Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zaterdag 4 juni 2016

Recensie: De meester (2005), Colm Tóibín


Meesterlijke vertelling over vijf jaar uit het leven van Henry James

De Ierse schrijver Colm Tóibín portretteert, zoals de ondertitel Roman over Henry James al aangeeft, in zijn roman De meester de Amerikaanse schrijver Henry James (1843-1916). James was van Ierse komaf, bracht in New England zijn jeugd door maar ging al gauw weer terug naar Europa. Hij vestigde zich in Engeland, eerst in een appartement in Londen, later in een landhuis in Rye. Hij maakte veel reizen, onder andere naar Frankrijk en Italië en legde contacten met Europeanen en andere Amerikanen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het verschil tussen de egalitaire Amerikaanse en Engelse standencultuur een belangrijk onderwerp in zijn werk is. Tóibín beschrijft met de nodige terugblikken de jaren 1895 tot 1899, waarin James als jonge vijftiger al de nodige literaire successen heeft geboekt. Zijn bekendste werk The portrait of a lady (1881) is dan al gepubliceerd en wordt met veel interesse gelezen door puberdochter Peggy van zijn broer William, als die met zijn gezin in Lamb House in Rye bij Henry op bezoek is.

De meester begint met een nederlaag die James in januari 1885 leed rond zijn toneelstuk Guy Domville, dat opgevoerd werd in een theater in Londen, terwijl Oscar Wilde in een ander theater veel succes had. Om de teleurstelling te verwerken gaat James in februari van datzelfde jaar op bezoek bij twee vooraanstaande families in Ierland. Lady Wolseley, de vrouw van een hoge Britse militair, is erg op James gesteld en helpt hem een paar jaar later zijn landhuis in te richten in Rye in het Zuiden van Engeland. In zijn Londense tijd kijkt hij terug op zijn vriendschap met de sprankelende en vrijgevochten Minny Temple in de Verenigde Staten en in Rye op zijn relatie met Constance Woolson in Italië. Tóibín gaat uitgebreid in op de relatie die Henry had met deze labiele Amerikaanse schrijfster wie hij bijna in Venetië was gaan samenwonen, maar daarbij werd teruggehouden door zijn vermeende behoefte aan rust om te schrijven. Hij voelt zich schuldig als hij hoort dat Constance een eind aan haar leven heeft gemaakt door uit het raam te springen. Hij gaat terug naar Venetië om haar correspondentie op te ruimen en haar kleren samen met een gondelier in de lagune te laten verdwijnen, een daad die erg mooi beschreven wordt.

Naast aandacht voor deze twee intrigerende vrouwen, komt ook de familie van James in de roman sterk naar voren. De vader met zijn sterke visie en zijn angstaanvallen, die veel steun ontving van zijn zorgzame vrouw; de kinderen, waaronder op de eerste plaats William, de oudste broer, die door zijn leeftijd een natuurlijk overwicht over Henry had en vaak met hem in de clinch lag. William was een man van de wereld, iemand die als filosoof en psycholoog de wereld duidde, terwijl Henry die probeerde te dramatiseren, zoals in Daisy Miller of in The portrait of a lady. Veel aandacht is er ook voor zijn jongere zus Alice die in 1887 overleed en die qua karakter veel overeenkomsten met Henry vertoonde. Ze vond het leuk de inwonende tante Kate voor gek te zetten. Daarnaast waren er twee jongere broers die hun leven op het spel zetten in de Amerikaanse Burgeroorlog, terwijl William en Henry veilig op de universiteit in Boston zaten.

De eigenzinnigheid van Alice viel niet erg in de smaak bij William en diens vrouw. Tijdens hun bezoek in Rye, waarbij ook dochter Peggy aanwezig is, vlamt de ruzie tussen de broers weer op, maar de hartziekte van William maakt dat de tegenstellingen niet op de spits gedreven worden. William en zijn vrouw moeten weinig hebben van homoseksuele verhoudingen die Henry en Alice in hun leven kenden. Al vroeg in de roman komt Edmund Gosse in beeld, een vriend van James die later zijn homoseksuele gevoelens in het biografische Father and son zou schrijven. Tijdens een bezoek aan Minny en haar familie ligt James een nacht in bed met een andere vriend van haar, waarbij de twijfels van James mooi naar voren komen. In Rome ontmoet James in Rome de beeldhouwer Andersen die hij erg vindt lijken op de hoofdpersoon uit zijn eerste roman Roderick Hudson (1875). Andersen komt in Lamb House op bezoek maar tot een vurig samenzijn komt het niet. Daarvoor zit Henry te zeer in zijn schulp, zoals hij zelf ook beseft. Fraai beschreven ook zijn de drankzuchtige echtpaar Smith dat het eten in Rye verzorgt en een andere bediende die de koffers van de gasten met een kruiwagen van de trein haalde en weer terugbracht.

Het is vooral de mooi verzorgde stijl die het boek ver uittilt boven de middelmaat. Tóibín weet, in de mooie vertaling van Anneke Bok, een wereld op te roepen waarin we James bezig zien om literatuur te maken van zijn ervaringen met het leven dat zo ingesnoerd wordt door maatschappelijke conventies. In Rye heeft hij een stugge Schotse stenograaf in de arm genomen omdat zijn schrijfhand niet meer wil. Tóibín vertelt hoe James zijn zinnen aan de stenograaf overbrengt: ‘Hij hield ervan om op en neer te lopen door de kamer, een nieuwe zin te beginnen, hem een stukje te laten lopen, hem even in te houden, een zinsnede toe te voegen, even te wachten en de zin vervolgens naar een fraai en passend eind te laten galopperen.’ Deze beeldende manier van beschrijven wekt het verlangen om zelf zo te schrijven en dat is een van de kenmerken van goede literatuur.   

Hier een recensie van Johannes van der Sluis op Tzum over Daisy Miller, die James vier jaar voor The portrait of a lady publiceerde.   



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen