Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zondag 17 maart 2013

Recensie: Wat hebben we weer genoten (2012), Pepijn Vloemans



Pleidooi voor een ontdekkingsreis

Pepijn Vloemans neemt - zoals de titel al aangeeft - stelling tegen de westerse massatoerist dat voor weinig geld de wereld overvliegt op zoek naar zon en zee in vakantiecomplexen die ontworpen zijn door geldmagnaten die de inkomsten opstrijken en de plaatselijke bevolking straatarm laat.

Pepijn doet het anders. Voor hem niet het gemak, geen zorgeloze vakantie, geen toeristische eenheidsworst, maar een ontdekkingsreis om - na een afwijzing op een sollicitatie - te ontsnappen aan de keurig aangeharkte en van elk gevaar ontblote westerse consumptie maatschappij. Daarvoor zijn er wellicht geen geschikter oorden dan het droge Soedan en het bureaucratische Ethiopië, met daaraan vast gekoppeld een bezoek aan het nauwelijks erkende Somaliland en het gevaarlijke Eritrea. In dat laatste land begrijpt men helemaal niet wat een Europeaan komt doen. De stroom reizigers gaat immers de andere kant op.

Behalve dat het reizen door armoedige streken een gevaar inhoudt voor de gezondheid en diefstal is een reisboek schrijven ook een riskante onderneming, waarin het gevaar van herhaling dreigt. En toen en toen en toen. Vloemans ondervangt dit. Niet met seksuele escapades met jonge westerse hulpverleensters zoals bijvoorbeeld Denise in Addis Abeba, maar door literaire verwijzingen, onder andere naar schrijvers als Thomas Mann, Flaubert en George Orwell of de oorlogscorrespondent Evelyn Waugh en de Britse ontdekkkingsreiziger Wilfred Thesiger die een autobiografie schreef over zijn Afrikaanse ervaringen. Vloemans heeft zelf tien boeken in zijn rugzak, waaronder een biografie over Samuel Johnson die de moeite waard moet zijn. Die boeken komen goed uit want anders dan gedacht speelt verveling tijdens het reizen een belangrijk element, zo ondervond Waugh al. De vele tijd om te piekeren brengt Vloemans op allerlei verbanden in de eigen cultuur, zoals deze: ‘Comfort opent deuren naar fijnzinniger psychologisch lijden, evenals de behoefte aan meer afleiding.’ Wellicht bestaat de functie van cultuur erin om leegte te bezweren.

Pepijn Vloemans leren we ook zelf aardig kennen. Hij loopt graag hard, kauwt graag op qat en kan wel eens woedend uitvallen als de laksheid hem teveel wordt, bijvoorbeeld als hij in een minibusje zit dat maar niet vertrekt omdat er nog één plaats open is en dat vervolgens na vertrek bestormd wordt door drie personen die ook nog mee willen, waardoor er een gevecht om plaatsen ontstaan, terwijl ze een klein stukje verder weer moeten overstappen op een andere bus. Hij strooit met oneliners: georganiseerd reizen is georganiseerde verveling en democratie gedomesticeerde woede.

Hij reist niet altijd alleen maar heeft soms gezelschap, vanaf Aswan in Egypte van Luc, een jonge zwervende Fransman die hij in Soedan weer verlaat, omdat hij in oostelijke richting gaat. In Soedan komt hij zogenaamde overlanders tegen die, zoals het woord al zegt, de reis door Afrika overland maken in terreinwagens. Volgens Vloemans zijn ze zeer gefocust op hun doelen en zien zij verder weinig meer. In Ethiopië is een nieuwsgierige toerist een handelsobject. Anderzijds is er het door Thomas Mann geíntitieerde Felix Krull effect, waardoor deuren openzwaaien voor blanken, bijvoorbeeld aan de universtiteit van Addis Abeba waar Vloemans meteen een functie krijgt aangeboden, maar zich beperkt tot een gastcollege.

Zelf stort hij zich gewapend met de Lonely Planet in het Afrikaanse leven, al trekt hij zich af en toe een paar dagen terug in zijn hotelkamer om bij te komen van de be bureaucratie, het aangestaard worden, het voedsel dat te vies is om te eten. Fraai zijn de anekdotes over een mislukt bezoek aan klooster, Ethiopiërs die hij tijdens een hardloopwedstrijd niet kan bijhouden en een ontmoeting met zuipende Duitse kolonel die met hem mee wil naar het democratische Somiland dat alleen door Ethiopië wordt erkend.

Dit boek met de ondertitel Reizen door de Hoorn van Afrika leest door de eerder genoemde elementen (literaire verwijzingen, persoonlijke mijmeringen, oneliners en anekdotes) soepel weg en geeft tegelijk een indringend beeld van het moeizame leven in het zwarte continent, geplaagd door droogte, armoede, geweld, dat vooral door onze eerdere westerse bemoeienis. Zijn laatste zin: ‘Ik geef me gewonnen’, vanuit Eritrea waar hij weer ziek geworden is, lijkt met dan ook overbodig. Hij had toch maar de moed niet de gebaande wegen te gaan, maar zijn eigen weg te kiezen.

Boeiend wellicht voor geïnteresseerden  hier mijn verslag van een fototentoonstelling in het Tropenmuseum van een eerdere tocht in 1930 door Abessinië, hier spreekt Pepijn Vloemans over zijn politieke ideeën en voor wie daar niet genoeg aan heeft hier zijn blog waarop zijn overpeinzingen van recentere datum.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen