Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zondag 3 april 2016

Recensie: Vogeljongen (2016), Guus Bauer



Schets leven van zakenman met locked-in syndroom blijft onevenwichtig

Guus Bauer timmert alweer enige tijd aan de weg, niet alleen als recensent maar ook al schrijver van romans. Zijn laatste boek Vogeljongen gaat over een zakenman die na een overval in de buurt waar hij opgroeide, met een locked-in syndroom in het ziekenhuis terecht komt. Hij is afgesloten van de buitenwereld maar heeft nog wel de beschikking over zijn geheugen zintuigen, al is hij er niet helemaal zeker van of die laatste hem van dienst zullen blijven. In de kamer waarin hij alleen ligt, heeft hij alle tijd om zijn leven te overdenken.

Bauer wisselt de scènes in het ziekenhuis, waarin de man liefdevol verpleegd wordt door een verpleegster die hij Lavendel noemt, af met een chronologische schets van de jongen, die opgroeit in een nieuwbouwwijk in Amsterdam West en wel in het katholieke gezin van een zorgzame postbode en een getraumatiseerde moeder. Het is de tijd van de vroege jaren zestig, die meer lijken op de jaren vijftig, toen alles nog een vaste plaats had en de kerk zijn invloed uitoefende op de parochie waar de postbode en zijn gezin deel van uitmaakte. De stilte in het gezin is geladen. De ik figuur is een nakomertje en heeft een oudere zus die al op de kweekschool zit. Schuldgevoelens zitten de jongen al vroeg in de weg. Hij is als een vogel, gevangen in een kooi. De dood van de vader is smartelijk en brengt de ik figuur op een kostschool, omdat hij op het lyceum niet te handhaven is.

Het is jammer dat de gebeurtenissen op het bisschoppelijk college, waar ik zelf een aantal jaren eerder mijn jeugd doorbracht, ontsporen. Herkenbaar waren elementen zoals de kleine en de grote kant en de snackbar Vita Nova waar men de tekorten van de slechte maaltijden kon aanzuiveren. In de surveillant Witlok herkende ik de sympathieke Volendammer Tol. Nu hoeft de situatie niet realistisch te worden weergegeven, maar in dit geval is er sprake van een een stijlbreuk. De sfeer op dit internaat wordt bij Bauer absurdistisch of in ieder geval licht vervreemdend, terwijl de tragiek van vriendje Dolf, een jongen met rijke ouders die gelijk met hem aankomt en door de ik-figuur ook een vogeljongen wordt genoemd, op zich groot genoeg is. Het is de tijd van de geslachtsrijpheid waarin de lichaamsveranderingen om aandacht vragen en bij de ik-figuur angst veroorzaken:
In bed wordt mijn piemel ineens een stuk groter en hard. Ik durf er niet aan te komen. Een vogeltje dat tegen mijn raam is aangevlogen en op het balkon doodging, was toen ik het een paar uur later langs moeder smokkelde om het in de binnentuin te begraven ook helemaal stijf.’

De ik figuur heeft een sterke behoefte een eigen schuilplaats die verband houdt met de Tweede Wereldoorlog. Deze speelde een rol in het leven van de vader en veroorzaakte ook het trauma van de moeder. De scènes uit de jeugd zijn levendiger dan de stilstand die in het ziekenhuis heerst, waar de ik-figuur na een week coma al twee maanden naar het plafond ligt te kijken, al is er dreiging om de slangen uit zijn lichaam te trekken. Af en toe komt zijn zus met haar man op bezoek of een schoolgenootje van vroeger. Wat betreft de rijkdom van beelden valt er in de roman maar weinig te genieten. Alleen in het begin lezen we iets over de gangreserve van een horloge die in verband wordt gebracht met de toestand van de hersenen van de ik-figuur, maar verder ben ik weinig interessante observaties tegengekomen.

Erger is het dat de roman onevenwichtig wordt doordat de twee delen nogal los van elkaar staan. Dat komt ook omdat er geen vertelling ontstaat in de korte hoofdstukken. Het is te veel aanstippen in plaats van vertellen, zoals in het geval van Dolf. Het blijven fragmenten in plaats van een verhaal waarin de lezer kan wegzinken. En dat is toch de opgave die aan een schrijver gesteld wordt.





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen