Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



woensdag 22 juni 2016

Henk Hofland over De kronieken van S. Montag, VPRO Boeken, 14 februari 2010


Een vorstelijk weerzien van twee literatoren, zo pas nog in de bloei van hun leven

Ter gelegenheid van het overlijden van Henk Hofland (1927-2016), die schreef onder de naam H. J. A. Hofland en onder het pseudoniem S. Montag elke zaterdag een column in de NRC vulde, hierbij een gesprek dat Wim Brands met hem had over zijn boek De kronieken van S. Montag (2010) met als ondertitel Nederland 1975-2010. Geert Mak zegt daarover in zijn inleiding het volgende: Montag's kronieken vormen een boek dat gaat over het plankton van de geschiedenis. Een boek over de mini-gebeurtenissen die de grote verhalen voeden, de kleinigheden die alles zeggen, de zo snel vergeten lijfgeur van het verleden. Jan Tromp noemt Hofland vanmorgen in de Volkskrant de beste stilist van Nederland.

Brands begint over een toespraak die Hofland op 4 mei zou houden, maar die hij geweigerd heeft.
Hofland zegt dat men zijn toespraak wilde inzien en dat hij dat weigerde. Hij denkt dat men bang was dat hij iets zou zeggen dat tegen het zere been van terroristen zou zijn, maar vindt dat absurd en zegt dat we daarvoor niet op de wereld zijn.

Brands vraagt of dit een teken des tijds is.
Hofland antwoordt dat ook in de jaren vijftig wel gecensureerd werd, maar niet vanuit angst voor fundamentalisten of andere idioten die denken dat ze een barrière moeten slechten. Hij vindt zichzelf geen opruier, zeker niet in zo’n situatie. Hij weerspreekt het vermoeden van Brands dat mensen die de oorlog meegemaakt hebben anders reageren dan mensen van na de oorlog, maar erkent dat ze wel een andere opvoeding hebben gehad, overigens net als mensen die voor of na de val van de Muur opgegroeid zijn. Hij komt als vanzelf te spreken over het bombardement op Rotterdam, waar hij werd geboren. Zijn ouders zaten met hem onder aan de trap. Na een bominslag nabij, die de veengrond deed golven, rende zijn vader het huis uit, gevolgd door zijn moeder en hijzelf, dus het was geen vrouwen en kinderen eerst, zegt Hofland met een kwinkslag. Ze doken vervolgens in een provisorische loopgraaf die door mariniers was gegraven en gingen daarna met de buren in hun auto naar de polder, waar hij met een lorrie speelde die door tuinders werd gebruikt. Uit angst voor plundering gingen ze terug naar de stad, die inmiddels in brand stond. Hij ging naar het gebombardeerde huis in de buurt en zag daar twee legervoertuigen op hun rug. Hij stal een lampje van een achterlicht.

Brands merkt op dat Montag geen relschopper is en vraagt of hij door de oorlog argwanend geworden is.
Hofland antwoordt dat Montag door het leven argwanend is geworden en liever wat afstand houdt. Hij is zeker geen spontane omhelzer of iemand die een ander door de telefoon meteen met de voornaam aanspreekt.  

Brands komt terug op de geboorte van zijn alter ego.
Hofland vertelt dat Montag het licht zag in een tijd dat Nico Scheepmaker een kritisch stuk schreef over de kroonprinses en daarvan niets wilde terugnemen, zodat Hofland hem moest ontslaan en zelf een rubriek moest vullen. Op zoek naar een pseudoniem zag hij een advertentie in The Observer van een bankiersbedrijf dat Samuel Montague heette. Die naam vond hij aardig als het de laatste twee letters eraf haalde. Montag heeft een vaste leeftijd van net nog geen zestig, als men de wilde haren kwijt is, maar de verbazing nog niet.

Brands zegt dat de verbazing in de columns van Montag steeds terugkomt. Hij las over een discussie over vernieuwing die geen zin heeft.
Volgens Hofland is vernieuwing een voldongen feit en dient men zich te verstaan met de nadelen. De digitale revolutie heeft naast afzichtelijke ook goede kanten, zoals Wikipedia en email.

Brands zegt dat Montag vaak in de tram zit.
Hofland zegt dat hij ook met bus en trein rijdt. Het openbaar vervoer biedt een venster op de wereld en daarom mag daar nooit televisie in komen. Buiten is altijd wel iets verrassends te zien. Hij vertelt een anekdote over een Belgische trein met vieze ramen die hij eerst schoonmaakte voordat hij de conducteur het sein gaf de reis te beginnen.

Brands neemt afscheid van de man die altijd kon zeggen hoeveel handdrukken men weg is van een ander en vraagt hoeveel handdrukken hij weg is van Stalin.
Twee, zegt Hofland beslist. Hij gaf zelf ooit Gorbatsjov een hand en neemt aan dat die Stalin wel eens de hand heeft geschud. Hetzelfde geldt voor Marilyn Monroe via John F. Kennedy, al noemt Hofland dat opeens één handdruk.

Hier de pdf van het essay 14 mei, dat Hofland in 2007 over het bombardement op Rotterdam schreef, hier De smaak van de tijd. Over de kronieken van Samuel Montag, een aantal fragmenten uit de inleiding van het boek van de hand van Geert Mak.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen