Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 27 juni 2016

Recensie: Muidhond (2015), Inge Schilperoord


Wereld van een pedofiel grijpt lezer naar de strot

Het debuut van Inge Schilperoord mag met recht een succes genoemd worden. Haar portret van de pedofiele Jonathan, die al eerder opgepakt is geweest na misbruik van een jong meisje, toont heel scherp het innerlijk conflict waaronder hij gebukt gaat. In de roman zijn verschillende elementen daartoe zodanig gerangschikt waarmee de spanning tot bijna ondraaglijke hoogte wordt opgevoerd. Hoewel Schilperoord aan het eind enigszins over haar grens gaat, is haar schets van de wereld van de dertiger die op jonge meisjes valt - iemand die in de volksmond als verkrachter wordt gelabeld en weggezet - een knap staaltje inleving.

Het gevaar voor Jonathan gaat uit van het tienjarige buurmeisje Elke, dat na de voorlopige vrijlating van Jonathan uit de gevangenis, met haar moeder naast de moeder van Jonathan is komen wonen en zijn goede bedoelingen zwaar op de proef stelt. Hoewel hij nauwgezet de opdrachten uit het werkboek doet, die hij begon met de gevangenispsycholoog, komt zij toch steeds naderbij. Elke is een duivelin in de gestalte van een lief schattig meisje, dat door Schilperoord zodanig beschreven wordt dat zelfs iemand met de grootste afschuw van pedofielen bijna bezwijkt onder de zinnelijkheid die Elke met haar staartje in haar haar, haar krappe shirtje en dito badstoffen broekje uitstraalt.

Twee dieren vormen de schakel tussen het meisje en de man. Op de eerste plaats de hond Mink die door het meisje is uitgelaten in de tijd dat Jonathan in de gevangenis zat. Daarnaast een gewonde zeelt die Jonathan na terugkomst uit de gevangenis in het meer vangt. Elke bekijkt de vis, ook wel een muidhond genoemd, die Jonathan in en aquarium op zijn kamer zal houden tot hij weer hersteld is. Het dier vormt de aanleiding dat Elke zijn kamer bezoekt. Hoewel zij door haar onzichtbare en weinig zorgzame moeder gewaarschuwd is voor haar buurman, kan ze niet bevatten dat iemand als Jonathan iets slechts in de zin kan hebben.

Adembenemend zijn de ontmoetingen op de kamer, waarbij Jonathan voelbaar steeds verder in het nauw komt. De hitte zorgt voor druk en geeft dreiging aan de gebeurtenissen. De christelijke moeder van Jonathan houdt haar zoon van een afstandje in het oog, maar heeft geen kracht heeft om hem te sturen. Ze heeft zelf al moeite met ademen, drinkt graag een glaasje wijn en kijkt naar de televisie als ze niet met haar zoon een kaartje legt. Ze wil graag dat Jonathan naar een bijbelclub gaat waar hij anderen ontmoet die zijn sociale isolement kunnen verminderen, maar angst houdt Jonathan tegen. In de gevangenis was hij onder handen genomen door potige lieden.

Als de spanning nauwelijks meer te dragen is, wil hij de gevangenispsycholoog consulteren, met wie hij eerder de delictanalyse deed, maar uiteindelijk komt het er niet van. Zijn conflict komt voort uit een disbalans tussen hoofd en hart. Jonathan probeert een uitweg te vinden door de natuur in te gaan en goed voor anderen te zorgen, maar raakt daardoor het contact met zijn eigen gevoel kwijt. Zijn behoefte het leven te controleren legt het af bij het gevaar dat Elke straks vanwege een verhuizing zal verdwijnen. De door hem gemaakte spanningsgrafiek gaat daarop de prullenbak in. 

Schilperoord schrijft naturalistisch en bouwt de spanning goed op. Ze doseert het eerdere misbruik van Betsy, waardoor de lezer steeds meer het keurslijf voelt dat Jonathan ervaart. Ze beschrijft de seksuele neiging van Jonathan op een manier die, ook al zijn de filmrechten al verkocht, niet gemakkelijk in een film over te brengen is en dat is een compliment. De diepgang van zijn gevoelens kan alleen in taal duidelijk verbeeld worden. De moeite van Jonathan om zich staande te houden doet denken aan Raskolnikov in De idioot van Dostojevski, al gaat Schilperoord op het eind over de top, bijvoorbeeld in de beschrijving van de gemoedstoestand van Jonathan nadat hij een brief van Justitie heeft gekregen met de mededeling dat zijn zaak hervat wordt:
Hij duwde zijn voortanden in zijn lip, schoof over het matras naar de stoffige nauwte tussen de muur en de spijlen van zijn bed, had zijn lichaam daarin willen kantelen, laten vallen als in een ravijn, maar er was nergens verlossing.’
Het eind is te zoekend en soms is ook het taalgebruik wat te netjes, bijvoorbeeld als Jonathan zich afvraagt waarover hij op zijn kamer met Elke zal praten: ‘Hij had haar graag over zijn dromen verteld, maar kon geen geschikte bedenken. Die van vannacht, zijn droom over Betsy, was natuurlijk niet passend.’  

Daartegenover staan vele levensechte beschrijvingen van de intensiteit die hij
met Elke beleeft in zijn kamer met de muidhond, die symbool staat voor zijn eigen mislukkende poging tot herstel, bijvoorbeeld als Elke met een zakje chips op de grond voor hem gaat zitten. ‘Hij keek toe hoe ze at, keek naar iedere beweging die ze maakte. (…) Gespannen volgde hij de ademhaling onder haar shirt. Zo dichtbij was ze nog nooit geweest. Zijn hart bonkte in zijn borst. Haar oor was ook heel vlakbij.’ Door dit soort zinderende zinnen grijpt Muidhond de lezer bij de strot

Hier mijn verslag van het gesprek dat Wim Brands met Inge Schilperoord over Muidhond had.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen