namen van de gevangenen. Ze geeft hiermee aan dat het om individuele mensen gaat.

Brands zegt dat er onbekenden waren die gedichten inzonden.
Nooteboom vertelt van een secretaresse die boos was omdat hij inzendingen vrij snel afkeurde. Hij zei tegen haar dat zij als huisvrouw toch ook meteen zag of vis wel of niet goed was.
Nooteboom kreeg ooit een inzending van Adrie van der Heijden en wist die het kwaliteit had. Van der Heijden wilde met zijn pseudoniem in de Avenue. Nooteboom raadde hem dat af omdat men hem als een vertaalde Italiaan zou zien. Van der Heijden bleef echter bij zijn standpunt, al veranderde hij dat later in zijn carrière.

Brands citeert de tweede strofe van Trinidad, hieronder integraal weergegeven en vraagt of Nooteboom wel eens levensmoe is.
Nooteboom zegt dat veel mensen op reis dat herkennen. Hij herkende zich in het boekje van Bas Heijne over Couperus die ook veel reisde maar veel minder gecontroleerd werd en door kruiers werd bijgestaan.

Brands vraagt of de denkende jongen uit het Gooi nog altijd in hem zit.
Nooteboom beaamt dat, al is er veel kennis overheen gekomen.

Alberto Manguel schreef in verband met het jubileum van Nooteboom het essay Verjaardagsbrief aan Cees Nooteboom. Piet Piryns voerde een marathongesprek met de schrijver en sloeg dit neer in Met lopen nooit meer opgehouden. Die laatste titel slaat op de tweede regel van een gedicht van Nooteboom dat begon met: God wat een kleine schoentjes. Nooteboom merkt op dat de foto op de omslag afkomstig is van een droge woestijn in Chili. 

Hier het hele gedicht Trinidad uit de dbnl:

Dit ben ik vaak geweest:

een man op een landweg,

een man in een vliegtuig,

een man met een vrouw.



En dit ben ik vaak geweest:

een man die zich onder een steen

wou verbergen

om geen licht meer te zien.



Deze twee mannen,

ze dragen mijn koffers,

ze lezen mijn kranten,

ze verdienen mijn brood.



Samen trekken we

door het geluid en de lucht van de wereld

op zoek naar het onzichtbare standbeeld

waar ze alledrie opstaan

in de gedaante van één.

Hier de website van Cees Nooteboom, waarop het boekje van Manguel Alles voor het eerst wordt genoemd. Met, zoals ik elders vond, als ondertitel Geen verjaardagsbrief voor Cees Nooteboom.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen