Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



vrijdag 3 juni 2016

Kijken in de ziel: schrijvers (maart en mei 2016), tweedelige gespreksserie van Coen Verbraak


Ter gelegenheid van de Boekenweek 2016 heeft Coen Verbraak een zevental schrijvers uitgenodigd om te vertellen over hun vak. In de bibliotheek van het Letterkundig Museum in Den Haag voelt hij in alfabetische volgorde Adriaan van Dis, Arnon Grunberg, Kristien Hemmerechts, A.F.Th. van der Heijden (zie foto), Kees van Kooten, Saskia Noort en Jan Siebelink aan de tand over de vraag hoe men gedachten tot een roman smeedt.

In het eerste deel, dat begint met de uitspraak van Remco Campert dat schrijven kijken met de ogen dicht is, gaat het vooral over de organisatorische en materiële kant van het schrijverschap getuige de aantekenboekjes en de pennen die door de gesprekspartners getoond worden, maar gelukkig zijn er ook enkele persoonlijke ontboezemingen, zoals die van thrillerschrijfster Saskia Noort die soms zelf bang wordt van haar bedenksels in haar stille huis op Ibiza en dan weer veilig naar haar gezin in Amsterdam vlucht.

Voor Van Kooten is schrijven vooral blijven zitten tot er iets op papier staat, voor Van der Heijden is het het scheppen van een eigen universum. Van Dis benadrukt de ambachtelijke kant en ziet schrijven als het maken van een mooi kistje. Volgens Siebelink is men schrijver en kan men dat niet leren.  

Grunberg ontdekte de kracht van de taal toen hij merkte dat hij zijn moeder kon chanteren met het idee dat zij zijn oma was, anderen merkten het aan de lof die ze op school over hun opstellen kregen, Van Dis toen hij als zestienjarige een stuk schreef voor de schoolkrant over een bezoek aan een peeskamertje dat niet geplaatst werd omdat het te uitdagend was.

Hemmerechts, die inmiddels oma is, ontdekte pas op 26 jarige leeftijd dat ze voor het schrijven geboren was en doet haar ideeën vooral op in de supermarkt. Ze heeft vooral rust nodig om te schrijven, vindt de eenzaamheid geen probleem en ontmoet bij anderen wel eens achterdocht omdat ze zaken wil onderzoeken in plaats van onder het zand begraven. Voor Noort is schrijven een manier om met angst om te gaan. e Grunberg vindt schrijven een intensief proces omdat hij de emoties beleeft die hij oproept. Hij is dan ook van mening dat schrijven leven is, net zoals geldt voor Van der Heijden die schrijven als een verhevigde vorm van leven ervaart. Op dit moment wordt hij de psychopaat in zijn nieuwe boek. Grunberg herneemt met zijn verhalen de macht die hem eerder in zijn leven ontbrak. Noort geniet van haar almacht die ze voelt over haar personages en Van Dis hoort een kakafonie aan stemmen om zich heen die hij alleen maar hoeft op te schrijven. 

Siebelink leest geen andere boeken als hij schrijft, maar genoot wel van de eerste scène uit de 55-ste druk van Knielen op een bed violen. Van Kooten neemt af en toe een shot Reve en vindt niets fijner dan zijn eigen teksten te herlezen, Van der Heijden leest niet terug omdat hij het stiksel van zijn verhaal er doorheen ziet.

In het tweede deel gaat Verbraak in op de vraag of een schrijver alles kan opschrijven wat hij wil, zonder rekening te houden met zijn omgeving, maar eerst vraagt hij naar het literaire milieu waarin de schrijvers opgroeiden. Van Kooten vertelt op de hem gebruikelijke sappige manier over zijn vader die de luchtpostbrieven helemaal volschreef naar Miami waar zijn zoon en vrouw Barbara op huwelijksreis waren, Van Dis werd voorgelezen door zijn zussen en bewaart daar warme herinneringen aan, de moeder van Grunberg was een verhalenverteller en net als zijn vader een lezer, in hun huis werd de televisie uitgebannen.

Voor Van Dis gaat schrijven boven alles, Van der Heijden vindt dat zijn relatie boven het schrijven gaat, maar als Miriam niet goed had gevonden dat hij over Tonio schreef, had hij dat wellicht stiekem gedaan. Grunberg is meer een schrijver dan eenb vriend, alles kan materiaal vormen voor zijn werk, Noort gebruikt elementen van personen in haar omgeving voor haar boeken, die soms ook herkend worden door de lezer.  

Van der Heijden heeft wel familieleden gekwetst, bijvoorbeeld zijn schoonmoeder in Tonio en achteraf heeft hij daar spijt van, maar toen vond hij dat hij alles diende op te merken. In de begintijd hielp het schrijven over zijn zoon om het verlies te verwerken. Hemmerechts liet een boek over haar man van tevoren aan hem lezen en hij accepteerde wat ze over hem geschreven had. Ze vond het anderzijds moeilijk om over een psychisch zieke zus te schrijven. Van Kooten schreef over de latere verliefdheid van zijn moeder omdat hij boos was op de man die haar inpalmde. Grunberg zegt dat ook het inwonen bij zijn moeder een vorm van embedded werken was, al sluit dat een goede relatie niet uit. Siebelink zegt dat hij een seksuele relatie van een alter ego met zijn dochter goed heeft beschreven, als Verbraak meent dat het op werkelijkheid gebaseerd is. Van Dis heeft literaire manieren gevonden om te voorkomen dat hij mensen beschadigd. Noort heeft onderwerpen waar ze nog niet aan durft te komen.

Verbraak brengt een uitspraak van Mulisch ter sprake dat iedere auteur een schaduw oeuvre heeft. Grunberg zegt dat dit van hem stopte met Blauwe maandagen. Van der Heijden heeft veel ongepubliceerd werk in de kast staan waaruit hij steeds kan putten.

Grunberg had rijker kunnen zijn als hij zuinig had geleefd. Van Dis heeft uitgerekend dat hij hetzelfde verdient als een leraar op de middelbare school, van Kooten zegt dat de ontbijtkoek met steeds meer personen gedeeld moet worden, Noort is rijk geworden van het schrijven en Siebelink hoeft door het veel verkochte Knielen op een bed violen niet meer te werken. Grunberg geniet van de vrijheid, het onafhankelijk zijn, Van Dis kan zich voorstellen dat hij met zijn tachtigste stopt met schrijven maar de anderen gaan gewoon door. Van der Heijden denkt dat zijn beste werk, onder andere over de MH17, nog komt. Grunberg zegt dat de bron niet opdroogt door nieuwsgierigheid. Hij heeft het gevoel dat hij nog maar net met schrijven begonnen is.

Van Dis kan niet zeggen wat schrijven hem gebracht heeft, elke keer zet hij weer opnieuw zijn personages in zo goed mogelijke zinnen neer. Voor Hemmerechts is het een zoektocht naar begrip en betekenis. Noort is gefascineerd door angst, verlaten worden en verdwalen, iets wat haar vrouwelijke hoofdpersonen steevast overkomt. Grunberg heeft ontdekt dat hij meer lijdt dan hij wil toegeven en moet zich tot zijn zielenpijn verhouden, want schrijven brengt geen verlichting daarvan. Van der Heijden ziet zichzelf als een megalomaan met goede bedoelingen. Het lijkt soms dat hij onrecht kan bestrijden maar dat blijven windmolens die hij met een windmolentje van een kind te lijf gaat. Voor Grunberg is schrijven een middel tot contact, al is dit indirect.

Van Dis ziet zichzelf als een voetnoot in de geschiedenis. Siebelink haalt Ferron aan die het stapeltje boeken dat hij schreef als de reden van zijn bestaan zag en zelf ziet hij dat ook zo. Van Heijden realiseert zich dat dode schrijvers niet meer gelezen worden en heeft daar vrede mee. Ook Hemmerechts vindt het niet erg om vergeten te worden. Van der Heijden. die wel eens een kathedraalbouwer wordt genoemd, ziet zijn werk als een mooi spel dat hij speelt, maar hij heeft niet de illusie dat zijn bouwwerken tegen de tand des tijds bestand zijn.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen