Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



woensdag 20 april 2016

Nelsons No. 5 (2015), documentaire van Carmen Cobos


Lets dirigent begeesterd door een parodistische symfonie van Sjostakovitsj

Carmen Cobos maakte een boeiend portret van de Letse dirigent Andris Nelsons tijdens een bliksembezoek aan Amsterdam waar hij met het Koninklijk Concertgebouworkest de Vijfde symfonie van Dmitri Sjostakovitsj uitvoert. De bevlogenheid van Nelsons is groot en aanstekelijk. Naast beelden van de repetities en de uitvoeringen spreekt Cobos de drukbezette dirigent over zijn achtergrond en muzikale ideeën.

Aan het begin van de documentaire wordt Nelsons opgehaald van Schiphol. Na de laatste uitvoering moet hij meteen naar zijn vrouw en zijn bijna driejarige dochtertje in Riga, want de dag daarop moet hij alweer aan het werk in Berlijn. Soms weet hij niet meer waar hij woont. Gelukkig sms-t hij veel met zijn vrouw en vindt hij skypen met zijn dochtertje het einde. Meteen daarna gaat het over de opening van de Vijfde symfonie die volgens Nelsons een statement is, gelijk de leuzen die door Lenin werden uitgevaardigd. Het brengt Nelsons tot de uitspraak dat alle vijfde symfonieën over het noodlot gaan. Ook de Vijfde van Beethoven en Mahler dragen zo’n karakter. 

Nelsons vertelt dat Sjostakovitsj in de idealen van de revolutie geloofde, maar daarin bedrogen werd en daarmee in strijd kwam, zoals Julian Barnes in de roman Het tumult van de tijd (2016) laat ervaren. De grijze dag, die Nelson waarneemt in de wagen waarmee hij naar de repetitie gaat, is zeer geschikt voor deze symfonie. Het eerste deel heeft iets onvermijdelijks, zoals bij een noodlot hoort. De kille melodie die op de leuzen volgt, vertelt over een gekwetste ziel. In het volgende deel is er meer warmte in de violen die aangeven dat er ook hoop is. Nelsons wil tijdens de repetities niet teveel praten, ook al barst hij bijna van de ideeën, want dat wordt vaak niet gewaardeerd door de orkestleden, maar hij moet wel onder de huid van de componist kruipen.

Hij vertelt over zijn jeugd die zich tot zijn twaalfde in de Sovjet tijd afspeelde en waarin hij geloofde dat Lenin God was. Ze bewoonden met vier personen een kamer in een flat en deelden de keuken en de wc met de buren, maar er was wel ruimte voor cultuur, sport en muziek. De Vijfde symfonie is een parodie. De blijdschap is niet echt. Het onbehagen moet in de vertolking naar voren komen. De sfeer is hard en ijzig. Het derde deel is het meest dramatisch. Het is pijnlijk, droevig, deprimerend, maar ook… verder komt Nelsons niet want de beelden van de repetitie vallen over hem heen. Het vierde deel moet overdreven worden, niet te beschaafd, maar dwingend klinken. De laatste herhalende noten in het vijfde deel geven een hersenspoeling aan. Er is discussie over het karakter van het eind, heroïsch of dramatisch, maar voor hem heeft het alles met overleven te maken.

Hij heeft zich voor de uitvoering niet goed geschoren. Dat hoort bij Sjostakovitsj, zegt hij tegen de grimeuse. Hij vertelt dat hij tot de laatste generatie hoort die de Sovjettijd heeft meegemaakt. Het geeft een ander besef van de geschiedenis. Hij denkt dat er geen perfect systeem bestaat. Een droom is alleen te verwezenlijken door hard te werken, niet door te netwerken. In Riga had hij geen idee hoe men in andere landen leefde. Daar was het belangrijk om een beroep te leren om succes te hebben. Als trompettist blies hij tot bloedens toe op zijn lippen en na zanglessen wist hij dat het zijn droom was om dirigent te worden. Niet om te leiden, want daar is hij te verlegen voor, maar om zijn betrokkenheid te ervaren. Zijn ontwikkeling is natuurlijk verlopen. Er zijn verleidingen, maar daar laat Nelsons zich verder niet over uit.

Voor de uitvoering overlegt hij met de harpiste over de snelheid van haar solo. Na afloop biedt hij haar zijn boeketje bloemen aan. In de lift drinkt hij een fles water leeg en in zijn kamer trekt zijn natte jasje uit. Elk concert is anders. Hij bekent dat hij zenuwachtig was voor aanvang maar dat het orkest geweldig speelde. Na het afscheid van de leden haast hij zich naar de douche. Hij stopt een pop voor zijn dochter in zijn koffer en zegt dat hij de muziek beter interpreteert door het gewone gezinsleven dat hij leidt. De omgang met zijn dochter is daarvoor een beter uitgangspunt dan als een kluizenaar in een afgesloten ruimte te leven. Dat hij zelf zijn schoenen poetst illustreert zijn uitspraak.         

Hier de site van Cobos met daarop een trailer van de documentaire, hier mijn bespreking van Het tumult van de tijd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen