Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



woensdag 1 juni 2016

Alfred Birney over De tolk van Java, VPRO Boeken, 1 mei 2016


Zoon zwaar belast door oorlogsverleden vader

‘Birney schrijft al vanaf 1987 boeken en de laatste drie, inclusief Rivier de Brantas, gaan over rivieren: Rivier de Lossie (2009) en Rivier de IJssel (2010) gingen aan dit boek vooraf. In beide boeken komen dezelfde thema’s aan de orde, die ook in dit boekje weer opgepakt worden, zoals muziek en het koloniale Nederlands Indische verleden.’

Met bovenstaande regels opende ik op 20 mei 2011 mijn recensie over Rivier de Brantas. Inmiddels is er een nieuwe autobiografische roman, De tolk van Java geheten die door de dolk op de kaft door mij eerst als De dolk van Java werd gelezen. Het boek gaat over zijn vader die als tolk werd aangezocht in Java, in de oorlog met de Indonesiërs belandde, waarin hij voor Nederland vocht en na de terugkomst in Nederland de oorlog voorzette in zijn gezin in Den Haag.

Jeroen van Kan zegt dat de oorlog ook voor Birney zelf een zware last werd.
Birney antwoordt onderkoeld dat hij niet is opgegroeid met sprookjes. Hij herinnert zich de treurige verhalen van zijn vader, die zich afspeelden op Java tijdens de koloniale oorlog, de Japanse bezetting en de onafhankelijkheidsstrijd van de Indonesiërs.

Van Kan vraagt welke verhalen de meeste indruk op hem gemaakt hebben.
Dat waren de gruwelijke. Hij dacht eerst dat zijn vader ze vertelde om stoer te doen, maar later bedacht hij dat hij zich wilde verontschuldigen, al heeft hij nooit spijt bekend, zodat hij misschien toch een rechtvaardiging zocht. In die tijd konden mensen uit Indië niet bij de Nederlanders terecht die druk bezig waren met de wederopbouw en daarom zadelde hij zijn kinderen ermee op. Hijzelf groeide op in een sfeer van geweld. Zijn vader voerde een guerrillastrijd in het gezin. Hij kwam wel eens met een dolk naar boven omdat hij dacht dat zich een vijand in de slaapkamer van zijn zoon verschanst had. Zijn vrouw, een flegmatieke Helmondse, riep hem terug, maar Birney herinnert zich nog levendig de Hitchcockfilm die zich voor zijn ogen afspeelde, met de schaduw van de dolk op de muur aan toe. Later begreep hij dat zijn vader paranoïde was, dat hij tegen schimmen vocht. Op zijn vijftigste ging hij zelf aan gevechtskunst doen, om over zijn angst voor geweld heen te komen.  

Van Kan begint over de bemoeienis van Birney met de memoires van zijn vader, waarin hij zegt dat zijn vader ook slachtoffer was, met wie hij geen medelijden voelde, maar later in het boek blijven die mededelingen uit.
Birney antwoordt dat hij pas in het laatste deel samen met zijn tweelingbroer de balans opmaakt. Zijn broer geloofde dat zijn vader waarheidsgetrouw over zijn ervaringen schreef, maar hij zelf niet. Hij kijkt wel anders aan tegen zijn vader die ingehuurd werd door de mariniersbrigade om te tolken maar met een geweer de oorlog werd ingestuurd en een vrijbrief kreeg om tegenstanders te mishandelen. Het brengt Birney erop dat de verhoren het ergste zijn in de oorlog omdat men direct contact heeft met de vijand.

Van Kan vraagt met welk gevoel Birney daar naar kijkt. Hij herinnert zich dat hij een vrouw met kind doodde omdat een vrijheidsstrijder zich achter hen verschool.
Birney begrijpt daar niets van, evenmin als van de mishandeling van gevangenen. Dit boek is een poging om er iets van te begrijpen. Het heeft tot inzicht geleid. Birney ziet het leven vooral als een beleving. Wat rest is aanvaarding.

Hier mijn volledige recensie van Rivier de Brantas op de site van Literair Nederland.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen