Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



donderdag 9 juni 2016

Die ellende is een goudmijn (2013), documentaire van Hans Polak


Hoboïst met onverwoestbare natuur, knap gevangen met de camera

Hans Polak die op 1 april j.l. op zeventigjarige leeftijd overleed, maakte de laatste jaren boeiende documentaires, onder andere over striptekenaar Dick Matena en kindsoldaat Herbert Curiël. Daarvoor maakte hij Die ellende is een goudmijn, een zeer imponerend portret van hoboïst Han de Vries (1941), dat de ondertitel Over de levenskunst van Han de Vries draagt.

Polak begint in het Cuypershuis in Amsterdam waar De Vries woont. Pierre Cypers ontwierp het huis in 1881. De Vries zit achter de piano terwijl een gids van Open Monumentendagen de bezoekers rondleidt op de begane grond. Een van hen bekijkt een collage van De Vries waarop een ansichtkaart uit Westerbork van een mevrouw De Winter aan mevrouw De Vries te zien is.

De Vries neemt de cd box in ontvangst waarin zijn levenswerk zit opgeslagen. Hij zegt dat hij veel dank verschuldigd is aan zijn leraar Jaap Stotijn, die een vaderfiguur voor hem was. Op de presentatie van de box spreekt hij op blitse schoenen de aanwezigen toe. Hij verwijst in een grap over het feit dat er weinig hoboïsten aanwezig zijn naar dirigent Bruno Walter, die eens bankiers uitnodigde op een feestje. Walter zei dat hij, als hij musici uitnodigde, het altijd over geld moest hebben. Een aanwezige zegt dat De Vries behalve de beste hoboïst van Nederland ook de grootste clown had kunnen zijn.

De Vries tekent en schildert na zijn afscheid als hoboïst. Hij vraagt zijn vrouw Iki Freud, die hem ontmoette tijdens het Prinsengrachtconcert in 1993, om haar mening over een tekening, maar zij laat zich er niet over uit. Wel over het feit dat hij veel kletst als hij een paar glazen wijn op heeft. Later zegt De Vries dat hij wat dat betreft lijkt op zijn vader die ook een stevige drinker was. Rosita Steenbeek raadde hem aan les te nemen bij Robert Webster en dat heeft hij gedaan. Tekenen is een vorm van expressie die hij in het begin van zijn leven uitoefende en die hem weer terugbrengt in het verleden. Hij werkt aan een collage van brieven van zijn grootvader uit Westerbork die geschreven zijn op boekhoudvellen waarop de termen transporteeren en getransporteerd voorkomen. Zijn vader werd opgepakt voor zijn geboorte en naar een kamp in de buurt van Berlijn getransporteerd. Han zag hem pas na de oorlog voor het eerst. Zijn moeder zat ondergedoken in Amsterdam en zelf was hij ondergebracht bij een christelijk gezin in Amstelveen. De gedachte of hij later nog zou worden opgehaald ontroert hem danig. 

Hij gaat terug naar huisgenoten van na de oorlog in de Prins Hendriklaan. De zusters Suze en Miranda Krug vertellen over zijn moeder die hem veel alleen liet en dat Han vaak zat te tekenen of boven hun hoofd op zolder zat te drummen. Suze zegt dat zijn moeder jaloers was op zijn talenten. Han vertelt aangedaan over een compositie van zijn vriend Willem Breuker die hij de titel Wuivend riet meegaf, naar de bijnaam van zijn lange dunne vader in het concentratiekamp.

In de wereld van de uitvoerende kunsten paste het niet om het over de eigen gevoelens te hebben en dus hield hij die veertig jaar binnen. Inmiddels ervaart hij de ellende als een goudmijn. Hij tekent en schildert met plezier, al valt er ook wel eens een traan in de namiddag. Verder geniet hij van autorijden, vooral door de P.C.Hooftstraat, en racefietsen. Zijn fietsmaat Richard zegt dat hij Han op sleeptouw neemt omdat die anders zijn huis niet uitkomt. Met Marte Röling overlegt hij over de keuze van werk voor een expositie. Hij tekent veel verdwijnende figuren. Dat heeft te maken met een tweevoudige verlating, eerst in de oorlog en daarna door de scheiding van zijn ouders. Tenslotte zien we nog werk van hem dat hij aan het Joods Historisch Museum heeft geschonken. De Vries is een voorbeeld van een man met een onverwoestbare natuur, die knap gevangen is door Hans Polak.

Hier mijn bespreking van Dick is Boos (2015), hier die van Kindsoldaat van Hitler (2014). Hans Polak was de vader van Sacha Polak die de film Hemel en de documentaire Nieuwe tieten maakte. Hier mijn recensie van Hemel (2011), hier mijn bespreking van Nieuwe tieten (2013).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen