Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



donderdag 13 augustus 2015

Recensie: Vernieling (2015), Tom Kristensen



Deens literair criticus in de jaren dertig op zoek naar vrijheid

De al in 1930 geschreven en afgelopen juni tijdens het Schwobfest door VN criticus Jeroen Vullings gepitchte roman Vernieling gaat, zoals de titel duidelijk maakt, over de teloorgang van een Deens literatuurcriticus in de turbulente politieke jaren voor de Tweede Wereldoorlog. Zoals Vullings al zei loopt hoofdpersoon Ole Jastrau, criticus van Het Dagblad, gevestigd in Kopenhagen - de stad waarin de lezer overvloedig rondwandelt - bijna vijfhonderd bladzijden lang bergafwaarts.

Meteen in het begin van de roman krijgt Jastrau bezoek van twee communistische vrienden Bernard Sanders en Stefan Steffensen die door de politie gezocht worden en die hij niet de deur kan wijzen, al wacht hem veel leeswerk en heeft hij ook de zorg voor zijn zoontje Oluf. Zijn vrouw Johanne is bij thuiskomst niet gecharmeerd van het duo en wacht hun vertrek niet af, maar gaat met zoonlief bij haar ouders slapen. Tegelijk wordt ze aangetrokken door de branieachtige zelfverzekerdheid van Sanders. Tegen diens bevlogen commentaar op de politieke achtergrond van het burgerlijk huwelijk kan de beschaafde echtgenoot, die zichzelf het liefst als een Christusfiguur ziet, weinig inbrengen. Hij ziet lijdzaam toe hoe Sanders langzaam maar zeker zijn vrouw van hem afneemt en trekt daarna op met driftkikker Steffensen, die uit de Aarhusiaanse bourgeosie afkomstig is, maar inmiddels een parasitair bestaan leidt, waarin hij gedichten schrijft maar zich vaker volgiet. Jastrau, die het liefst ook dichter was geworden maar iets anders moest om zijn gezin te kunnen onderhouden, komt hierdoor steeds meer in de goot terecht.

Fraai is de opening waarin Jastrau tussen de nog niet opengesneden romans zit en van deurbel naar telefoon loopt. Tussendoor moet hij ook nog op zoonlief letten. Rust krijgt hij niet. Het kostte me moeite het beeld van Jeroen Vullings daarbij uit mijn hoofd te krijgen. De spanning in de roman wordt aangewakkerd doordat Steffensen een zoon is van een Deens schrijver, wiens godsdienstige roman Jastrau heeft afgekraakt, iets dat hem door de redactie niet in dank wordt afgenomen, net als het feit dat hij een gedicht van Steffensen ter publicatie heeft aangeboden. Een jaar later, als Johanne een scheiding aanvraagt, trekt Steffensen en diens, door hem en zijn vader besmet geraakte, vriendin Anna Marie bij hem in.

De stijl waarin de neergang in vijf delen is beschreven is, zoals Vullings al zei, bedwelmend. Bijna vijfhonderd bladzijden lang leven we in het dichterlijke hoofd van Jastrau en volgen we hem in zijn zwakte voor drank en vrouwen. Als Jastrau Steffensen en Anna Marie in huis neemt doet hij dit om aan de leegte te ontsnappen: ‘In lege kamers spookte het. Nonsens. Dat was echt zo! Deuren gingen vanzelf open. De klink werd door een onzichtbare hand traag omlaag gedrukt en dan sprong de deur open. Lege woningen baarden monsters. En ten slotte zag je jezelf, in levende lijve, op een stoel zitten. Nee maar, goeiedag Jastrau. Dezelfde verlegen glimlach.
Er zijn ook zinnetjes die als terugkerende bliksemschichten het hoofd van Jastrau teisteren.
De lange lappen tekst blijken over een lange spanningsboog te beschikken. Het was alleen jammer dat soms niet zo duidelijk was wie wat zegt.

Vaak staat Jastrau voor de keuze om zich aan te passen aan het burgermanbestaan, maar net zo vaak kiest hij voor verzet, voor oorspronkelijkheid, voor vrijheid, al is die in een vorm van dronkenschap slechts tijdelijk te verwezenlijken. We krijgen daarmee een kijkje in het karakter van een mens, die zich niet kan neerleggen bij de maatschappelijke conventies en zoekt naar iets dat de gewoontepatronen overstijgt. Het maakt Jastrau sympathiek. De ideeën van Nietzsche over de eeuwige wederkeer en de oneindigheid van de ziel bedrukken hem. De kerk biedt geen soelaas. Het menselijk tekort is niet op te lossen, Men heeft zich neer te leggen bij de realiteit die van ons vraagt af te zien van totale lust, om het met Freud te zeggen.

Hier mijn bespreking van het laatste Schowfest met daarin de prachtige bijdrage van Jeroen Vullings, die ik helaas niet op video kon vinden.  


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen