Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 6 juni 2016

Piet Schrijvers over De dichter als vakman, VPRO Boeken, 5 juni 2016


Tactvolle moralist Horatius nog steeds vaak aangehaald

Jeroen van Kan heeft, naar aanleiding van de 47 ste editie van Poetry International, latinist Piet Schrijvers uitgenodigd om te praten over een werk van Horatius (65-8 v. Chr). In De dichter als vakman gaat het, zoals de ondertitel aangeeft, om de vraag wat goede poëzie goed maakt, of dat talent is of techniek.

Van Kan vraagt Schrijvers of deze vertaling, gezien diens levenslange omgang met Horatius, nog iets toevoegt aan zijn kennis van deze dichter.
Schrijvers antwoordt dat hij op de vierkante centimeter werkt en dat hij de nuances van Horatius steeds beter gaat begrijpen. Horatius is een moralist met gevoel voor mensen, die zijn kritiek niet plompverloren spuit, maar die subtiel verpakt. Ondanks soms harde wetenschappelijke uitspraken wijst hij anderen met tact op hun tekortkomingen en kiest hij een persoonlijke benadering als hij iemand troost die dood gaat.

Van Kan recapituleert dat Horatius met zijn spot niet verder ging dan een grens en zegt dat het boekje invloed heeft gehad op latere generaties.
Schrijvers dateert het werkje op het hoogtepunt van de klassieke Romeinse periode, waarin keizer Augustus aan de macht was. In die tijd werd veel poëzie geschreven. Horatius was zelf onnavolgbaar was met zijn Oden en diens uitspraken en spreuken staan nog steeds vermeld achterin de dikke van Dale omdat zijn metrische patronen gemakkelijk te onthouden zijn. Hij gaat in tegen het amateurisme dat met veeldichterij gepaard gaat en wil het peil opkrikken. Hij deed dit door middel van een brief aan een adellijke familie die druk meedeed met het dichten.

Van Kan zegt dat sommige aspecten van de inhoud tijdsgebonden zijn, zoals over de spraakkunst.
Schrijvers heeft in zijn Uitleiding uitspraken van Horatius geconfronteerd met ideeën uit de romantiek. In de klassieke tijd hanteerde men een retorische invalshoek terwijl de romantici hun gevoelens wilden uiten, zoals we nog steeds wel zien in bundels waarin het niet om een boodschap of om de techniek gaat. Horatius benadrukt de verhouding tussen dichtwerk en lezer en vindt dat poëzie een boodschap moet uitdragen.

Van Kan merkt op dat de term engagement angstvallig vermeden is.
Schrijvers noemt zichzelf een nurkse moralist, misschien nog wel erger dan Horatius, maar zegt dat het bij Horatius niet om politiek engagement gaat, al was hij het wel eens met keizer Augustus, die in tegenwoordige visies nog altijd een omstreden figuur is. Schrijvers noemt het een wonder dat Horatius in de gunst van de keizer kwam, nadat hij eerder partij had getrokken voor de moordenaars van Caesar.

Van Kan typeert de stijl van Horatius als een strikte vorm gekoppeld aan harmonie.
Schrijvers houdt wel van vormelijke poëzie, zoals die van Ida Gerhardt. Door de metrische dwang ontstaat meer expressie. Toch kan hij ook de poëzie van Lucebert zeer waarderen vanwege de vervreemding die eruit spreekt. Zelf vertaalt hij met zijn oor en is gevoelig voor klank en ritme. Hij vertaalt voornamelijk poëzie. Dat is een intensieve bezigheid. Hij noemt dat topsport waardoor hij in een manische flow komt.
 
Hier mijn verslag dat Wim Brands vijf jaar eerder met Piet Schrijvers had over De natuur van de dingen van Lucretius.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen