Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 23 juni 2015

Recensie: Visser (2008), Rob van Essen





Dolende man steeds verder van huis

Na de verhalenbundels Elektriciteit en Hier wonen ook mensen heb ik de eerdere roman Visser van Rob van Essen tot me genomen om te zien of hij zijn kunstige vertelvermogen en verrassende observatievermogen ook op de langere baan kon volhouden.

Visser gaat over de getraumatiseerde hoofdpersoon Jacob Visser, die zijn hoofd nauwelijks nog boven water kan houden. In het begin van de roman is hij van de middelbare school, waar hij als geschiedenisleraar werkte, ontslagen omdat hij aangezet zou hebben tot racistische gedrag. Clarissa Wegereef, een leerlinge van hem en haar anti-semitische broertje Jonathan die ook bij hem op school zit, hebben zijn woorden tijdens de les overgebriefd aan hun vader die journalist is en die het in de Zwoldrechter Courant heeft gezet, waarna zijn positie op school onhoudbaar was. De journalist is een oud vriend van Visser, wilde altijd het wereldleed verminderen en had de laatste tijd weinig contact meer met hem.

Behalve het de schorsing op zijn werk heeft Visser ook problemen met zijn vrouw Maja, die haar man niet meer kan volgen, vooral niet in de aanloop van het huwelijk van hun dochter Rosa met Ewout, de zoon van psychiater Braamhaar en diens vrouw. Later in het boek wil Maja zelfs van hem scheiden. Zelfs de psychiater is niet bij machte Visser tot de orde te roepen. Op zijn beurt maakt Visser het drama erger doordat hij de vrouw van Braamhaar bijna wurgt als hij de sleutel van de caravan, die Visser al sinds jaar en dag heeft, uit haar nek probeert te trekken. Dat laatste heeft te maken met het volgende: in het begin van het boek ontvlucht Visser met de auto zijn woonplaats Vlasveld en komt op de weg het echtpaar Braamhaar tegen dat naar hen op weg is. Visser haalt Clarissa op, die zich op het kerkhof ophoudt om grafstenen te bekladden en brengt haar naar de caravan die op terrein van boer Wolfrat staat. De Braamharen hebben inmiddels de sleutel van Maja gekregen omdat de caravan toch ongebruikt staat en Jacob wil verhinderen dat zij daar Clarissa aantreffen (die overigens zelf weer in behandeling bij de psychiater is).  

Af en toe zijn er sterke observaties zoals in de verhalenbundels om de haverklap voorkomen, onder andere over de huid met putjes van oudere vrouwen: na de zestig is wel afgelopen met de huid, denkt Jacob als hij tegenover mevrouw Braamhaar staat. Een andere keer gaat het over nieuwbouwwijken die voor kleiner ras gebouwd lijken te zijn, maar zo heel veel valt er niet over op te merken. Het is alsof Van Essen alle energie nodig heeft om het verhaal in goede banen te leiden.

Net als de flauwe namen, bijvoorbeeld De Haverzak voor de schoolkrant en Zwoldrecht voor het stadje waarin een groot deel van de verwikkelingen zich afspeelt, hebben de gebeurtenissen steeds meer iets afgezaagds, gaan ze in de richting van een middelmatige crimi, waarin Visser als een cliniclown naar het verleden regredieert en aan een ziekenhuisbed van een kind het verhaal over Wolfje en Ratje vertelt, dat hij vroeger aan zijn eigen kinderen vertelde.

Het mooiste van het boek is nog het drukkende trauma dat zonder veel woorden voelbaar wordt gemaakt. Dit blijkt bijvoorbeeld uit een gedachtestroom van Visser waarin hij nadenkt over de verhouding met zijn vrouw met wie hij zich suf neukte maar meer ook niet:
Maar in plaats van alle oude verbanden op te heffen, waren ze bij elkaar gebleven. En waarom? Ze konden zichzelf niet troosten, nee, maar ze hebben elkaar ook niet kunnen troosten. (...) En zo hebben ze doorgeleefd, zonder dat er ooit iemand aan de deur kwam om ze te vertellen dat het zo niet kon, wat dachten ze wel, dat er een einde aan moest komen en dat ze binnenkort uit hun lijden zouden worden verlost.’

Hier mijn recensie van Elektriciteit (2010), hier die van Hier wonen ook mensen (2014).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen