Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



woensdag 23 oktober 2013

Armando over Stemmen, VPRO-Boeken, 20 oktober 2013



Een leven in kunst verwerkt

De inmiddels 84-jarige Armando is een veelzijdig kunstenaar, die met assistentie nog bijna dagelijks schildert. Hij werkt zo’n vier uur achter elkaar door tot het doek af is, want hij wil wel weten hoe het afloopt.

Hoe goed is je geheugen? vraagt Wim Brands, die naar aanleiding van de nieuwe dichtbundel Stemmen een gesprek heeft bedacht langs de lijnen van geheugen en herinnering.
Armando zegt dat het helaas nog erg goed is. Mensen zonder herinneringen hebben volgens hem een gemakkelijker leven. Hij ziet zichzelf ook nog niet dementeren.

Brands vraagt hoe hij aan zijn gedichten komt.
Armando zegt dat ze sinds zo’n twintig jaar bij hem binnen komen. Van jongs af aan wilde hij kunst maken, kunstenaar worden. Vrijheid was daarbij een belangrijk element.

Brands begint over de weerstand die hij in het begin van zijn carrière ontmoette.
Armando vond die weerstand normaal. De eerste kritieken op zijn werk waren negatief, maar hij ging altijd door, gedreven door geldingsdrang en eigenwijsheid.

Brands noemt de oorlog altijd aanwezig in zijn werk.
Armando antwoordt dat kamp Amersfoort, dat bij hem in de buurt lag, eerst een militair sportterrein was en in 1941 een Duits kamp werd. Hij was tien jaar toen de oorlog uitbrak en veel ouder toen de oorlog eindigde. Hij zat op school met leerlingen die niet wisten waar de kinderen vandaan kwamen, terwijl hij dat zelf gezien had. In de avonduren werkte hij als beroepsmuzikant voor de Canadezen. Armando zegt dat hij zijn ervaringen in zijn autobiografie uitputtend beschreven heeft. Laatst was hij weer in het kamp. Er werden rondleidingen gegeven, terwijl hij zijn eigen herinneringen heeft, zoals aan overvallers die in het kamp werden opgesloten.

Op de vraag van Brands af hij bang was, antwoordt hij ontkennend.

Brands was onder de indruk van een fragment over het afvoeren van SS--ers.
Armando hoorde uit een wagen met SS-ers die stopte de term niettegenstaande klinken en begreep dat het mensen waren in plaats van abstracties.

Brands refereert aan uitspraken van Armando dat schoonheid het kwaad in zelf verbergt en dat hij woorden probeerde te vinden voor die werkelijkheid, onder andere door het interviewen van SS-ers, die zichzelf wijs maakten dat de joden niet vermoord waren.
Armando begon zo’n gesprek uit interesse.

Vertrouw je de mensen?
Ik vertrouw zelfs mezelf niet.

Ook in Stemmen klinkt de oorlog door.
Niet concreet de Tweede Wereldoorlog als wel bepaald gedrag van mensen.

Toch kun jij niet om de Tweede Wereldoorlog heen. Je verhuisde in 1979 naar Berlijn.
Armando was eerder al uit nieuwsgierigheid in Duitsland. Aan de grens verbaasde hij zich erover dat men gewoon met elkaar praatte in plaats van te schreeuwen. Ooit voelde hij zich in het hol van de leeuw, maar de oude generatie is inmiddels uitgestorven. Hij woont in Potsdam en heeft geen heimwee. Hij kan met hulp goed werken.      

Een leven in kunst verwerkt, stelt Brands terecht vast.  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen