Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zondag 20 november 2016

Theaterrecensie: De Warme Winkel speelt de Warme Winkel, Toneelschuur, 19 november 2016



Stilistische perfectie in een spiegelpaleis

Theatergroepen noemen zich veelal naar hun eerste voorstelling, zo stelt De Warme Winkel die ik in het vervolg DWW zal noemen. Zo niet DWW, bestaande uit Vincent Rietveld, Mara van Vlijmen en Ward Weemhoff. Die verwijst na dertig producties naar zichzelf en noemt de productie meteen maar haar magnus opus.

Zoals Mart-Jan Zegers in zijn inleiding in de bibliotheek van de Toneelschuur opmerkte, maakt DWW vanaf het begin van deze eeuw eclectische en postmoderne oeuvrevoorstellingen. Ze nemen een kunstenaar bij de kladden en schudden die in improvisaties helemaal uit. Ze braken in 2007 door met Rainer Maria en namen vorig jaar Tanizaki onder de loep. Dit keer grijpen ze met hun inspiratiebron Pina Bausch terug op hun vertrekpunt. Pas op het laatste moment besluiten ze hoe de voorstelling eruit komt te zien. De artistieke invulling werd dit keer ook nog onzeker gemaakt door juridische problemen.

In het begin van de voorstelling, die onder supervisie stond van Bianca van der Schoot, krijgt de toeschouwer een opname voorgeschoteld waarin die aanwezig is tijdens een repetitie waarbij we getuige zijn van zo’n improvisatie totdat Weemhoff een brief voorleest van de directeur van Tanztheater Wuppertal die bezwaar maakt tegen de uitvoering van Cafe Müller (1978) door DWW. Vervolgens spelen de stagiaires Kim Karssen, Sofie Porro en Rob Smorenberg een lange scène in het decor van Cafe Müller waarin ze met jeugdig elan diep ingaan op hun teleurstelling dat hun intentie gedwarsboomd is (zie foto Kurt van der Elst). Ze verwijzen naar de drie oude rotten die op de achtergrond aan een tafeltje met elkaar zitten te praten en af en toe een blik naar de jongelingen werpen om ervoor te zorgen dat ze niet teveel afdwalen, bijvoorbeeld over lokale kwesties. Langzaam wordt duidelijk dat de twee groepjes hetzelfde gesprek voeren, hetgeen stilistisch prachtig wordt uitgevoerd.

Spiegelen is een belangrijk onderwerp van deze productie. Dat gebeurt op vele manieren. In het begin al door Smorenberg die voor de vierde wand a capella een klassiek lied van Purcell zingt dat in Cafe Müller ten gehore wordt gebracht. Daarna in het gesprek dat de twee groepjes hebben - waarbij Karssen er heel subtiel op wijst dat de deurklinken van hen tien centimeter te hoog zitten - en nog meer en nog kunstiger in de daarop volgende scène waarin de groepjes mengen en elkaars rollen op kunstige wijze verdubbelen. Bijzonder daarbij is een smartelijke bekentenis van Karssen over een psychose op haar zestiende die haar nog steeds doet afvragen wanneer ze eigenlijk zichzelf is. Haar smart wordt bezongen door Porro die, aan de piano begeleid door Rietveld, in het lied van Purcell met de woorden: Forget my fate.

Gelukkig is er te midden van alle spitsvondigheden af en toe ook humor. Smorenberg die een mime opleiding volgt maar ook een paar jaar cabaret heeft gedaan, komt af en toe heel grappig uit de hoek en Rietveld en Weemhoff spelen twee oudgedienden van het Tanztheater, de Tsjecho-Slowaak Jan (‘Der Heber’) en de Fransman Dominique (Bonsoir) die met weemoed spreken over hun tijd bij wat eerst nog Opera House Wuppertal heette en de radicale veranderingen die Bausch met haar moderne opvattingen invoerde toen ze daar de leiding overnam. Daarop krijgen we toch nog de 49 minuten duurde dansvoorstelling te zien, gespeeld door Die Heisse Laden ofwel The hotshop.

Helaas voegt DDW zelf weinig meer toe aan Cafe Müller. Ondanks de grote inzet van het zestal en de prachtige synthese tussen filmbeeld en spel mist de replica de intensiteit van de oorspronkelijke dansvoorstelling. Zelfs een uitleg van Smorenberg - die een mooie rol vervult als bewaker van de veiligheid van dansers - over het Japanse ritueel waarbij men elke twintig jaar een tempel opnieuw opbouwt, die dus steeds nieuw blijft en het idee tart dat vooruitgang altijd verandering moet inhouden, kan het gebrek aan souplesse van de acteurs niet verdoezelen. Ondanks de sterke esthetische kwaliteit is het de vraag wat DWW precies wil zeggen en of ze eigenlijk wel iets willen zeggen. Uiteindelijk is het, zoals Zegers al opmerkte, l’ art pour l’art en dat is net te veel in een wereld die schreeuwt om duidelijke statements.  

Hier mijn bespreking van Tanizaki.

titel aangepast om 9:01 uur. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen