Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 25 juni 2013

Het Filosofisch Kwintet: Instituties en identiteit, Human, 23 juni 2013



Leven in een verkruimelde samenleving

In deze tweede aflevering gaat het over de rol die instituties spelen voor onze nationale identiteit. Aan tafel zijn aangeschoven: politiek filosoof Govert Buijs (zie foto), socioloog Jan Willem Duyvendak en de Amerikaanse historicus James Kennedy die in Amsterdam Nederlandse geschiedenis doceert. Het is alleen al leuk van Het Kwintet om de gasten eens te zien en te horen.

Clairy Polak begint zoals inmiddels gebruikelijk is met een voorbeeld en wel over de politieke standvastigheid van haar gasten tijdens verkiezingen. Buijs zegt dat inmiddels veertig procent van de kiezers zweeft en dat hij ook kritischer is in zijn keuze voor een partij. Duyvendak zegt dat de behoefte groter wordt om zijn lidmaatschap voor zijn partij op te zeggen naarmate hij het met meer programmapunten oneens is, Kennedy werd afgeraden om lid te worden van een partij. Als Amerikaan mag hij alleen met lokale verkiezingen meedoen.

Polak vraagt wat de verkruimeling van ons politieke landschap betekent.
Ad Verbrugge zegt dat de politiek minder kan uitgaan van volmachten, maar steeds weer de kiezer voor zich moet winnen. Dit betekent ook een vluchtiger leiderschap.

Polak vraagt welke instituties men, naast de politieke partijen, belangrijk vindt.   
Kennedy noemt een hele rits, van de rechterlijke macht tot vakbonden en kerken, Duyvendak die organisaties die een normerende invloed hebben zoals het huwelijk, Kennedy de banken: instituties ontstaan omdat men zaken niet alleen kan regelen, maar die leiden wel tot de vraag of zo’n institutie het probleem nog wel oplost, zoals in de huidige tijd met de banken het geval is.

Dan het verband tussen institutie en identiteit.
Buijs zegt dat dit verband vroeger duidelijker was en nu meer wordt samengesteld. De zuil van vroeger die een volledige identiteit verschafte bestaat niet meer. Men is lid van verschillende organisaties. Duyvendak meent dat alleen een normerende institutie van belang is voor onze identiteit. Naarmate een organisatie meer nadenkt over normen wordt die institutioneler. Kennedy denkt dat banken met hun morele code zoiets willen betekenen. Tegenwoordig zitten we volgens Duyendak in een institutionele leegte. Door het wegvallen van kerk en zuil moet men meer op eigen benen staan. Buijs meent dat het tegenwoordig meer om emotie gaat zoals bij de oranjegekte rond de voetbal en het koningshuis. Verbrugge ziet dat meer als een sublimatie van de onzekerheid over de eigen identiteit.

Wat is er van de oude instituties geworden?
Verbrugge meent dat zuilen vroeger zorgden voor identificatie en activiteiten. Nu zijn we allemaal consumenten geworden. Het morele verschuift naar lichte gemeenschappen, waarbij men niet al te zeer gebonden is. Volgens Duyvendak laten we ons minder gezeggen dan vroeger. Kennedy spreekt van een betrekkelijke betrokkenheid, waarbij men niet teveel plichten op zich wil nemen. Buijs ziet een verschuiving van collectieve anarchie van de zuilen naar een individuele anarchie.

Wat zijn de gevolgen hiervan?
Volgens Duyvendak kunnen we wel in een verkruimelde samenleving leven, alleen zijn daarin weinig articulatiemogelijkheden. De vraag naar onze identiteit wordt knellender, maar men mag het gelukkig met elkaar oneens zijn. Buijs illustreert onze onzekerheid over onze identiteit aan de hand van de mistige inhoud van de inburgering. Volgens hem wordt burgerschap tegenwoordig meer opgelegd en ontwikkelen burgers ook zelf meer initiatieven. Duyvendak brengt een ode aan de verzorgingsstaat, die voor solidariteit met elkaar stond. Verbrugge ziet na de afslanking ervan een terugkeer naar het dorpse, de lokale verbanden.   

Verder gaat het om de opvang van etnische groepen die een eigen identiteit meebrengen die als gevaarlijk wordt gezien in ons redelijk identiteitsloze landje.  

Het was jammer dat er geen relatie werd gelegd naar de economie die collectiviteit afbreekt en iedereen tot een redelijk willoze consument maakt, maar verder was het een coherente uitzending en dat is wel eens anders geweest.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen