Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zondag 28 juni 2015

Het Filosofisch Kwintet over Bildung, Tolhuistuin, Amsterdam, 28 juni 2015



Kan brede algemene vorming zonder boeken?

Het thema van vandaag gaat over Bildung, waaronder Clairy Polak naar Von Humboldt de creatieve en intellectuele vorming van de mens verstaat. Een goed woord in het Nederlands is er niet voor. Eugène Sutorius, - rechtsgeleerde en medeoprichter van de Bildung Academie, die het gat in de universitaire opleiding probeert te dichten met empathie, expressie en ethiek - is naast de filosofen Maarten Doorman en Liesbeth Noordegraaf- Eelens, te gast, naar weet ook aan het eind van de uitzending nog geen goede vertaling van het begrip.

Bildung is direct verbonden met het boek. Doorman vindt dat er te weinig gelezen wordt. Zonder uitgemaakt te willen worden voor cultuurpessimist betreurt hij het dat de aandacht die voor lezen nodig is, steeds minder aanwezig is. Noordegraaf ziet het probleem van de teloorgang van het boek niet zo. Er zijn volgens haar meer manieren om de cultuur over te dragen. Het is belangrijk dat de studenten zich de algemeen verspreide ideeën eigen maken. Sutorius stelt in navolging daarvan dat het boek een referentiekader biedt dat om interpretatie vraagt. Het duiden van het werk van een schrijver neemt een belangrijke plaats in in de intellectuele ontwikkeling. Ad Verbrugge memoreert dat het boek na de boekdrukkunst door iedereen geraadpleegd kon worden, om te beginnen de bijbel en later, in de burgerlijke cultuur, de roman. Hij herhaalt nog eens de stelling van Sutorius dat de taal een voertuig is voor het oproepen en weergeven van de wereld. Een tweetakt beweging als het ware.

Polak brengt met enige scepsis een recente onderwijsbijeenkomst ter sprake waarbij moderne kernbegrippen als zelfontplooiing, vaardigheden, samenwerking en het vergroten van het probleemoplossend vermogen in het vaandel geschreven stonden. Volgens Sutorius gaat het eerder dan vaardigheden om het internaliseren van de culturele competentie. Doorman gebruikt het beeld van een teamspel om aan te geven dat men bij het lezen, anders dan bij het kijken, zelf aan de bal is. Terwijl men bij een film geprikkeld wordt, moet men om te lezen enige weerstand hebben opgebouwd om vol te houden. Noordegraaf meent dat academische vaardigheden vooral te maken hebben met ervaring en vindt het belangrijk dat studenten die kunnen verwoorden. Verbrugge haalt in dit verband Kant aan die stelde dat begrip zonder ervaring leeg is. 

Polak vraagt of we in de huidige digitale wereld elkaar nog kunnen verstaan.
Doorman betreurt het dat de canon nooit van de grond gekomen is. Verbrugge vindt de tegenstelling tussen zelfontplooiing en klassieke vorming een valse. Sutorius zegt opnieuw dat het gaat om de persoonlijke verhouding tot het cultuurgoed. Noordegraaf noemt drie begrippen als het gaat om de verhouding tussen individu en cultuur, namelijk socialiseren, kwalificeren en subjectiveren. In het eerste geval gaat het om een gedeeld referentiekader waarin iemand wordt ingewijd, in het tweede geval om de kwaliteiten die daarvoor nodig zijn en tenslotte om de verhouding van het individu tot het geleerde. Het laatste staat nooit los van het eerste. Het boek hoort in deze onderverdeling meer bij het socialiseren. Verbrugge onderscheidt twee vormen van subjectiviteit: een oppervlakkige als het alleen gaat om de eigen beleving en een diepgaande als het gaat om de toeëigening van cultuurgoed.

Polak vraagt of de verdiepende vorm verloren dreigt te gaan.
Volgens Noordegraaf moet men in het onderwijs een breed repertoire aanbieden. Verschillende perspectieven leveren meer op dan slechts één. Verbrugge merkt in navolging tot Doorman op dat het hierbij niet gaat om een elitaire zaak en in navolging tot Sutorius dat algemene ontwikkeling ook door sprookjes verrijkt kan worden en men niet het geijkte patroon van een klassieke vorming hoeft te volgen. Het gaat erom dat men zelf actief wordt. Luisteren is hierbij een voorwaarde en dat heeft weer te maken met het door Doorman ingebrachte aandacht.

Polak vraagt of het onderwijs geschikte instrumenten heeft om dit te verwezenlijken.
Doorman verwijst naar De kersentuin van Tsjechov om aan te geven dat we niet kunnen zwelgen in nostalgie maar vooruit moeten. Hij vraagt zich af hoe de sensitiviteit kunnen behouden in de onbekende richting waarin we gaan en bepleit nog steeds een canon. Noordegraaf denkt eerder aan verbindingen in een tijd waarin elke wetenschapsdiscipline zijn eigen canon heeft. Sutorius wijst in dit verband nog eens op het belang van empathie. Verbrugge denkt dat ook de televieserie een bijdrage kan leveren aan de brede vorming van studenten. Doorman ziet mogelijkheden voor een analyse, Noordegraaf denkt meteen aan het zelf schrijven van een dialoog. In zijn afsluitende betoog noemt Verbrugge nog eens de tweetaktbeweging van lezen en schrijven, van taal en denken, die van belang is voor de Bildung van het individu.     

In augustus, na de Tour de France, waarvan het de vraag is of die, anders dan het wielrennen zelf, van waarde is om door te geven, gaat de serie verder.

Hier meer informatie en reacties op de site van Het Filosofisch kwintet op Facebook.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen