Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zaterdag 18 juni 2016

Recensie: De blauwe gitaar (2015), John Banville


Schrijver gaat voluit over een liefdesdrama en onze existentie

Het lezen van John Banville is een overrompelende ervaring. Dat gold voor mij al toen ik ooit begon in de roman Schijngestalte, waarin het gaat over identiteit. In De blauwe gitaar vervolgt Banville zijn zoektocht naar de mens die we zijn en die we denken te zijn aan de hand van hoofdpersoon Oliver Orme, een Ierse kunstschilder, die tegen de vijftig loopt, zijn kwasten heeft opgeborgen en steeds verder weg verwijderd raakt van de werkelijkheid die hij eerst op zijn doeken probeerde te vangen.

In het begin van De blauwe gitaar, waarvan de titel is ontleend aan regels van de Amerikaanse dichter Wallace Stevens ‘De dingen zoals ze zijn/ Worden anders op de blauwe gitaar’, klinkt de stem van de hoofdpersoon nog niet zo overtuigd, hetgeen misschien komt door zijn relaas over zichzelf als een dief en een schelder, hetgeen een verschrijving is, maar al gauw wordt het onderwerp helder en gaat er een wereld voor ons open. De negen maanden durende liefdesrelatie tussen Orme en de twintig jaar jongere, gehuwde Polly Pettit is een onderwerp dat van alle tijden is, maar dat fantastisch wordt uitgewerkt door Banville. Hij schrijft het als een gedetailleerde en met wijsgerige bespiegelingen doorspekte terugblik aan een ‘je’ die verder niet bepaald is, maar die een toekomstige zoon van hem zou kunnen zijn.

Orme spreekt Polly tijdens een feest op Klokkemakersavond waar ook haar man, horlogemaker Marcus, en zijn eigen vrouw Gloria aanwezig zijn. Op de terugweg in de auto zoekt Polly voor het eerst fysiek contact met Orme door haar hand naar achter te steken naar het been van Orme. Verder contact vindt plaats in zijn atelier, tot Marcus op zekere dag totaal overstuur bij hem komt omdat hij ontdekt heeft dat iemand met zijn vrouw vrijt. Na deze schrijnende scène waarin Orme zich niet bekend durft te maken als de minnaar, vlucht hij naar zijn geboortehuis, een portierswoning die in verval verkeert. Terwijl hij zich schuil houdt voor de wereld, formuleert hij zijn gedachten over het mens-zijn, onze bedoelingen hier op aarde en zijn bespiegelingen over door hem gepleegde diefstallen, te beginnen met een tube verf in een winkel waar zijn moeder de eerste schildersmaterialen voor hem kocht.

Al gauw krijgt hij in de portierswoning bezoek van Polly die hem vraagt haar naar haar ouders te brengen, hetgeen Orme, die overal aan twijfelt, dan ook maar doet. Het bezoek aan het krankzinnige stel leidt tot hilarische scènes, niet in de laatste plaats vanwege de komst van prins Freddy Hyland, die de laatste telg is van een Duits geslacht dat over de streek heerste en ook het huis in bezit had dat de vader van Orme huurde. De avond in een doezelige sfeer in de salon met de vader van Polly die, voorafgaande aan het bezoek van Freddie, voorleest uit een bundel over de onzichtbare werkelijkheid is wat mij betreft het hoogtepunt in het boek. Superieur is de surreële sfeer die Banville hier beschrijft, te beginnen met zijn zoektocht naar de salon:
Ik begaf me naar beneden in het huis. Alles kwam me op een vreemde, dromerige manier bekend voor: de muffe geur, het verschoten tapijt op de trap, de wazige voorouderlijke portretten die loerden vanuit de schaduw, die hoedenkapstok en die aan de wand gemonteerde geweien in de hal, de grootvadersklok opdoemend in de schemering. Het was alsof ik daar lang geleden had gewoond, niet gedurende mijn jeugd, maar in een gestileerde oudheid, in het benauwde herenhuis aan de achterkant van mijn geest waar het verleden zich ophoudt, het onvermijdelijk verbeelde verleden.’

 Het verhaal over het liefdesdrama is vooral boeiend omdat we alleen vanuit het hoofd van Orme vernemen hoe de zaken verliepen en hij een sympathieke maar onbetrouwbare verteller is, al is die onbetrouwbaarheid eerder van feitelijke dan van filosofische aard. ‘Het is een rare zaak mij te zijn,’ zegt Orme als hij bij de ouders van Polly is en nodig naar buiten moet om alleen te zijn, zelfs in de regen. ‘Maar aan de andere kant: het is raar wie dan ook te zijn, daar ben ik van overtuigd.’  
Aldus de schilder die, door de omgang met Polly, erop uit was niet minder dan een totale transformatie en een nieuwe wereld tot stand te brengen, al eindigt hij tenslotte met lege handen.

Het is, naast deze boeiende inhoud, vooral de toon en de virtuoze taal met zijn prachtige beeldspraken, weer uitstekend vertaald door Arie Storm, die de nieuwe roman van John Banville tot een adembenemend avontuur maakt dat zelfs het leven, zo lijkt het, meer glans geeft.
et Het  
Hier mijn bespreking van De onsterfelijken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen