Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



donderdag 30 mei 2013

Recensie: Hoe fictie werkt (2012), James Wood



Kijkje in de keuken van de literatuurcriticus

De gezaghebbende Engelse literatuurcriticus James Wood schrijft boeiende artikelen over romans voor de London Review of Books. In Hoe fictie werkt gaat hij uitgebreider in op algemene aspecten van de roman, zoals manieren van vertellen, personages en taalgebruik. Zijn standpunten illustreert Wood vaak met voorbeelden uit de Angelsaksische literatuur. Het is jammer dat vertaler Arie Storm niet af en toe plaats heeft ingeruimd voor Nederlandse voorbeelden.

Vertrekpunt van Wood is het vertellen van een verhaal. Dat kan op verschillende manieren.
Een vertelling in de eerste persoon is betrouwbaarder dan in de derde persoon, zegt hij tegen de gevestigde mening in, want bij een onbetrouwbare verteller weet je waar je aan toe bent.
In de indirecte rede geeft de schrijver zelf een beschouwing en in de directe rede worden personages opgevoerd. Daarnaast is er nog de directe vrije rede. Daarin is niet meteen duidelijk of een gedachte bij de auteur hoort of bij de personage. Ze vormen een twee-eenheid. Auteur en personage moeten niet te veel uit elkaar lopen. Dan dreigt het gevaar van estheticisme, van schoonheid om de schoonheid.

Bij Flaubert begint het moderne vertellen. Hij doorspekt alledaagse beschrijvingen met sprekende, veelzeggende details. De verteller bij Flaubert is zowel een schrijver als niet echt een schrijver.
‘Een schrijver qua temperament, maar niet van beroep. Een schrijver omdat hij zoveel zo goed opmerkt, niet echt een schrijver omdat hij van niet veel zwoegen blijkt geeft om het op papier te krijgen…’ Er is vaak iets kunstmatigs in de selectie van zijn beelden.

Beelden vormen de kern van de literatuur. Daardoor kunnen we het leven beter opmerken. Wood gebruikt het neologisme ditheid om een tastbaar detail aan te duiden dat de abstractie oplost. Bellow observeert uitmuntend en schrijft onopvallend, anders dan Nabokov die met nadruk iets wil vertellen. Henry James vond het onnodig alles op te schrijven. Wood kan zich in die opvatting vinden. De werkelijkheid is minder relevant dan de afdruk daarvan door de schrijver.

Wood gaat in op ronde en vlakke personages. ‘Rond’ wil niet altijd zeggen dat een personage beter uit de verf komt. Wood geeft de voorkeur aan een subtiele karakterisering boven een rond karakter met alles erop en eraan. Hij stelt vast dat de moraliserende softheid tegenwoordig epidemische vormen aanneemt. Onwelgevallige personages zouden, zo leest hij op Amazon, niet door auteurs begripsvol voorgesteld mogen worden. Ik betwijfel of dat in Nederland ook zo is.
Zijn we niet allen fictieve personen? vraagt Wood zich af. Bestaan we wel als we weigeren ons me anderen te verbinden? Muriel Spark gebruikte fictie om na te denken over de verantwoordelijkheden en de beperkingen van het schrijven van proza.

In een historische vergelijking tussen actoren als koning David, Macbeth en Raskolnikov wordt de ontwikkeling van het bewustzijn geschetst en de manier waarop die wordt neergeslagen. Koning David kende geen innerlijk, maar alleen een lijf en een mond. Macbeth heeft emoties en een geheugen, bij Raskolnikov neemt de lezer de plaats in van het publiek en gaat zelf op zoek naar de motieven van de moordenaar.

Wood haalt, over taalgebruik, Flaubert aan die schreef over de muziek van een zin. Wood zelf is lyrisch over de stijl van Bellow, omdat die meerdere registers hanteert.
Beeldspraak creëert een parallelle werkelijkheid. Een tegenstelling geeft de krachtigste metafoor, zoals Bellow deed in de zin ‘De blauwe vlammen dansten als een school vissen in het kolenvuur.’ Een beeld van Henry Green over een knap dienstmeisje die ogen heeft als rozijnen die even ondergedompeld zijn in water, is prachtig omdat het beeld lijkt voort te vloeien uit het personage zelf.

Tenslotte behandelt Wood de verhouding tussen waarheid en realisme.
Roland Barthes verzette zich tegen het realisme, terwijl Graham Greene een realist bij uitstek was. Wood stelt dat er niets mis is met conventies, maar men moet er niet in blijven hangen. Hij verwerpt het commercieel realisme dat ook in films welig tiert. Het gaat in romans meer om overtuigingskracht dan om de feitelijke werkelijkheid. Levendigheid is dan ook een betere term dan realisme. Dat sluit mooi aan bij motto van het boek dat afkomstig is van Henry James: ‘Er is slechts één recept – hou heel veel van koken.’



Hoe fictie werkt biedt een kijkje in de keuken van een literatuurcriticus die het leven en de levendigheid verkiest boven vastgeroeste ideeën. Eerst is er de praktijk, daarna de theorieën, maar die lopen altijd achter op het schrijven zelf. De schrijver is vrij, moet zich steeds weer vrijmaken. Iets moeilijkers maar mooiers bestaat niet, lijkt me.
 


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen