Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 20 november 2012

Thomas Rosenboom over De rode loper, VPRO-Boeken, 18 november 2012


Over zwanen die de stad niet meer uit kunnen komen

Wim Brands is 59 jaar oud en weet nog dat de lichting van zijn jaar, 1973 niet in dienst hoefde. Hij denkt dat het publiek dat voor deze keer vanwege het Crossing Border festival in de Haagse bibliotheek aanwezig is, ook veel zal herkennen in de nieuwe roman van Thomas Rosenboom, die voor de verandering in de twintigste eeuw speelt en gaat over een man die meer verloren heeft dan hij bezit maar tegen de stroom in blijft zoeken naar geborgenheid.

Thomas Rosenboom, 56 jaar oud, heeft het over de lichting die in 1973 van school kwam. Twee van hen hadden hetzelfde toekomstbeeld, ze wilden meteen de bijstand in. Niet dat ze lui waren, de een ging aan het werk als roadie, de ander als journalist, maar ze deelden hetzelfde toekomstbeeld. De bijstand in, dat kon toen nog als je van school kwam.

Je zat dan ook meteen in het ziekenfonds, zegt Rosenboom, die zelf ook roadie was geworden als hij meer talent had gehad. Zijn bandje oefende alleen op zaterdagavond. Graag had hij de hele week in de raamloze oefenruimte doorgebracht. 

Brands refereert aan een radioprogramma met Wim Noordhoek waarbij Rosenboom een nummer van de Rolling Stones ten gehore bracht, maar op de verkeerde toon.
Rosenboom had een diep verlangen een bekend bandlid te zijn. Voor de presentatie van zijn boek nodigde hij Barry Hay van de Golden Earring uit en overhandigde hem het eerste exemplaar.
Ooit speelde zijn band in hun voorprogramma en onbedoeld deden ze een nummer van de Earring, tot ongenoegen van het publiek natuurlijk, dat het nummer goed kende.

Brands vraagt waarom Rosenboom een modern boek heeft geschreven.
Omdat het er eerder niet uitkwam. Het was ook een vreemde periode met democratisering en de winning van aardgas, dat Nederland tot een rijk land maakte. Men gaf aan de sociale dienst een beroep op waarbij je geen werk kon krijgen. Zelf studeerde Rosenboom psychologie, maar veel werd het niet. Hij had al zijn tijd nodig om vriendschappen op te bouwen. Daarna volgde het schrijverschap.

Brands vraagt hem naar het concept van De rode loper.
Het begint met een underground cinema, een idee van de roadie. De journalist komt erbij en raadt hem aan beelden uit te zenden van het publiek dat over een rode loper het gebouw binnengaat. Het is een beetje Andy Warhol-achtig.
Rosenboom kwam erop toen hij een paar jaar geleden op een filmfestival in Vlissingen iets dergelijks beleefde en herhaalde dat tijdens zijn boekpresentatie. Gesprekken verstommen als men zich zelf in beeld ziet. Film is belangrijker dan de werkelijkheid. De roadie maakt ook huwelijksreportages waarin men in het tweede deel naar het eerste deel kijkt. Zo zijn mensen.

Brands vindt dat een dodelijke opmerking maar heeft zeer om het boek gelachen. Over een onderlaag van jongens die goed beginnen, maar slecht terechtkomen. Het is geen vrolijk boek.
Rosenboom beaamt dat de tragiek permanent in zijn werk verankerd zit.

Zou het wel eens goed kunnen aflopen? vraagt Brands.
Het is ook niet helemaal slecht, zegt Rosenboom. Het lukt bijna.

Dat herinnert Brands aan een observatie van Rosenboom over zwanen in de Amsterdamse gracht die de brug niet over komen omdat de startbaan te kort is. Hij noemt die observatie de glanzende kiemcel van het werk van Roosenboom. Zelf zou de schrijver een boek willen schrijven over iemand die wel de brug overkomt.  
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen