Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



woensdag 26 november 2014

Recensie: Naar de haaien (2014), Erich Kästner



Het is belangrijk om te kunnen zwemmen

Erich Kästner ken ik van de roman Drie Männer in Schnee dat we met de hele derde klas op de middelbare school voorgelezen kregen. Onze Duitse leraar moest altijd besmuikt lachen. Of dat alleen om de titel was of dat er in het verhaal allerlei erotische verwijzingen voorkwamen, weet ik niet meer. In het Nawoord van Naar de haaien zegt de Duitse uitgever dat Kästner later meer ontspanningsliteratuur zoals Drie Männer in Schnee ging schrijven. Zijn roman Naar de haaien (ofwel in het Duits Der Gang vor die Hunde genoemd) die in 1931 in een afgezwakte versie als Fabian, Die Geschichte eines Moralisten werd gepubliceerd en twee jaar later door de nazi’s in het vuur werd gegooid, is van een heel andere orde. Gevaarlijke literatuur zou Jeroen Willems wellicht zeggen.

In het uitgebreide Nawoord vertelt de Duitse uitgever een en ander over de ontstaansgeschiedenis, de achtergronden en de ontvangstgeschiedenis van Naar de haaien. Het verbaasde me dat daarbij niet Berlin Alexanderplatz (1929) van Alfred Döblin genoemd werd. Naar de haaien deed me er erg aan denken, al was het alleen maar door de kopjes boven de hoofdstukken.

Naar de haaien vertelt het verhaal van literatuurwetenschapper Jacob Fabian in Berlijn West in de jaren na de Eerste Wereldoorlog. Hij werkt onder zijn niveau als tekstschrijver voor een sigarettenfabrikant, woont alleen in een appartement, bezoekt wel eens een bordeel en is bevriend met zijn studiegenoot, de geniale wetenschapper Stephan Labude. Als de vriendin van Labude de relatie verbreekt, gaan de twee naar mannenclubs, om daar aan hun gerief te komen. Fabian ontmoet op die manier zijn vriendin Cornelia. Als hij ontslag krijgt, raakt het ook met haar uit. ‘Op het moment dat zijn werk zin kreeg omdat hij Cornelia vond, verloor hij zijn werk. En omdat hij het werk verloor, verloor hij Cornelia.’ Als Labude hoort dat zijn proefschrift over Lessing ondermaats was, pleegt hij zelfmoord. Fabian gaat vervolgens terug naar zijn geboorteplaats.

Het zijn barre tijden. Als Cornelia in het begin van de relatie tegen Fabian bekent dat zij al twee keer aan de kant gezet is, gelijk een paraplu die men moedwillig ergens laat staan, antwoordt Fabian: ‘Zo vergaat het veel vrouwen. Wij jonge mannen hebben zorgen. De tijd die overschiet is net toereikend voor plezier, niet voor de liefde. Het gezin ligt op sterven. We kunnen maar op twee manieren onze verantwoordelijkheid tonen. Of de man neemt de verantwoordelijkheid op zich voor de toekomst van een vrouw, en als hij dan de week erop zijn baan verliest, ziet hij in dat hij onverantwoordelijk heeft gehandeld. Of hij durft het uit verantwoordelijkheidgevoel niet aan om de toekomst van een ander ook te verpesten en als het de vrouw daardoor slecht vergaat, zal hij merken dat die beslissing net zo onverantwoordelijk was. Dat is een fundamentele tegenspraak die vroeger niet bestond.’    

Het plot van de roman stelt niet veel voor. Kästner is zich daarvan bewust. In zijn Nawoord voor de kunstrechters zegt hij in beeldende zinnen dat dit met opzet zo gedaan is. ‘Het aantal dakpannen die de mens op het blote hoofd kunnen vallen groeit met de dag. De onnozelheid van wat geschiedt neemt, aangedreven door het toenemende tempo van wat er gebeurt, imposante afmetingen aan. Het toeval heerst zodat alle beschikbare balken knetteren. Het leven is boeiend, dat is de enige goede haar in de soep, waarvan we de eer hebben die te mogen oplepelen.’

Seksualiteit wordt openhartig beschreven, nog openhartiger in de oorspronkelijke versie Der Gang vor die Hunde. Kästner schetstee daarin de decadentie in Berlijn West, waarin een heer van stand zomaar zijn dochter in een bordeel kon treffen. In zijn Nawoord voor de zedenrechters spreekt hij tegen dat hij een amorele roman schreef en benadrukt hij dat hijzelf een moralist is, al moet hij niets hebben van benepenheid en zedenprekerij. ‘De auteur houdt van de openheid en vereert de waarheid. 

Naar de haaien is behalve een zeden- ook een politieke roman. Anders dan Labude verwerpt Fabian een omverwerping van de republiek. De mens zal daardoor niet beter worden. Hij vraag zich af of de wereldorde slechts een kwestie van economische orde is, waarin het welbegrepen eigenbelang wellicht het beste is. Zelf is hij meer en meer een toeschouwer. ‘Was er voor degene die een daad wilde stellen niet altijd en overal een geschikte plaats om dat te doen? Waarop wachtte hij al jaren? Misschien op het inzicht dat hij al vanaf zijn geboorte bestemd was als toeschouwer door het leven te gaan en niet, zoals hij nu nog geloofde, om acteur in het theater van de wereld te zijn. 

De taal is een genot. Zinnen als ‘Het lot had een avondje vrij’, beeldend taalgebruik als in autobussen als olifanten op rolschaatsen of een gezicht alsof ze kromme benen had verraden de dichter in Kästner. De stijl is gekscherend, zeer hilarisch als de grappen van de Marx Brothers. 

Naar de haaien is daarbij verontrustend actueel. Wat Kästner in 1949 in het Voorwoord van Fabian, Die Geschichte eines Moralisten, schreef geldt nog steeds: ‘De grote werkloosheid, de op de economische volgende geestelijke depressie, het verslavende verlangen naar verdoving, het optreden van gewetenloze partijen, het waren de voortekenen van de naderende storm.’ Onder het laatste hoofdstuk plaatst hij het kopje Leert allen zwemmen! Dat lijkt me een waarschuwing genoeg. 

Hier mijn bespreking van de documentaire Jeroen Willems - Over grenzen.   



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen